Het verdwenen graf van Graaf Adolf van Nassau

 

 

Het monument van Graf Adolf van Nassau te Heiligerlee.

In het Groninger landschap staat prominent bij Heiligerlee het standbeeld van Graaf Adolf van Nassau de broer van Willem van Oranje. Op de voorzijde van het grote monument de tekst: '25 mei 1568. De eerste zege in de tachtigjarige worsteling voor de vrijheid der Nederlanden'. Op de rechterzijde de tekst: 'Graaf Adolf van Nassau bleef in den roemrijken slag'. Op de linkerzijde de tekst: 'Oranje met Nederland verbonden'. Op de achterzijde staat: '25 mei 1868. Door het nageslacht den vaderen gewijd'.
Het standbeeld kan gezien worden als cenotaaf, een monument ter herinnering aan iemand die elders ligt begraven. De vraag rest dan waar Graaf Adolf ligt begraven. Wellicht geeft dit artikel wat meer duidelijkheid.

 

De Slag bij Heiligerlee

 

De Slag bij Heiligerlee luidt in 1568 definitief de opstand tegen de Spaanse overheersers in. De Tachtigjarige Oorlog is begonnen.

 

Ondanks de overwinning op de Spaanse troepen is de veldslag geen militair succes, want Lodewijk van Nassau wordt korte tijd later verslagen door de Spaanse troepen.

 

Maar de Spaanse nederlaag bij Heiligerlee blijkt van groot belang voor het moreel van de vaderlandse troepen.

 


Op 23 april 1568 trekt Lodewijk van Nassau via Leer ons land binnen en bezet een dag later de Wedderborg. De Wedderborg is in die tijd bezit van de katholieke Jean de Ligne, graaf van Aremberg en stadhouder van Friesland, Groningen en Overijssel, die het in 1561 gekocht heeft. Lodewijk is het om de stad Groningen te doen, maar dat houdt de poorten gesloten. De Spaanse, eigenlijk de Spaansgezinde, en de vaderlandse troepen ontmoeten elkaar op de gronden van het vrouwenklooster Mons Sinaï. Dit klooster is gesticht in 1230 door Herderic van Schildwolde te Oosterlee, dat later de naam Heiligerlee heeft gekregen.

 

Nadat de Spanjaarden in een hinderlaag zijn gelokt, slaat het paard van Graaf Adolf op hol. Adolf komt terecht tussen de vijandelijke troepen en vindt de dood. Ook zijn tegenstander, Graaf van Aremberg, verliest het leven in de strijd. Volgens sommige bronnen is het lichaam van Adolf nooit teruggevonden. Er zijn ook bronnen, die een ander verhaal vertellen. Zo zouden Aremberg en Adolf samen zijn opgebaard in de kloosterkerk van Mons Sinaï (bij Heiligerlee). Van daaruit zou Adolf zijn begraven in Midwolda en later overgebracht naar de grote kerk van Emden in Oost- Friesland. Weer een andere bron meldt dat Adolf, na te zijn opgebaard in de kloosterkerk, met militaire eer is bijgezet in het kasteel te Wedde. En van daar zou hij zijn overgebracht naar een stamslot in Oost-Friesland.

 

Een overzicht van de veldslag bij Heiligerlee op 23 april 1568.

 


Dat Adolf zou zijn bijgezet in de Wedderborg is zeer twijfelachtig, aangezien deze borg het middelpunt blijft van de strijd tussen de Spaanse troepen en Lodewijk. Waarschijnlijker is dat de grote kerk van Emden zijn laatste rustplaats is geweest, omdat de protestanten uit de Nederlanden hier immers hun toevlucht hebben gevonden. Vanuit deze kerk, die de naam 'Moederkerk' heeft gekregen, worden predikanten uitgezonden naar diverse plaatsen in de Nederlanden en in deze kerk wordt in 1571 de eerste nationale synode gehouden van de Gereformeerde kerk der Nederlanden.

