Grafzerk van Jan Siertsema (her)ontdekt in Eexta

 

Mr. Jan Siertsema is geboren op 7 maart 1791 in Eexta en gedoopt op 13 maart 1791 aldaar. Op 13 oktober 1857 overlijdt hij te Eexta ‘op diepe droefheid zijner nagelatene Betrekkingen’ [1] op Huize Vredenhoven, aldaar, als hij ruim 66 jaar oud is. Zijn grafsteen is (her)ontdekt in september 2022 bij de voormalige kosterij van Scheemda (zie de tekst onder de volgende afbeelding). In de ‘Groninger Courant’ van 16 oktober 1857 lezen we: ‘Op den Huize Vredenhoven overleed heden, tot diepe droefheid zijner nagelatene Betrekkingen, de WelEdel Geboren Heer Mr. Jan Siertsema, in de ouderdom van 66 jaren. Eexta, 13 October 1857. Eenige kennisgeving’. Deze kennisgeving komt nagenoeg overeen met die van 13 oktober.


Mr. Jan Siertsema is advocaat en landeigenaar geweest. Hij is de laatste van het geslacht Siertsema dat op ‘Huize Vredenhoven’ te Eexta heeft gewoond. Dat moet wel erg eenzaam zijn geweest, want hij is ongehuwd en kinderloos aldaar gestorven.

 

Foto: Jur Kuipers, 8 september 2022. Met dank aan Tom Vos.

 

Op het (onderste) deel van de zerk staat letterlijk de volgende tekst:


‘Ter Nagedagtenis van den Weledel Gestrengen Heer Mr. Jan Siertsema. Geboren 7 maart 1791. Aldaar overleden 13 oktober 1857’. Linksboven is nog een klein deel zichtbaar van een doodshoofd. Het bovenste deel van de zerk schijnt te zijn weggehakt.

 

Op 9 september 2022 is een deel van zijn grafzerk gevonden naast de stoep van de oude kosterij te Eexta. Hoe deze daar terecht is gekomen is een raadsel. Ook is niet bekend waarom er alleen de onderkant van de grafsteen ligt. Heeft de zerk eerst op het kerkhof van Eexta gelegen en is deze na de afbraak van de kruiskerk in 1871 voor de kosterij terecht gekomen? Het kan ook zijn dat hij oorspronkelijk begraven is bij huize Vredehoven en dat de zerk later (deels) is verplaatst na de afbraak van Vredenhoven. De vraag blijft: waarom slechts een deel van de zerk en waarom bij de kosterij?

 

Nalatenschap
Over de nalatenschap van Jan Siertsema is weinig teruggevonden. Een jaar na zijn overlijden vinden er echter ‘Gerechtelijke aankondigingen’ plaats, waaruit blijkt dat er wel degelijk nog (veel) familie is geweest en dat er een nalatenschap is. Zelfs de erfgenamen van Jantien Oomkes, de laatste bewoonster uit het geslacht Huninga op de Huningaborg te Beerta die in 1855 is overleden komt in de lijst voor. Over haar later een afzonderlijk artikel op deze website. Wat opvalt is, dat Jan Siertsema degene zou moeten zijn die de nalatenschap van Jantien Oomkes zou moeten afhandelen; hij was haar ‘uitvoerder van den uitersten wil’. Helaas heeft hij dat niet meer mogen meemaken.

 

In het ‘Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden’ door Van der Aa, deel 5, 1844 lezen we het volgende over de Huningaheerd te Beerta:

 

“Deze burg, welke op het art. Beerta verkeerdelyk staat als niet meer aanwezig, bestaat nog geheel, maar neigt ten val. Ook op die burg zetelden oudtijds de Huninga’s. In het jaar 1640 woonde er de woelige en zelfstandige Edelman Sebo Huninga, welk de vrijheid van het Oldambt tegen de regten der stad Groningen op gevaar van zijne vrijheid en zijn leven , maar ook met zeer ongunstigen uitslag, verdedigde. De burg wordt met de daartoe behoorende gronden, bestaande eene oppervlakte van 1 bund. 1v.r. 20v. ell., met de aangrenzende landen thans in eigendom bezeten door den Heer Jan Siertsema te Eexta, doch wordt bewoond door de vorige eigenares, de zeer bejaarde Jufvrouw Jantje Oomkes, sterft die, dan moet de burg worden afgebroken, zoo zij niet van zelf instort”.

 

Van der Aa gaat er dus van uit dat de huidige bewoonster, Jantjen Oomkes, nazaat van Sebo Huninga niet meer de eigenaar is van de Beertster borg, maar Jan Siertsema. Dat zou inderdaad het geval kunnen zijn want we lezen in de Staatscourant van 1858, evenals in diverse andere kranten’ het volgende:

 

‘Geregtelijke aankondigingen.

