
Gezicht op Warffum. Uitsnede van een oude ansichtkaart. Met rechts de kerk en links de molen.
Zonder strijd valt de voormalige gemeente Warffum op 10 mei 1940 in Duitse handen. Op Rottumeroog is dan een dertigtal Nederlandse manschappen van de infanterie en de marine kustwacht gelegerd. Zij geven zich na onderhandelingen over aan een aantal goedbewapende Duitse militairen, die met enige boten vanaf Borkum de Eems zijn overgestoken. Bij gevechten op andere plaatsen in het land zijn geen uit Warffum afkomstige militairen gesneuveld of gewond.
De Duitsers laten een houten uitkijktoren bouwen op de middendijk bij het klief[1] om van daaruit het luchtruim te verkennen. Ze nemen hun intrek in het huis Torenweg 21, later verhuizen ze naar de villa Oosterstraat 67.

Het zoeklicht bij Warffum met de "Wache" in de Noordpolder. De Duitse soldaten zijn zichtbaar. Bron: Oorlogsmuseum Middelstum.
In Usquert en Pieterburen worden afdelingen van de Ordnungspolizei[2] gevestigd, de Grüne Polizei genoemd vanwege de kleur van hun uniform. (Zie een afbeelding van hun embleem links). Ze worden ingezet tegen stakingen, opstanden en houden razzia's. Regelmatig worden de Grünen ook in Warffum gesignaleerd. Bij voorkeur 's nachts doorzoeken zij huizen waarin naar vermoed wordt onderduikers aanwezig zijn.
In Warffum zijn in die tijd betrekkelijk weinig aanhangers van het Nationaal Socialisme. Bij de Provinciale Statenverkiezingen in 1939 krijgt de N.S.B.[3] hier 0,7% van het aantal stemmen. Landelijk is het gemiddelde dan 3,89% en provinciaal 4,23%. In de omliggende gemeenten zijn de percentages 2,3% Baflo; 3,5% Usquert; 2,1% Kantens en 2,4% Uithuizen.
Joden verdwijnen
Aanvankelijk gaat het leven zijn gewone dagelijkse gang, maar al spoedig komen er voor de kleine groep inwoners van joodse afkomst allerlei beperkende bepalingen en verboden. In de loop van 1942 moeten ze hun huizen verlaten om bijeengebracht te worden in het barakkenkamp in de gemeente Westerbork. Een aantal meldt zich na een oproep, anderen worden door de politie opgehaald. Vandaar worden ze naar concentratiekampen in Polen vervoerd en daar omgebracht.
In maart 1942 krijgt de Fluwa Warffum, net als andere Flugwaches in Nederland, het bevel om zich gereed te maken voor mogelijke verdediging van de locatie. In Frankrijk is een soortgelijke post overvallen en er is waardevolle informatie in handen van de geallieerden terechtgekomen. Fluwa Warffum moet voorzien worden van prikkeldraadversperringen, een mitrailleurnest en een bunker. Ook moet de bemanning een omsingeling kunnen doorstaan en dus voorraden hebben en een eigen drinkwatervoorziening. De uitvoering van de plannen laat op zich wachten tot de zomer van 1943.
Dit lot ondergaat onder andere de familie J. van der Hal, wonend aan de Torenweg 2, die 's nachts van bed wordt gelicht en weggevoerd. De Warffumer politieman G. Kuilder en marchaussee P.C. Schoemaker krijgen in 1942 een bevel om enige joden op te halen. Ze weigeren deze opdracht, worden daarop oneervol ontslagen en in het concentratiekamp Amersfoort opgesloten. Na ruim een half jaar komen ze weer vrij en duiken ze onder.
Eind 1942 zijn de meeste joden uit Warffum verdwenen. Begin 1943 worden de laatsten, de 91-jarige, blinde en bedlegerige Levie van der Hal en zijn 82-jarige echtgenote Frouke Bloemendaal, uit hun huis aan het Noorderkerkpad 10 gehaald en afgevoerd.
