De Ruïne van Brederode te Santpoort. Rijksmonument nr. 37110. Foto: 2009.
Auteur: Arch. Licentie: public domain.

In verschillende stambomen zien we dat uit het gezin van Arend van Brederode, geboren omstreeks 1537 en gehuwd met Maria Dirksdr van Alkemade, een zoon wordt geboren met de naam Reijnoudt van Rijnesteijn. De laatste trouwt omstreeks 1607 met Jantje Jans.

Als we verder in de tijd teruggaan, komen we uit bij Reinoud van Brederode die huwt met Anna van Lennep in 1526. Deze Reinoud blijkt een bastaardzoon te zijn van Walraven II van Brederode (1462-1531) en Jacobje Bertoutsdr.
Zoeken we de oerstamvader, dan komen we bij de ene genealoog terecht bij Arnulf II (Arnout) van Holland, graaf van West-Friesland en Gent, geboren circa 950 en bij de andere genealoog komen we uit bij Dirk II van Friesland, geboren rond 820. Ook lezen we herhaaldelijk dat de (beroemde) Brederodes afstammen van Karel de Grote. Walraven II stamt namelijk langs meerdere lijnen aantoonbaar af van Karel de Grote.

 

 

De gehele stamreek heb ik niet nagetrokken. Deze gaat geheel buiten het noorden van ons land. Wel is zeker dat we in onderstaand geval te maken hebben met een ‘bastaard’tak van de Brederode’s.


De moeder van Jan II van Polanen (ca. 1325-1378) [zie fol. 11r], Catharina van Brederode (1297-1372), was een dochter van Dirk II heer van Brederode (ca. 1256-1318). Het familiewapen van de Brederodes - een rode leeuw met blauwe tong en nagels, op een gouden achtergrond - is gelijk aan dat van de graven van Holland, van wie de Brederodes beweerden af te stammen. Zij voegden er slechts een barensteel aan toe, een teken dat zij een jongere tak van het gravenhuis vertegenwoordigen. Die barensteel ontbreekt hier. Het wapen is gemaakt tussen 1485 en 1495.

Bron/licentie: Heraut Nassau-Vianden - Dit is een afbeelding uit de digitale en/of fysieke collecties van de Koninklijke Bibliotheek, de Nationale Bibliotheek van Nederland.

Voordat we Johannes à Brederode in Beerta tegenkomen als schoolmeester, gaat er eerst het een en ander aan vooraf. Daarvoor reizen we af naar Kollum in Friesland, waar we op 7 oktober 1607 het volgende lezen:


1607 | Reijnowdt van Reijnsteijn, absendt, scholmeester te Collum daer voer sijn vader Capt(ein) Aernowdt van Reijnsteen caveerdt en Jantije Jansen mede adsendth daer voer die vader caveerdt is den 3 octobris geaccorderth | [in de kantlijn:] te Collum gecopuleerd.

 

1607 [de ondertrouw van] Reijnowdt van Reijnsteijn, afwezig, schoolmeester te Collum, voor wie zijn vader als plaatsvervanger optreedt, en Jantije Jansen, eveneens afwezig, voor wie de vader als plaatsvervanger optreedt, is op 3 oktober goedgekeurd. Te Collum in de echt verbonden.

Twee jaar later in 1609 zien we dat Reinhoudt van Reynsteyn schoolmeester is in Grijpskerk. Daaruit blijkt ook dat hij maar zeer kort in Kollum is gebleven. Hij komt enkele jaren voor in de rekening van de rentmeester van de geestelijke goederen aldaar. Ook in Grijpskerk blijft Reinhoudt slechts enkele jaren, want in 1614 ontvangt een zekere Thij Hendrix of Matthias Henrici het ‘tractement’ voor schoolmeester. De laatste tekent op 7 juni 1613 met collega’s de kerkelijke wetten.

Een jaar daarvoor lezen we dat Reynoldus (Reinhoudt dus) à (van) Reynstein conrector is van de Latijnse school van Kollum. Ook rond 1612 komt hij voor in een testament, waarin zijn naam en die van twee andere mede leraren aan dezelfde school worden genoemd. Hij is schijnbaar uitzonderlijk knap geweest in studeren, want hij noemt zich dan mr. Reinoldus à Brederode, conrector. In 1613 zien wij zijn naam weer verschijnen in een testament als Reinoldus à Brederode, conrector van de Latijnse school te Kollum. In hetzelfde jaar komen we de volgende getuigen tegen in een ander testament: mr. Hero Ottonis, Coll. Schol. mod., mr. Evert Bartholemeus, hypodidascalus scholae collumanae ende mr. Reinoldus à Brederode, conrector.


