De voorouders van Eggerick Tiddinga van Midwolda hebben het merendeel van hun goederen, gelegen in het Oldambt verloren door de veelvuldige doorbraken van de Dollard, zoals dat ook gebeurd is bij de Huninga’s en anderen. Van oudsher hebben zij gediend in dienst van de staat. Zijn overgrootvader is bij de belegering van Maastricht in 1672 ‘op het bed van eer’ gesneuveld, zijn grootvader is in 1692 in de slag bij Steenkerken doodgeschoten en zijn vader is aan zijn verwondingen bezweken die hij heeft opgelopen in 1709 bij de slag van Malplaquet, nalatende een zwangere weduwe die vier maanden later bevalt van Eggerick Tiddinga.

Willem van Haren

 

Figuur 1. Portret van Willem van Haren (1510-1768).

Zijn oudoom, Casper Tiddinga, is in leven edelman van wijlen Princesse Douariëre van Hendrik Casimier, Stadhouder van Friesland, gehuwd met Rixt van Adreae. Hij sterft kinderloos en zijn vrouw wordt de enige erfgename, waardoor zij de som van tienduizend guldens ontvangt voor het verkopen van zijn compagnie. Deze vrouw treedt in een tweede huwelijk met jonkheer Willem van Haren, de grootvader van Onno Zwier van Haren. Deze Willem van Haren wordt geboren te Leeuwarden op 21 febr. 1710. Hij overlijdt in Sint Oedenrode op 4 juli 1768 en is de broer van Onno Zwier van Haren, een Nederlands auteur, diplomaat en criticus van het koloniale bewind. Willem van Haren studeert te Franeker, later te Groningen. Na het overlijden van zijn grootvader Willem van Haren (grietman) in 1728 volgt hij hem op als grietman van Het Bildt. Op zijn landgoed worden aardappelen verbouwd, die worden geconsumeerd door Amsterdamse weeskinderen. Iedereen wordt ziek omdat ze verkeerd zijn toebereid. In december 1732 vernielt een brand in zijn woning bij Sint-Annaparochie zijn boekerij, en daarmee het Dagverhaal van Daam van Haren, den watergeus. Met zijn echtgenote, Marianne Charles, die in het gevolg van prinses Anna in de Nederlanden gekomen is, bewoont hij het huis te St.-Anna, tot zijn benoeming in de Staten-Generaal (1740) waar hij weldra met zijn opwekking om deel te nemen aan de Oostenrijkse Successieoorlog, ook als dichter optreedt. Van Haren schrijft een verontwaardigd gedicht over de Bataviaase Furie, waarbij minstens 5.000 Chinezen de dood vinden. In 1744 stelt de Friese afgevaardigde voor dat de Sociëteit van Suriname nu wel genoeg heeft verdiend aan de kolonie en zelf voor de defensie moet opdraaien of de kolonie moet overdragen.

Kasteel Henkenlage

Figuur 2. Kasteel Henkenlage bestaat nog steeds. Hier was het hoofdkwartier van de 101st Airborne Division (Commandant Maxwell D. Taylor) gevestigd tijdens operatie Market Garden in september 1944.

 

Als Nederland in de oorlog gewikkeld is, wordt hij gedeputeerde te velde, tot februari 1748. Als kwartierschout van het Kwartier van Peelland woont hij bij Sint-Oedenrode, waar hij het goed Henkenshage heeft gekocht en lijdt gedurende zijn afwezigheid onherstelbare verliezen in zijn Friese goederen. Hij wordt gevolmachtigde bij het hof te Brussel, maar raakt door een tweede huwelijk in 1759 met zijn huishoudster, Catharina Louise Natalis, uit de gunst van prinses Anna. Zijn omstandigheden worden steeds benarder. Zo zijn er moeilijkheden in Sint-Annaparochie, waarbij boeren worden beboet en uit wraak zijn kasteel plunderen. In 1763 moet hij zijn grietenij verkopen en in 1767 breekt hij zijn dijbeen.

Mirabeau

Figuur 3: Mirabeau, een Franse revolutionair.

 

 

Willem van Haren maakt op 4 juli 1768 op Henkenshage een einde aan zijn leven door zichzelf te vergiftigen. De lijkschouwer, Jan van Stratum heeft op het kasteel uit een doosje anderhalf snoepje genomen. ‘Het geleken suikerboontjes, waar de suiker af was’, zo verklaart de dokter en overlijdt binnen een jaar aan vergiftigingsverschijnselen. Een van zijn buitenechtelijke dochters, Henriette Amalia de Nerha, wordt de geliefde van Mirabeau, een Franse revolutionair.