De behandeling die de joden moeten ondergaan wordt algemeen verafschuwd, maar van wat hen te wachten staat, heeft men eigenlijk geen weet, ook de meeste joden zelf niet. Er zijn enkele gevallen bekend dat hen hulp is aangeboden om onder te duiken, maar waarop om verschillende redenen niet is ingegaan.

Een Duitse soldaat ligt op de dijk bij de Flugwache Warffum in de Noordpolder. Bron: Oorlogsmuseum Middelstum.
Onderduikers
Het onderduiken is iets waartegen in de beginjaren nog wat vreemd wordt aangekeken. Dit verandert in 1942/43 doordat de Duitse autoriteiten Nederlandse burgers gaat verplichten om in Duitsland in de oorlogsindustrie te gaan werken. Veel opgeroepenen, vooral uit het Gereformeerde deel van de bevolking, onttrekken zich hieraan en duiken onder. Veel gezinnen raken hierdoor zonder inkomsten.
Uit de opbrengsten van kerkelijke collectes kan de kerkenraad enigszins in de materiële behoeften voorzien. Het wordt bij de betrokkenen gebracht door betrouwbare mensen die dagelijks bij de weg zijn zoals bakkers, slagers en kruideniers, zodat de hulp onopvallend gebeurt. Er ontstaat een "Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers", kortweg L.O. genoemd. Er worden contacten gelegd met plaatselijke organisaties en individuele helpers. Het werk bestaat uit het onderdak brengen van onderduikers, zoeken naar onderduikadressen, bezorgen van bonkaarten, vervalsen van persoonsbewijzen en financiële steun.
Het aantal personen dat in Warffum is ondergedoken, is niet precies bekend, maar wordt geschat op meer dan honderd. Eind april 1943 krijgt het voormalig Nederlandse leger bevel om zich in krijgsgevangenschap te begeven. De bedoeling hierachter is om in Duitsland over goedkope arbeidskrachten te kunnen beschikken. In het gehele land ontstaan spontane stakingen, die door de Duitsers op meedogenloze wijze worden onderdrukt.
In de gemeente Warffum is de staking vrij algemeen. Landarbeiders en ambachtslui gaan niet aan het werk en boeren leveren de melk niet aan de fabriek. Drie voormalige Warffumer militairen worden aangehouden en op transport gezet naar Duitsland, vanwaar ze na de oorlog weer kunnen terugkeren.
In hetzelfde jaar worden de luidklokken uit de torens van Warffum en Breede verwijderd en opgehaald. Na de bevrijding blijkt dat de kleine klok van Warffum met onbekende bestemming is verdwenen.
Een uiting van verzet is het vervaardigen en verspreiden van blaadjes met berichten als tegenhanger van de onder censuur staande, gelijkgeschakelde pers. Plaatselijke illegale contactadressen zorgen voor verspreiding en inzameling van gelden ter ondersteuning van illegale pers, L.O. en L.K.P.[4]
'Geheime' publicaties
In het diepste geheim wordt op wisselende plaatsen in Warffum wekelijks het zogenoemde ‘Noorderlicht Bulletin’ gestencild in een oplage van 500-750 exemplaren. Ze worden in Warffum en in een groot aantal andere plaatsen in Noord-Groningen verspreid. Deze bulletins bevatten berichten over geallieerde militaire successen aan de fronten zoals die via de radio worden ontvangen vanuit Londen (radio Oranje).
Verder worden gedichten tegen de Nazi's gepubliceerd, zoals die ondermeer via het Geuzenliedboek binnenkomen. Ook wordt door enige onderduikers op Vriesenstein[5] dagelijks in een oplage van tien stuks het zogeheten gele bulletin vervaardigd en op bepaalde adressen in Warffum afgegeven.
