De grafkelder

 

 In 1796 wordt de grafkelder van de middeleeuwse kerk van Sauwerd geopend. Eeuwenlang heeft deze ruimte gediend als laatste rustplaats voor de Onsta's, de familie die al sinds de 14de eeuw de direct naast de kerk gelegen Onstaborg hebben bewoond. Maar in 1796 stuit men op drie doodskisten waarin geen Onsta's liggen. Volgens de tinnen naamplaten die op de kisten bevestigd zijn bevinden zich hierin de stoffelijke overschotten van Hendrik Ruse, zijn vrouw Susanna Dubbengiesser en zijn moeder Femina van Katwijk.

 

Lees hier meer over de grafkelder.

 

Die tinnen platen zijn er niet meer. Het is niet duidelijk waar ze gebleven zijn. Gelukkig heeft in 1796 de dorpsonderwijzer de teksten genoteerd, zodat we toch weten wat er op heeft gestaan. De tekst op de kist van Hendrik Ruse, overleden in 1679, luidt als volgt:

 

 IN DEESE KISTE IS BESLOOTEN HET LICHAAM VAN DEN WELGEBOOREN HEER HENDRIK, VRIEHEER VAN RUZENSTEIN, ERFHEER TOT SAUWERT, ABIERG, ENT USTRUP ETC. LEUTENANT GENERAAL VAN ZYN KONINGLYKE MAJESTEIT VAN DENEMARKEN ETC. Op de kist van zijn moeder, overleden in 1662, stond: HIER WORDT BESLOOTEN HET GEBEENTE VAN DE ZALIGE E.W. FEMINA VAN KATWYK, UIT DE GESLAGTE DER BESTENS, GEWEEZEN MOEDER VAN HENRIK RUZE, BARON RUZE ETC

 

en op de kist van zijn vrouw overleden in 1678:

 

IN DEEZE TOMBE WORDT HET GEBEENTE BESLOOTEN VAN DE ZALIGE VROU ZUZANNA BARONNESSE VAN RUSENSTEIN, VROUW TOT SAUWERT, IN HAAR LEVEN HUISVROUW VAN DIE HEER HENRIK RUZE, BARON VAN RUZENSTEIN ETC. ETC.

 

In 1796 moet men nog wel geweten hebben wie deze mensen zijn geweest, vooral ook omdat in de kerk een aantal voorwerpen getuigen van de belangrijke positie die Hendrik Ruse eens ingenomen heeft. Zo heeft zich daar een gebrandschilderd glas bevonden met het wapen en het schild van Ruse en een tekst die een indruk geeft van zijn titels en wapenfeiten:

 

HENRIK, VRYHEER VAN RUSENSTEYN, IN DIENST VAN SYNE CONINCKLYKE MAYESTEYT TOT DENEMARKEN EN NOORWEGEN, DER GOTTEN EN WENDEN, HOOG EN VERORDNETE GENERAEL MAJOOR EN GOUVERNEUR DER CONINCKLYCKE VESTUNGH GLUCKSTADT EN ONDERHOERIGE VESTUNGEN, OVERSTE OVER EEN REGIMENT HOOGDUITSCHE TE VOET, ASSESSOR INT CONINCKLYCK CRYGSCOLLEGIE, BARON VAN DE BARONNIE RUSENSTEYN, HEER TOT SAUWERT, OBIERG, USTROP EN GLUT, RIDDER VAN SYN CONINCKLYKE MAYESTEYTS ORDRE ANNO 1673

 

Verder heeft er een rouwbord gehangen dat voor hem vervaardigd is geweest, ook met wapen en schild en de datum van overlijden: 4 maart 1679. Aan het bord heeft een op de Turken veroverd schild gehangen, verwijzend  naar een militaire expeditie op de Balkan waaraan Ruse omstreeks 1646 heeft deelgenomen.

