De wachttoren van het barakkenkamp.
Afb. 1. De wachttoren van het barakkenkamp.

 

Interneringskamp 'De Beetse'
In 1935 wordt het interneringskamp Sellingerbeetse, ook wel 'Kamp de Beetse' genoemd, opgezet als werkverschaffingskamp waar werklozen uit alle delen van Nederland tegen een karig loon met de schop de heidevelden moeten ontginnen. In 1939 neemt de Rijksdienst voor de Werkverruiming het kamp over en worden er werklozen uit heel Nederland te werk gesteld bij het ontginnen van de heidegebieden van Westerwolde. Tot begin januari 1942 hebben talloze werkloze Nederlanders in het kamp gewoond. Zij moeten ook helpen bij het aanleggen van wegen en bossen. Later helpen zij zelfs bij de aardappeloogst van de boeren. Het kamp heeft vier maal de grootte van een standaardkamp en biedt woonruimte aan 392 mannen. De leider van het kamp is een kok en tevens beheerder.

 

Vanaf 20 januari 1942 wordt het kamp door de Duitsers in gebruik genomen als buffer voor kamp Westerbork. De mannen reizen per trein en moeten daarna overstappen op de tram en het laatste stuk moet lopend afgelegd worden. Vierhonderd Joodse mannen uit Amsterdam wonen in die periode als arbeider in het kamp en worden ingezet bij eerder genoemde werkzaamheden. De ontvangst in het kamp is vriendelijk en de nieuwe bewoners worden verblijd met koffie en erwtensoep. Het redelijke rantsoen wordt na enige tijd echter aanmerkelijk kleiner, omdat de bezetter het niet nodig vindt om voldoende voedsel aan Joodse mensen te verstrekken.

 

Op Joodsewerkkampen.nl (7) lezen we hoe een zekere Harry Italiaander op 31 januari 1942 het volgende schrijft:

"Nu ik het toch over het eten heb, meld ik je dat het eten puik is en voldoende en de hoofdzaak, flink vet. Het kamp bestaat uit acht grote barakken, ieder voor vijftig personen. Deze barakken zijn in tweeën gedeeld, een gedeelte eetzaal en de andere gedeelte slaapzaal. (…) De slaapzaal bestaat uit vijftig britsen, waarop een stroozak en dito kussen en vijf dekens ieder, maar ondanks dat is het nog steeds koud en gaan wij naar bed met sokken aan en een muts op het hoofd. De barakken zien er van buiten erg mooi uit, maar van binnen zijn het tochtige, ongezellige ruw houten ketens met geen versiering. Ieder heeft zijn eigen kastje. Een waslokaal is er ook in iedere barak, maar helaas is er op het oogenblik wegens de vorst geen water. Het licht krijgen we door middel van een houtgas generator.(…) Wij zijn volkomen vrij en worden menswaardig behandeld. Wij mogen wandelen zover wij willen, echter moeten wij dit van te voren aanvragen. Werken kunnen wij niet daar den grond keihard is."

De mannen die in het kamp aankomen zijn slecht voorbereid. Velen hebben slechts een kostuum met bijpassende schoenen meegenomen en werkkleding wordt niet verstrekt. Door de strenge vorst kan tot het voorjaar niet worden gewerkt. De meeste dwangarbeiders hangen maar wat rond in het kamp dat niet op een langdurig verblijf van zo'n grote groep mannen is berekend. De avonden worden soms met een uitvoering gedood.

Een gedeelte van het Werkverschaffingskamp Sellingerbeetse.
Afb. 2. Een gedeelte van het Werkverschaffingskamp Sellingerbeetse.

Harry Italiaander schrijft op 4 maart 1942:

"Verlof is er nog niet gegeven, zodat ik nu reeds zes weken van huis ben. Je begrijpt dat de stemming hier steeds meer en meer geprikkeld wordt. Er zijn hier mannen die reeds negen weken van huis zijn. Mijn vrouw heb ik zondag hier laten komen. Zij had niet eerder rust, voor ze mij gezien had. Ik vond het vanzelfsprekend heerlijk, ook waren meerdere vrouwen hier in de nabijheid van het kamp. In het kamp zelf is het niet toegestaan vrouwen of familieleden te ontvangen." (7)

In april 1942 beginnen de werkzaamheden. Als eerste wordt een gedeelte van een weg aangelegd en bomen geplant. Later in het jaar worden de mannen ingezet bij het rooien van aardappelen. Het werk is zwaar. Het enige voordeel van het oogsten is dat tijdens schafttijd in de keet aardappelen kunnen worden gekookt op een vuurtje van door omwonenden geleverde turf.