Ook uit dit huwelijk tussen de oud-tante Rixt Andreae en Willem van Haren worden geen kinderen geboren In 1715 hertrouwt ze opnieuw met Cornet Sluyterman die van roomskatholieke afkomst is. De broer van de vader van Eggerick, is kapitein in het Regiment van Samen Eyssenach, belast zich vrijwillig met de educatie van Eggerick en hij komt vervolgens terecht op een school in Voorburg. In 1717 wordt de compagnie van de oom gereduceerd en kan deze de opvoeding van Eggerick niet meer bekostigen, althans die reden geeft hij aan. Eggerick wordt vervolgens opgenomen door een oud-tante en stiefgrootmoeder van de heer Van Haren en hij gaat naar een school in Zwolle, waar ook Onno Zwier van Haren naar toe gaat. Eggerick blijft daar tot 1723 en wordt daarna geplaatst als kadet in het Regiment van Schwartienberg tot 1727 als hij door ‘den Ouden Hr. Willem van Haren, Grootvader van den Hr. Onno Zwier van Haren, die teffens de man van de gemelde zyne over Oud- Tante was’ met een vaandel wordt gegunstigd. In 1728 overlijdt de oude Hr van Haren en Eggerick wordt vervolgens op 18 okt. 1729 op aanbeveling van de oud-tante door de Hr. Van Burmania, grietman van Leeuwarderadeel, aangesteld als extra-ordinaris ingenieur en een paar weken later op 17 nov. 1729 ingenieur 3e klasse. Dezelfde oud-tante bewerkstelligt dat Eggerick in 1732 luitenant wordt en in 1733 koopt zij met het geld dat ze heeft geërfd van oud-oom Caspar Tiddinga, een compagnie soldaten voor Eggerick. Op 3 mrt 1744 wordt hij  aangesteld als luitenant-kwartiemeester-generaal en op 2 mei 1746 is hij kapitein der pontonniers. Een paar maanden later, 13 juni 1746 is Eggerick kwartiermeester-generaal, op 05 mrt 1748 generaal-majoor der infanterie en op 14 mrt 1766 luitenant-generaal. Hij overlijdt in 1779.

Pontoniers

Figuur 4. Pontoniers in Dordrecht.

 

 

Een jaar nadat hij door zijn oud-tante wordt begunstigd met een compagnie soldaten sterft zij. Van haar legaat, bestemd voor de Van Harens en de Van Tiddinga’s is na de aankoop van de compagnie niet veel meer over dan vier duizend gulden. Bij de Van Harens zal dit een bittere pil zijn geweest. Eggerick heeft bij haar leven een som geld gekregen voor de aankoop van een compagnie en nu is er bij haar dood weinig meer wat verdeeld kan worden.  Voorts blijkt uit het register van de Heren Staten Generaal ter Verenigde Nederlanden, dat op 5 maart 1748, zijne hoogheid ‘den Heere Prince van Orange en Nassau, Capitein en Admirael Generael van de Unie’ kolonel Tiddinga aanbeveelt als Generaal Majoor van de infanterie.

Gijsbert Karel van Hogendorp

Figuur 5. Gijsbert Karel van Hogendorp. Gravure door Willem van Senus. Atlas Van Stolk, Rotterdam.

 

 