In het raadhuis van Emden is het harnas van Adolf van Nassau nog te zien, beweren sommige bronnen. Of dit echt het harnas van Adolf is, is echter onduidelijk. Dit lijkt er mogelijk op te wijzen dat zijn lichaam in ieder geval is teruggevonden en vervoerd naar Emden. Helaas zijn er geen verdere aanwijzingen waar hij exact ligt begraven. In de Tweede Wereldoorlog wordt de grote kerk van Emden zeer ernstig beschadigd. Op een enkel grafmonument en enkele grafstenen na, is van het interieur weinig overgebleven. Binnen de ruïne is eind 20e eeuw een protestantse bibliotheek gebouwd: de Johannes a Lasco Bibliothek.

Ook akten in het stadsarchief van Emden geven geen enkel uitsluitsel over een mogelijke laatste rustplaats van Graaf Adolf. Zijn laatste rustplaats blijft dus vooralsnog onbekend.

In 1574 sneuvelt in de Slag op de Mookerheide Hendrik van Nassau. In de muur van de kerk te Heumen (Gld.) vindt men ter herinnering aan de beide broers een reliëf met hun beeltenis.

 

Wedstrijd om het beeld

 

Graaf Adolf van Nassau.

Kunstschilder J.H. Egenberger en architect Pieter Schenkenberg van Mierop (1837-1904) wint de wedstrijd met het beeld 'De Onafhankelijkheid van Nederland'. Het beeld toont een stervende Adolf, die wordt ondersteund door een wraakzuchtige Nederlandse Maagd en een krijgszuchtige Nederlandse leeuw, die naar het zuiden kijkt; de richting waarvandaan de vijand komt. In zijn hand omklemt de graaf een vaandel met daarop de tekst Recuperare Aut Mori ('herwinnen of sterven'). De leeuw houdt zijn poot op een oorkonde die staat voor de Nederlandse privileges, waarmee wordt uitgedrukt "Wat in de klauwen van de leeuw is, ontrukt hem geen mens". Egenberger heeft als schilder nauwelijks ervaring met beeldhouwen en roept daarom de hulp in van de Belgische beeldhouwer Jozef Geefs.

 

Kroonprins Willem (1840-1879) en prins Hendrik van Oranje-Nassau, de Zeevaarder, leggen op 23 mei 1868 de eerste steen van het monument en metselen een loden koker in met de gebeurtenissen van de slag op de 23e mei 1568. De vier jaar durende bouw kan beginnen.

 

 

 

Dit zou het harnas zijn van Graaf Adolf van Nassau. Het bevindt zich in de stad Emden. Of dit inderdaad zijn harnas is geweest, is echter nooit bewezen. Licentie: Public Domain.

Schenkenberg van Mierop heeft oorspronkelijk het monument eigenlijk in brons willen laten uitvoeren, maar dit blijkt te duur en daarom moet het steen worden. Ook heeft hij in zijn oorspronkelijke ontwerp het beeld willen plaatsen op een heuvel van 'noordsche steen', maar dit blijkt vanwege de kosten onuitvoerbaar. In plaats van deze stenen heuvel ontwerpt Jozef Geefs daarom een achtvoetig voetstuk van Belgische hardsteen. Tijdens de bouw breekt de Frans-Duitse Oorlog uit en blijkt ook de gewenste Franse kalksteen uit de Elzas moeilijk leverbaar. Het beeld wordt daarom door Geefs stiekem opgetrokken uit vier soorten natuursteen, die om het toch het idee van kalksteen te geven, wordt overgeschilderd. Pas veel later komt dit aan het licht. Dit gebruik van andersoortige materialen is altijd een probleem gebleven, omdat diverse soorten natuursteen anders op verschillende weersinvloeden reageren. Hierdoor moet het beeld al voor de onthulling worden aangepast. Vele reparaties zullen later nog volgen. Het monument wordt omringd door grind en een gietijzeren hek. Bij het monument wordt een wachterswoning geplaatst, die is verdwenen in het begin van de 20e eeuw.