 

In den jare 1800 acht en vijftig, den negen en twintigsten Julij, ten verzoeke van:
1°. Mevrouw Anna Margaretha Sparringa Siertsema, Weduwe van den Heer Mr. Berend Hendrik Feith, Eigenaresse te Groningen;
2°. Mevrouw Johanna Hillegonda Siertsema, Weduwe van den Heer Mr. Frederik Lodewijk van Sonsbeeck, Eigenaresse, mede aldaar,
3°. den Heer Mr. Tiddo Waldrik Siertsema, Eigenaar, te Veendam;
4°. Mevrouw Anna Margaretha Louisa Siertsema, Ehevrouw van, gesterkt met, en gemagtigd door den Heer Mr. Hindericus Johannes Engelkens, Lid der Staten Provinciaal van Groningen en Burgemeester der gemeente van en wonende te Wildervank;
5°. Mevrouw Pompeja Anna Frederika Siertsema, Ehevrouw van, gesterkt met, en gemagtigd door Jonkheer Mr. Reneke Meinurd Adriaan de Marees van Swinderen van Allersma, insgelijks Lid dierzelfde Staten Provinciaal, mitsgaders Notaris te Ezinghe; en eindelijk
6°. den Heer Joachim Lunsingh Kymmell, Medicinae Doctor to Havelte, in hoedanigheid van Vader en wettelijken Voogd zijner Minderjarige Dochter, Mejufvrouw Ida Elisabeth Catharina Kymmell, bij wijlen Mevrouw Ida Elisabeth Catharina Siertsema in Echte verwekt; in aller hoedanigheid van eenige en algeheele wettelijke Erfgenamen van wijlen den Heer en Mr. Jan Siertsema, in leven Eigenaar te Eexta, gemeente Scheemda, welke was uitvoerder van den uitersten wil, nagelaten door wijlen Mejuffer Jantjen Oomkes, Eigenaresse, gewoond hebbende te Beerta en op den Huize Huningaborgh aldaar, den twee en twintigsten April 1800 vijf en vijftig, overleden, kiezende de Requiranten ten deze woonplaats ten Kantore van Mr. W. R. Emmen, Procureur te Winschoten, welke als zoodanig ten deze voor hen occupeert,

 

Heb ik, Klaas Caspers Bloupot, Deurwaarder bij de Arrondissementsregtbank van en wonende te Winschoten, uit kracht van een vonnis, gewezen door evengemelde Regtbank, den vijfden Mei 1800 acht en vijftig, naar behooren op de expeditie geregistreerd,

 

andermaal Gedagvaard:

 

alle zoo bekende als onbekende en afwezige belanghebbenden bij de Nalatenschap van wijlen Mejuffer Jantjen Oomkes (1855) voornoemd, voor zooveel op de eerste Dagvaarding niet verschenen;

 

om, na ommekomst van twee vrije maanden, en bepaaldelijk op Woensdag den derden November eerstkomende, voormiddags ten tien ure, te verschijnen ter rolle van de Arrondissements-regtbank te Winschoten, zitting houdende in het Paleis van Justitie aldaar; —teneinde: aangezien mijne Requiranten, in evengenoemde hoedanigheid, verlangen, om van het beheer, door hunnen Erflater, in diens gezegde hoedanigheid van Executeur-Testamentair gevoerd, zoo aan de bekende als onbekende en afwezige belanghebbenden bij de Nalatenschap van wijlen Mejuffer Jantjen Oomkes voornoemd, te doen Rekening en Verantwoording, en die belanghebbenden hun slechts ten deele zyn bekend, Overzulks bij Vonnis der Arrondissements-regtbank voornoemd eenen Regter-Commissaris te hooren benoemen, ten wiens overstaan die Rekening en Verantwoording, met de bescheiden ter Griffie van die Vierschaar nedergelegd, zal Worden gedaan, om verder tot het opnemen, debatteren en sluiten derzelve te procederen volgens het voorschrift der wet; alles ten einde te geraken tot bepaling van het saldo, ten einde daarna door hen d.g. te worden uitgekeerd en afgegeven aan de zoodanige belanghebbenden, welke daartoe geregtigd zullen worden bevonden; eindelijk om te hooren bepalen dat de kosten , te dezer zake bereids aangewend en nog aan te wenden, bij voorrang, opdat saldo zullen kunnen worden gekort, met veroordeling van die Gedaagden, welke deze vordering zullen tegenspreken, in de kosten, door die tegenspraak te veroorzaken. Afschrift dezer herhaalde openbare Dagvaarding is door mij aangeplakt aan de Vergaderplaats der voorschreven Regtbank en overhandigd aan Zijn Edel Achtbare den Heer Officier van Justitie bij die Vierschaar, welke mij het oorspronkelijk met gezien heeft geteekend , terwijl gelijke afschriften ook nu weder tweemalen zullen worden geplaatst in de Nederlandsche Staatscourant, in de Provinciale Groninger en in de Nieuwe Winschoter Courant, dagbladen, met name te dien einde bij het boven aangehaalde Vonnis aangewezen. Mijne kosten zijn buiten de plaatsing in de Couranten f 7.81-5, etc.’[2].
K.C. Bloupot. Tot zover de Staatscourant.

