DE SLAG BIJ HEVESKESKLOOSTER

 

Auster verkenningsvliegtuigen boven Delfzijl

 

Auster verkenningsvliegtuig.
Foto boven: Gerestaureerde Auster Verkenningsvliegtuig, TW5II.

Op 22 april 1945 wordt de luchtverkenningseenheid van de Canadese bevrijders van de provincie Groningen verplaatst naar een vliegveld bij Groningen en vandaar begint zij haar operaties onder meer ten behoeve van de bevrijding van Delfzijl en omgeving. Hier vindt men een klein aantal zeer fanatieke tegenstanders die bereid zijn om door te vechten rondom de stad Delfzijl. Met hun rug tegen de Eems en de Waddenzee volledig omsingeld worden deze Duitsers geconfronteerd met twee mogelijkheden, doorvechten of dood gaan. In dat kleine gebied is een formidabele hoeveelheid artillerie, inclusief de 10,5 en 12,8 cm flak kanonnen aan de rand van de zee om een vijandelijke benadering van Emden te dekken. Samen met drie secties van het 660 squadron vliegen de piloten voortdurend opdrachten en ontmoeten daarbij zeer zware luchtafweer van lichte flak tot en met de 12,8 centimeter flak kanonnen.

De taak bestaat onder meer uit het coördineren van het vuur op de kustverdediging van Fiemel. Deze bestaat uit twee keer vier grote betonnen opstellingen met luchtafweerkanonnen. De eigen artillerie is niet in staat om effectief op te treden tegen Fiemel en daarom wordt uiteindelijk een 7,2 inch geschut ingezet van de 5e Divisie. Hierna kunnen de Auster piloten aan het werk en wordt het vuur bij gestuurd op Fiemel vanuit de lucht.

 

Bunker in Heveskesklooster. De foto is gemaakt vanuit het raam van een kamer op de bovenste verdieping van de boerderij waarin destijds de familie Hillinga heeft gewoond. De bunker is later in het kader van de industrialisering afgebroken, evenals de boerderij. Foto: Harm Hillinga, 5 oktober 1965.
Foto boven: Bunker in Heveskesklooster. De foto is gemaakt vanuit het raam van een kamer op de bovenste verdieping van de boerderij waarin destijds de familie Hillinga heeft gewoond. De bunker is later in het kader van de industrialisering afgebroken, evenals de boerderij. Foto: Harm Hillinga, 5 oktober 1965.

Doorbraak bij Heveskesklooster

 

Op 26 april 1945 is de eerste eenheid van de lrish A- compagnie vertrokken vanuit Wagenborgen op weg in de richting van Heveskes. De opmars die urenlang gaat duren wordt vergezeld van het uitstekend liggende artillerievuur van de tegenstander. Uiteindelijk neemt de C- compagnie het stokje over omstreeks 04.30 uur en blijft optrekken tot zes uur in de ochtend.

Op de linker vleugel trekt de 3e compagnie, de D-compagnie mee en ondervindt eveneens flinke tegenstand. Deze compagnie houdt ruim een meter boven het landschap uitstekende talud van de Woldjerspoorlijn aan dat, die als een door het maanlicht verlichte streep door het donkere landschap loopt in de richting van Weiwerd en Farmsum. Het spoor wordt niet meer gebruikt en de spoorstaven zijn vanaf 1942 verwijderd en overgebracht door de Duitsers naar het oostfront. De zandbedding met grint ligt er nog en de Duitser heeft hier en daar observatieposten gegraven in het talud.

Bij de spoorbrug van het Woldjerspoor in Meedhuizen is een versterking gebouwd door de Duitsers in het talud van twee mitrailleurbunkers en een gevechtsschuilplaats. Er zijn diverse mangaten en loopgraven in het talud aangelegd vanaf Meedhuizen naar de zuidkant van Weiwerd. Ook loopt de meest zuidelijke prikkeldraadversperring over dit talud. Als de Canadezen in Schaapbulten zijn, zijn de stellingen rondom Meedhuizen door de Duitsers ontruimd. Last van de oorlog heeft men in Meedhuizen niet. Alleen dominee Jan Scholten zorgt voor enige opschudding. Die kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en tuurt met een verrekijker vanuit de kerktoren naar de slag bij Weiwerd. De terugtrekkende Duitsers knallen er driftig op los en als de dominee niet met geweld uit de toren zou zijn gehaald, zou de schade nog groter geweest zijn. Nu laat alleen de geit van Sikke Meijer het leven en in het gehucht Schaapbulten vindt Albert Huisman de dood als een granaat in zijn hand ontploft.

