De naam Hillinga komt onder de huwelijken in de provincie Groningen reeds voor in 1773. Bij de dopen komt de naam nog vroeger voor. Zoeken we bij de mormonen dan verschijnt de naam al rond 1650.

 

Met de invoering van de Burgerlijke stand, ingevolge de Code (Wetboek) van Napoleon wordt de naam steeds gebruikelijker en komt deze ook voor als Hilling, Hilginga, Hilgenga, Hellinga en Hillenga, waarbij Hillenga zeer waarschijnlijk de Groningse vorm voor Hillinga zal zijn. Het is daarom ook niet vreemd dat in 1947 bij de volkstelling de naam Hillenga in Groningen 91x voorkomt en in de rest van Nederland maar 8x. Bij de familienaam Hillinga is dat voor Groningen 24x en voor de rest van Nederland ook 24x, waarbij in het laatste geval de naam 10x voorkomt in Zuid-Holland en 9x in Noord-Holland. De naam Hilgenga komt in 1947 82x voor, namelijk 50x in Groningen en 26x in Drenthe en in de rest van Nederland maar 8x Hilling komt in 1947 slechts 10x voor in ons land, 6x in Den Haag en 4 x in Utrecht en Noord-Holland.

 

Volgens de Nederlandse Familienamen Databank duidt de naam Hellinga in de meeste gevallen op een huis- of boerderijnaam, die overgegaan is op de bewoners. Het duidt oorspronkelijk het erf of het huis van ene Hellin(g/k) aan, een vleivorm van een Germaanse hild-naam, zoals Hilleboud of Hildebrand. In het zuiden treffen we hem aan in onverbogen vorm of in patroniemvorm met –s: Helling, Hellings, Hellinx. Kennelijk wordt deze naam anno 1811 ook toepasselijk gevonden voor personen die op een scheepshelling werkzaam zijn geweest. Indien afkomstig van ‘hellinc’ gaat de naamsvorming zelfs terug tot 1308.

 

Hilgenga’s: geen familie van Hillenga en Hillinga

De koopman-winkelier Jan Jans te Beerta (1768) geboren te Heiligerlee en te Beerta getrouwd met Antje Jans (1770-1846) dochter van Jan Elzes en Fokjen Jans aldaar, neemt de achternaam Hilgenga aan, of als de familieoverlevering juist is, krijgt hij hem toegewezen door de maire van Beerta. Als Jan Jans op het gemeentehuis over de aan te nemen naam niet tot een beslissing heeft kunnen komen, zal de maire tenslotte gezegd hebben. “Je komt van Heiligerlee. Ga maar naar huis, we zullen wel een mooie naam voor je zoeken”. Een paar dagen later weet Jan Jans zijn nieuwe naam: Hilgenga. Iemand die van Heiligerlee komt, wordt in die tijd ook bijvoorbeeld wel Klooster of Kloosterboer genoemd. Volgens een familieoverlevering houdt de naam Hilgenga namelijk verband met Heiligerlee. Onmogelijk is het niet. Deskundigen nemen aan, dat het woord ‘heiliger’ in Heiligerlee het autarkische woord ‘hleo’ is, dat heuvel of hoogte betekent. Heiligerlee is inderdaad heuvelachtig en wellicht mede daarom hebben de Prinsen van Oranje juist die streek uitgezocht om slag te leveren tegen het Spaanse leger. In het plat-Duits wordt een heuvel wel ‘hilg’ genoemd. In het Oldambt is ‘hilte’ een zoldertje voor hooi en gereedschappen. Zoals verder algemeen bekend is, zijn ook in 1811 de Friese uitgangsvormen ‘-inga’ en ‘-enga’ (nakomeling, afstammeling van geboortig uit) veelvuldig gebruikt om familienamen te vormen. In Friesland komt ‘-enga’ meer voor, terwijl ‘-inga’ meer in het Groninger deel voor komt [I].

 

In Goeree Overflakkee vervolgens is een ‘hil’ het erf rond een boerenwoning. Het is gebruikt om aan te geven dat men een familienaam wil gebruiken en niet meer de patroniemen. Het komt voor dat een woning of een boerderij zo wordt genoemd. Zo betekent ‘Hillinga’ in dit verband ‘huis of boerderij op de hoogte’ en heten de mensen die daar wonen ‘Hillinga’. Overigens komt ook de achternaam ‘Hill’ en ‘Hille’ voor. ‘Van Hille’ wordt hier ‘Hille, van’ ontleend aan een toponiem (Ten) Hille (=heuvel; vgl. eng. Hill), dat veel in Vlaanderen voor komt.