 

Over het geslacht Siertsema

Tiddo Waldrik Siertsema, afkomstig van Wetsinge (Adorp), zoon van Johannes Siertsema (1724-1808, predikant te Wetsinge en Nieuwolda) en Anna Margaretha Sparringa (1727-1752), geboren op 1 december 1752 te Wetsinge en gedoopt aldaar op 17 december 1752, gehuwd met Johanna Johanna Harmanna Hillegonda Wijchgel, afkomstig van Schildwolde, ondertrouw 18 oktober 1783 te Groningen[3], huwelijkscontract 4 november 1783[4], dochter van Lodewijk Hendrik Wijchgel, rekenmeester, admiraliteitsheer van Stad en lande, en Hilligonda Harmanna Geertsema. Johanna Harmanna is overleden 30 juli 1830 te Eexta op 74-jarige leeftijd[5].

Tiddo Waldrik Siertsema is na 29 maart 1789 predikant te Eexta, voor 2 augustus 1778 kandidaat predikant en tussen 2 augustus 1778 en 1 juni 1783 predikant te Hellum. Tot slot is hij predikant tussen 1 juni 1783 en 29 maart 1789 te Nieuw Scheemda. Tiddo overlijdt op 1 februari 1842 te Eexta op 89-jarige leeftijd.

Uit dit huwelijk

     

1

m

Dr. Lodewijk Hindrik Siertsema, geboren 29 maart 1786 op woensdagmiddag omstreeks half drie en gedoopt op Palmzondag 9 april 1786 te Nieuw Scheemda. De vader wordt hier predikant te Nieuw Scheemda genoemd[6].

2

v

Johanna Hillegonda Siertsema, geboren op 24 april 1788 (’s nachts om  tien minuten voor half elf uur), en gedoopt 4 mei 1788 te Nieuw Scheemda, de vader is dan predikant te Nieuw Scheemda[7]. Zij huwt Frederik Lodewijk van Sonsbeeck en overlijdt te Nieuw Scheemda op 14 april 1872 te Groningen[8].

3

m

Mr. Jan Siertsema, geboren maandagmorgen om kwart voor elf en gedoopt zondag 7 maart 1791 te Eexta. Vader Tiddo is dan predikant te Eexta[9]. Jan is nooit getrouwd geweest.
Op 13 oktober 1857 ’s middags om drie uur overlijdt ‘meester Jan Siertsema’, als advocaat en landeigenaar te Eexta, gemeente Scheemda, getuigen zijn Derk Brons Boomgaard, 45 jaar, timmerman wonende te Eexta en Hilbert Matthies Porrenga(?), 58 jaar, gemeentebode[10] ‘op diepe droefheid zijner nagelatene Betrekkingen’[11] op Huize Vredenhoven, te Eexta, als hij 66 jaar oud is.


Een deel van zijn grafsteen is (her)ontdekt in augustus 2022 naast de stoep bij de voormalige kosterij van Scheemda. (Zie de foto en de tekst daaronder bovenaan deze pagina).

4

v

Anna Margaretha Sparringa Siertsema, geboren op zaterdagmorgen tussen drie en vier uur op 25 september 1784 te Nieuw Scheemda en gedoopt op 3 oktober door haar grootvader Ds. Johannes Siertsema, predikant te Midwolder Hamrik, haar vader Tiddo wordt hier predikant te Nieuw Scheemda genoemd[12], gehuwd met Berend Hendrik Feith, practisijn, zoon van Rhijnvis Feith en Ockjen Groeneveld, geboren 19 januari 1790 te Zwolle, gehuwd, 2 juli 1813 te Scheemda. De vader van Anna wordt hier predikant genoemd[13].

 

Uit het huwelijk worden twee kinderen geboren:
1. Johanna Hermanna Hillegonda Feith (1820-1901) in 1943 gehuwd met Tonco Modderman (1818-1879)
2. Rhijnvis Feith (1822-1897), commissionair, advocaat, effectenhandelaar, gehuwd met Johanna Martha Aurelia Hora Buma (1843-1895).

Anna is overleden op 87-jarige leeftijd te Groningen op 7 september 1872 te Groningen. Haar man is reeds eerder overleden, evenals haar ouders. Vader Tiddo wordt bij haar overlijden em. predikant genoemd[14].

Bovenstaande familie heeft op Huize Vredenhoven te Eexta gewoond.