Eggerick Tiddinga en Onno Zwier van Haren kennen alkaar goed. Jonkheer Onno Zwier van Haren wordt geboren te Sint Annaparochie op 2 april 1713; hij overlijdt te Wolvega 2 september 1779. We hebben als gezien dat hij de broer van is van jonkheer Willem van Haren, Fries politicus, schrijver, toneelschrijver en dichter. Hij is de grootvader van de Nederlandse staatsman Gijsbert Karel van Hogendorp. Van Haren studeert te Franeker en te Utrecht en wordt in 1734 burgemeester van Sloten en historieschrijver van de provincie, in 1742 grietman van Weststellingwerf, lid van de Staten van Friesland, van de Raad van State, en van de Staten-Generaal. Later is hij gedeputeerde te velde en afgevaardigde naar de vredesconferentie te Aken (1748). Hij is een trouwe dienaar van stadhouder Willem IV, met wie hij sinds zijn jeugd verkeerd heeft en deelt in dezelfde gunsten bij de prinses-gouvernante Anna van Hannover, zodat hij talloze machtige tegenstanders heeft, waaronder de hertog van Brunswijk. Na de dood van de vorstin in 1759 verliest hij zijn invloed en als zijn vijanden ook in zijn eigen familie aanhang krijgen, is hij een verloren man. Zijn schoonzoon Johan Alexander van Sandick en zijn aanstaande schoonzoon Willem van Hogendorp betichten hem van "criminele badinerie", het plegen van incest met twee van zijn dochters. Van Vloten heeft het verhaal van die pijnlijke twintig jaren betiteld: Een Edelman onder ploerten. Busken Huet schrijft, uit een ander gezichtspunt: De Van Harens (Batavia 1875). Wat is er gebeurd?
Op zondag 10 februari 1760 heeft de familie zoals gebruikelijk 'smiddags gegeten bij de Van Sandwicks. Na het vertrek van de oudelui komen twee dochters, de aanstaande bruid van Van Hogendorp en de ongeveer zestienjarige Marianne Elisabeth, genoemd Betje, tot de bekentenis dat haar vader heeft geprobeerd zich aan hen te vergrijpen. Nauwkeurig is gedocumenteerd hoe de schoonzoon Van Sandwick en de aanstaande schoonzoon Van Hogendorp met de beschuldiging van het crimen Tentati Incentus Onno Zwier van Haren uit Den Haag en het openbare leven hebben weggejaagd. Over de precieze beweegredenen van `het complot' (zoals hij het noemt) om hem publiekelijk te beschuldigen van seksueel misbruik van twee dochters, is veel gespeculeerd, evenals over de vraag: is Onno schuldig of onschuldig? Wie hem voor onschuldig houden (Van Vloten) of voor schuldig (Busken Huet) - allen zijn het eens dat hij door zijn dochters en hun mannen laaghartig is behandeld. Met bedrieglijke briefjes hebben zij hem een schuldbekentenis afgeperst. Nog één keer probeert hij terug te komen in Den Haag. Maar de schuldbekentenis wordt openbaar gemaakt en de gevallen staatsman vertrekt opnieuw naar Wolvega, om nooit meer verder dan Leeuwarden te komen. E. du Perron noemt zijn historische roman over het familiedrama: Schandaal in Holland (1939). De harde feiten kunnen ook in de 19e eeuw nog niet aan het papier worden toevertrouwd. De val van Onno Zwier van Haren in 1759 wordt veroorzaakt door een dagvaarding wegens seksueel misbruik van zijn dochters. Het vooronderzoek en de rechtszaak duren drie jaar. Aanvankelijk legt Van Haren een bekentenis af, maar later trekt hij die weer in. Hij heeft haar onder pressie afgelegd, zo verklaart hij. Het vonnis van het Hof van Friesland op 27 oktober 1762 is niet eenduidig. Geen veroordeling, maar ook geen vrijspraak. De dochters mijden elk contact met hun vader.

De politieke carrière van de grietman en gedeputeerde is voorgoed gebroken en Van Haren trekt zich terug op 'Lindenoord'. In 1776 brandt het buitenverblijf bij Wolvega tot de grond toe af. In de 19e eeuw wordt hij geprezen als de enige leesbare Nederlander uit de periode tussen Poot en Bilderdijk. E. du Perron publiceert in 1939 een historische roman over het familiedrama: Schandaal in Holland.

Huize Lindenoort

 

Figuur 6.Huize Lindenoord in 1931

 

 

Eggerick van Tiddinga raakt ongewild verzeild in de affaire rond Jonkheer Onno Zwier van Haren. Ook de heren Johan Alexander Sandick en Mr. Wilhem van Hogendorp en hun echtgenotes raken bij de zaak tegen Onno Zwier van Haren betrokken. Het hele voorval wordt uitvoerig in de

‘Verdediging van Eggerick van Tiddinga, General Majoor ten dienste deezer Landen, tegen de verregaend beschuldigingen hem ten laste gelegt by de Deductie. Door Jr. Onno Zwier van Haren, Grietman van Stellingwerf-Westeinde, onder deszelfs handteekeninge uitgegeeven. In ’s Gravehage by Nicolaas van Daalen. Boekverkoper op de Hoek van de Hof-Cingel. MDCCLXL’
 beschreven. Aangetekend wordt nog dat ‘de verdediger erkent geen Exemplaeren voor Echt, dan dewelke door hem zelfe, eigenhandig zyn onderteekent’,

met daaronder de handtekening van E. van Tiddinga. In het werk dat ongeveer veertig pagina’s telt, probeert Eggerick van Tiddinga aan te geven dat hij niets met de affaire te maken heeft. Wel geeft hij blijk van enige kennis omtrent gebeurtenissen in het huis van Onno Zwier van Haren, waar hij regelmatig over de vloer komt, maar meer dan huilende vrouwen en schrikreacties zijn het niet. Zijn verklaring heeft schijnbaar wel enige betekenis gehad, want de originele tekst met zijn handtekening wordt anno 2009 op internet nog aangeboden voor de som van 1150 Euro....

 


 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

 

 

Hoogeveen, 3 mei 2015.
Verhaal: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top