 

Jan Jans Hilgenga (1768-1827) is, als zoon van Jan Hendriks (±1742-±1780) arbeider en Jacobjen Jans, weliswaar geboortig uit Heiligerlee, maar zijn grootouders van vaderskant Hendrik Gerrits en Anneke Hendriks wonen te Meeden. Grootouders van moederskant zijn Jan Harms en Lukje NN. Over beroep, geboorte en overlijden van deze grootouders, alsmede van de verdere voorouders ontbreken bij mij nog de gegevens. Voor zover is na te gaan is in ons land omstreeks 1811 de naam Hilgenga alleen aangenomen, door Jan Jans te Beerta en door zijn zuster Lukjen Jans te Heiligerlee (Winschoten). Laatstgenoemde overleed aldaar onder die naam, als weduwe van Jan Hendriks Dieters. Alle Hilgenga’s zijn dus naar alle waarschijnlijkheid familie van elkaar. Als we het volledige nageslacht van Jan Jans Hilgenga draaien, blijkt dat er geen enkele verwijzing is, waarbij aangetoond wordt dat deze familienaam ook voorkomt in een andere schrijfwijze: er is daar geen enkele verwantschap tussen de Hillenga’s en Hillinga’s en de familienaam Hilgenga. Een uitzondering daarop is de geboorte van Eggo Hillenga in 1880, die ook Hilgenga wordt genoemd, waarover straks meer.

 

Hillenga wordt  Hillinga

Ik zal mij in eerste instantie richten op de Hillenga’s en Hillinga’s, voorzover dit de voorouders zijn van de laatste van deze tak, namelijk Eggo Harm Hillinga, geboren 07-10-1974 te Veendam. Omstreeks 1811 ontstaat namelijk in Oost Groningen een familienaam, die veel lijkt op Hilgenga, en wel Hillenga, soms ook geschreven Hillinga. Het blijkt, dat in dat jaar Berend Sebes te Beerta, geboren Oude Pekela of Onstwedde, alsmede (vermoedelijk zijn broer) Detmer Sebes te Winschoten, zoon van Sebe Harms en Wendelina Detmers te Oude Pekela, de achternaam Hillenga hebben gekregen of aangenomen. Zij krijgen dus van hun vader niet de familienaam Harms mee. Vanwaar de naam Hillenga? Ook ontsproten aan het brein van de maire van Beerta? Het lijkt niet onwaarschijnlijk.

 

Deze Berend Sebes Hillenga, getrouwd met Harmke Egges krijgen drie dochters en vier zonen. Een van die zoons is Eggo Berends Hillenga. Hij trouwt met Teubke Hindriks Timmer. Uit dit huwelijk komen vijf zoons, te weten, Eggo Berend, Hindrik, Sebo en Harm. Hindrik sterft als hij 9 naar oud is. Daarop besluiten zijn ouders het vijfde kind dat op 28-06-1852 wordt geboren weer Hindrik te noemen. Zoon Harm gaat echter verder door het leven als Harm Hillinga en krijgt dus niet de achternaam van zijn vader, Hillenga mee. Vanaf dat moment splits zich de tak in Hillenga’s en Hillinga’s.

Zoon Hindrik Hillenga die op 20 april 1877 met Maria Begeman trouwt, verwekt bij haar maar liefst 12 kinderen. Een van die kinderen is Eggo, geboren op 3 april 1980 in Woldendorp. Hem komen we zowel met de achternaam Hillenga als Hilgenga(!) tegen.

 

Naamsverklaring

Genealogen nemen algemeen aan, dat de naam Hillenga en Hillinga is afgeleid van de voornaam ‘hil’ of ‘hille’, afkorting van Hilko, Hiltje, Hilchie, enz. In hoeverre dit opgaat, staat echter niet vast. Reeds in 1285/86 komt de naam ‘Hillen’ al voor Opmerkelijk is, dat in het thans zeer talrijke geslacht der Hillenga’s in de Oldambtster gemeenten Beerta, Finsterwolde, Termunten, Nieuwolda, Midwolda e.a. genoemde voornamen vroeger en ook nu nog steeds voorkomen. Voor deze verklaring gaan we dus terug naar de naamsverklaring.

 

Ondanks de grote gelijkenis tussen de beide geslachtsnamen bestaat, zoals eerder is beschreven en aangetoond, geen bloedverwantschap tussen de Hilgenga’s en Hillenga’s, behalve mogelijk door foutieve schrijfwijzen. De Hilgenga’s komen van Meeden, de Hillenga’s  van Oude Pekela: terwijl bij xx de Hilgenga’s naast Jan en Hendrik typische voornamen als Elzo, Gerrit en Klaas veelvuldig voorkomen, domineren bij de Hillenga’s nog steeds voornamen als Sebo, Detmer en Eggo.