 

Lodewijk Hendrik Siertsema, maire van Midwolda
Dr. Lodewijk Hendrik Siertsema, geboren 29 maart 1786 te Nieuw Scheemda en als landeigenaar en maire van Midwolda. Hij is op overleden aldaar op 53-jairge leeftijd 12 februari 1840[15].

Hij is gehuwd met Dr. Anna Margaretha Emmen, afkomstig uit Groningen. Lodewijk Hendrik is bij zijn huwelijk afkomstig uit Nieuw-Scheemda. Zowel Lodewijk als Anna Margaretha Emmen zijn ‘doctor in de rechten’[16]. Op 13 augustus 1807 wordt het huwelijkscontract opgemaakt te Groningen[17].

Siertsema wordt na de inlijving van Nederland in het Franse Keizerrijk in 1811 benoemd tot maire van de gemeente Midwolda, waartoe tevens de dorpen Finsterwolde en Oostwold behoren.

Zijn adjunct-maires zijn Jan Nies en Derk Sibolts (Hovinga). Kort daarna wordt hij griffier van het vredegericht te Winschoten. Zijn oudste kinderen zijn echter in Groningen gedoopt.

Hij vestigt zich in 1815 op de deftige boerderij 'Huningaheerd' te Oostwold, die zijn vader uit de nalatenschap van de familie Sparringa heeft verkregen.  Ook is hij administrerend kerkvoogd geweest.

 

Uit dit huwelijk 8 kinderen:

1

m

Tiddo Waldrik Siertsema, geboren 23 juni 1808 te Groningen, overleden 26 februari 1812 te Oostwold in ’t huis getekend no. 11, op 3 ½ jaar oud. Geen van de ouders worden in de akte vermeld[18].

2

m

Op 7 september 1810 wordt in Groningen, ‘buiten Kleine Poortje’, een zoon geboren die de naam Cornelis Henrik Tjaden Siertsema krijgt[19]. Hij is overleden op 30 juli 1824 te Winschoten op een leeftijd van 13 jaar, 10 maande n en 23 dagen[20].

3

v

Drie jaar later krijgt Cornelis er een zusje bij, Johannna Hermanna Hillegonda Siertsema , op 22 maart 1813. Vader Lodewijk komt dan voor als advocaat[21]. Zij overlijdt op de leeftijd van 19 jaar te Leeuwarden op 30 juni 1832. De vader wordt hier landbouwer genoemd[22].

4

m

Twee jaar later wordt in Groningen Mr. Tiddo Waldrik Siertsema (advocaat) geboren op 10 juli 1815. Zijn vader komt dan voor als ‘landgebruiker’[23].

Tiddo huwt op 42-jarige leeftijd den 32-jarige Elisabeth Anna Nauta, geboren te Grootegast, dochter van Hemmo Heilico Nauta en Anna Habbina Alberda van Menkema (1797-1856) op 24 oktober 1857 te Veendam. Haar beide ouders zijn dan al overleden, evenals die van haar echtgenoot. Getuigen zijn Hindrikus Johannes Engel, 47 jaar, burgemeester van Wildervank, Jan Cornelis van Slooten, 47 jaar, notaris, wonende te Veendam, Gerhard Nauta, 37 jaar, burgemeester van Muntendam en Cornelis Star(?) Nauta, 31 jaar, luitenant ter zee of gestationeerd te Hellevoetsluis[24].

 

Uit dit huwelijk:

1e. Anna Habbijna Siertsema, geboren 6 november 1859 te Veendam[25]. Op 30-jarige leeftijd trouwt zij in Veendam met de 29-jarige Johan Lodewijk Kappeijne van de Coppello, arts, afkomstig uit Havelte, geboren te ’s Gravenhage, zoon van  Marius Gerard Kappeijne van de Coppello, medicinae doctor en Amalia Widmann[26].
2e. Op 48-jarige leeftijd krijgen Mr. Tiddo Waldrik Siertsema en zijn vrouw Elisabeth komt op 1 december 1863 te Westerdiep, gemeente Veendam een zoontje die de naam krijgt van Dr. Lodewijk Hendrik Siertsema, genoemd naar de overleden vader van Tiddo. Mr. Tiddo Waldrik Siertsema doet zelf aangifte van de geboorte. Hij heeft dan geen beroep[27]. Dit gezin heeft op Huize Vredenlust te Veendam gewoond.

 

Dr. Lodewijk Hendrik Siertsema, 62 jaar, hoogleraar te Groningen, huwt Tetje Elisabeth Homan, geboren te Assen, 58 jaar[28]. Lodewijk Hendrik komt in 1891 voor als leraar, in 1898 als conservator en in 1925 is hij hoogleraar.