In het duister komt het dan ook voor dat de Canadezen aan de ene kant van het talud zitten en de Duitsers op de andere kant. Hartstollend moet het eraan toe zijn gegaan. In het duister zitten de soldaten aan beide kanten naar elkaar te luisteren en niemand weet waar de ander is. Ondertussen blijven de artilleriegranaten zo nu en dan in slaan. Allen zijn ze erdoor verdoofd. Uit pure angst worden handgranaten over en weer gegooid over de dijk.

Dezelfde bunker als op de foto boven, maar dan gezien vanaf de andere (noord)zijde. Helemaal rechts is nog net een deel van de boerderij te zien. Foto: Harm Hillinga, 19 augustus 1965.
Foto boven: Dezelfde bunker als op de foto boven, maar dan gezien vanaf de andere (noord)zijde. Helemaal rechts is nog net een deel van de boerderij te zien. Foto: Harm Hillinga, 19 augustus 1965.

In de volle maannacht van 27 op 28 april 1945 vanaf 22.00 uur doet de voorop gaande Compagnie van het Irish Regiment of Canada een succesvolle penetratie in de vijandelijke linies. Het is via de Kloosterlaan via het boerderijengehucht De Pomperij opgerukt tot Heveskesklooster dat omgeven is met prikkeldraadversperringen, loopgraven, betonnen en houten bunkers en mijnen. Nog tot in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn daarvan restanten bewaard gebleven.

Heveskesklooster ligt dan ook in de hoofdweerstandslijn van de Duitsers rondom Delfzijl. De Kloosterlaan zelf is in kaart gebracht door de staf van de 256 Flak ten behoeve van storend Duits artillerievuur onder de codenaam "Heveskesfeuer". In het buurtschap, gelegen op een zandkop in het veen op een kleine wierde, is een hospitaal bunker en een aantal mitrailleurbunkers gebouwd ter ondersteuning van het front. De opmars van de Canadezen stokt nabij de eerste driedubbele prikkeldraadversper-ringen.

Deze versperring loopt globaal ten zuiden van Geefsweer, Weiwerd, tussen Heveskesklooster en de Pomperij door naar het Zijldiep. Op 25 april hebben de Duitsers tenslotte een groot stuk van het wegdek weg geblazen van de Kloosterlaan nabij de prikkeldraadversperring over de weg. Het voorop gaande peloton staat onder het commando van sergeant Bullion. Hij heeft ook de extra pioniers onder zijn commando toegewezen gekregen voor het opruimen van hindernissen en mogelijke aanwezigheid van landmijnen. Op zijn aanwijzing wordt deze draadversperring door de pioniers onder handen genomen. In het donker kruipen de pioniers naar voren totdat zij onder de versperring liggen. Hier wordt het explosief klaar gemaakt, op scherp gesteld. In de draadversperring wordt een gat geblazen. Na de klap ontstaat er een grote wolk van stof en klein materiaal wat door de lucht vliegt. In deze verwarring onder de verdedigers - het is midden in de nacht - vallen de overigen van het peloton aan. Men rent en kruipt door het gat in het prikkeldraad en maakt de weg vrij voor de rest van de compagnie.

Direct hierop wordt de omgeving zwaar onder vuur genomen door de Duitsers met zowel mitrailleur vuur en mortiervuur. De omgeving is gevuld met moordend Duits vuur. Op dat moment valt de eenheid van sergeant Bulion de Duitse versterkingen aan en maakt deze onschadelijk. Direct hierop trekt deze kleine eenheid door naar de tweede draadversperring om deze zonder explosieven op te ruimen. Voor deze versperring gelast Bullion zijn mannen dekking te zoeken voor het hevige vijandelijke vuur en hij gaat vervolgens in zijn eentje vooruit kuipend op de versperring af. Zijn actie ontlokt de Duitsers een zwaar vuur, maar desondanks gelukt het Bullion om deze versperring met handgereedschap door te knippen. Er is een nieuw gat voor de volgende doorbraak!

Ook bij het vervolgens nemen van dit gat leidt Bullion zijn peloton. Een van zijn mannen wordt bij de versperring gewond en valt in het prikkeldraad. Als het peloton vervolgens stelling heeft genomen rondom het gat in de versperring gaat Bullion terug naar de gewonde, die in het prikkeldraad hangt. Terwijl Bullion hem eerste hulp wil verlenen en hem veilig probeert te krijgen, wordt hij zelf dodelijk geraakt. Hierna volgen nog gevechten waarbij soms de woningen stuk voor stuk gezuiverd moeten worden van Duitsers. Elke woning moet worden doorzocht en soms gezuiverd van fanatieke tegenstanders. Hierbij moeten soms handgranaten in woningen worden gegooid voordat deze kunnen worden benaderd. Tegen de ochtend is het buurtschap gezuiverd en in handen van de bevrijder. De grens van Heveskes is bereikt.

