Het werkschip van de Provinciale Waterstaat van Groningen, de Thomas van Seeratt, genoemd naar een slavenhandelaar en weldoener.

 

Mogelijk heb je hem misschien wel eens zien varen, de Thomas van Seeratt, het werkschip van Provinciale Waterstaat van Groningen, dat wordt gebruikt voor het onderhoud van bruggen en kanalen. Het is een schip met een mysterieuze naam waar een bijzonder verhaal en een slavernijverleden aan vast zit.

 

Thomas van Seeratt, slavenhandelaar en dijkenbouwer

 

De naam ‘Van Seeratt’ heeft de naamgever vermoedelijk overgehouden aan zijn tijd als zeeman. Volgens de inleiding op zijn ‘journaal’ heeft Thomas ‘eenige ende twintig jaeren’ de zee bevaren voor hij in de maand september 1716 door de Staten van Stad en Lande wordt aangesteld als ‘commijs provinciaal’, een soort hoofdingenieur van de provinciale waterstaat.

 

Als Thomas van Seeratt op 1 juni 1716 voor anker gaat op de rede van Texel heeft hij een buitengewoon succesvolle en winstgevende reis achter de rug. Tijdens de overtocht van Afrika naar Amerika overleden er 'slechts' negen van de 522 slaven aan boord van zijn schip ‘De Nieuwe Post’.

 

Van Seeratt verovert onderweg ook nog een ‘Lorredraaier’, een illegale slavenhaler, met nog eens 194 slaven aan boord. Zodat hij aangekomen op Curaçao maar liefst 707 mensen kan verkopen. Het is een mooie winst voor zijn werkgever: De Kamer van Stad en Lande van de West-Indische Compagnie.

 

Mysterieuze persoon

We weten weinig over Thomas van Seeratt. Hij wordt in oude stukken ook wel ‘Von Seeratt’ of ‘Von Zeerat’ genoemd. Zijn exacte geboortedatum is onbekend, maar hij moet rond 1676 in Zweden zijn geboren. Hij gaat al jong naar zee en maakt daar carrière.

 

Rond 1707 is hij in dienst van de WIC, de West-Indische Compagnie, en maakt hij verschillende reizen naar Afrika als kapitein van slavenschepen. Hij moet zijn opgevallen, want als hij in 1716 terugkomt in Nederland wordt hij aangesteld als hoofd van de Provinciale Waterstaat (commies-provinciaal) van Groningen.

 

Zijn leven

Het is Thomas Seeratt of Seeratt, waterbouwkundige te Groningen in de eerste helft van de 18de eeuw, die zich uitzonderlijk verdienstelijk heeft gemaakt door het herstellen en verbeteren van de dijken en zeeweringen na de watervloed van 1717. Het volledig overzicht van deze werkzaamheden is bewaard gebleven in een door hem geschreven journaal, dat nog altijd van grote waarde is voor de kennis van de bedijking uit die tijd.

 

Het jaar van zijn geboorte en overlijden kan tot dusver dus niet worden vastgesteld, maar naar de naam te oordelen doet deze zowel als die van zijn vrouw Johanna Schottaway aan vreemde afkomst denken. Thomas van Seeratt wordt omstreeks 1676 geboren in de omgeving van het Zuid-Zweedse Jönköping. Zijn vader is een edelman van Silezische afkomst en heet Hans Baltzar von Rappholt. Dat Thomas in Zweden wordt geboren dankt hij waarschijnlijk aan zijn moeder, die van Estlandse en Zweedse afkomst is.

 

Commies Provinciaal

Seeratt wordt in 1716 onder de titel van ‘Commies Provinciaal’ door het ‘Provinciaal Bestuur van Groningen’ aangesteld tot hoofdambtenaar van de waterstaat, een tak van dienst welke echter destijds, als verreweg het merendeel van die werken tot de afzonderlijke waterschappen, de zijlvestenijen behoort, niet die grote betekenis heeft welke zij later verkrijgt. Opmerkelijk is deze benoeming in zover dat iemand wordt gekozen die voor deze betrekking niet is opgeleid, noch veel daarin werkzaam kan zijn geweest. Als hem dit eens wordt voorgeworpen, beroept hij zich ook slechts op datgene wat hij twintig jaren lang als zeeman op het gebied van vloed, stroom en storm heeft leren kennen, alsmede de zeeweringen die hij in andere landen heeft gezien. Gelijk het door hem wordt uitgedrukt: ‘behoefde zulk een persoon niet onbekwaam geacht te worden om tegen de zee te arbeiden.’ Men mag echter aannemen dat Seeratt vrij zeker reeds bij zijn aanstelling als een betrouwbaar deskundige heeft bekend gestaan.