Illegale bladen
Bladen als Vrij Nederland, Trouw, Ons Vrije Nederland en De Waarheid vinden vanaf 1943 maandelijks hun weg naar adressen in Warffum. Vertrouwde medewerkers zorgen voor een verantwoorde verspreiding. In de laatste oorlogsmaanden, wanneer een geregelde ontvangst van de landelijke illegale bladen niet meer mogelijk is, verschijnt bovendien het in Uithuizen gestencilde weekjournaal van Trouw, dat ook in Warffum bij betrouwbare lezers gretig aftrek vindt.

Villa "Friesestein", Warffum. H.H.B. 1919-1924. RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
In Warffum ontstaat in de laatste maanden van de bezetting contact tussen de op verschillende fronten werkende illegale werkers. Onder leiding van de ter plaatse ondergedoken huisarts M.A.J. Jansma worden in het diepste geheim bijeenkomsten gehouden in de villa Vriezenstein aan de Westervalge 14. Hier worden plannen uitgewerkt voor het moment van de bevrijding en de periode erna. Er wordt contact onderhouden met het ‘Militair Gezag’ in het reeds bevrijde Zuid-Nederland, er worden droppingsgebieden in Warffum en Uithuizen aangewezen en er wordt ander noodzakelijk werk gedaan. Enige maanden voor de bevrijding wordt een geplande dropping van wapens en munitie vanuit een vliegtuig boven een terrein in de Zuiderhorn op het laatste moment om onbekende redenen afgelast.

Vriesenstein, gebouwd 1877-1900 bij Westervalge 14 met tuin, park en plantsoen is het een Rijksmonument (nr. 515320/515321). Foto: Trijnie Meinardi, 13 sept. 2015. Licentie: Creative Commons.
De Warffumer illegaliteit, bestaand uit 23 personen, is bij dit werk nauw betrokken. De individuele manier van werken in een betrekkelijk kleine groep is er misschien de oorzaak van dat het verzet in Warffum geen persoonlijke verliezen heeft geleden.
Verdedingswerken
Vanwege het dichterbij komen van de geallieerde legers laat de Duitse Wehrmacht in Noord-Nederland verdedigingswerken aanleggen, zoals schuttersputten, loopgraven en tankgrachten. De gemeente Warffum moet in de herfst van 1944 een contingent mensen beschikbaar stellen voor het graafwerk. Ze worden tewerkgesteld in de gemeenten Haren (Gr.), Appingedam en Usquert (Wadwerd).
Op 17 september 1944 gaat het spoorwegpersoneel in staking na een oproep van de Nederlandse regering in Londen. Het openbaar vervoer komt daardoor stil te liggen. Voerman G. Douma van de Oudedijk begint daarop een omnibusdienst[6] op de stad. Op een door paarden getrokken platte wagen op luchtbanden wordt een houten opbouw getimmerd die van binnen voorzien wordt van zitbanken. De reis naar Groningen via Winsum duurt zo ongeveer drie en een half tot vier uur.
In de winter van 1944/45 is er gebrek aan bijna alle artikelen en goederen, maar in vergelijking met de grote steden is er op het platteland niet echt voedselgebrek.
Om aan brandstof te komen worden veel bomen omgezaagd. Zo verdwijnen de bomen aan de oostzijde van de Schaapweg en langs de wegen naar Usquert, Breede en Onderdendam. Ook in het gemeentepark achter Vriezenstein verdwijnt een groot aantal bomen.
De druk van de bezetting wordt steeds zwaarder gevoeld en het wachten is op de bevrijding, die in de derde week van de maand april 1945 een feit is.
Distributie
Reeds vóór 1940 treft de regering maatregelen om in tijden van schaarste de beschikbare middelen zo goed mogelijk te kunnen verdelen. Daarvoor wordt in september 1938 een distributiewet van kracht die in juni 1939 vervangen wordt door een verbeterde. Voor de uitvoering worden distributiekringen ingesteld.
De gemeente Warffum vormt in die tijd een distributiekring met de gemeenten Usquert en Baflo, later nog uitgebreid met de gemeente Eenrum. Het hoofdkantoor is gevestigd in het gemeentehuis van Warffum. Naderhand wordt de uitreikingsdienst verplaatst naar het verenigingsgebouw ‘Pro Rege’ achter de Gereformeerde kerk.