 

Intussen heeft de grote gelijkenis in schrijfwijze, maar ook in uitspraak verwarring gebracht. In het plat Gronings is de uitspraak gelijk. In registers van de Burgerlijke stand van een aantal gemeenten zijn Hilgenga’s soms in- en uitgeboekt als Hillenga’s, terwijl ook het omgekeerde voorkomt, met als gevolg, dat hier en daar, bijvoorbeeld in Vlagtwedde, Delfzijl en Termunten Hilgenga’s wonen, die tot het geslacht der Hillenga’s behoren.

 

De meest recente ‘verschrijving’ komen we tegen bij Gerard Hillenga. Evenals Harm, Zwaantje, Berend, Eggo, Hendrik Adolf en Martje, heeft hij als vader Eggo Hillinga, geboren op 14-01-1876 In Meerland, gem. Finsterwolde en Harmanna Reit uit Nieuw Beerta. Gerard wordt geboren in 1915 in Nieuw Beerta, gem. Beerta en overlijdt op 27-08-1944 in Emden (Dld). Ondanks dat zijn vader, broers en zusters allemaal Hillinga heten, gaat Gerard door zijn leven als Hillenga, wat ook op zijn grafsteen komt te staan. Nog vreemder komt het over dat op de grafsteen van zijn vader staat vermeld ‘Eggo Hillenga, geliefde echtgenoot van Harmanna Reit’ en op die van de laatste, ‘Harmanna Reit, geliefde echtgenote van Eggo Hillinga.’

 

 

xx
Foto 1. Graf van Gerard Hillinga. Geboren 30-05-1915 te Nieuw Beerta en overleden op 27-08-1944 te Emden (Dld).
Op zijn grafsteen staat Hillenga, terwijl zijn vader (Eggo) Hillinga heet.

 

 

xx xx

xx xx


 

Naamsvermeldingen en literatuurreferenties van Hellinga:

• Eelkje Hedzers Hellinga, geboren:/gedoopt: Warga 1706; zoon van Hedzer AElses (Hellinga), eigner van stim nr. 20 (Klein Hellinga) te Warga; zoon van AElse Douwes [Nieuwland-1987, pagina: 32, nr 423].

• Naamsaanneming Grouw 1811: Gerben Hellinga, overleden: 1800 [foutje?], geboren: Wergea, hellingde (herstelde op de scheepshelling) in 1811 op 't IJ; zoon van Wytze Gerbens, overleden: 1763 [Hoekema-1975, pagina: 265].

 

Naamsvermeldingen en literatuurreferenties van Hellinc, Hellin, Helling:

• Hellinc = Hello = Hildibrant [Mayer-1906].

• Jan Hellin, Ieper 1308; Peter Hellinck, Antwerpen 1593 [WFB].

• Godert Helling, geboren: Siegen, schrijver van graaf Jan V van Nassau-Dillenburg 1481, schout der Dehrner Zent in Niederhadamar van 1486 tot na 1520; zoon van Herman Helling, burger in Siegen 1437, Hüttenmann vanaf 1463: hij bezat een ijzerhütte aan de Sieg waar hij in 1468 platen goot voor een kookkachel op het slot Dillenburg (op dit kasteel is Willem van Oranje geboren); zoon van Johann Helling = Hans Hüttenmann 1417 = Hans der Alte, burger te Siegen 1437 en Ratsherr aldaar in 1457; mogelijk een zoon van Heynman Helling, burger van Siegen in de Webergasse 1404 [S.W. Auwerda-Berghout, 'De herkeuring van luitenant Hatzmann', in: GN 61 (2006), nr 3, pagina: 154-160].

• [Ebeling-1984, II, pagina: 78].

• [B.J. Hekket, in: Tubantia 1978].

• Vgl. OLS: helling-toponiemen.

 

Heling:

• Jan Helynghe, te Gees en Zwinderen; Albert Helyng, te Drouwen ca. 1450 [Schattingslijst Drenthe ca. 1450, pagina: 66, 70].

• Johan Helinge, deurwaarder te Assen in 1628 [Jan Ennik, 'De Besloeten Plaetss. Grondgebruik in Assen van 1600 tot 1800 in het oostelijk en zuidwestelijk deel binnen de singels', in: Asser Historisch Tijdschrift 11 (2001), nr 1, pagina: 7].