 

Eveneens worden bouwwerken aan hem opgedragen, zo al in het eerste jaar een onderzoek naar de bouwvallig geworden academiekerk, welke vervolgens onder zijn toezicht een belangrijke herstelling ondergaat.

Verdienstelijker openbaart zich nochtans Seeratt ‘s werkzaamheid als hij tevens in het begin van deze dienstbetrekking wordt belast met een algemeen onderzoek van de zeeweringen in deze provincie. In een uitgebreid rapport hierover uitgebracht wijst hij nu op de geheel onvoldoende toestand, waarin deze verkeren en hoezeer het dijkwezen in zijn gewest achter staat bij dat van het naburige Friesland. Dit heeft tot gevolg dat op zijn advies de Staten het besluit nemen met spoed belangrijke verbeteringen aan te brengen.

 

Kerstvloed van 1717

Nauwelijks is men hiermee begonnen of in 1717 komt de grote kerstvloed, doorbreekt en vernielt zo goed als alle zeedijken en overstroomt het grootste deel van de provincie. Onmiddellijk, nog tijdens de vloed geven de Staten Seeratt alle volmacht, eerst voor redding van mensen en vee, daarna voor onderzoek en maatregelen tot herstel. Van Seeratt weet wat er moet gebeuren en hij zet gelijk een reddingoperatie in gang. Als het de volgende ochtend licht wordt staat het zeewater tot aan de poorten van de stad Groningen. Meer dan tweeduizend mensen verdrinken bij wat de geschiedenis in is gegaan als de Kerstvloed van 1717.

 

Thomas van Seeratt tracht met man en macht te redden wat maar mogelijk is.

 

Aan dit vertrouwen heeft de werkzame man op voortreffelijke wijze beantwoord. Om de onmisbare eenheid en samenwerking bij de uitvoering te verkrijgen wordt Seeratt aan het hoofd gesteld van het gehele plan van de bedijking, ook die gedeelten welke in gewone tijden aan afzonderlijke corporaties zijn opgedragen. Onder zijn voortvarende leiding gelukt het reeds in 1718 zover met het omvangrijke werk gereed te komen, dat de geheel openliggende provincie voor overstromingen weer behoorlijk beveiligd is.

 

Slechts met overmacht van werkvolk heeft Seeratt dit kunnen bereiken, soms staan tot 4000 man onder zijne bevel. De beide volgende jaren kan het geheel worden voltooid. Niet alleen zijn dan de ontredderde dijken met zijn sluizen en waterkeringen geheel hersteld, doch tevens aanzienlijk verzwaard en versterkt, zodat een aanmerkelijk groter beveiliging is verkregen. Hij toont een enorme werkkracht, ondanks dat hij kampt met tegenwerking en miskenning, maar hij heeft een sterk lichaamsgestel en onversaagde moed en weet alle afmattingen te doorstaan, getuige het door hem nagelaten journaal. Tot invoering van al zijn voorstellen om een betere regeling voor het onderhoud en oppertoezicht van de werken te verkrijgen, hebben de Staten echter jammer genoeg niet kunnen besluiten.

In 1721 verwisselt Seeratt deze drukke verantwoordelijke betrekking met de rustiger en zeker meer lucratieve van Provinciaal Rentmeester, waartoe hij inmiddels in 1719 is benoemd. Waarschijnlijk zal het aanvankelijk combineren van zo’n ongelijksoortige werkkring mede zijn aan te merken als een beloning van zijn grote verdiensten. Laatstgenoemde betrekking wordt door hem vervuld tot 1735. Waarschijnlijk is hij toen, of anders in een van de eerstvolgende jaren overleden, want in 1740 verkoopt zijn weduwe het door haar bewoonde huis in de Oude Boteringestraat te Groningen.

 

Het aangehaalde journaal of gedenkschrift van zijn werkzaamheden als ‘Commis Provinciaal’, heeft hij opgedragen aan de ‘Heeren der Ommelanden’ en is ingeleverd in december 1730. Daarvoor krijgt hij bij besluit der Staten een honorarium toegekend van 100 zilveren ducaten[1][2].