In iedere gemeente is een distributieafdeling gevestigd. De bonkaarten worden bewaard in de kluis van het gemeentehuis van Warffum. De uitreiking van bonkaarten gebeurt tijdens zittingen in een aantal dorpen in het gebied, die worden aangekondigd door publicaties en advertenties. Met de uitreiking is een speciaal team van distributiebeambten belast. De bonkaarten worden onder begeleiding van politieambtenaren of marchaussees per auto naar de plaats van uitgifte gebracht. Regelmatig wordt de administratie gecontroleerd door inspecteurs onder wie de latere burgemeester T. Nabring[7]. Hij is later burgemeester geweest van 1947-1952.
Voor onderduikers is het bijna onmogelijk om op legale wijze aan bonkaarten te komen. De illegale Landelijke Organisatie (L.0.) voor hulp aan onderduikers kan door medewerking van distributieambtenaren of door overvallen op distributiekantoren aan het benodigde materiaal komen. Verder zijn de Landelijke Knok Ploegen (L.K.P.) actief in het organiseren van overvallen.
Het kantoor in het gemeentehuis wordt overdag bewaakt door één bewaker en 's nachts door twee. Een nachtelijke overval van de L.K.P. mislukt op het laatste moment doordat onverwacht enig lawaai ontstaat waardoor de bewakers gealarmeerd worden. Door onderduikers en illegale werkers wordt steeds vaker een beroep gedaan op betrouwbare distributieambtenaren.
Met medewerking van eveneens betrouwbare politiemensen, die de bonkaarttransporten begeleiden, kunnen veel distributiebescheiden aan het officiële circuit worden onttrokken. Uiteraard moet alles met de nodige voorzichtigheid gebeuren.
Na april 1945 zijn deze illegale activiteiten niet meer nodig, al werkt de distributiedienst wegens de schaarste aan levensmiddelen en goederen nog een aantal jaren voort.
Evacuées 1944/1945
Veel mensen moeten in de oorlog, al dan niet gedwongen, evacueren hetgeen wil zeggen dat zij hun woonplaats veiligheidshalve moeten verlaten. In de gemeente Warffum is in de jaren 1944 en 1945 aan een aantal evacuées onderdak verleend.
In het voorjaar van 1944 arriveren hier families, die afkomstig zijn van het oostelijk gedeelte van het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Dat gebied wordt door de Duitsers in het kader van de kustverdediging onder water gezet. De Flakkeeërs komen met de trein naar Groningen. Ze worden ondergebracht in huizen die bewoond worden door twee personen of alleenstaanden. Deze huizen worden daartoe gevorderd. De bewoners zelf trekken dikwijls bij familie of ruimer behuisden in. De ontvangst van de Zuid-Hollanders is niet onwelwillend. Het betreft dan ook een agrarische bevolking van overwegend Hervormde signatuur. De mannen kunnen het ontstane arbeidskrachtentekort in de landbouw aanvullen. Enkelen van hen huren wat land en verbouwen daarop zaden en groenten, waaronder witlof. Witlof is een groente die tot dan toe in Groningen weinig bekend is maar sindsdien gewaardeerd wordt. Ruim honderd personen, ongeveer 4,25% van de Warffumer bevolking, vinden hier onderdak. Door huwelijk en vestiging hier in het noorden en op de Zuid-Hollandse eilanden duren de contacten, die in het laatste oorlogsjaar zijn gelegd, tot op heden voort.

Een Duitse soldaat poseert met zijn fiets bij een dijkdoorgang (Noodpolder).
Bron: Bron: Oorlogsmuseum Middelstum.