 

Het gedenkteken is tijdens de bouw het onderwerp van veel twist. Katholiek Nederland betwist het 'nationale' karakter van het gedenkteken. Prominente tegenstanders zijn bijvoorbeeld hoofdredacteur Jan Willem Brouwers van het dagblad De Tijd, pater W.F.N. van Rootselaar en schrijver J. Alberdingk Thijm. De protestantse politicus Groen van Prinsterer verdedigt het plan. De strijd manifesteert zich in een groot aantal pamfletten van voor en tegenstanders. Ondertussen krijgt de 'Heiligerlee Commissie' echter in vijf maanden tijd 11.000 gulden ingezameld voor het beeld.

 

In 1872 is het monument gereed. Door het overlijden van prinses Amalia, de echtgenote van Prins Hendrik, op 1 mei van dat jaar en de daaropvolgende hofrouw is de onthulling van het beeld echter met een jaar uitgesteld.

 

Het monument

 

In 1826 wordt het eerste gedenkteken opgericht, een geknotte gedenknaald met daarop een urn. Het opschrift luidt: 'Den overwonnen held Graaf Adolf van Nassau hier ten plaatse voor 's lands vrijheid gesneuveld den 23e Mei 1568'. Het monument raakt vervallen en ter gelegenheid van de driehonderdjarige sterfdag in 1868 wordt een wedstrijd uitgeschreven om dit te herdenken met een grootser monument. Het winnende ontwerp is van de schilder J.H. Egenberger en architect P. Schenkenberg van Mierop. Omdat Egenberger nauwelijks praktische ervaring heeft als beeldhouwer wordt de Belg Joseph Geels aangetrokken voor de uitvoering. Egenberger heeft een stenen beeldengroep ontworpen met een stervende Adolf, ondersteund door een wraakzuchtige Nederlandse maagd met achter haar de krijgszuchtige Nederlandse leeuw. Op 23 mei 1868 leggen kroonprins Willem en prins Hendrik de Zeevaarder de eerste steen. Het monument is al voltooid in 1872, maar in verband met de hofrouw na aanleiding van het overlijden van prinses Amalia, vindt de officiële opening door koning Willem III pas plaats op 23 mei 1873. Nicolaas Beets draagt een gedicht voor.

 

De onthulling van het beeld

 

Het uiteindelijke monument wordt dus op 23 mei 1873 onthuld door koning Willem III, die bij hoge uitzondering in het noorden verschijnt, via de zojuist aangelegde (1868) spoorlijn van Groningen naar Winschoten. Hij wordt vergezeld door zijn zoon Willem, zijn broer prins Hendrik en zijn oom, prins Frederik. Het onthullingsfeest duurt drie dagen, tijdens welke het slecht weer is, zodat de verlichting van het beeld mislukt. De gemeente Winschoten biedt het koninklijk gezelschap een feestmaal aan. Met 25 rijtuigen wordt het gezelschap vervolgens naar Wedde gebracht, waar de eigenaar van de Wedderborg, notaris Johannes Sixtus Gerardus Koning het gezelschap welkom heet. Er volgt een toespraak van de Scheemder dominee Ubbo Peter Goudschaal. De dag erop volgt een toespraak van letterkundige Willem Jonckbloet. Journalist Harco Ilpsema Vinckers schrijft een feestcantate voor de onthulling, theoloog Petrus Hofstede de Groot spreekt een feestrede uit, historicus Willem A. Hecker en Nicolaas Beets dragen elk een vaderlands gedicht voor en dominee Petrus Penon van de Hervormde Gemeente Westerlee-Heiligerlee spreekt een dankzegging uit.

Graaf Adolf wordt nog op een andere wijze herdacht. In het vierde couplet van het Wilhelmus zijn enkele regels aan hem gewijd:

Lijf ende goedt te zamen, heb ick oock niet verschoont,
Mijn broeders hoogh van namen, hebben dit ook betoont.
Graaf Adolph is gebleven in Vrieslandt in den slagh,
Zijn ziel in 't eeuwig leven, verwacht den jongsten dagh.