 

Zijn ‘Journaal’

In zijn ‘journaal’ beschrijft Van Seeratt ‘veele en groote voorvallen’, die naar zijn mening ‘behoorde in gedagtenisse te zijn voor de naekomelingen’. De Kerstvloed is een van de eerste ‘groote voorvallen’.

 

De dag voor kerst 1717 gaat de ‘commijs provinciaal’ met een schip naar Reide ‘al waar het water soo laag was, dat een out heijbaas van 80 jaeren, altijt daar gewoont hebbende, verklaarde sulks daar noiet gesien te hebben’. De dreigende lucht doet Van Seeratt denken aan luchten zoals hij die uit West-Indië kent, als er een orkaan op komst is. Hij gaat snel naar Delfzijl om van daar met de trekschuit naar Groningen terug te keren.

 

De volgende dag, in de nacht van 24 op 25 december, breekt de dijk op meerdere plaatsen door en loopt het grootste deel van de provincie onder water. De laatmiddeleeuwse dijken kunnen de waterdruk niet weerstaan. Dagen van tevoren heeft het al gestormd vanuit het zuidwesten. Daardoor is het water vanuit de zuidelijke Noordzee richting het noordoosten gestuwd. Ook heeft het overvloedig geregend, waardoor de landerijen drassig zijn geworden. Het waterpeil in de rivieren is extreem hoog en de dijken zijn verzadigd. Om twee uur in de nacht draait de wind naar het noordwesten en neemt tot orkaankracht toe. Het opgestuwde water van de noordelijke Noordzee komt met grote snelheid op de Groningse kust af. Er ontstaat een muur van water.

 

Een Duitse afbeelding van de Kerstvloed.

 

Soms  zijn er verhalen van wonderbaarlijke reddingen:

‘By Ulrum, op de Panster, was een Meyd agter in ‘t huis en rieds in ‘t waater dog hier had het waater geen plaats voor deese Meyd dies smeet een golf derselve op een losse Koe, die met de Meyd naa ‘t binnen huus stapte, in ‘t welk de een soowel als de andere wierd behouden’.

 

Vanaf de stadswallen van Groningen ziet men om vier uur in de middag van Eerste Kerstdag rondom niets dan water: ‘huizen en kercken daarin staande, sijnde een droevige gesichte’, schrijft Van Seeratt in zijn journaal.

Van Seeratt leidt de reddingsoperatie, veel mensen kunnen worden gered omdat ze naar hoger gelegen plekken zijn getrokken, vooral naar de kerken die vaak op een wierde staat, maar hij kan niet voorkomen dat er bij de Kerstvloed 2091 mensen verdrinken.

 

Op deze afbeelding is te zien hoeveel 'huysen' zijn weggeslagen door de golven en hoeveel 'menschen', 'hoornbeesten'(koeien), 'peerden', 'verkens' en 'schapen' in de dorpen links zijn verdronken tijdens de Kerstvloed van 1717.

 

Hij krijgt de opdracht om zoveel mogelijk mensen, dieren en goederen te redden, waarbij hij hulp krijgt van militairen. Van Seeratt, die al eerder gewaarschuwd heeft tegen de zwakke dijken, heeft blijkbaar zijn plannen al klaar. Hij vordert onmiddellijk alle schepen in de stad om de volgende morgen direct uit te kunnen varen om zo de mensen en beesten zo veel mogelijk te hulp te komen en van noodrantsoenen te voorzien, bestaande uit ‘... broodt, bier, versch waater en andere noodwendigheden, om de van honger, koude en andere elende op zolders, hooi en stroo zittende kermende en noodlijdende landluiden te hulpe te koomen, en te laaven’.

 

In Nederland, Duitsland en Denemarken ligt het totaal aantal op circa 11.000 mensen, 11.441 koeien, 3063 paarden en 20.953 schapen. Verder gaan er 1430 huizen verloren.

 

Volgens het journaal maakt Van Seeratt tussen eerste kerstdag en drie januari dagen van zes uur ’s morgens tot tien of elf uur ’s avonds, zonder tijd te hebben ‘om des middags in mijn huis te spijsigen’.