 

 Tenslotte hebben in een hoek van de kerk de overblijfselen van een soort houten zwaan gestaan met een vergulde kroon. Dit kan naar men zegt een deel geweest zijn van de arreslede van Hendrik Ruse of – zoals hij ook genoemd wordt – Baron Rusenstein. Tot aan de sloop van de kerk in 1840 worden de inwoners van Sauwerd dus iedere zondag geconfronteerd met voorwerpen die verwijzen naar deze bewoner van de Onstaborg. Geen wonder dat de naam Ruse bekend is geweest en dat men veel verhalen kan vertellen over deze imposante figuur. Zo meent men in de 18de en 19de eeuw dat hij de zoon is van een schoolmeester uit Sauwerd die omdat hij zo groot is “reus” of “ruse” is genoemd. Volgens de overlevering heeft deze schoolmeesterszoon fortuin en carrière gemaakt in het buitenland en is hij wegens zijn grote verdiensten in Denemarken in de adelstand verheven. De Onstaborg zal hij wel gekocht hebben uit heimwee naar het dorp uit zijn kindertijd. Ook weet men te vertellen dat hij jaarlijks vanuit Denemarken naar Sauwerd komt om er de zomermaanden door te brengen. Maar zoals dat gaat met verhalen, hoe vaker ze worden doorverteld, hoe meer onwaarheden erin sluipen. Zo ook hier. We weten nu dat Hendrik Ruse niet de zoon is geweest van een schoolmeester uit Sauwerd, maar van een dominee uit Ruinen. In dat Drentse dorp wordt hij in 1624 geboren als jongste van vier zonen. Ook is er nog een zusje, Svanne Elisabeth, dat volgens sommige bronnen in 1630 op het slot Onsta te Sauwerd geboren wordt en volgens andere bronnen in Ruinen. Dat de bronnen elkaar tegenspreken, zou kunnen betekenen dat er misschien toch een relatie is geweest tussen Sauwerd en de familie Ruse, zoals de volksoverlevering wil.  

 

Biografie van Hendrik Ruse

 

Zowel historici in Nederland als in Denemarken hebben onderzoek gedaan naar leven en werk van Hendrik Ruse. Er is veel over hem bekend en slechts de grote lijnen worden hier weergegeven. Johannes Rusius, de vader van Hendrik, wordt geboren in Veldhausen in het graafschap Bentheim, eveneens als zoon van een dominee. Hij trouwt in 1613 met Euphemia van Ketwich (op de tinnen plaat Femina van Katwijk genoemd), een dochter van Albert van Ketwich en Mechteld van Besten. De drie oudere broers van Hendrik Ruse studeren aan de universiteiten van Groningen en Franeker. De oudste, Albertus Rusius, wordt later hoogleraar in Leiden. De tweede zoon, Bernhard, wordt dominee in Sleen en de derde zoon, evenals zijn vader Johannes geheten, wordt burgemeester in Maastricht op voorspraak van Constantijn Huygens. Hendrik Ruse volgt een andere weg. Hij is de avonturier van de familie en meldt zich op zijn vijftiende (!) aan bij het Staatse leger. Vier jaar lang trekt hij mee met de troepen van Frederik Hendrik en doet een schat aan militaire ervaring op, waarbij zijn belangstelling vooral uitgaat naar verdedigingswerken en vestingbouw. Daarna neemt hij achtereenvolgens dienst bij de Fransen, de Duitsers en de Italianen. Als in 1646 de Turken richting Europa op marcheren, gaat Ruse met een groep Duitse soldaten naar Venetië en trekt van daaruit door naar Dalmatië (deel van het huidige Kroatië).

 

Zijn kennis van vestingbouw is intussen zo groot geworden dat hij in 1647 als militair ingenieur in dienst komt bij de Venetiaanse generaal Lunardo Foscolo. Omstreeks 1650, na elf jaar buitenland, besluit Ruse terug te keren naar zijn vaderland om ouders en vrienden te bezoeken. Hij reist via Duitsland en maakt onderweg nogmaals een grondige studie van de vestingwerken waar hij langs komt.