 

Ze zijn de ouders van Mr. Johannes Siertsema in Leiden, die in 1898 wordt geboren. Op 27 jarige leeftijd is hij, advocaat en procureur, en huwt hij Jonkvrouwe Octavia Mathilde Feith, 23 jaar, geboren te Groningen en dochter van Johan Hora Feith (1869-1948), bankier, en Adriènne Frédérique Wijckerheld Bisdom (1873-1935), op 27 juli 1925 te Groningen. De ouders zijn dan gescheiden. De moeder woont in Apeldoorn. Beide ouders zijn bij het huwelijk aanwezig. Verder getuigen zijn Tiddo Waldrik Siertsema, 32 jaar, fabrikant, wonende te Maarheese, broer van de echtgenoot, Anna Marinus Kasteleyn, 27 jaar, procuratiehouder wonende te Groningen, Marinus Pieter Gerard Kappeijne van de Cappello, 27 jaar, wonende te Oegsgeest, neef van de echtgenoot[29].

Tetje Elisabeth Homan overlijdt op 74-jarige leeftijd te Groningen op 22 augustus 1943[30]. Dr. Lodewijk Hendrik Siertsema overlijdt op 82-jarige leeftijd te Groningen op 20 december 1945[31]. Hij is dan advocaat, procureur en Officier in de Orde van Oranje Nassau[32].

Elisabeth Ann Nauta overlijdt op 70-jarige leeftijd te Westerdiep op 3 december 1895[33] op Huize Vredenlust.

Mr. Tiddo Waldrik Siertsema overlijdt op 84-jarige leeftijd te Westerdiep op 24-01-1900. Zijn vrouw is dan al overleden[34] (zie grafzerk hieronder).

5

v

Weer twee jaar later op 6 januari 1817 wordt Ida Elisabeth Catharina in Midwolda geboren. De dan 30-jarige vader komt dan voor als ‘landgebruiker enz.’ en het gezin woont dan te Oostwold[35].

6

v

Het jaar daarop krijgt Ida er een zusje bij die de naam draagt van Anna Margaretha Louisa Siertsema. Zij wordt in Oostwold geboren op 30 september 1818 en vader wordt ook hier landgebruiker genoemd[36]. Als 27-jarige huwt zij de 34-jarige Henderikes Johannes Engelkes (burgemeester van de gemeente Wildervank), geboren te Nieuweschans, zoon van Elzard Harmannus Engelkes ( lid Ged. Staten, overleden) en Geertruida Gerhardina Lichtenvoort (overleden). Vader Lodewijk Hendrik wordt in de akte landeigenaar genoemd en is dan al overleden.
Getuigen: broer Tiddo Waldrik Siertsema, 30 jaar, advocaat bij de Arrondissements rechtbank te Winschoten en Lodewijk Hindrik Siertsema, 24 jaar, zonder beroep, beide wonende te Oostwold. Aan de zijde van de bruidegom: Nanno van der Linde, 53 jaar, veldwachter en Simon Hendriks Kiel, 37 jaar, gemeenteontvanger beide wonende te Midwolda[37].

Anna Margaretha Louisa Siertsema overlijdt als ze 75 jaar is op 1 mei 1894 te Groningen. Haar echtgenoot is dan ook al overleden[38].

7

m

Het volgende kind is weer een zoontje. Lodewijk Hendrik Siertsema wordt geboren op 26 oktober 1819 te Oostwold en de 33-jarige vader wordt weer landgebruiker genoemd[39].

8

v

Pompeja Anna Frederica Siertsema wordt geboren op 16 december 1821 te Oostwold. Wederom wordt de nu 35-jarige vader landgebruiker genoemd, maar is hij ook griffier bij het ‘Vredegeregt in het Kanton Winschoten’[40]. Op 29-jarige leeftijd huwt zij als (‘particuliere’) op 19 april 1851, de 27-jarige Reneke Meinard Adriaan de Marees van Swinderen, advocaat, geboren op 24 juni 1823 te Groningen en zoon van Reneke Marees van Swinderen, advocaat en Agness Maria Backer, particuliere. Vader Lodewijk Hendrik en zijn vrouw zijn reeds overleden, maar hij wordt nog wel landeigenaar genoemd. Tegenwoordig zijn als getuigen Jonkheer Meester Wichers Meinart de Marees van Swinderen, 40 jaar, ‘Regter in de Arrondissements Regtbank’ te Groningen, Jonkheer meester Mellie Backer, 44 jaar, zonder beroep, ooms van de echtgenoot en wonende te Groningen, alsmede meester Tiddo Waldrik Siertsema, 35 jaar, advocaat, wonende te Veendam, broer van de echtgenote en meester Hendrikus Johannes Engelkes, 39 jaar, burgemeester van de gemeente Wildervank, wonende aldaar, zwager van de echtgenote[41].

Pompeja Anna Frederika Siertsema overlijdt op 49-jarige leeftijd te Ezinge. Haar man is dan nog notaris, wonende te Ezinge[42].

