“In de hervormde kerk te Uithuizen bezoekt, zal, indien hij een liefhebber van oudheden is en een blik wijdt aan de schoon gebogen gewelven, aan het fraaie snijwerk van kansel en gestoelte, aan de heldere kleuren van de deftige wapen borden, zich dat bezoek niet beklagen; hem zal een kreet van bewondering voor de bouwmeesters en handwerkslieden van vroegere eeuwen op de lippen komen, doch hem zal tevens een woord van dank en waardering ontvallen jegens degenen, die dit alles in zulk een goede staat van onderhoud hebben weten te bewaren. En wanneer hij dan de kerk door de deur, die zich in de noorderzijvleugel bevindt, wil verlaten, dan zal zijn oog worden getrokken door een eigenaardige grafsteen[1].
Heeft men een inwoner van Uithuizen als gids, dan zal deze je weten te vertellen, hoe de overlevering zegt, dat onder die grafsteen een Spaanse ridder ligt begraven.
BONNONI AWLSUM
„de echtgenoot en de nagelaten kinderen (hebben deze steen gewijd) aan Bonno Awlsum, hij is gestorven in het jaar 1560 op 19 juni, in de leeftijd van 34 jaar."
Het wapen is volkomen gelijk aan het wapen, sinds eeuwen en ook nu nog gevoerd door het geslacht Alberda. Drie vragen doen zich na het aanschouwen van de grafsteen bij de onderzoeker op.
Zij schijnen dan in macht en aanzien een vrij hoog standpunt te hebben ingenomen, blijkens de titels, waarmee zij zich schrijven:
„Ausma op Engersma, jonker en hoveling tot Uithuysen en Uythuyster Meden" [18].
Engersma of Engersum is een van de heerden, in welk bezit men de heren Ausma reeds vroeg aantreft. De eerste, die zich onder de invloed van de naar meer titels en praalvertoon strevende tijdgeest Ausma op Engersma heeft geschreven, is Jr. Botto of Butto, overleden in 1605. Engersum zal dan waarschijnlijk ook meer burcht of landgoed dan wel een eenvoudige heerd zijn geweest; op de oude kaart van Beckeringh wordt, zo er al geen afbeelding als van zoveel andere burchten op te vinden is, de plaats met name en met aanduiding van een vierkanten „singel" van bomen aangewezen. Het heef gelegen geweest ten noorden van Uithuizen, de laatste overblijfselen zijn in 1855 gesloopt.
Uit: “VOLKSALMANAK VOOR 1890. JAARBOEKJE VOOR GESCHIEDENIS, TAAL- EN LETTERKUNDE OER PROVINCIE GRONINGEN ONDER REDACTIE VAN Mr. J.A. FEITH, COMMIES-CHARTERMEESTER BIJ HET OUD-ARCHIEF IN GRONINGEN, EN Mr. J. E. HEERES, ADJUNCT-COMMIES BIJ HET RIJKS-ARCHIEF TE 'S GRAVENHAGE.
| |||||||||
Noten: 1 Helaas kan ik nergens aantonen dat deze steen nog aanwezig is. In de "Groninger Gedenkwaardigheden" van Pathuis/Alma wordt vermeld dat de steen niet meer aanwezig is. Is de zerk dan wellicht na 1890 uit de kerk verwijderd? 2 Voorkomende in het Klauwboek van de redgerrechten van Tjassens onder no. 17, Uithuizen en Meeden." H. S., folio 175a Oud-Arch. van Gron. 3 Verzeg. 1503 No. 42 en 1510 No. 14 Oud-Arch. van Gron. 4 Uitgeg. Mr. H. O. Feith, 's Gravenh. 1886, pag. 79. 5 De dag Pontiaan (Sint Pontianus) valt in de katholieke traditie op 17 januari. 6 Dochter van Coert (Conradus) Coenders van Helpen (ca1500-1543) en Bouwe Clant (ca1502-1536. 7 Cammelot of camelot = zachte stof uit wol en geiten- of kemelshaar geweven. 8 Kledingstuk. 9 Een mouwloos leren vest of wambuis, vaak gedragen door soldaten. 10 Taft, een textielsoort, die ook wel taf, taffet, taffetas of tafzijde wordt genoemd. 11 Tonneije of taneyf is een bruingele, zwartachtig gele kleur. 12 Een zijden wams (of wambuis) is een nauwsluitend bovenkledingstuk voor mannen dat vooral in de 16e en 17e eeuw populair is geweest. Waar een standaard wams vaak van wol of linnen is geweest, geldt de zijden variant als een absoluut luxesymbool voor de elite. 13 Zwart taft (of taffeta) is een stevige, glad geweven stof met een karakteristieke lichte glans en een "knisperend" gevoel. 14 In een historische context verwijst de term 'tabbaard' (of tabberd) naar het lange ambtsgewaad van hoogwaardig-heidsbekleders, zoals de mantel van Sinterklaas. 15 Bellergordel = ? Belleren = slenteren, mooi gekleed wandelen. 16 Flitteren = glinsteren door trillende beweging. 17 Huif of huive = vrouwenmuts van kant. 18 UIthuizermeeden 19 Rechtstoel is - met name in de provincie Groningen - tot in de Franse tijd de benaming geweest voor de plaatselijke gerechten. Hieronder worden zowel de rechtsprekende colleges als hun ambtsgebied verstaan. In specifiekere zin werd vroeger onder een rechtstoel de zetel verstaan waarop een rechter plaats neemt als hij spreekt, waarbij de samenstellingen tevens het symbool is van zijn ambt. 21 Een klauwboek is in de provincie Groningen een officieel register van die boerderijen en huizen binnen de kluften (ook klauwen of clauwen) waarvan de eigenaar gerechtigd is om als redger of rechter op te treden. Oorspronkelijk gaat het rechterschap rond tussen alle inwoners die aan bepaalde criteria voldoen. De rechten zijn omgaand. De wijze waarop het recht omgaat is vastgelegd in zogenaamde klauwboeken. De boerderijen die in het klauwboek zijn opgenomen zijn de zogenaamde edele heerden. 21 Dit artikel is overgenomen, maar is deels tekstueel bewerkt en aangevuld met o.a. de noten en jaartallen, uit: “VOLKSALMANAK VOOR 1890. JAARBOEKJE VOOR GESCHIEDENIS, TAAL- EN LETTERKUNDE OER PROVINCIE GRONINGEN ONDER REDACTIE VAN Mr. J.A. FEITH, COMMIES-CHARTERMEESTER BIJ HET OUD-ARCHIEF IN GRONINGEN EN Mr. J. E. HEERES, ADJUNCT-COMMIES BIJ HET RIJKS-ARCHIEF TE 'S GRAVENHAGE.
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