 

-inga

Dit is de Fries-Groningse pendant van de Oostnederlandse -ing-vorm met een -a-flexie (vgl. -a en -ing). De naam Eelco Heringa kan als volgt worden uitgelegd: Eelco, een van de personen (zonen) van de clan (familie) van Hero. Nadat -a-verbuiging grammaticaal in het Fries niet meer werd toegepast, bleef men de uitgang -inga bij de vorming van achternamen gebruiken. Deze werden nu echter niet meer alleen van voornamen afgeleid, maar ook van toponiemen (Muntinga < Muntendam of Termunten) en beroepsaanduidingen (Smedinga < smid). Evenals bij andere -a-naam types werden vanaf de middeleeuwen -(i)nga-namen op het huis en land van de betreffende families overgedragen. Het was niet ongebruikelijk dat nieuwe bewoners vervolgens ook de naam overnamen, zodat de betekenis ervan eigenlijk veranderde: Heringa = 'wonend op het Heringa-goed'. Dit werd soms benadrukt door toevoeging van het voorzetsel van (Van Goinga, Van Idsinga).


In 1947 bestonden er nog ongeveer 700 verschillende -nga-namen, waarvan 435 -inga-namen, 265 -enga-namen en een paar andere vormen (Banga, Donga). Deze namen werden door 53.400 personen gedragen, dat is 0,56% van de Nederlandse bevolking. In Friesland door iets meer dan 16.000 en in Groningen door iets minder dan 16.000 personen, wat in beide provincies overigens goed is voor 3,56%. De verhouding tussen het totale aantal –inga en -enga-naamdragers in Nederland was 40.800:12.100. In Friesland kwam de uitgang -enga meer voor dan in Groningen (4.100:3.750) en de uitgang -inga iets minder (11.800:12.050).


Enkele verkorte en afgezwakte vormen zijn namen op -iga/-ega (Gosliga, Sonnega) en -ia/-ja/-je (Runia, Wijnja, Makkinje).

 

• Ebeling-1993, pagina: 99. / "Een tweede subtype onder de zogenaamde Friese -a-namen vormen de fn. op -inga. Ook het prototype hiervan heeft een antroponymische basis, gevormd als deze namen oorspronkelijk zijn uit (a) een roepnaam, (b) het bekende, in diverse Germaanse talen productieve achtervoegsel -ing/-ung ter aanduiding van het behoren bij een persoon of groep van personen, en (c) de uitgang -a van de tweede naamval meervoud. [...] Het -inga-type is in de loop van de tijd zeer productief geweest en omvat derhalve ook vele analogievormen op niet-antroponymische basis... Een spellingsvariant van de indifferente -i-klank in -ing is -eng. Als resultaat van een verkorte uitspraak van -inga/-enga onder bepaalde condities zijn er verder nog enkele varianten op -nga, -iga, -ega, -ia, -ja, -je." \ pagina: 144. / Ook binnen de groep van de beroepsnamen is -inga produktief. "Het basiswoord in dergelijke formaties omschrijft in verreweg de meeste gevallen geen beroep maar een karakteristiek voorwerp uit een bedrijf of beroep. Dit metonymisch taalgebruik kan trouwens niet los worden gezien van een bepaald verschijnsel in de woordvorming." Nl. eensyllabig basiswoord, vooral bij -stra en -inga afleidingen. "Deze eensylabige woorden zijn kennelijk gemakkelijker onder de met beroepen samenhangende voorwerpen te vinden dan bij de beroepaanduidingen zelf. Welke invloed de woordvorming in dit kader inderdaad op de woordkeuze heeft, is uiteindelijk echter moeilijk te traceren. De uit één lettergreep bestaande basis speelt namelijk ook bij de beroepsnamen op -ma de voornaamste rol, terwijl algemeen gesproken tweesyllabige bases bij de woordvorming van dit type geenszins als hinderlijk worden ervaren."


• H. Feenstra, 'De ontfriesing van Groningerland nogmaals bekeken', in: DMB 43 (1991), pagina: 25.
• Winkler-1877, pagina: 252-275. 

 

Aantal naamdragers op –inga in 1947

Het aantal naamdragers op –inga in Groningen bedraagt in 1947 op een totaal van 40.799 maar liefst 12.058, voor Friesland 11.803, voor Noord-Holland 5.627 en voor de rest van Nederland dus 11.311. Hetgeen aangeeft dat in het ‘Friese’ deel van ons land het merendeel van naamdragers op –inga voorkomt.