Zelf hebben de Canadezen zeven slachtoffers te betreuren en maken ze 23 Duitsers krijgsgevangen. Omdat het inmiddels daglicht is geworden, gaat de compagnie vervolgens op ongeveer 500 meter afstand ten zuiden van Heveskes in stelling om de gebeurtenissen van de dag af te wachten.

 

A Compagnie van de Irish omsingeld

 

Ondertussen is de A-compagnie van het Irish regiment ook tegelijkertijd in actie gekomen. Aan de linker zijde van het Termunter Zijldiep trekt de A compagnie op in de richting van Termunterzijl. Het gaat haast parallel aan dit diep. In het donker van de nacht trekken de infanteristen door de natte weilanden, bouwvelden en sloten, De volle maan schijnt hierbij haar licht over de velden en het water in het Zijldiep. Langzaam vordert de opmars die nauwelijks door tegenstand wordt verstoord. Wel is de strijd net ten zuiden van Heveskesklooster bij de buitenste prikkeldraadversperring duidelijk hoorbaar voor de mannen. In het donker slaagt men erin op te rukken tot voorbij Heveskesklooster.

Kennelijk hebben de Duitse troepen de langzaam oprukkende Irish ook opgemerkt in het maanlicht en hebben ze geen strobreed in de weg gelegd. Men heeft  het front voor de naderende Canadezen geopend. Onbewust van het dreigende onheil trekken de Canadezen verder over het nat geregende land. Plotseling wordt de compagnie onder vuur genomen. Maar het onheilspellende is dat het vuur van alle kanten komt. Iets wat de mannen niet vaak mee maken. De gehele dag blijft de eenheid onder vuur en kan, ondanks diverse pogingen, geen kant op.

De volgende dag blijken er 13 Canadezen spoorloos te Zijn. Ze zijn bij de gevechten door de Duitsers gevangen genomen en direct afgevoerd met een boot naar Emden. Een van de gevangen genomen Canadezen heeft een buikwond opgelopen en is vervolgens in een Duits marinehospitaal overleden. De andere 12 worden later bevrijd.

12.8 cm Flakzwilling 40. Bron: Go2War2.nl,"Alles over de Tweede Wereldoorlog".
Foto boven: 12.8 cm Flakzwilling 40. Bron: Go2War2.nl,"Alles over de Tweede Wereldoorlog".

Tegenaanval vanuit Heveskes

 

In de loop van de dag zijn diverse pogingen om vervolgens radiografisch contact te krijgen met de C-compagnie mislukt en de situatie begint ernstige vormen aan te nemen. Het is inmiddels bijna aan het eind van de middag. De vooruitgeschoven waarnemingsofficier van de artillerie is bij de rechts oprukkende A Compagnie en deze kan ook geen contact meer krijgen met de B compagnie. Er wordt alarm geslagen en kapitein Walker, een luchtwaarnemingsofficier van de artillerie geeft zich onmiddellijk op als vrijwilliger om de compagnie op te sporen en het artillerie vuur te gaan coördineren. Vanaf Eelde vertrekt het kleine en ongewapende Auster V verkenningstoestel en deze vliegt met een snelheid van ongeveer 200 kilometer per uur naar de laatst opgegeven locatie van de Compagnie in de omgeving van Heveskes. Na een klein kwartier vliegen komt het toestel boven het opgegeven gebied aan. Het uitzicht uit het vliegtuig biedt het oorlogsgebied vanaf Delfzijl tot en met de bunkers van Fiemel. Op een hoogte van slechts ruim 100 meter gaat kapitein Walker vanuit de cockpit met het blote oog zoeken naar de vermiste eenheid. Onder hem liggen de nog kale, maar al bewerkte akkers met Groninger klei. De weinige maar lange sloten zijn gevuld met water en weer spiegelen het licht van de wolken boven hem. Ondertussen is er oorlogsvuur boven Delfzijl en ontploffingen rondom in de lucht. Rechts aan de rand van de zee ligt het grote Fiemel complex, waarvoor de bevrijders ontzag hebben. Dan ziet kapitein Walker ten zuiden van Heveskes grote activiteit van honderden Duitsers die door de velden trekken naar het zuiden. In gevechtshouding en vanuit Heveskes. Een Duitse tegenaanval! Volgens het oorlogsdagboek van de Irish beging de aanval om 17.00 uur vanuit Heveskes.

 

12.8 cm Flak 40 op een treinwagon. Bron: Go2War2.nl,"Alles over de Tweede Wereldoorlog".
Afb. boven (tekening): 12.8 cm Flak 40 op een treinwagon.
Bron: Go2War2.nl," Alles over de Tweede Wereldoorlog".