 

Omdat de diverse steensoorten verschillend reageren op de weersomstandigheden, ontstaan er voor de onthulling al problemen. In latere jaren gaan ook de ijzeren ankers roesten die de onderdelen met elkaar verbonden. In de 20e eeuw is de staat van het monument dusdanig dat verschillende ingrijpende restauraties in 1974, 1987-1988 en 1996 nodig zijn om het in ere te herstellen.
In ieder geval tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw is het monument omringd geweest door grind en een gietijzeren hekwerk. Mogelijk is het hekwerk bij de restauratiewerkzaamheden in de jaren zeventig gesneuveld.

 

Wat er later gebeurt met het beeld

 

In 1874 neemt het Rijk het park over en in 1876 ook het monument. In dat laatste jaar wordt ook met een restant van de gelden het kerkje Graaf Adolf Stichting - 1873 opgericht in Heiligerlee, dat pas later zijn huidige witte uiterlijk krijgt. In 1968 speelt prins Bernhard een prominente rol in de 400-jarige herdenking van de slag. Ergens tussen 1968 en 1971 is het gietijzeren hekwerk verdwenen. Het monument heeft sterk te lijden onder weersinvloeden en moet daarom worden gerestaureerd in 1974 en opnieuw in 1987-'88.

In 1990 wordt het park opnieuw aangelegd. In 1996 moet het beeld wederom worden gerestaureerd. In 2002, 2003 en 2008 wordt het zwaard gestolen, waarbij het beeld ook nog eens wordt beschadigd. In 2013 ziet het Rijk het onderhoud niet langer als zijn taak en zet het beeld en het park te koop. Dit monument is op 15 januari 2016 overgedragen aan de Nationale Monumentenorganisatie.

Historicus uit Groningen is overtuigd van zijn theorie (1).

 

Wordt na bijna 450 jaar duidelijk waar het lichamelijk overschot van Adolf van Nassau, de jongere broer van Willem de Zwijger, is gebleven? Geschiedenisleraar en historicus Lammert Doedens uit Groningen denkt dat hij een eeuwenoud raadsel heeft opgelost. Volgens hem ligt de man die sneuvelde in de Slag van Heiligerlee in de grafkelder van de Lamerbitikirche in Oldenburg.

 

Doedens heeft de universiteit van Göttingen, Groningen en Oldenburg van zijn theorie overtuigd. De Duitse universiteit, zeer geïnteresseerd is in de geschiedenis van deze adellijke familie, laat zelfs DNA-onderzoek doen naar een stoffelijk overschot dat ooit bij een verbouwing onverwacht tevoorschijn is gekomen. Dat DNA zal worden vergeleken met dat van Katherina van Nassau, een zus die in Arnstadt ligt begraven. Hoe dit is afgelopen is niet bekend. In ieder geval is graaf Adolf niet gevonden.

 

Willem I van Nassau, ofwel Willem van Oranje, geschilderd door Anhonie Mor omstreeeks 1554. Dit portret bevindt zich in de collectie van 'Museumlandschaft Hessen-Kassel'. Art-Work number 40899, Bildindex 20093291. Licentie: Public Domain.

 

 

Adolf komt dus op 28-jarige leeftijd om het leven bij het Groningse dorp Heiligerlee als het daar in 1568 het tot een confrontatie komt tussen de legers van Willem van Oranje (onder leiding van de andere broer, Lodewijk) en de Spaanse koning Filips II.

 

Historicus Fruin noemt deze slag de start van de Tachtigjarige Oorlog en de geboorte van de natie.

De nauwe band tussen het nieuwe land en de Nassau-dynastie wordt volgens hem bezegeld met het eerste bloed van deze familie.

Adolf van Nassau wordt genoemd in het vierde couplet van het Wilhelmus.