 

Graf van Johanna Hillegonda Siertsema (1788-1872), echtgenote van Frederik Lodewijk Sonsbeeck (13-09-1818 - 29-01-1880). Noorderbegraafplaats Moesstraat 98A, Groningen. Bron: Online-begraafplaatsen.nl.

 

 

Graf van Tiddo Waldrik Siertsema (10-07-1815 - 24-01-1900) echtgenoot van Elisabeth Anna Nauta. Kerkhof Hervormde Kerk J.G. Pinksterstraat 5 Veendam. Bron: Online Begraafplaatsen.nl.

 

 

Graf van Lodewijk Hendrik Siertsema (27-10-1819 - 11-08-1856). Kerkhof Hervormde kerk J.G. Pinksterstraat 5, Veendam. Bron: Online-Begraafplaatsen.nl.

 

 

Uit de archieven van Eexta

 

Uit de Ledematen van Eexta, toeg.nr. 217m nr.45, transcriptie febr. 2006:

 

‘1789: Tiddo Waldrik Siertsema, eerst pred. geweest te Hellum, daarna te Nieuw-Scheemda, alhier in Eexta bevestigd ‘den 19 April 1789 door deszelvs vader J. Siertsema pred. te Nieuwolda, welke 56 jaren pred. is geweest, eerst te Wetsing en Sauwert, daarna te Nieuwolda, in April 1806 ontslag versocht en bekomen, heeft als Emeritus pred. gewoond op het Hogezand, overleden den 10 Febr. 1808 in ouderdom van bijna 84 jaren, alhier bij het orgel begraven’. ‘Tiddo Waldrik Siertsema is op deszelvs verzoek in den ouderdom van 66 jaren emeritus geworden, heeft bijna 5 jaren te Hellum en bijna 6 jaren te Nieuw Scheemda en alhier bijna 30 jaren pred. geweest. Zijn afscheidspredikatie alhier gedaan den 31 Jan 1819’.

‘1789: Handelingen der Kerkelijke Zaaken in de Eexta gedurende den dienst van T.W. (Tiddo Waldrik, red.) Siertsema Pastor in de Eexta beroepen van Nieuw-Scheemda, alhier in de Eexta bevestigd den 19. April 1789 door mijn vader J. Siertsema pred. in Nieuwolda


25  Mai 1789: is Hindrik Stoffers met attestatie als lidmaat deezer kerke vertrokken na de Scheemda (van Scheemda alhier teruggekeert met attest.)’.

 

‘5 Juni: met attestatie van Emden int Oostvriesland alhier gekomen de wel Ed. Juffer Engelina Alagonda Eissonius.  En zijn als ledematen met mij van Nieuw Scheemda overgekomen mijne vrouw Johanna Harmanna Hillegonda Siertsema geboren Wijchgel en mijn dienstknecht Ubbo Harms, welke alle drie alhier op zondag in de kerke zijn afgekondigd (Ubbo Harms met attest. na Obergum 12 juni 1803. met attestatie als lidmaat van Groningen alhier afgekondigt, mijn dochter Anna Margareta Sparringa Siertsema’.

 

‘8 maart 1807: mijne dochter Johanna Hillegonda Siertsema met attestatie als lidmaat v. Groningen ... als diacen bevestigd de E. Pieter Jans van de Zwaag den 12. April 1807’.

 

‘10 juni 1810: mijn Zoon Jan Siertsema met attestatie als lidmaat van Midwolda hier getekend als lidmaat’.

‘Met attestatie van Wetsing: Johannes Sijlman (obiit) Met Dina Siertsema (obiit)’

‘Angenomen van de Luth: Jan Berents Pelmulder (20) T.W. Siertsema. 1789 komt de predikant Siertsema naar Eexta’

‘Met mij van Nieuw Scheemda gekomen: Mijn vrouw Johanna Harmanna Hielegonda Siertsema geboren Wijchgel En mijn knecht Ubbo Harms (vertrokken na Obergum) Juff. Engelina Alagonda Eissonius van Emden (na Zuidbroek, overleden)’

 

‘(jaartal onbekend) Mr. Jan Siertsema (met attestatie van Midwolda)’

 

De ‘Opregte Haarlemsche Courant’ schrijft op 20 februari 1840 het volgende over de dood van Lodewijk Hendrik:

Bij de dood van Lodewijk Hendrik

 

‘Oostwold, den 12den Februari 1840. Heden in den vroegen ochtend ontsliep, aan eene keelziekte van naauwelijks twee dagen, in den ouderdom van bijna 54 jaren, de Wel-Edel Gestrenge Heer en Mr. Lodewijk Hendrik Siertsema, in leven laatstelijk Griffier des Vredegeregts te Winschoten, en Administrerend Kerkvoogd te Oostwold, nalatende vijf diep bedroefde Kinderen; die bij hunne bittere Smart, Familie en Vrienden verzoeken, deze eenigste kennisgeving ook als bijzondere te willen aannemen’[43].