De compagnie wordt op dat moment aangevallen door honderden Duitsers, die kennelijk hun kansen ruiken. Een van de tegenstanders in de tegenaanval is de Kampfgruppe Gericke. Ondertussen vliegen tientallen granaten uit de vele lopen van de Flak kanonnen in de omgeving. Iedereen heeft het langzaam vooruit vliegende toestel bemerkt. Vooral de nabij gelegen Flakbatterij Fiemel begint met een inferno van 12,5, 8,8 en 2 cm schoten op het kleine vliegtuig. Strepen vuur trekken van Fiemel naar Heveskes waar de granaten in kleine zwarte wolkjes rondom het vliegtuig exploderen. De Marine artilleristen blijven fanatiek vuren maar kunnen het kleine toestel niet raken.

Het vliegtuig moet vele malen heen en weer zijn geschud door de explosies. Desondanks blijft het kleine vliegtuig een half uur boven Heveskes vliegen om de zo gewenste informatie over de eenheid door te geven aan de Canadese artillerie nabij Wagenborgen. Hiermee komt de ondersteuning van de artillerie weer op gang. Salvo's van de 17- Field Artillerie, opgesteld bij Wagenborgen, komen terecht tussende Duitsers op posities rond de C-Compagnie.

Laden van een 12.8 cm granaat. Bron: Go2War2.nl, "Alles over de Tweede Wereldoorlog".
Foto boven: Laden van een 12.8 cm granaat. Bron: Go2War2.nl, "Alles over de Tweede Wereldoorlog".

Na een half uur begeeft de radio het aan boord van het toestel. Kapitein Walker heeft inmiddels op de grond gezien dat een zwaar Duits machinegeweer, goed en verdekt opgesteld, met zwaar vuur de Compagnie vast houdt op de zelfde locatie. Het machinegeweervuur is zo goed, dat men zich niet kan bewegen en dat men plat op de grond moet blijven liggen. Hierop voert de Auster een schijnaanval uit tegen het goed geplaatste machinegeweernest. In een scheerduik naar beneden vliegt het langzame toestel recht af op de positie van de Duitsers. De bemanning van het machinegeweer schrikt hier zo van dat zij kortstondig weg vluchten van het wapen, bang voor bommen. Dit wordt nog een keer herhaald en ondertussen trekken de Canadese soldaten op naar die positie en nemen het zware machinegeweer over, voordat de Duitsers terug kunnen keren. Hierna trekt de Auster zich terug naar het vliegveld Eelde. Terug gekomen op het vliegveld rapporteert Walker de posities van de op dat moment nog steeds aanvallende Duitsers. Walker krijgt later hiervoor een hoge onderscheiding.

Door de actie van Walker is het broodnodige artillerievuur van de 17th field vanuit Wagenborgen op gang gekomen. Om ongeveer 18.00 uur is de tegenaanval door de Duitsers afgebroken door de vele granaat en 4.2 inch mortier beschietingen van de princess Louise Fuseliers van de Canadezen.

Pas op de 2e april trekken de Irish verder op naar Heveskes. Om 16.30 uur in de middag wordt de aanval ingezet. Het begint duister te worden. Inmiddels zijn Borgsweer en Oterdum bevrijd door de Canadezen. De Duitsers dreigen te worden omsingeld in dit kerkdorp. Na felle strijd trekt de vijand zich terug uit Heveskes. Op de Stadsweg nabij de Valg sneuvelen nog twee Canadezen in een Carrier. Ook drie inwoners van het dorp komen om het leven bij de bevrijding. De A en C- compagnie zijn tegen de avond in het dorp en komen onder zwaar voorbereid artillerievuur te liggen vanuit Duitsland. Drie tanks van het 8NBH worden door dit vuur uitgeschakeld. De mannen van de Irish graven zich diep in de Groninger klei en nemen het ervan (...)

 

Opmerking:
Dit verhaal heb ik ooit omstreeks 1968 gekregen van mijn vriend, schrijver, recensist en 'historicus' Wierd J. Eelssema. Op mijn verzoek heeft hij mij eerst een deel van het verhaal gegeven. Het vervolg heb ik nooit gezien, omdat hij plotseling kwam te overlijden. Hierbij moet worden aangetekend dat het bovenstaande verhaal wel door mij taalkundig enigszins is herschreven, de feiten en de volgorde van de handelingen zijn echter volledig gelijk gebleven. Het verhaal is ook verschenen op Farmsum.net, waarbij de auteur niet genoemd wordt. HH

 

 

 

Bronnen:
1. W.J. Eelssema.
2. Weiwerd, Heveskes, Oterdum. De verdwenen dorpen van De Oosterhoek. Uit. Profiel, Bedum, juni 1911.


 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten

voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

 

 

Hoogeveen, 1 aug. 2010

Verhaal: © Harm Hillinga.

Terug naar menu 'Genealogie'.
Naar de HomePage