 

Ruse in Amsterdam

 

Eenmaal terug in Nederland vestigt hij zich in Amsterdam. Hij is dan 26 jaar en het gaat hem voor de wind. Het stadsbestuur benoemt hem tot buitengewoon ingenieur in dienst van de stad Amsterdam en tot Kapitein over een compagnie voetknechten. Als ingenieur en architect is hij betrokken bij de bouw van de nieuwe Regulierspoort en een tweetal grachtenpanden en tussendoor maakt hij bouwtekeningen voor de kerk van Hoogeveen. Ondanks zijn jeugdige leeftijd vraagt het stadsbestuur zijn advies omtrent de nieuwe verdedigingswerken die nodig zijn bij de Vierde Uitleg (uitbreiding en vergroting) van Amsterdam. Helemaal zeker is het niet, maar mogelijk zijn de ontwerpen voor de nieuwe stadsmuren die in 1663 gebouwd zouden worden mede van zijn hand. Daarnaast is hij ook als koopman actief door de import van boomstammen uit Noorwegen voor zowel de scheepsbouw als voor de geplande nieuwe vestingwallen van Amsterdam. Intussen weet Ruse ook nog tijd te vinden om een boek te schrijven over vestingbouw. Hij komt zo tot nieuwe theorieën en inzichten die haaks staan op het tot dan toe beproefde Oud Nederlandse Vestingstelsel. Zo wordt hij de wegbereider van Menno van Coehoorn, Nederlands bekendste vestingbouwer. In 1654 komt Ruse's boek uit bij de Amsterdamse uitgever Joan Blaeu met als titel:   ‘Versterckte Vesting, uitgevonden in velerley voorvallen, en geobserveert in dese laeste oorlogen, soo in de Vereenigde Nederlanden als in Vranekryck, Duytsland, Italiën, Dalmatien etc door Henrick Ruse, Ingenieur en Capitein over een Compagnie voetknechten der Stad Amsterdam, 1654, by Joan Blaeu (Amst.)’.   Het boek is opgedragen aan de vier burgemeesters van Amsterdam, waaronder Frans Banning Cocq en Dr. Nicolaes Tulp (bekend van respectievelijk ‘De Nachtwacht’ en ‘De Anatomische les’ van Rembrandt). Bijzonder is dat alle etsen en tekeningen in het boek door Hendrik Ruse zelf gemaakt zijn, waarmee hij zijn kwaliteiten als tekenaar en etser bewijst. Door dit boek, dat ook in het Duits en Engels vertaald gaat worden, breidt zijn roem als vestingbouwer zich uit naar het buitenland. In het verschijningsjaar van ‘Versterckte Vesting’ trouwt hij met de welgestelde Susanna Dubbengiesser uit Stockholm, met wie hij een mooi pand aan de Keizersgracht betrekt. Binnen vier jaar worden er drie dochters geboren, waarvan alleen de jongste, Johanna Maria Ruse, in leven blijft.  

 

Opnieuw naar het buitenland

 

Als Hendrik Ruse in 1657 een rondreis maakt door het hertogdom Kleve, gebeurt er iets wat zijn leven opnieuw een wending geeft. De stadhouder van Kleve, Johan Maurits van Nassau, die in de burcht van de stad Kleef woont, nodigt hem uit voor het diner. Waarschijnlijk kennen de mannen elkaar al uit Amsterdam. Johan Maurits van Nassau staat in de Nederlanden bekend als ‘Maurits de Braziliaan’, omdat hij gouverneur van Brazilië is geweest. Wat we nu kennen als Het Mauritshuis in Den Haag is eens zijn woonhuis geweest. Na de maaltijd op de burcht laat Johan Maurits Ruse de werktekeningen zien van een nieuw te bouwen vesting bij Kalkar, iets ten oosten van Kleef. Samen reizen ze de volgende dag naar Kalkar om het terrein waar de vesting moet komen in ogenschouw te nemen. Ruse heeft er wel oren naar om betrokken te worden bij zo'n groot project, maar weet zich gebonden aan zijn contracten in Amsterdam. Johan Maurits schrijft dan persoonlijk een brief naar het Amsterdamse stadsbestuur met het verzoek Ruse te laten gaan. Tegelijk beveelt hij hem aan bij zijn werkgever Frederik Willem, de keurvorst van Brandenburg. In 1658 wordt het contract getekend en komt Ruse als ingenieur in dienst bij de keurvorst. Hij wordt verantwoordelijk voor de te bouwen vestingen van Kalkar en Lippstadt.