 

Deze Lodewijk Siertsema groeit op in Eexta, waar zijn vader intussen predikant is geworden. Hij studeert rechten (Hedendaags en Romeins recht) te Groningen en promoveert in 1807 op het 38 pagina's tellende proefschrift ‘Specimen iuridicum inaugurale, de effectu cessionis ususfructus factae xtraneo’ , waarna hij zich vestigt als advocaat in Groningen.

 

De familie Siertsema heeft uitgebreide bezittingen in Eexta en Oostwold; zijn vader koopt bovendien in 1808 de buitenplaats 'Vredenhoven' te Eexta. Vredenhoven wordt in vervallen toestand gesloopt in 1955.

 


Of het hek voor de oprijlaan van Vredenhoven nog ergens aanwezig is, is mij niet bekend. Foto: M.A. Douma, 1973. RAC GA, Beeldbank Groningen.

 

In de Winschoter Courant van 27 april 1957 lezen we het volgende:

 

‘Vredenhoven werd gebouwd in 1641. Lange jaren werd het bewoond door het geslacht Siertsema. De laatste telg hiervan Jan Siertsema stierf in 1857, ongehuwd. Er gingen verschillende verhalen over de grote rijkdom van deze Siertsema. Er wordt o.a. verteld, dat hij gouden sporen droeg. Of het waar is, zal men niet meer kunnen uitmaken, maar als het wel zo is geweest, dan is het hier toch wel: Sic transit gloria mundi’.

 

Het Vredenhovenplein  in Scheemda ontleent zijn naam aan 'Huize Vredenhoven', een deftig huis dat ooit midden op het huidige plein heeft gestaan. Het plein is er eerst nog niet. Het gebouw heeft te midden van een lommerrijke tuin met oude bomen gestaan, sierlijke vijvers en een stenen duifhuis. De tuin wordt aan twee zijden begrensd door het oude Winschoterdiep en aan de zuidzijde door de Hogeweg. Oude afbeeldingen laten zien dat het in vroegere jaren een waar lusthof moet zijn geweest. Niet voor niets krijgt het buitenhuis in de 18e eeuw de veelzeggende naam 'Huize Vredenhoven'. Het grote dwarshuis, met in het midden een brede gang, heeft een aantal woonvertrekken en een opkamer met daaronder twee kelders voorzien van een stenen 'gewulf'. In een aangebouwde schuur is stalling voor paarden en rijtuigen. Huize Vredenhoven wordt vanaf de bouw in 1640 bewoond door mensen uit de hoogste kringen van het Oldambt en zelfs door een afstammeling van de bekende Hugo de Groot[44].

 

De buitenplaats Vredenhoven, gesticht in 1641 heeft in Eexta op de grens met Scheemda gelegen, aan twee zijden omsloten door het Oude Winschoterdiep. De bekendste bewoner is ds. Tiddo Waldrik Siertsema (1752-1842), die dan ook eigenaar is van de Huningaborg te Oostwold. Het vervallen herenhuis biedt vanaf 1939 plaats aan een militair tehuis, daarna aan een distributiekantoor, om tenslotte in 1955 te worden gesloopt. Het geeft zijn naam aan het verzorgingshuis, later woonzorg- en verpleegcentrum ‘Nieuw Vredenhoven’. Op de plek van de buitenplaats wordt aanvankelijk een Groene Kruisgebouw neergezet. Nu bevindt zich hier het dorpsplein met parkeergelegenheid en winkels.

 

De borg Rusthoven te Wirdum heeft sinds 1969 twee pijlers met bekroningen van natuursteen afkomstig van de ‘borg’ Vredenhoven te Eexta. Dat zal dus de voormalige ‘entree’ van Huize Rusthoven zijn geweest (zie afbeelding hierboven)..

 

Zie ook: 'De 'borg' Vredenhoven te Eexta.
Zie ook: 'Genealogie van het geslacht Siertsema'.
Zie ook: 'De erfenis van de Huninga's'.

 

 

Met dank aan Tom Vos, de huidige bewoner van de oude kosterij te Eexta.

 

Reactie naar aanleiding van het artikel:

Jan P. Koerts meldt dat er vroeger een heel pad van oude grafstenen bij de kosterij heeft gelegen, afkomstig uit de afgebroken kerk, maar die van Golden Jan heeft daar niet gelegen. Hij mocht in die tijd al niet meer worden begraven in de kerk. Mogelijk is de steen van het kerhof gehaald.

 


Noten, bronnen en referenties:


Noten, bronnen en referenties:

 

1. Groninger Courant, 18-10-1857.

2. Advertentie. "Nederlandsche staatscourant". 's-Gravenhage, 11-08-1858, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 09-09-2022, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010789038:mpeg21:p004.