Onder water
In de laatste week van september 1944 wordt op last van de Duitse autoriteiten begonnen met het onder water te zetten van de laag gelegen landerijen tussen het Damsterdiep en het Eemskanaal. De bevolking in dat gebied wordt dringend aangeraden om te evacueren. Voorzover wonende in de gemeente Ten Boer, kunnen ze, als ze daarin niet zelf kunnen voorzien, door bemiddeling van het evacuatiebureau te Groningen worden ondergebracht in de gemeenten Kantens, Winsum, Baflo en Warffum. Op 26 oktober 1944 krijgen de inwoners van Woltersum en Overschild bericht dat hun dorpen op last van de Duitsers onverwijld ontruimd moeten worden. Ook zij worden naar de bovengenoemde gemeenten verwezen.
Veel personen uit dat gebied zijn niet rond Warffum gekomen, het betreft slechts enkelen, waaronder een onderduiker. De verhuizing gebeurt met boerenwagens. De onderduiker wordt verborgen in een oude houten haverkist en zo met en tussen het huisraad vervoerd. Na aankomst bij familie in Breede wordt eerst de kist van de wagen getild waarbij de bodem het begeeft en de inzittende de helpers verbaasd doet toekijken.
Slag om Arnhem
Op 17 september 1944 begint de slag om Arnhem en de 23-ste krijgen de inwoners van Arnhem en omliggende plaatsen bevel om te evacueren. Een deel van deze mensen komt in Noord-Nederland terecht.
Na enige dagen in opvangcentra in de Stad te hebben doorgebracht worden ze doorverwezen naar gemeenten in de provincie. Warffum moet ongeveer 150 mensen huisvesten.
Het oorlogsfront verplaatst zich naar Midden- en Noord-Limburg. De bevolking daar wordt in januari 1945 door de Duitsers gedwongen het gebied te verlaten. Eerst te voet naar een spoorwegstation in Duitsland, dan per trein, vaak in veewagens waarbij ze onderweg beschoten worden door geallieerde vliegtuigen. In Gelderland of Overijssel komen de treinen weer over de Nederlandse grens. Na een reis van twee à drie dagen komen de vluchtelingen uitgeput in de stad Groningen aan. Na een eerste opvang worden zij over het platteland verspreid. Ongeveer 130 personen komen in de gemeente Warffum terecht. Zo goed als onder de gegeven omstandigheden mogelijk is, krijgen zij onderdak bij particulieren en op boerderijen. De Limburgers zijn Rooms Katholiek en houden hun kerkdiensten in de bovenzaal van hotel Spoorzicht.
Hongersnood
Vanwege de heersende hongersnood in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag wordt in de winter van 1944/45 een groot aantal kinderen van daar naar Noord-Nederland gezonden. In Warffum arriveren naar schatting 80 tot 100 kinderen uit Amsterdam en Rotterdam. Een comité, waaronder medewerkers van de distributiedienst, zorgt voor de eerste opvang en inkwartiering. De kinderen worden ontvangen in de zaal van café 0. Bakker, Noorderstraat 11, waar zij een maaltijd krijgen en wat bezig worden gehouden, wachtend op hun pleegouders. Na veel improviseren lukt het om alle kinderen onder te brengen.
Dolle Dinsdag
Verder komt hier na 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) nog een twintigtal N.S.B.-ers aan die in paniek zijn gevlucht. De meesten trekken naar Noord-Duitsland, maar wanneer de situatie daar verslechtert, keren zij in februari 1945 naar het nog bezette deel van Nederland terug. Al met al vinden in de gemeente Warffum op 1 april 1945 ongeveer 575 ontheemden onderdak, dat is ongeveer 23% van het aantal inwoners in 1943.
Na de bevrijding keren de evacuées in de zomer van 1945 weer naar hun plaats van herkomst terug.