Er breekt een hectische tijd aan voor Ruse. Zijn werkzaamheden in Amsterdam moeten worden afgebouwd, zijn bezittingen verkocht, zijn familiezaken geregeld. Tegelijk reist hij heen en weer tussen Amsterdam, Kalkar en Lippstadt. In grote haast, omdat het vertrek naar Duitsland aanstaande is, schrijft hij in juli 1658 nog een artikel van 32 pagina's om de kritiek op zijn boek van een zekere Gerardt Melder - fortificatie-meester van Utrecht - te ontzenuwen. In augustus 1658 vertrekt hij naar Duitsland.   Wat heeft Ruse bezield om juist in dat drukke jaar 1658 de Onstaborg in Sauwerd te kopen? En waarom valt de keus op Sauwerd, een dorp waar hij geen enkele binding mee heeft? Of toch wel?

 

Voordat we daar op ingaan eerst in het kort de verdere levensloop van Hendrik Ruse. Na de keurvorst van Brandenburg komt er een tweede machtige buitenlander in beeld die graag van zijn kennis en ervaring wil profiteren. Hertog Christian Ludwig von Braunschweig-Lunenburg vraagt hem mee te helpen de citadel van Harburg (bij Hamburg) te versterken. In 1659 gaat hij ook daar aan de slag, wat hem dwingt driftig heen en weer te reizen tussen Amsterdam, Kalkar, Lippstadt, Harburg en wie weet Sauwerd. Terwijl de werkzaamheden aan de vesting Kalkar maar niet willen opschieten, verlopen de werkzaamheden in Harburg voortreffelijk. Hertog Christian-Ludwig is zo tevreden over de Hollandse vestingbouwer dat hij in 1660 een gedenkpenning laat ontwerpen met het borstbeeld van Ruse en een inscriptie die betrekking heeft op Harburg. Op de penning wordt Hendrik Ruse al ‘Heer van Sawert’ genoemd.

 

Gedenkpenning uit 1660 met de buste van Hendrik Ruse en de citadel bij Hamburg. Het origineel bevindt zich niet in Nederland, maar in de Koninklijke Bibliotheek van Kopenhagen.

 

 

Denemarken In 1661 komt de volgende opdrachtgever in zijn leven. Dit keer is het koning Frederik III van Denemarken die de beroemde vestingbouwer vraagt de herbouw van de zwaar beschadigde vesting Kopenhagen op zich te nemen. Ruse hapt toe. Gedurende drie jaar werkt hij aan deze vesting, waarbij delen van Kopenhagen – tot grote woede van de inwoners – langdurig ontruimd moeten worden. Maar het resultaat mag er zijn en is anno 2014 nog steeds te bezichtigen. Helaas zit de Deense koning slecht bij kas en in plaats van geld ontvangt Ruse in 1664 de eigendomsrechten van het landgoed Bøvling bij Ringkøbing in Jutland. Ook wordt hij benoemd tot Inspecteur van alle Deense vestingwerken. Ruse is een belangrijk man geworden in Denemarken en gaat ook daadwerkelijk wonen op zijn nieuw verworven landgoed. We weten dat Ruse vanuit Denemarken een aantal keren de vestingbouwwerken in Duitsland heeft bezocht, vooral het tot mislukken gedoemde Kalkar, maar of hij daarbij ook de Onstaborg in Sauwerd heeft aangedaan, is niet bekend. Wel weten we dat in 1662 zijn moeder Euphemia van Ketwich overlijdt en wordt bijgezet in de grafkelder van de oude kerk van Sauwerd. Het is niet onwaarschijnlijk dat Hendrik Ruse daarbij aanwezig is geweest.  