3. RHC GA, Ondertrouwboek 1776-1783, kerkelijke gemeente Groningen, 18-10-1783, arch.nr. 124, inv.nr. 184, blad 363. In de kantlijn staat aangetekend “met belasting te Scheemder Harmrik en Hellum”. Bij de ondertrouw is raadsheer H. van Sijsen als oom aanwezig.

4. RHC GA, Minuten en concepten van akten 1781-1794, huwelijkscontract, 04-11-1783, arch. nr. 733, inv.nr. 767, akte nr. 733. Bij de getuigen is o.a. Johannes Siertsema, vader, predikant te Nieuwolda aanwezig.

5. RHC GA, Overlijdensakte, 02-08-1830, Eexta, gemeente Scheemda, akte nr. 54.

6. RHC GA, Doopakte, 09-04-1786, Nieuw-Scheemda, arch. nr. 124, inv.nr. 323.

7. RHC GA, Doopakte, 04-05-1788, Nieuw-Scheemda, arch.nr. 124, inv.nr. 323.

8. RHC GA, Overlijdensakte, 17-04-1872, akte nr. 375.

9. RHC GA, Doopakte, 13-03-1791, Eexta, arch.nr. 124, inv.nr. 60.

10. RHC GA, Overlijdensakte, 15-10-1857, akte nr. 76.

11. Groninger Courant, 18-10-1857.

12. RHC GA, Doopakte, 03-10-1784, Nieuw-Scheemda, arch nr. 124, inv.nr. 323.

13. RHC GA, Huwelijksakte, 02-07-1816, Scheemda, akte nr. 15.

14. RHC GA, Overlijdensakte, 09-09-1872, Groningen, akte nr. 857.

15. RHC GA, Overlijdensakte, 12-02-1840, Midwolda, akte nr. 7.

16. RHC GA, Trouwakte, 4 september 1807, kerkelijke gemeente Eexta, inv.nr. 60, blad 197.

17. RHC GA, Huwelijkscontract, 13-08-1807, Groningen, arch. nr. 1534, inv. nr. 3788, akte nr. 1534.

18. RHC GA, Overlijdensakte, Midwolda, 26-02-1812, akte nr. 9.

19. RHC GA, Doopakte, Martinikerk, arch. Nr. 124, inv.nr. 154.

20. RHC GA, Overlijdensakte, Winschoten, 31-07-1824, akte nr. 34

21. RHC GA, Geboorteakte, Groningen, 25-03-1813, arch.nr. 1634, inv.nr. 5, akte nr. 242.

22. RHC GA, Overlijdensakte, Midwolda, 09-07-1832, akte nr. 26.

23. RHC GA, Geboorteakte, Groningen, 11-07-1815, arch.nr. 1634, inv.nr. 7, akte nr. 584.

24. RHC GA, Huwelijksakte, Veendam, 24-10-1857, akte nr. 60.

25. RHC GA, Geboorteakte, Veendam, 07-11-1859, akte nr. 262.

26. RHC GA, Huwelijksakte, Veendam, 20-11-1889, akte nr. 66.

27. RHC GA, Geboorteregister, Veendam, 02-12-1863, akte nr. 296.

28. RHC GA, Overlijdensakte, Veendam, 25-01-1900, akte nr. 20.

29. RHC GA, Huwelijksakte, Groningen, 27-07-1925, akte nr. 459.

30. RHC GA, Overlijdensakte, Groningen, 24-08-1943, akte nr. 1208.

31. RHC GA, Overlijdensakte, Groningen, 21-12-1945, arch. nr. 2109, inv.nr. 1299-1306,  akte nr. 2708.

32. NRC Handelsblad, 03-05-1973.

33. RHC GA, Overlijdensakte, Veendam, 04-12-1895, akte nr. 164.

34. RHC GA, Overlijdensakte, Veendam, 25-01-1900, akte nr. 20.

35. RHC GA, Geboorteakte, Midwolda, 08-01-1817, akte nr. 1.

36. RHC GA, Geboorteakte, Midwolda, 03-10-1818, akte nr. 51.

37. RHC GA, Huwelijksakte, Midwolda, 30-09-1845, akte nr. 20.

38. RHC GA, Overlijdensakte, Groningen, 02-05-1894, akte nr. 502.

39. RHC GA, Geboorteakte, Midwolda, 27-10-1819, akte nr. 64.

40. RHC GA, Geboorteakte, Midwolda, 17-12-1821, akte nr. 83.

41. RHC GA, Huwelijksakte, Groningen, 19-04-1851, akte nr. 69.

42. RHC GA, Overlijdensakte, Groningen, 23-09-1871, akte nr. 49.

43. De ‘Opregte Haarlemsche Courant’, 20 februari 1840.

44. Jan P. Koers, Woning van welgestelde families, Duvekoater nr. 33.

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 25 september 2022.
Update: 30 september 2022.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top