Voordat ik mijn beschrijving over bovenstaand onderwerp voortzet, wil ik vooraf nog even een algemene beschouwing over het Jodendom geven zoals het in Appingedam en in de provincie Groningen in ’t algemeen beoordeeld en behandeld wordt, ten tijde van mijn verhuizing in 1896 naar Almelo.
Zonder dat er een zweem is van “Jodenhaat” worden de lieden van het oude volk daar toch een beetje, laat ik maar zeggen, als minderwaardigen behandeld, meer dan in andere provincies. Komt men b.v. in ’t vroege voorjaar bij een boer op stal die de beesten aanwijst, dan zegt hij b.v. altijd: “Kiek dei binnen “veur Jeude”, in plaats van voor de markt, de slager of de koopman.


Een Joodse dokter in een plaats wordt, wanneer men over hem spreekt, nooit bij zijn naam, maar altijd “Jeudendokter” genoemd.


Over de advocaten in Groningen: Schoap, Cohen en Onts, wordt nooit gesproken van advocaat Schoap maar steeds: “Jeude Schoap” enz.


Iemand die een lelijke streek uithaalt, haalt een “Jeudenstreek” uit. Ik ben eens bij een bekend advocaat geweest, die een cliënt bij zich gehad heeft. Wanneer de man voor de tweede keer komt, is zijn houding geheel anders, hetgeen die advocaat aanleiding geeft om tegen mij te zeggen: “Ik dacht dadelijk: Doe bist bie ’n swienhond west, of bie een Jeude!”.


Als men als kind iets op straat vindt en in de handen neemt, is de opmerking van de kindermeid direct: “Blief toch óf, wel wait wat vieze Jeude ’t in handen had het!”
Als kind ben ik dol op een Jodenkoekje en als ik een boodschap moet doen bij de Gebr. van der Klei krijg ik er wel eens eentje van Leen, waarmee ik dood gelukkig ben. Op een keer loop ik, zo’n koekje etende, naar de kinderen van onze overbuurman “Benaars Swier”.

“Wat hest doe door”,vraagt een van de kinderen mij.
“n’ Jeudenkoukje; van Leen van der Klei kregen”.
“Harregat, spei toch oet! Jeudenkoukjes worren in Jeudenhimdslip bakken”.
Het antisemitisme wordt daar dus al vroeg ingebracht, zou iemand zeggen die niet bekend is met de toestand.
In Almelo valt mij het verschil in behandeling en beoordeling van Joden met dat in de provincie Groningen dan ook sterk op!


Het bekende liedje: “Haiman het zien wief verkoft” enz., dat we in mijn jeugd in Appingedam zingen en waarmee de jeugd zich ook vermaakt, duidt nu ook niet op bijzondere Jodenverering.
Maar ik meen dat een en ander sinds die tijd zeer ten gunste van de Joden veranderd is.

En nu weer een aander ólle Jeude.
Weer een Marcus Rozema, maar ditmaal Marcus Mietje, schapen en krengenslachter, wonende op ’t Bolwerk bij de Dòbbe.


De koning der krengenslachters is echter de Filainebieter op de Wierde, wiens achternaam mij niet te binnen wil schieten, evenmin als van zijn buurman Hessel de Knuut, wiens zoon David met ’n pak manufacturen loopt en een vreselijk verwijfd mannetje is, ook in zijn spraak. “’t Juffertje” noemen ze hem.


Wat de Filainebieter betreft nog het volgende; hij heeft geprobeerd zich in een bui van levensmoeheid op te hangen, maar hij wordt bijtijds losgesneden. Tijdens een belangrijk feest in de sjoele (kerk) is de eerder genoemde zoon van Marcus zo ondeugend om telkens een gebaar naar z’n hals te maken en een keelgeluid te uiten tegenover de Filainebieter. Deze, woedend geworden, vergeet een ogenblik dat hij in de sjoele is en valt de jongen aan en wil hem eruit gooien. Hevig verzet van de rakker en grote heibel onder de kille (Joodse gemeenschap). Ik geloof dat er nog proces-verbaal is opgemaakt wegens stoornis van de godsdienstoefening.


Marcus Mietje is – als ik ’t wel heb – een neef van “de B’ron”, maar is een geheel ander type en een eerzame huisvader. Zijn zwagers, de gebroeders de Vries, moeten hem nog wel eens op de been helpen. Hij lijdt namelijk aan reumatiek en nu moet ik een afwijking maken die wel niets met het Jodendom te maken heeft, doch er slechts indirect mee in verband staat. Het zou jammer zijn dit niet aan de vergetelheid te ontrekken.


Noten, bronnen en referenties:

Noten, bronnen en referenties:

Door Mr. Drs. J.H. Wildervanck de Blécourt, oud notaris te Appingedam.
Velp, 14 Januari 1950 (foto)..

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 9 oktober 2024.
Door Mr. drs. Jacob Harmen Wildervanck de Blécourt.
Redigering: René van Rijn, Winschoten.
Ingezonden: Ben van der Laan, Appingedam.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top