Vanaf de zomer 1942 ontkomt ook De Beetse niet aan briefcensuur, controle op postpakketten en exerceren. De kok, tevens beheerder Zwamborn, neemt het allemaal niet zo nauw. Sommige zaken ziet hij door de vingers of voert ze later in. Zo laat hij het exerceren aan de joodse arts I. van der Hal over. Deze komt op 1 augustus 1942 in De Beetse terecht. Hij heeft daarover het een en ander opgestoken in Balderhaar, een joods werkkamp met een veel strenger regime en met een fanatieke leiding.

Een Gedeelte van he barkkenkamp Sellingerbeetse.
Afb. 3. Een Gedeelte van he barkkenkamp Sellingerbeetse.

Op 2 oktober 1942 komen de dwangarbeiders vermoeid van het aardappelenrooien in het kamp terug. Amper bijgekomen, komt een overvalwagen met 25 Duitse militairen voorrijden. De Beetse wordt afgezet en er wordt appèl gehouden. Het verloopt allemaal erg chaotisch. De mannen worden tenslotte bijeengedreven in de kantine en geregistreerd. Een omstander kan zich de volgende ochtend nog goed herinneren:


'Heel vroeg in de morgen stond ik achter ons huis en ik zag dat de joden in het kamp druk bezig waren met het verzamelen van hun bagage. Ook zag ik wagens waarop bagage lag, maar waarop ook mensen zaten die wellicht niet goed konden lopen of ziek waren. In alle stilte begeleid door Duitse militairen vertrok de stoet.'
(7)

De mannen gaan naar het station van Stadskanaal, vanwaar de reis verder gaat naar kamp Westerbork. Vandaar gaan ze in veewagons verder op transport naar Auswitch. De meesten van hen zullen dat kamp niet overleven...

 

De barakken worden na het vertrek van de Joodse mannen door arbeiders schoon gemaakt. Ze blijven tot 1944 leeg staan. In dat jaar worden ze gebruikt voor doorstroom van enkele honderden Nederlandse mannen naar de arbeidsinzet in Duitsland. Zij blijven er tot december 1944 en worden tewerkgesteld bij boeren in de omtrek, om vervolgens alsnog als dwangarbeider naar Duitsland te worden gedeporteerd. Als deze werkzaamheden in december 1944 klaar zijn, worden velen van hen als dwangarbeider naar Duitsland verplaatst.

En als in september 1944 Zuid-Nederland is bevrijd, breekt er paniek uit bij de NSB-ers ('Dolle Dinsdag'), velen vluchten met hun gezinnen naar Duitsland. Een groot aantal NSB-ers belandt in Lüneburg. Op bevel van hun leider Anton Mussert keren de 'Lüneburgers' terug naar Nederland.


De laatste overgebleven barak vóór de renovatie.
Afb. 4. De laatste overgebleven barak vóór de renovatie.

Omdat de bevolking deze groep in februari 1945 nu niet bepaald met open armen ontvangt, worden honderden vrouwen en kinderen in het kamp 'De Beetse' ondergebracht. Het kamp ligt afgelegen en dat komt goed uit. Op 1 augustus 1945 laat commandant M. Dijkhuis 'Bewarings- en Interneringskamp Sellingerbeetse' inrichten op de plek, waar opnieuw NSB'ers naartoe worden gestuurd, ditmaal echter als gevangenen. Ook worden er SS'ers geïnterneerd. Honderden voormalige NSB-ers en SS-ers uit de provincie, maar ook van daarbuiten, worden er opgesloten.

