De Waddenzee na de regen.

De Waddenzee na de regen.
Foto: Michield, oktber 2001. Licentie: Creative Commons Naamsvermelding-Gelijk Delen 3.0 Unported licentie.

 

Deze droevige gebeurtenis speelt zich af in het jaar 1873 zo’n 151 jaar geleden, het verhaal gaat over een 6-tal personen uit Termunten, Borgsweer en Woldendorp die zich bezig houden met het smokkelen van drank. Het is in feite een treurig verhaal. Dit verhaal wordt door Ben van der Laan aangetroffen in het rijksarchief van Groningen, tijdens zijn speurtocht naar de genealogie van de Van der Laan’s. Het verhaal is opgetekend in de ‘Groninger Courant’ van 4 februari 1873.


Dranksmokkel
De dranksmokkel geeft een beeld van wat er zich vroeger heeft afgespeeld om een paar centen extra bij te verdienen. Twee van de vijf personen moeten dit avontuur met de dood bekopen. De weduwe van Jan Beekhuis, Geerdina Landman, vraagt acht jaar later een officiële doodverklaring aan bij de gemeente Bierum, zij wil namelijk opnieuw in het huwelijk treden. Het verslag van het genoemde luidt als volgt:

Lijk aangespoeld
‘Voor een paar dagen is alhier aan den dijk bij Hoogwatum aangespoeld het lijk van een man ogenschijnlijk 30 jaren in enigszins ontbindende toestand. Op last van den burgemeester is het daar ter plaatse begraven. Naar men verneemt moet de man van Woldendorp zijn en een van de smokkelaars zijn, die zich in januari reeds bij nacht op de Eems in eene boot hebben gewaagd en van welke, zoals de couranten toen gemeld hebben, twee zijn omgekomen. Het lijk was slechts van eene laars voorzien en een laars moet toenmaals opgevist zijn en te Woldendorp worden bewaard. Nagenoeg een vierendeel jaars heeft dan dat lijk in zee omgezwalkt[1]’.

 

Wat er is gebeurd
Jan Beekhuis wordt geboren op 11 januari 1843 te Woldendorp. Hij is een zoon van  Hindrik Adolfs Beekhuis (arbeider), 31 jaar, en Sijke Jans Holthuis[2]. Hij trouwt op 20 mei 1868 te Termunten met Geerdina Landman. Jan Beekhuis is dan 25 jaar en Geerdina is 19 jaar en geboren in Borgsweer als dochter van Andries Tjarks Landman en Geessien Geerts Sweringa[3]. Hij verdrinkt op 28 januari 1873[4]. Beroep boerenknecht, slachter en arbeider.


Volgens verhalen in de familie heeft hij rood haar. Hij drinkt veel en verdobbelt op een keer zijn twee schapen. Hij gaat niet naar de kerk, maar af en toe bladert hij wel eens in de familie Bijbel die op de kast ligt. “Daar moet ik toch nog eens een keer in gaan lezen”, zegt hij dan. De ware toedracht van hetgeen in die koude winternacht is gebeurd, lezen we in de krant van 4 februari 1873.

 

Het verhaal
‘Tot uitbreiding en rectificatie van het bericht over het droevige uiteinde van een paar smokkelaars, voorkomende in het vorig nummer van dit blad, diene het volgende:


Tegen de avond van zondag den 26sten januari jongstleden begaven J. Beekhuis, A. Schudde, K. van der Laan en F. Zandman zich gezamenlijk in het bootje van zekere Evert uit Oost-Friesland om met voorloop van brandewijn ons land binnen te smokkelen. Het bootje was echter te klein om vijf volwassen personen en zulk eene hoeveelheid gedistilleerd te dragen; bij iedere slingerende beweging, schepte het water, zodat het eindelijk zonk Gelukkig geschiedde dit op eene plaats waar de Dollard geen aanmerkelijke diepte heeft, zodat de bemanning, ofschoon met het grootste gedeelte van hun lichaam in het water staande toch gelegenheid had het water weer uit de boot te scheppen om daarna de gevaarlijke reis te vervolgen.


Al spoedig daarna zonk de boot echter opnieuw, ditmaal boven een riet of geul, waar te veel water stond om den grond met hunne voeten te bereiken. Uit vrees voor verdrinken hielden zij zich met hunne handen aan weerszijden van de boot vast en moesten zich stroomafwaarts laten zakken, tot ze eindelijk op een minder diepe plaats kwamen, waar de boot vast raakte. Dit geschiedde omstreeks 1 uur na middernacht. Ofschoon niet ver meer van het punt waar ze dachten te landen op het oogenblik dat de stroom hem in zijne magt kreeg, waren ze nu zover weggedreven, dat niemand met juistheid kon opgeven, waar ze zich bevonden. Later bleek, dat dit punt naar gissing omstreeks anderhalf uur van den Reiderwolderpolderdijk verwijderd is.