De Bevrijding, april 1945
Maandag 16 april gaat het gerucht door het dorp dat de Canadezen er aankomen. Het gerucht blijkt waar te zijn want in de namiddag trekken zij vergezeld door mooi lenteweer met een kleine colonne voertuigen vanaf Den Andel over een onverharde binnenweg naar Breede. Daar stuiten zij op enige daar op dat moment aanwezige Duitse militairen. Er ontstaat een kort vuurgevecht waarbij een Duitser gewond raakt en de overigen een goed heenkomen zoeken. De Canadezen zetten hun tocht voort via Wester- en Oostervalge[8] naar Usquert. Vandaar keren zij terug in westelijke richting. Intussen zijn vanaf villa Vriezenstein vier leden van de ondergrondse beweging met een auto op weg gegaan om wapens en munitie op te halen. Mede door een enige maanden eerder geplande, maar afgelaste wapendropping zit men daar nu zonder. Hier verblijvende onderduikers zijn intussen weer tevoorschijn gekomen en veel ingezetenen storen zich die avond al niet meer aan de spertijd van 20.00 uur, de tijd waarna men zich niet meer op straat mag bevinden.
De Duitsers zijn even terug
Vanaf Usquert en uit de Zuiderhorn nadert onverwacht een aantal Duitse militairen het dorp. Zij beginnen op de overtreders te schieten, die daarop hun huizen invluchten. Inmiddels is de auto van de ondergrondse, nu beladen met wapens, teruggekeerd. Bij de Breedenborg houden zich enige Duitse militairen op die de wagen beginnen te beschieten. Zelfs een zgn. Panzerfaust[9] wordt in de strijd geworpen, waardoor de voordeur van de woning Breede nr. 7 uit de sponningen wordt gelicht en door de gang in het achterhuis terecht komt. De vier inzittenden kunnen de auto nog tijdig verlaten en heelhuids door de landerijen ontkomen. De volgende dagen leeft men hier min of meer in niemandsland, af en toe bezocht door een Duitse patrouille.
Huisarts Jansma
De plaatselijke Binnenlandse Strijdkrachten, onder leiding van de commandant huisarts M.A.J. Jansma, nemen in het gemeentehuis alvast het bestuur in handen. Medeburgers die verdacht worden van samenwerking met de Duitse bezetter worden aangehouden. De mannen worden voorlopig ondergebracht in de kelder van banketfabriek Albatros[10] aan de Stationsweg en de vrouwen in het gebouw ‘Pro Rege’.
De Canadezen komen
Op vrijdag 20 april 1945, een fraaie lentedag, komen de Canadezen. Ze behoren tot ‘The Regina Riffle Regiment’ van de ‘7th Canadian Infantry Brigade’. Een deel van hen bivarkeert hier enige weken. Straten en schoolpleinen staan vol met tanks, carriers, vrachtauto's en ander materieel. De militairen vinden onderdak in de beide lagere scholen. De officieren nemen hun intrek in het hotel Van Dijk, Noorderstraat 20. Vanuit Warffum wordt door Noordwest Groningen gepatrouilleerd.
Het bestuur wordt voorlopig uitgeoefend door het Militair Gezag, district Noord dat gehuisvest wordt in de woning Oosterstraat 14, naast het gemeentehuis. Dokter Jansma wordt districtscommandant. De burgemeester van Uithuizen wordt tijdelijk aangesteld als politiecommandant voor de kustgemeenten. Op 16 november 1945 wordt een noodgemeenteraad geïnstalleerd, die aanblijft tot de raadsverkiezing in 1946. Het normale leven begint langzaam weer op gang te komen.
Het oorlogsmonument in Warffum is een natuurstenen gedenksteen
Het oorlogsmonument bevindt zich op de Algemene Begraafplaats aan de Noorderstraat 22 te Warffum.
Naast de gedenksteen bevindt zich het ‘Joods monument’.
De tekst op het gedenkteken luidt:
‘1940-1945
K. TEN BOER
W.J. BRUINS
E. DE GROOT
G. DE JAGER
T. DE VRIES
R. ZEEF
E.M. v.d. ZIJL
OPDAT WIJ NIET VERGETEN.’

Bronnen:
- Ties Groenewold, Flugwache Warffum, over een onbekende stelling in de Noordpolder.
- Oorlogsmuseum Middelstum.
- Groningen1045.nl
- Website van Warffum.
|