 

Het kamp is inmiddels voorzien van prikkeldraad en wachttorens. De gevangenen moeten helpen bij het werk op het land bij de boeren in Westerwolde. Op 15 februari 1948 wordt het kamp gesloten. De geïnterneerder worden overgebracht naar o.a. het kamp Westerbork. De barakken worden afgebroken en verkocht, op één na...

 

Het terrein wordt door Staatsbosbeheer vervolgens voor 99 jaar in erfpacht gegeven aan Stichting "Museum 1939-1945" uit Uithuizen (inmiddels gesloten), dat in 2008 besluit tot het slopen van de volgens haar niet meer te herstellen barak, om deze te vervangen door een nieuwe barak, die moet gaan dienen als een soort museum. Er is de laatste jaren echter een conflict ontstaan tussen eigenaar Reijntjes van de stichting en historicus Jaap Spanninga, die een aantal spullen over het kamp bezit en vaart wil zetten achter het museum. Volgens Spanninga maakt de stichting niet voldoende vaart met de plannen en traineert zij initiatieven van een werkgroep hiertoe. Volgens Spanninga moet de barak ook behouden blijven.

 

De laatste overgebleven barak vóór de renovatie.
Afb. 5. De laatste overgebleven barak vóór de renovatie.

Op 7 mei 2008 wordt een standbeeld voor Lammert Huizing (1) onthuld op het terrein, dat vervolgens in december 2008 moet worden verplaatst naar Sellingen omdat Reijntjes, eigenaar van het terrein, het niet op het terrein wenst. Hij heeft geen toestemming verleend aan de gemeente Vlagtwedde en wil in de eerste plaats een monument voor de Joodse slachtoffers. Hij verklaart "Daarna zou je kunnen overwegen of er nog een ander gedenkteken bij kan". Ook is er een conflict over de tekst op een bij de barak te plaatsen ANWB-bord, dat (omdat Reijntjes de leden van Spanninga's stichting niet op zijn terrein wil hebben) langzaam vervalt en in 2010 plotseling verwijderd blijkt te zijn door onbekenden. Een nieuw bord wordt daarop verplaatst naar de berm aan de weg. In november 2010 dreigt het met asbestplatenbedekte dak van de barak in te storten en stelt de gemeente Vlagtwedde Reijntjes op de hoogte dat er maatregelen dienen te worden genomen. Een renovatieplan voor de barak ketst aanvankelijk af na mislukte onderhandelingen tussen gemeente en eigenaar, maar nadat de gemeente een handhavingsprocedure opstart tegen de eigenaar om het asbest te verwijderen, toont deze zich in maart 2011 bereidt de barak over te dragen aan de gemeente voor het symbolische bedrag van 1 euro. Deze wil de barak zelf renoveren en een publieksfunctie geven.

 

De laatste overgebleven barak vóór de renovatie.
Afb. 6. De laatste overgebleven barak vóór de renovatie.

De Ter Apeler Courant van 30 juni 2011 schrijft over Sellingerbeetse het volgende:

 

" Woensdag zijn de herstelwerkzaamheden aan de enige nog resterende barak van het voormalige interneringskamp De Beetse in Sellingerbeetse begonnen. Dit gebeurde onder toeziend oog van wethouder Seine Lok van Vlagtwedde.

De werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van asbest, het renoveren van het dak en de noodzakelijke ingrepen daarvoor bij de beide topgevels.

Voor de totale renovatie is nog aanvullend onderzoek nodig en moeten keuzes worden gemaakt over de functionaliteit van het gebouw.

 

BELADEN PLEK

Het voormalige interneringskamp in de Sellingerbeetse vormt een markante en beladen plek in de gemeente. Het kamp werd in 1935 gesticht als werkkamp op de oude markescheiding van Sellingen en Jipsinghuizen, de huidige Zevenmeersveenweg. In het kader van de werkverschaffing werden werklozen ingezet om het omringende woeste land te ontginnen.

Tijdens de Duitse bezetting werden in 1942 in het kamp ongeveer 500 Joodse mannen uit Amsterdam tewerkgesteld, in de jaren 1943 en 1944 gevolgd door de Arbeitseinsatz.

In februari 1945 werden er gevluchte NSB'ers (de "Lüneburgers") opgenomen. Na de oorlog werden in het kamp NSB'ers uit de omgeving geïnterneerd, waarna het kamp in 1948 werd opgeheven.

