Foto: Uit de schoenendoos van mijn moeder. Rechts: de dan nog houten tille.
Moeke vertelt in de woonkamer van verpleeghuis Old Wolde te Winschoten dat daar ene meneer Gerrit Dijkstra verblijft die ze kent van de Reiderwolderpolder. Sterker nog, ze staat er mee op de foto bij de Reidertille; dus ga ik met de foto aan de slag en probeer het zó te bewerken dat ik het (sterk uitvergroot) kan printen op A4-formaat. Dit lukt redelijk en zo dwaal ik op dinsdag 30 september 2008 door Old Wolde, op zoek naar meneer Dijkstra. Ik weet dat zijn vrouw naast moeke op de kamer ligt en dus lopen de voetstappen eerst richting Ceder, alwaar ik wel mevrouw Dijkstra aantref, maar niet haar
Hoewel de foto tussen mijn duim en wijsvinger aardig begint te trillen van spanning, heeft het hondje eerst mijn aandacht. Mijn dochter Marga heeft net zo'n hondje. De Maltheser kijkt me vol verwachting in de ogen en komt vrolijk kwispelend op me af. Hoewel ik mijn linker oor die dag toch behoorlijk zelf heb gewassen, geeft het hondje deze alsnog een grote beurt. De dame die het hondje aan de lijn heeft, stel ik een vraag, waavan ik het antwoord eigenlijk wel weet: Of ik het hondje niet mee mag nemen. "Voor geen goud!".
Tille in de Reiderwolderpolder
Later op de dag bezoek ik neef Jacob Gernaat. Voor hem heb ik een vraag over een andere foto, maar ik laat hem eerst die van de Reidertille zien. Hij vertelt dat op de plaats van de bieten ook regelmatig grind ligt, wat gebruikt wordt voor de wegen. Asfalt kennen ze in die tijd nog niet in de polders. Als er in die tijd een schip met grind komt, is die nooit helemaal vol geladen, anders 'loopt hij aan de grond'. Het gewicht is ook de reden dat het schip nooit helemaal tegen de laadwal aan ligt, want dan komt hij vast te zitten in het slik. Het legen van de schuit gebeurt met kruiwagens. Er liggen dan twee planken van de schuit naar de laadwal. Dat is heel zwaar werk, omdat de kruiwagen op een gegeven moment steeds hoger komt te staan, naarmate er meer grind uit de schuit wordt geschept. Men moet het grind dus steeds hoger 'opgooien'. Aan het einde van het water is de dijk, met daarin de sluis. De weg loopt ook (nu nog) rechtdoor en loopt dood bij de dijk en gaat bij de brug ook linksaf de polder in, waar direct aan de rechterzijde de smederij van Bakker is geweest. Links op de hoek staat (nog steeds) het ouderlijk huis De Vries, wat niet zichtbaar is op de foto.
Foto boven: Het is een drukte van belang bij de laadwal naast de Riedertille. Over de twee schepen op de foto, de drie mannen en het meisje, is niets bekend. Bron: schoenendoos van moeke
Neef Jacob Gernaat vertelt ook dat er omstreeks 1920 een nortonpomp wordt geslagen vlakbij de tille waardoor men dan schoon drinkwater op een diepte van 56 meter kan pompen. Ik ga op zoek naar meer gegevens die ik vind op de site van Remeijer. Op 31 juli 1922 verschijnt er in het 'Centrum' het volgende artikeltje over het zoeken naar water door een 'waterzoeker'.
Bron: Piet Remeijer
Vervolgens staat er er paar maanden later, op 20 september 1922 in Het Vaderland het volgende te lezen:
Bron: Piet Remeijer
Smederij Bakker in de Reiderwolder Polder.
De man met de hoed is Jurjen Bakker, rechts van hem staat smid Berend Bakker en helemaal rechts staat Wubbe Nanninga.
Wie de jongeman links is,
blijft voorlopig onbekend.
Er is nog een tweede foto van de smederij van Bakker. Op deze foto staat van links naar rechts: Lammert Siemens, Smid Bakker sr, Maarten Schipper, een smidsknecht afkomstig uit Blijham, mevrouw Bakker, Jantine Bakker, Hein Bakker, Pieter Uffen en Hendrik Delger.
| |||||||||
Bronnen: 1. Mijn moeder Geertje Hillinga-de Vries
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||

man. Ze kan me vertellen dat hij wel 'ergens moet zijn, want ze heeft nog meer bezoek... Tussen alle roelstoelen, krukken en zusters ga ik op zoek naar meneer Dijkstra. Hem tref ik na een paar rondjes door Old Wolde toch aan op de bewuste slaapkamer, zittend in een rolstoel, samen met een dame, een heer en een hondje 