 

De Kerstvloed komt voor Van Seeratt niet als een verrassing. Direct na zijn aanstelling wijst hij het provinciebestuur al op de slechte staat van de Groningse dijken. Uit angst om flink in de buidel te moeten tasten, werpen de provinciale bestuurders tegen dat de dijken ‘nu beter waren als bevoorens’ en dat de oud zeeman ‘niet veel kennisse’ van dijken heeft, maar de watersnoodramp bewijst Van Seeratts gelijk.

 

Na de Kerstvloed stelt Van Seeratt zich ten doel er voor te zorgen dat een dergelijke overstroming nooit weer kan plaatsvinden. Hij bekijkt overal in de provincie de toestand van de dijken, zelfs onder de meest barre omstandigheden. Zo schrijft hij over de ijskoude dertiende januari 1718 dat hij samen met provinciaal timmerman en aannemer Albert Aszijs van Wehe naar Zoutkamp gaat ‘met lijfsgevaar’.

 

Alleen dankzij door Van Seeratt meegebracht ‘liqueurs offte brandewijn’ overleven zij. Zelf wordt hij de volgende dag weliswaar ernstig ziek, maar Van Seeratt neemt thuis nog een halve fles wijn, zweet wat en wordt ‘also door des Heeren zegen wederom gesont’.

 

Het zijn niet alleen de elementen die wel eens tegen zitten. Bij de uitbesteding van een aantal panden van de dijk gaat het er op 27 augustus 1718 heftig aan toe. Een Amsterdamse oproerkraaier krijgt van Van Seeratt persoonlijk een klap met een dijkwerkersstok ‘tuszen hooft en schouder’. Maar pas als één van de aanwezige ruiters ‘sijn houwdegen’ trekt, kan de ‘commijs provinciaal’ tot zaken komen met werkwillende ‘inlanders en de Vriesen’.

 

De opstand te Aduard

In een akte van augustus 1718 wordt bepaald dat de inwoners van het Westerkwartier een afkoopsom van 22.000 gulden moeten opbrengen. Het werk aan de dijken zou dan door anderen worden gedaan. Er worden plakkaten aangeplakt en van de preekstoel wordt afgekondigd dat, indien de inwoners van het Wester kwartier verzet zullen plegen of niet zullen betalen, er arrestaties zullen volgen. Maar ondanks het dreigement komt er nauwelijks geld binnen. Integendeel!

 

Op 4 oktober 1718 trekt een aangroeiende menigte Westerkwartierders richting Aduard, waar ze ‘de borgh van den heer van Aduwert willen schenden’. Hun woede richt zich op borgheer Evert Joost Lewe, die zij verantwoordelijk achten voor het geldbedrag dat ze moeten betalen. De Gedeputeerden, rekening houdend met een oproer, sturen een goed bewapende militie naar Aduard en verzoeken tegelijkertijd Friesland om versterking. Vlak bij de borg ontstaan enkele gevechten waarbij boeren en soldaten flink op elkaar inhakken. Daarbij vallen doden en gewonden. Pieter Jacobs, een opstandeling uit Wierum, wil Lewe met een bootshaak te lijf gaan waarop de Heer van Aduard de militie verzoekt deze kerel aan te vatten of overhoop te schieten. Hierop volgt geen schot, maar wel slaat een of­ficier Jacobs met de kolf van zijn snaphaan (geweer) tegen de vlakte. De militie ontwapent de opstandelingen, drijft ze uiteen en arresteert een aantal rad­draaiers, waaronder Pieter Jacobs. Pas zes dagen later geven Stad en Lande toestemming de lijken, die al een weerzinwekkende geur verspreiden, weg te halen en te begraven.
Hiermee is het verzet gebroken en komt er weer geld binnen in de provinciale kas.

 

 

Op deze afbeelding van een doorsnede van een zeedijk is duidelijk te zien hoe de toestand is geweest vóór 1717 en nadat Van Seeratt de dijken heeft verstevigd. Ook staat aangegeven hoe de dijken er tegenwoordige bij liggen, et een verbreding van oorspronkelijk 20 meter naar 100 meter en met een hoogte van NAP +3.3 meter naar NAP +9.2 meter. Het is de bedoeling van Rijkswaterstaat dat de dijken nog verder worden versterkt en verhoogd in verband met de stijging van het zeewater.

 

 

Verbetering van de dijken

Ondanks de problemen slaagt Thomas van Seeratt erin de Groningse dijken te verbeteren. De tekeningen achterin zijn ‘journaal’ laten zien dat de nieuwe exemplaren aanzienlijk hoger en breder worden dan de oude. In 1721 krijgt hij de beloning voor zijn inspanningen. Het Aduarder zijlvest schenkt hem een zilveren lampetkan en schotel en het provinciebestuur promoveert hem tot ‘rentmeester’.