 

Daar de vorst hun natte kleren deed bevriezen, besloot de een na de ander hunne vracht door de slijk te waden om zoo den vasten wal te bereiken. Schudde ging het eerst dien gevaarlijken tocht in den duisteren nacht ondernemen, daarna Zandman, die aanvankelijk het spoor van zijnen makker volgde, tot hij kwam bij een dikken keisteen, die in den Dollard ligt op de grenzen van Nederland en Pruissen. Hieraan bemerkte hij, dat ze beide een geheel verkeerde rigting hadden genomen; hij keert dus terug, doch bukt zich op dien terugweg gedurig naar beneden om zich in den duisternis goed te overtuigen, op welke wijze de voetstappen in het slijk zijn afgedrukt. Het gelukt hem op die wijze terug te komen bij Beekhuis en v.d. Laan, die inmiddels ook hun bootje hadden verlaten, doch op dat oogenblik niet verder konden komen, omdat Beekhuis zoo duchtig de flesch en een blaas had aangesproken, dat hij niet meer gaan of staan kon en dus op het slik ging liggen. Van der Laan en Zandman beproefden tot driemaal toe hun dronken makker, tusschen hun beide in, naar land te sleuren; maar daar Beekhuis zelf niets meer kon uitrigten en de beide anderen, half verkleumd bovendien door hunne bevrorene kleederen en het slijk, zeer in hunne loop werden belemmerd, vorderden ze luttel weinig.


Daar komt de vloed; nog eenmaal wijzen ze hun kameraad op het groote gevaar, waarin ze zich bevinden, ze sporen hem nogmaals aan alle krachten bijeen te verzamelen, ten einde een anders wissen dood te ontgaan, maar alles tevergeefs. Hij zegt nog: “Laat mij maar liggen. Geerdina (zijne vrouw) zal straks wel komen en mij helpen”. De dood spookt hem reeds op het aangezigt en nu op eigene redding bedacht, zoeken ze den dijk, dien ze eindelijk na veel moeite en inspanning ook bereiken[5]’.


Jan Beekhuis blijft op het slijk liggen en is even als Aldrik Schudde verdronken. Beiden laten een vrouw en drie jeugdige kinderen achter[6].

 

Aaldrik Schudde is dagloner geweest, 35 jaar, getrouwd met Menna Schrikkema en woont in Woldendorp. Zijn ouders zijn Aeilt Aaldriks Schudde en Geertruid Spackman[7]. Hij is op 4 oktober 1865 in Termunten getrouwd op 27-jarige leeftijd. Zijn echtgenoot is dan 30 jaar en is geboren in Nieuw Scheemda[6]. Zijn overlijden vinden we terug op 12 mei 1873 in het overlijdensregister van de toemalige gemeente Termunten[9].

 

Noten, bronnen en referenties:

Noten:

1 Groninger Courant, Bierum, 25 april 1873

2 Geboorteregister Termunten 1843, akte nr. 8.

3 Huwelijksregister Termunten 1968, akte nr. 6

4 Overlijdensregister Termunten 1882, akte nr. 40. Aktedatum 26-06-1882. Hierbij wordt aangetekend dat hij 30 jaar is en geboren te Woldendorp, alsmede overleden op 1 april 1873 achter de Reiderwolderpolder. De originele akte bevat een zeer lang verhaal (zie de akte op deze pagina).

5 Groninger Courant, dinsdag 4 Februari 1873, Termunten 2 februari

6 Groninger Courant, dinsdag 4 Februari 1873, Termunten 2 februari

7 Overlijdensregister Finsterwolde 1873, akte nr. 17.

8 Huwelijksregister Termunten 1865, akte nr. 17.

9 Overlijden (elders), overlijdensregister Termunten 1873, 12 mei 1873, akte nr. 25.

 

Bronnen en referenties:
- Groninger Courant, 4 februari 1873.
- Groninger Courant, 25 april 1873.
- Ingezonden: Ben van der Laan, Appingedam

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 23 november 2024.
Ingezonden: Ben van der Laan, Appingedam.
Redigering: René van Rijn, Winschoten
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top