Het duurt tot 1619 voordat we weer een Reinoldus ontmoeten, maar nu in Dokkum als er staat Reynoldus van Brederode ludimagister te Dokkum en Reynoldus van Brederode 1619 ludimagister te Dokkum. Nu is een ludimagister niets meer of minder dat een schoolmeester. Wel een beetje vreemd, want in 1607 is hij schoolmeester geworden in Kollum, vervolgens in 1609 in Grijpskerk om daarna terug te keren in 1613 naar Kollum als mr. en conrector aldaar. Hebben we hier wel te maken met dezelfde persoon, of verwisselen we hier twee personen met vrijwel dezelfde naam.


Reinholdt à Brederode


Zoon Reinholdt stamt net als zijn vader en grootvader uit een bastaardtak van de bekende Brederode’s en stamt daarom ook af van Karel de Grote, zo wordt verondersteld. Zo het zich laat aanzien heeft zijn grootvader Arnout (Arend) in 1566 het verbond der edelen getekend en komt dan terecht als kapitein in het leger van prins Maurits. Mogelijk heeft hij dus ook een aandeel geleverd bij de reductie van Groningen.

In ieder geval wordt in maart 1626 als lidmaat van de gereformeerde kerk van de stad Groningen Reinholdt van Brederode met attestatie van Dokkum ingeschreven in de boeken van de kerk als we lezen: martius 1626 Reinholdt van Brederode, met attestatie van Doccum. [1]

Op 14 januari 1632 compareert Reinou van Brederode bij ondertrouw Annetijen van Eusum:


Albert Gerrijts, soldaat onder die compagnie kolonel van Zijn Genade Graaf Hindrick van Nassau present en die eerrijke Annetijen van Eusum [Ewsum] absent, daarvoor compareerde Reinou van Brederode.


Of we hier inderdaad te maken hebben met een ‘echte’ Van Ewsum blijft onbekend. Op 11 maart 1632 zijn ze gecopuleerd (gehuwd), door Rudolphum Ovinck.

Het wordt 15 februari 1635 als hij zich als ‘Johannes’ laat inschrijven aan de universiteit van Groningen met als nummer 43 als we lezen:

Johannes a Brederode Philosophiae Stu(di)osus Doccumano Frisiy habitat cum parentiby in platea quae vulgo dicitz de nije marct straete.

 

Inschrijving van Johannes aan de universiteit te Groningen. Bron: RHC GA. Naamlijst der studenten.

 

Hij woont dan samen met zijn ouders aan de ‘Nije Marktstraat’ en er staat geschreven als zijnde geboren in het Friese Dokkum. Hij kiest voor de studie filosofie [2].


In maart 1637 vindt bij de gereformeerde kerk van Groningen een inschrijving als lidmaat plaats:
martius 1637 Johannes à Bredenrode in de Nieuwe Merktstrate; Trijne, Joannis Brederoden wijf [3].


Het blijkt dat hij in datzelfde jaar getrouwd is met Trijntje Jans(en).

 

Uit het huwelijk wordt een dochter geboren met de naam Reinolda, genoemd naar zijn vader. Zij huwt Thomas Dercks uit Winschoten op 28 april 1672 in de kerk van Beerta. Ze krijgt met hem in ieder geval een zoon met de naam Derck. Hij wordt NH gedoopt op 19-01-1673 in Beerta. Na de dood van Thomas hertrouwt ze vrij snel Derk Geerts, op 28 juni 1674 in de kerk van Beerta.
Hij komt ook voor als Derck Geerts, Derck Geerdt van Hoorn
[15] en als Derck Cleermecker (06-01-1684). Uit dit tweede huwelijk krijgt Trijntje 5 kinderen, Derck, Antje, Philippus, Joannes (doop NH 13-10-1678, Beerta) en een dochtertje met een onbekende naam, die allemaal de achternaam Van Brederode meekrijgen.


Het tweede kind van Johannes à Brederode en Trijntje is ook een dochter. Zij krijgt als naam Margaretha en overlijdt vóór 30 juli 1674 en is gehuwd geweest met ds. Johannes Wangerpoel, predikant. Het huwelijk heeft plaats gevonden op 2 juni 1662. We zien hem later terug als pastor in Marienchor (Oost-Friesland).

 

Registratie van de doop van Jan in het Algemeen Doopboek, 1640-1657. Aktedatum 31-08-1642, Groningen, A-Kerk. Bron: RHC GA, archiefnummer 124, doop- trouw- en begraafboeken, inv.nr. 146. Kerkelijke gemeente Groningen.