 

Thomas van Seeratt heeft meerdere tekeningen gemaakt van hoe de dijken eruit moeten zien. Bovenstaand heeft hij de 'Oude Fimel of Dollerdijk', de 'Nieuw Verswaarde Dollerddijk', alsmede de 'Oude Midwolderdijk' en de 'Nieuw Verswaarde Dijk' getekend. De maten heeft hij weergegeven in voeten.

 

Het Calmershuis staat in Groningen en is een van de oudste stenen huizen van de stad, gebouwd rond 1250. Het is genoemd naar burgemeester Barolt Calmar (of Barwoldi Calmers), die er in 1338 heeft gewoond. In 1465 duikt voor het eerst de naam 'Kalmershuis' op naar deze vroegstbekende bewoner. Eeuwenlang wordt het huis bewoond door vooraanstaande families. Het staat aan de Oude Boteringestraat, op de hoek van de Broerstraat. Het huis dat nu bekendstaat als het Calmershuis wordt waarschijnlijk al genoemd in middeleeuwse bronnen. Het is zeer waarschijnlijk een van de panden die na de inname van de stad door de Ommelanden in 1338 van hun weergang ontdaan moeten worden. Ook in 1251 is er sprake van een huis dat wordt aangepakt terwijl twee jaar later sprake is van versterking van het Broerklooster met steenhuizen.
In de 18e eeuw bewoont de Zweedse zeekapitein Thomas van Seeratt het Calmershuis. Nadat hij jaren kapitein is voor de WIC kamer Stad en Lande, wordt hij in 1716 benoemd als hoofd van de Provinciale Waterstaat. De grote kerstvloed van 1717 is een belangrijke reden voor Seeratt om alle dijken om de provincie aan te willen pakken. Na enkele hervormingen in het provinciaal bestuur krijgt Seeratt hier eindelijk het recht toe en kan hij de provincie beschermen tegen de volgende vloed.

Foto: Calmershuis, 1969. Foto Fotobedrijf Piet Boonstra, Groninger Archieven (1785-18357 ) Boteringestraat.


Oprichting van de West-Indische Compagnie

Het is ongeveer 400 jaar geleden dat de West-Indische Compagnie is opgericht en Groningen krijgt binnen deze compagnie zijn eigen 'afdeling'. De Kamer van Stad en Lande die voor 1/9de aandeelhouder is van de compagnie wat het recht geeft om ieder negende schip dat op slaventocht gaat uit te rusten. Thomas van Seeratt heeft voor de stad Groningen zeer veel slaven vervoerd en verkocht.

 

In totaal vervoeren Nederlandse handelaren zo'n 554.000 slaven. De Kamer van Stad en Lande heeft naar schatting zo'n 30.000 Afrikanen naar Amerika gedeporteerd en daar als slaaf verkocht. Het werkschip met de naam Thomas van Seeratt is een van de weinige zaken die nog herinnert aan deze periode.

 

De woning van Van Seeratt

Van Seeratt blijft aan de Oude Boteringestraat wonen tot aan zijn dood in 1736. Zijn weduwe – Anna Schotthoway – verkoopt het huis in 1743. Het kolossale pand maakt jaren onderdeel uit van het Wolters-Noordhoff complex en is nu al meer dan twintig jaar het onderkomen van de ‘Open Universiteit Nederland’.

 

Het biedt hem de mogelijkheid om naast het buiten Overwater, dat hij sinds 1719 in Hoogezand bezit, ook in de stad een groot huis te kopen. Op 26 oktober 1722 koopt hij van jonker Onno Tamminga van Alberda en diens echtgenote Josina Petronella Clant het grote huis op de hoek van de Broerstraat en de Oude Boteringestraat. In 1730 schrijft hij hier zijn ‘journaal’. Op 14 december sluit hij het af met de verzekering dat hij in zijn periode als commies provinciaal ‘veele duisenden voor de provincie hebbe bespaart[3].

 

Wat nu met ‘de’ Thomas van Seeratt?

Maar kan dat wel anno 2021? Een schip vernoemen naar een succesvolle kapitein van een slavenschip? Iedereen mag natuurlijk een actie beginnen om het schip om te dopen, maar leg liever de Thomas van Seeratt in het voorjaar van 2022 naast het Groninger Museum. Daar is dan een tentoonstelling over ons Groninger slavernijverleden.