 

In 1673 wordt Ruse in Denemarken tot Generaal-majoor benoemd en iets later tot Generaal-luitenant. In datzelfde jaar wordt hij door koning Christiaan V, de opvolger van Frederik III, in de adelstand verheven. Hij mag zich voortaan Baron van Rusenstein (Rysensteen) noemen. Ook wordt hij benoemd tot Gouverneur en militair commandant van de stad Glückstadt. Uit hetzelfde jaar stamt het gebrandschilderde glas uit de verdwenen kerk van Sauwerd, waarop alle boven vermelde functies (en meer) worden genoemd.

 

De laatste jaren in het buitenland raakt Ruse steeds meer in conflict met allerlei personen en instanties, waarbij hij zelfs enige tijd verbannen wordt naar Trondheim in Noorwegen. Ook daar blijft hij actief, want hij bouwt er nog een aantal versterkingen, onder andere in de Noorse stad Bergen, maar het enthousiasme is weg en hij wil terug.  

 

De Onstaborg van Sauwerd, zoals deze door Jacobus Stellingwerf is getekend in de 18e eeuw.

 

 

Hendrik Ruse in Sauwerd

 

In 1677 keert hij definitief terug naar Nederland en vestigt zich op de Onstaborg. De borg die tijdens de 80-jarige oorlog zwaar te lijden heeft gehad, is intussen gerestaureerd. Wanneer dat gebeurd is weten we niet, maar vermoedelijk heeft Ruse hier zelf de hand in gehad. Hij is niet voor niets ingenieur en architect. Ook de grachten en de bijbehorende terreinen worden door hem aangepakt. De huidige Singelweg bijvoorbeeld wordt aangelegd in een vierkant patroon dat – zoals je dat van een vestingbouwer kunt verwachten vorm en lijnen van de binnengracht herhaalt. Helaas gaat daarbij wel het zuidwestelijk gedeelte van de oude ringweg rond de wierde verloren. Lang heeft Ruse niet ongestoord van zijn Onstaborg kunnen genieten. Al na een jaar overlijdt zijn vrouw Susanna, ‘Vrouw tot Sauwert’, zoals op haar doodskist staat. Ze wordt bijgezet in de grafkelder van het naastgelegen middeleeuwse kerkje. En in datzelfde jaar vindt nog een gebeurtenis plaats waar het dorp z'n ogen op zal hebben uitgekeken. In augustus 1678 trouwt de 20-jarige Johanna Maria Ruse in de kerk van Sauwerd met de Deense officier Christiaen Juel. Het kleine kerkje zal gevuld zijn geweest met rijk geklede bruiloftsgasten, waarvan er vele vermoedelijk uit Denemarken zijn gekomen. Nog geen half jaar na het huwelijk van zijn dochter overlijdt Hendrik Ruse zelf, nog maar 55 jaar oud. Ook hij wordt bijgezet in de grafkelder van de kerk van Sauwerd, waar zijn moeder en zijn vrouw hem zijn voor gegaan. Zijn enige dochter erft de Onstaborg en de overige bezittingen in Amsterdam en in Denemarken.

 

Waarom de Onstaborg in Sauwerd?

 

Waarom Ruse de Onstaborg in Sauwerd gekocht heeft en waarom juist in dat hectische jaar 1658, is niet bekend. Toch zijn er wel wat aanknopingspunten die in een bepaalde richting wijzen. Het eerste aanknopingspunt heeft te maken met Ruinen, de geboorteplaats van Hendrik Ruse. Zijn vader volgt daar in 1623 Patroclus Romelingh op als predikant. Deze Patroclus kent Sauwerd. Hij heeft er gewoond in de oude weem tegenover het kerkje en vlakbij de Onstaborg. Patroclus is vroeg wees geworden en in huis gekomen bij zijn oom en tante Bokelman. Zijn oom, Henricus Bokelman, is de eerste dominee van Sauwerd van na de reformatie. Een interessant man over wie veel te vertellen valt, maar hier is vooral belangrijk dat hij zowel in Sauwerd als in Ruinen dominee is geweest. Hij overlijdt in 1603 in Ruinen en wordt daar opgevolgd door zijn neef en pleegzoon Patroclus Romelingh, die intussen in Franeker is afgestudeerd als theoloog.  