De belangstelling voor het terrein en de barak is tot op de dag van vandaag levendig gebleven. De barak is in de provincie Groningen de enige overgebleven originele barak die nog op de oorspronkelijke plaats staat."


Bij het artikel wordt een foto geplaatst waarbij wethouder Seine Lok is te zien bij de start van de herstelwerkzaamheden aan de barak.

 

 

Een overzicht van het kamp.

Afb. boven: Een overzicht van het kamp. 1 t/m 7 zijn de

legeringsbarakken met een oppervlakte van ca 240 m2.

Nr. 8: het ziekenbarak met een opp. van ca. 160m.

Nr. 9: De toiletten, opp. ca. 40m2.

Nr. 10: De werkplaatsbarak, ca 437m2.

Nr. 11: Het douchegebouw, gemetseld van steen, ca. 72m2.

Nr. 12. De keuken voor de geïnterneerden, ca. 148m2.

Nr. 13: De kantine van de geïnterneerden, ca. 395m2.

Nr. 14: Het keukengebouw, ca. 343m2
Nr. 15: De beheerderswoning met garage, ca. 220m2.
Nr. 16: Het toiletgebouw, ca. 42m2.
Nr. 17: De kantine voor de bewakers, ca. 50m2.
Nr. 18: Het wachtgebouw, ca. 108 m2.
Nr. 19: Uitkijktoren met zoeklicht.
Nr. 21: De Barak boerderij. De pijl linksonder wijst naar het noorden, terwijl rechts tegenwoordig de Zevenmeersveenweg loopt.

 

 

Herdenkingsborg van overledenen in het kamp tussen februari en augustus 1945, de zogenaamde Luneburgers, hoofdzakelijk afkomstig uit de Randstad.
Afb. 8. Herdenkingsborg van overledenen in het kamp tussen februari en augustus 1945, de zogenaamde Luneburgers, hoofdzakelijk afkomstig uit de Randstad.

 

 

Lammert Huizing.

Noten:
1. Lammert Huizing. Lammert Huizing wordt geboren op 27 januari 1916 te Sellingerbeetse. Tijdens de WOII is de joodse familie Sachs, bestaande uit man, vrouw en drie dochters op de boerderij van Lammert Huizing ondergedoken. Op zondag 11 oktober 1942 komen 'savonds twee agenten aan de deur om te vragen of het joodse gezin bij hen mag onderduiken. Er is ook al een onderduiker in huis. Ze worden bij een huiszoeking echter ontdekt en Lammert wordt opgepakt door de landwacht op 17 juni 1944. Een NSB'er ziet dat er iets niet klopt. Aan de buitenkant telt hij vier ramen, terwijl er aan de binnenkant maar drie zijn....
Lammert wordt afgevoerd naar het concentratiekamp 'Neuengamme' bij Hamburg waarhij op 25 november 1944 sterft. Lammert Huizing laat zijn vrouw Grietje en twee dochters na. Van de joodse familie Sachs overleeft alleen dochter Henriëtte het concentratiekamp.

 

 

Meer lezen: Meer lezen. De Joodse familie Sachs.

 

 

Bronnen:

1. Oord, N. van der Jodenkampen. Uitg. Kok, Kampen, 2003. Blz. 365, ill., lit. opgave, fotoverantwoording.

2. Spanninga, J. Kamp 'De Beetse' 1935-1948. Herinneringen aan een werk- en interneringskamp in Westerwolde.
Uitg. REGIO-PRojekt, Bedum Blz. 88, ill., bijlagen, lit.opgave.
3. De website van Jipsingboertange.
4. Wikipedia: Kamp De Beetse.
5. Oorlogsmonumenten: Kamp de Beetse.
6. Werkkamp De Beetse.
7. Joodse Werkkampen.

8. Ter Apeler Courant, 30 juni 2011.

 



 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best foutenvoorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen
...
geef die dan even aan mij
door via mijn E-mail adres.

 

 

Hoogeveen, 1 aug. 2011.

Verhaal: © Harm Hillinga

Menu Artikelen. HomePage
Top