Op het dek van het schip is ruimte genoeg voor een tent of een paar containers waarin je een expositie kunt houden over de bijzondere naamgever van dit schip. En daar varen we dan mee door de provincie om overal het verhaal te vertellen. Van Thomas van Seeratt, een bijzondere man die net zo makkelijk carrière heeft gemaakte in de Waterstaat als in de slavenhandel.

 

Foto boot: de Thomas van Seeratt, 30 meter lang en 8 meter breed; diepgang 1.10 meter. Het schip heeft een kraan aan boord, die ook kan worden gebruikt als hoogwerker. Het schip heeft ook een werkplaats aan boord en is ontworpen door Vripack International uit Sneek en onder meer geïnspireerd op een luchtverkeerstoren. Het schip is in maart 2012 in gebruik genomen.

 

De provincie Groningen is in het bezit van een aantal werkschepen. Twee daarvan varen op diesel en worden daarom binnenkort vervangen door elektrisch aangedreven exemplaren. De Statenfractie van GroenLinks heeft er in de Statencommissie voor gepleit om de naam van het provinciale werkschip ‘Thomas van Seeratt’ te wijzigen.

Thomas van Seeratt (1676-1736) is behalve een expert op het gebied van watersystemen dus ook kapitein op slavenschepen geweest. Hij heeft destijds grote aantallen onschuldige mensen uit Afrika naar helse omstandigheden gebracht. ‘Een naam dus waar bloed en mensenrechtenschending aan kleven. Dit alles in dienst van Stad en Lande hier in de Provincie Groningen’, aldus GroenLinks Statenlid Melissa van Hoorn. Zij vindt het niet gepast om het nieuwe schip weer de oude naam te geven en gaat er vanuit dat de naam van het schip wordt aangepast. Zij steunt het idee van journalist Reinder Smith om dit oude werkschip naast het Groninger museum te leggen tijdens de tentoonstelling over slavernij die daar begin volgend jaar plaatsvindt[4].

 

Wie geïnteresseerd is geworden; een paar jaar geleden is het boek 'Sporen van het slavernijverleden in Groningen' van Barbara Henkes en Margriet Fokken verschenen met meer voorbeelden van ons Groninger slavernijverleden.

 

Dat is echter nog niet alles:

 

 

Thomas van Seeratt blondbier

Er is zelfs een biersoort naar Van Seeratt genoemd. ‘Thomas van Seeratt blondbier’ is een fris-fruitig bier met een hoppig karakter en een licht gebrande moutsmaak. Hij drinkt hierdoor lekker weg.

 

Het bier is gebrouwen in samenwerking met Jeroen Bax van Baxbier door brouwerij Solt uit Zoutkamp (Soltkamp) aan de Marnestraat nr. 1. Deze Blond heeft een alcoholpercentage van 5.0%. De bierstijl Blond komt oorspronkelijk uit België.

 

Tip bier & eten: Super lekker met (een broodje) Solt garnalen, gebakken scharretjes en burgers van Groninger blaarkoprund.

 

 

 

Meer lezen:

De Groninger Slavenhandel
Transcriptie van het Journaal van Thomas van Seeratt (RHC GA, Staten van Stad en Lande, 1594-1798, inv.nr. 818, 223 bladzijden, PDF-bestand.

 

 

Noten, bronnen en referenties:

Noten:

1. J. Zijlma, 1921, DBNL, Deel 5,2021, P.J. Blok, P.C. Molhuysen
2. Zie ook: Groninger Volksalmanak, 1890 en 1918.
3. Beno Hofman, RHC GA, Groninger Archieven, Thomas van Seeratt
4. RTV Westerwolde, 15 sept. 2021, 21.10 uur

 

 

Bronnen en referenties:
1. Jhr. Prof. Dr. P.J van Winter, De Westindische compagnie ter kamer Stad en Lande
2. L.J. Noordhoff Thomas van Seeratt, zijn levensloop en betekenis voor de provincie Groningen. Groninger Volksalmanak 1961
3. Database: SlaveVoyages.org
4.RTV Noord, 4 juni, 10.30 uur
5.RHC GA, Groninger Archieven, Thomas van Seeratt

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven).Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de Disclaimer voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 25 november 2021..
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top