 

De families Ruse en Romelingh zullen nauw met elkaar verbonden blijven. Patroclus Romelingh trouwt met de adellijke Aline Ovingh en in 1614 wordt hun zoon Conradus geboren, die in 1652 in Ruinen gaat trouwen met Svanne Elisabeth Ruse, het jongere zusje van Hendrik. Door zijn huwelijk wordt medicus Conradus Romelingh een zwager van Hendrik Ruse. We kunnen rustig aannemen dat hij Sauwerd en de Onstaborg kent uit de verhalen van zijn vader. Het is dan ook niet zo gek dat Ruse in 1658 juist hem vraagt de zakelijke kant van de aankoop van de Onstaborg op zich te nemen, omdat hij er zelf geen tijd voor heeft. Uit documenten betreffende het geslacht Romelingh weten we dat Conradus Romelingh in 1663 met zijn gezin naar Denemarken verhuist en garnizoensarts wordt in Kopenhagen. Nog later wordt hij de lijfarts van de Deense koning. Dat hij deze prestigieuze functies weet te verwerven, heeft hij ongetwijfeld mede te danken aan zijn in Denemarken toen al beroemde zwager Hendrik Ruse. Conradus Romelingh heeft ook nog een tijdje in Sauwerd gewoond. Van 1670 tot 1672 is hij met vrouw en kinderen terug in Nederland om tijdelijk de Onstaborg te beheren. In die periode overlijdt zijn jongste zoon, die in Sauwerd begraven ligt.  

 

En dan is er nog een aanknopingspunt. Op de tinnen plaat op de doodskist van Femina van Katwijk, Hendriks driks moeder, wordt aangegeven dat zij ‘uit de geslagte der Bestens’ komt. De naam Van Katwijk (Ketwich) gaf kennelijk te weinig informatie over wie zij is geweest. De familie Bestens of Van Besten is een adellijke familie uit de graafschap Bentheim. Ruse's grootmoeder was Mechteld van Besten, die door haar eerste huwelijk met Simon van Dedem veel bezittingen verwerft in zowel het graafschap Bentheim als in Overijssel. Haar zoon uit dit huwelijk, Conrad van Dedem, maakt deel uit van de ridderschap van Bentheim. Uit haar tweede huwelijk met Albert van Ketwich worden Evert en Euphemia van Ketwich geboren. Evert, een volle oom van Hendrik Ruse, trouwt in 1622 met Johanna Ubbena, dochter van Duirt Ubbena en Hille Lewe. Groninger adel!   We kunnen constateren dat Ruse in vrouwelijke lijn familiebanden heeft met de Bentheimse en de Groninger adel. Het is niet onmogelijk dat hij als kind met moeder en/of grootmoeder hun borgen en kastelen heeft bezocht en hun leefwereld heeft leren kennen. Het is zelfs niet onmogelijk dat één van die kastelen de Onstaborg in Sauwerd is geweest, want in de graafschap Bentheim wonen destijds ook nazaten van de familie Onsta de kinderen van Eilke Onsta en Schotte de Bever en van Ida Onsta en Roelof van Munster - die ongetwijfeld nog contacten onderhouden met het voorvaderlijk kasteel in Sauwerd. Zo kan het verhaal dat Hendrik Ruse Sauwerd kent uit zijn kinderjaren, toch waar geweest kunnen zijn.

 

Volgens de overlevering brengen Hendrik Ruse en zijn vrouw de zomermaanden door op de Onstaborg. Maar de overige maanden? Stond de Onstaborg dan leeg?