 

Tabel 1947:


 

Groningen

12.058

Friesland

11.803

Drenthe

2.548

Overijssel

1.752

Gelderland

1.499

Utrecht

1.153

Amsterdam

2.832

Noord-Holland

2.795

Noord-Holland totaal

5.627

Den Haag

1.147

Rotterdam

896

Zuid-Holland

1.064

Zuid-Holland totaal

3.107

Zeeland

85

Noord-Brabant

660

Limburg

507

Totaal

40.799

 

 

 

Naamsverspreiding over Nederland.

 

 

 

Naamsvermeldingen en literatuurreferenties van Hill:

• Maria C. Koenen-Hill, geboren: 7-6-1881, woonachtig: Marco Polostraat 94-I, Amsterdam; Anna Klein-Hill, geboren: 5-5-1896, woonachtig: O(...?)waterweg (?) 380-I, Amsterdam; Emma Brekhof-Hill, geboren: 2-1-1900, woonachtig: Voornestraat 17, Amsterdam; Reinier Hill, geboren: 24-2-1903, woonachtig: Hoofdweg 452-II, Amsterdam; Erna Anna Hamming-Hill, geboren: 24-10-1909, woonachtig: Borgerstraat 24-II, Amsterdam [Volkstelling-1947].

• Geryt Claes Hille zoons zoon, 's-Gravenzande 1387 (archief van het klooster Bethanië in 's-Gravenzande) [Sernee-1920, pagina: 221].

• Anna N. Hille-Mollé, geboren: 4-3-1901, woonachtig: Maarssenbroekdijk 21a, Maarssen [Volkstelling-1947].

 

Naamsvermeldingen en literatuurreferenties van Hillen:

• Gerard Hillen - uitgaven Dordrecht 1285-86 [Stadsrek. Dordrecht 1283-87, pagina: 46].

• [D.J. Bais-Hillen, Genealogieënboek, (Den Helder?) 1992].
 

 

Voornamen

 

Bij de eerder vermelde achternamen komen een aantal voornamen opvallend veel voor, zoals Harm, Eggo, Sebo en Detmer.

 

Harm is een tweestammige Germaanse naam die ongeveer betekent ‘man, held van het leger’, uit Har-, Her- ‘heer, leger’ (zie her-) en –man, held. De grondvorm voor Harm is Herman. Andere voornamen, afgeleid van Herman zijn Harma, Harman, Harmance, Harmanda, Harmandus, Harmanna, Harmanneke, Harmannus, Harmans, Harmanus, Harmaria, Harmea, Harmeintje, Harmen, Harmger, Harmien, Harmientje, Harmina, Harmine, Harminus, Harmke, Harmkje, Harmpien, Harmpje, Harmtien, Harmtje.

 

Ook de verkleinnaam Hammie en Hamme komen voor in de kindertaal.

 

Conform het bovenstaande wordt ‘Harm’ wel uitgelegd als: krijger of legeraanvoerder.

 

Patroniemen van Harm zijn:

Harms, Harmsen en Harmssen

 

Bekende Nederlanders met ‘Harm’ als voornaam:

* Harm Edens (wetenschapper en schaatskampioen)

* Harm Edens (presentator)

* Harm Ottenbros (wielrenner)

 

De grondvorm van Eggo is Ege. Dit is een Friese naam. Eenstammig verkorte eg-namen, bijvoorbeeld van Egbert. Ego is eerder de vleivorm geweest van Egidius. Ook Age schijnt hier uit voort te komen, welke naam we aantreffen in Groningen en Friesland en de afkorting is van een Germaanse naam met agi(l), wat zwaard betekent.

 

De grondvorm van Sebo is Sebe. Sebo komt bijna uitsluitend voor in Groningen en is de tweestammige verkorting van Germaanse namen met Sige, wat ‘zege, overwinning’ betekent. Denk ook aan ‘sig’ en het Oudfriese ‘sege’. Het tweede lid begint met b-, zoals in –bert, wat ‘glanzend, stralend, schitterend’ betekent. Dit komt voor in Sibrecht. Ook woorden op –bald en –bold komen voor, wat ‘stoutmoedig’ betekent in bijvoorbeeld Sibald.

 

Ditmar is de grondvorm van Detmer en betekent ‘beroemd onder het volk’. Het komt uit ‘Diet’- en ‘mar’. ‘Diet’ betekent ‘volk’ en ‘mar’ beroemd. Het Griekse equivalent is Democles.

 

Algemene bron: Meertens Instituut

 


 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

 

 

Hoogeveen, 19 oktober 2013.
Verhaal: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top