 

Tot nu toe nemen de meeste historici aan dat het lichaam van Adolf terecht is gekomen in een grafkelder in Emden in Noord-Duitsland.

 

Maar zeker daarvan is niemand. Archieven geven geen uitsluitsel en bij herhaaldelijke opgravingen in de kelder zijn resten niet gevonden.

Daardoor is de laatste rustplaats van deze Nassau honderden jaren een mysterie gebleven.

 

 

 

 

De begrafenis van Willem van Oranje.

 

 

Toch stelt de plaatselijke FDP-fractie een half jaar geleden nog voor om voor Adolf een plaquette in de Grote Kerk aan te brengen. In Emden bevindt zich dus nog wel een harnas, pronkstuk van het museum, dat van Adolf zou zijn geweest. Een DNA-test moet daarover ook uitsluitsel geven. Dat harnas is ook te bezichtigen geweest in de expositie 'Speurtocht naar Graaf Adolf van Nassau' in het Universiteitsmuseum in Groningen. Deze zaak lijkt op die van Richard III in Engeland wiens resten drie jaar geleden na een lange zoektocht zijn ontdekt onder een parkeerterrein in Leicester.

 

DNA moet uitsluitsel geven (2)

 

Uit archiefmateriaal blijkt - tot voor kort onbekend - dat de Oranjes en de Oldenburgers een nauwe band met elkaar hebben gehad. Graaf Anton van Oldenburg is bijvoorbeeld de peetvader van Maurits van Oranje, de zoon van Willem van Oranje.

Daarnaast hebben wetenschappers in 2016 in Oldenburg een graf gevonden met daarin de overblijfselen van dertig mensen. Twee daarvan zijn bij overlijden tussen de twintig en dertig jaar oud. Inderdaad, net zoals graaf Adolf.

 

Wetenschappers gaan in september van dat jaar DNA uit het graf vergelijken met DNA van de zus van Willem van Oranje, Elisabeth van Nassau. Levert dat een match op, dan staat nagenoeg onomstotelijk vast dat de Adolf van Nassau destijds naar Oldenburg is gebracht.

Wordt wellicht vervolgd, maar wanneer? Na het (naast de onderstaande) globaal doornemen van een twintigtal bronnen, blijkt dat schrijvers en historici elkaar tegenspreken.
Zelf heb ik ook nergens kunnen vinden wat het resultaat van het DNA onderzoek heeft opgeleverd.

 

18 februari 2020

 

Op deze dag is een grafkist geopend in het Duitse Dillenburg van een van de nazaten van de Oranjes. 'Daar lag een jongeman van zestien, hij was bijna gemummificeerd. Het was een ontroerend moment. Het materiaal is uitzonderlijk goed bewaard gebleven', zegt historicus Lammert Doedens van het Groninger Universiteitsmuseum. 'Ik was vanochtend bloedjenerveus.'
'Dit geeft goede kansen dat we het dnaprofiel kunnen vergelijken met dat van de mogelijke Adolf. Het DNA is gehaald uit de tandwortels. Er zijn twee tanden weggenomen en ook weer teruggezet.' [5]


Uitslag

 

Over zes tot acht weken (na 18-02-2020) zou de uitslag van het DNA-onderzoek bekend zijn.

Als graaf Adolf uiteindelijk is geïdentificeerd, gaat Doedens gewoon verder. 'Er zijn nog twee broers van Willem van Oranje spoorloos. Lodewijk en Hendrik zijn op de Mokerhei verdwenen en tot de dag van vandaag nooit gevonden.' [5]
De uiteindelijke uitslag is niet bekend gemaakt......

 

Op de voorgrond Dillenburg met op de heuvel het slot Nassau.

 

 

Waarom Dillenburg?