Vermoedelijk niet. Het feit dat Femina van Katwijk, Hendriks moeder, in de grafkelder van Sauwerd is bijgezet doet vermoeden dat zij op de Onstaborg heeft gewoond. Ze overlijdt vier jaar na aankoop van de borg, als haar zoon en zijn familie al in Denemarken wondn. Kan het misschien zo geweest zijn dat Hendrik Ruse, na het overlijden van zijn vader, de Onstaborg heeft aangekocht om zijn moeder een goed huis te bieden, in overeenstemming met haar afkomst? Dat Conradus Romelingh, haar schoonzoon, de transactie doet, kan mede in die richting wijzen.   Wie na de dood van Hendrik Ruse de Onstaborg bewoont is niet helemaal duidelijk. Johanna Maria Ruse, de nieuwe eigenaresse, woont met haar echtgenoot in Denemarken. Na haar dood in 1712 wordt de borg eigendom van haar zoon Ove Henrik Juel (1685-1749), die de borg van zijn grootvader nog datzelfde jaar doorverkoopt aan Johan Harmen Keizer, gedeputeerde van Stad en Lande en lid van de Staten-Generaal. Dat deze man geboren is in de graafschap Bentheim zullen we maar als een bizar toeval zien. Zijn erfgenamen verkopen in 1725 de Onstaborg met alle rechten aan Alegonda Maria Tjarda van Starkenborgh, eigenaresse van de borg Nieuw Onsta in Wetsinge, waarna de Onstaborg van Sauwerd wordt afgebroken.

 

Langzamerhand verdwijnen ook de andere sporen die Hendrik Ruse in Sauwerd heeft achtergelaten. Het gebrandschilderde glas wordt na de afbraak van de kerk in 1840 geschonken aan de Baron von Rusenstein in Kopenhagen, een nazaat van Hendrik Ruse. Het rouwbord met wapen en schild wordt in 1795 uit de kerk verwijderd en in 1844 verkocht naar Denemarken. De huidige verblijfplaats van beide voorwerpen is niet bekend. De tinnen naamplaten op de drie doodskisten waarmee dit artikel begint zijn spoorloos verdwenen, evenals de overblijfselen van de slede van Hendrik Ruse.

 

Als in 1894 de grafkelder op het oude kerkhof aan het Hoogpad instort en een paar mensen door het ontstane gat afdalen in de donkere ruimte vinden ze daar een wanordelijke opeenhoping van geraamtes, schedels en vergane grafkisten. Een buitengewoon grote schedel wordt toegeschreven aan Hendrik Ruse, die immers fors van gestalte is geweest. Enige weken na de instorting van het gewelf besluit de gemeente de eeuwenoude grafkelder op te ruimen en af te breken. Waarmee de laatste sporen van deze bijzondere dorpsgenoot, die een van de belangrijkste vestingbouwers van Noord-Europa is geweest, worden uitgewist.

 

De Onstaborg van Sauwerd.

 

Literatuur:
* A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-1814  (Assen/Amsterdam 1977), met aanvullingen en correcties door R.H. Alma.

* Mr. J.C. de Jonge - Over Hendrik Ruse / medegd. door J.C. de Jonge.  (ca. 1843) Koninklijk-Nederlandsch Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten (Amsterdam). Volume 3.
* Johan de Wal - De Deensche veldoverste Hendrik Ruse, een geboren Drenthenaar (1850)

* A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, deel 16, Haarlem 1874
* Genealogie Van Besten, uit Bentheim, Twente, Gelderland. Van Batenborgh Stichting
* G.D. Boonstra-Ludden, Fragmenten uit de geschiedenis van Sauwerd/ Contactblad 1974
* Familieregister Romelingh (www.romelingh.com)
* Christian Kramm, J. Immerzeel jr.: De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters van het begin der vijftiende eeuw tot heden. J.C. van Kestern & Gebr. Diederichs Verlag, 1842-1861.
*  Drs. R.H.M. van Immerseel m.m.v. ing. B. Jonker - De Onstaborg te Sauwerd.Uitgave van de Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen, 2007

 

Hoofdbron:
Gerta Boonstra, Diepgang, een kroniek van drie dorpen langs het Reitdiep. Een uitgave van de Historische Kring Ubbega. Jaargang 2, nr. 6, november 2014.

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 21 augustus 2018.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top