 

Het belangrijkste historische monument van de stad is Slot Nassau te Dillenburg, of wat daarvan over is. Het is het voorvaderlijke kasteel van het Huis van Nassau en staat op een 292 meter hoge heuvel. Juliana van Stolberg heeft daar gewoond, Willem van Oranje, zijn broer Jan VI van Nassau-Dillenburg en vele anderen zijn daar geboren. Tijdens de Zevenjarige Oorlog zijn de Fransen in Dillenburg gekomen. In 1760 beschieten zij het slot vanaf de andere kant van de heuvel. Het slot brandt af, en de resten worden gesloopt. In 1872 financiert Prinses Marianne, dochter van Koning Willem I, de bouw van de Wilhelmturm, waarin nu het Oranje- en stadsmuseum is gevestigd.

 

Op de voorgrond Dillenburg met op de heuvel het slot Nassau.

 

 

Groepsportret van de vier broers van Willem I, prins van Oranje: Jan (1535-1606), Hendrik (1550-74), Adolf (1540-68) en Lodewijk (1538-74), graven van Nassau. De vier graven van Nassau-Dillenburg, de broeders van Willem I, prins van Oranje: Jan de Oude (zittend) Hendrik, Adolf en Lodewijk. Afgebeeld tegen een achtergrond van architectuur. Op de tafel tussen hen in ligt een landkaart, op de grond helmen en stukken van een harnas. Jan heeft een strijdhamer in de hand. Auteur schilderij: Wybrand de Geest (I) (atelier van), ca. 1630, olieverf op doek. Copyright: Puplic Domain. Bron: Rijksmuseum, Amsterdam.

Onder het koor van de voormalige Stiftskirche St. Martin, in 1335 tot 1350 vernieuwd, bevindt zich een gewelf met kruisvormige bogen. Rond de 15 Eeuw zijn daar de Vorsten van Nassau bijgezet aan de oostelijke kant van het zuidelijke schip van de kerk in een familiegraf genaamd Reiterchörlein.

 

In het zuidelijke deel van het koor - de voormalige Sebastiankapelle met een sterrengewelf - is reeds begraven sinds 1509 daarna is het een sacristie georden.

 

In het 'Reiterchörlein' vindt men een dubbelgraf van Adolf II van Nassau - Idstein (1426) en zijn echtgenote Margaretha van Baden - Durlach ( † 1442 ), vervaardigd door de Meesterbeeldhouwer uit Mainz.

 

Het Epitaaf van Filips II van Nassau - Idstein (1558 ) en Adriane van Bergen († 1524 ) bevindt zich daar ook.

 

Vervolgens zijn verschillende grafzerken achter hoofdaltaar te zien en een standbeeld van Johann Ludwig von Nassau - Idstein († 1596 ) en een buste Maria van Nassau - Dillenburg, alsmede overblijfselen van andere grafmonumenten [6].

 

 

 

 

Meer lezen/gerelateerd:
Slag bij Heiligerlee

 

 

Bronnen:

 

- Adolf van Nassau ligt begraven in Oldenburg, Meindert van der Kaaij, 20-01-2016 in De Verdieping (Trouw).

- NPO Radio 1, 22 juli 2018.

- Eindelijk lijkt Adolf terecht, Dagblad Trouw, 20 januari 2016.

- Speurtocht naar Graaf Adolf van Nassau. Een mysterie ontrafeld? Universiteitsmuseum, Groningen, 2016.

- RTV Noord, dinsdag 18 februari 2020.

- HetHuisvanOranje.nl. De Huizen van Oranje en Nassau

 

Literatuur:


- René ten Dam & Marten Mulder, Het verdwenen graf van Graaf Adolf van Nassau. Stichting Dodenakkers.
- Beelden en standbeelden in Groningen: Heiligerlee Gearchiveerd op 2009-10-28.
- Heiligerlee. Voorlopige Rijksmonumentenkaart. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
- K. ter Laan (1954-55), Groninger Encyclopedie, 'Heiligerlee', 'Heiligerlee, Slag bij', 'Adolf van Nassau', 'Adriani, Marcus Jan', 'Bouman, Herman', 'Ilpsema Vinckers, Harco'.
- Peter en René van der Krogt, Adolf van Nassau.

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 7 juli 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top