Op 31 augustus 1642, vindt er in de A-kerk een doop plaats van een zekere Jan. Hij is de zoon van Johannes Brederode en de moeder is Trijntien Jansen. Hij blijkt geboren te zijn aan de Nieuwe Ebbingestraat in Groningen, waar het gezin dan blijkbaar ook woont.
[4]
Op 31 juli 1645 wordt in dezelfde kerk een dochter met de naam Lucia gedoopt. Zij wordt geboren in de Nieuwe Boteringestraat. Het gezin is dus blijkbaar verhuisd. Als vader wordt ‘Johannes à Brederode’ neergepend en als moeder ‘Trijntien Jansen’
[5].


Johannes als schoolmeester in het Oldambt


Wat er precies aan voorafgegaan is, weten we niet, maar op een gegeven moment komen we Johannes tegen in het Oldambt. Op 3 februari 1646 zien we een resolutie van de Staten van Stad en Lande. Een verzoek om vrijlating van Johan Brederode, die door de heer Tho Nansum is gevangen gezet, wordt niet ingewilligd:

 

requeste van de huisvrouwe en vrienden van Johannes Brederode ter instantie vanden here To Nansum in appresentie gestelt om zijn relaxatie. De heeren Gedeputeerden van Stadt en Lande difficulteren in dit versouck.

 

Johannes is dus gevangen genomen. De reden is niet bekend. Mogelijk is dit gebeurd omdat hij aan de zijde heeft gestaan van Sebo Huninga en heeft hij met hem meegevochten. Als wordt verzocht om hem in vrijheid te stellen oordelen de Gedeputeerden van Stad en Lande schijnbaar mild. In ieder geval lijken er verzachtende omstandigheden te zijn. Johannes zal dan ook iets later op vrije voeten zijn gesteld, want we zien hem snel terug  [6].

Johannes wordt schoolmeester in Beerta in hetzelfde jaar als de vermelde resolutie. De kans is aanwezig dat hij privé onderwijzer is geweest in Beerta. In ieder geval heeft hij zijn benoeming aldaar vooral te danken aan Sebo Huninga van de Huningaborg. Sebo hecht veel waarde aan goed onderwijs en bekend is dat zijn kinderen niet op de dorpsschool zitten, maar dat hij een privé onderwijzer in huis heeft gehad. Deze onderwijzer begeleidt Sebo mogelijk bij een gewapende tocht naar Winschoten met natuurlijke een degen aan zijn zij. Het blijkt echter een hinderlaag te zijn, dat ontaardt in een knokpartij, waarbij ook doden vallen. Sebo en waarschijnlijk ook zijn schoolmeester houden zich enigszins op de achtergrond, waardoor zij overleven. Mogelijk is deze schoolmeester 'onze Johannes' geweest. In ieder geval komen we Johannes in de komende periode herhaaldelijk tegen als iemand met aanzien in Beerta en goede contacten heeft met Sebo Hunninga. In verschillende aktes treedt hij namelijk op als getuige [7].

 

Johannes verkoopt in 1650 diverse goederen [7] aan de schoonzoon van Sebo Huninga, namelijk jonker Phillipp Daniel Finck (1619-1688), die ook gestudeerd heeft in Groningen. Finck is de zoon van de Amtsverwalter van Simmern in de Hunsrück (Keurpalts) en is als gereformeerd vluchteling met zijn broer uit het oorlogsgebied gevlucht. Hij gaat eerst naar het gymnasium in Duisburg, daarna naar de Illustere school te Bremen en tenslotte in 1643 de Groningse universiteit. Philipp wordt als vluchteling gratis toegelaten. Na afloop van de oorlog krijgt hij zijn familiebezit terug, zodat hij als huwelijkspartner voor de jonge Etje Huninga in aanmerking komt. Het echtpaar bouwt een landgoed in Beerta-West dat naar Etjes grootvader Doedenstein wordt genoemd. Ten tijde van de Münsterse bezetting in 1665 lijden ze 5500 gulden schade, wat voor die tijd een enorm bedrag is. Begin 18e eeuw is het geld op en wordt het landgoed weer bij de landerijen van de erfgenamen Huninga gevoegd. De langstlevende dochter is Tjae, die overlijdt in 1713. Dan is er nog een zekere Jan Hinricks Venterman, die bij jonker Finck woont. Zijn vermoedelijke zoon Hindrick Jansen Finck huwt later een half adellijk meisje, maar zij zijn niet erg voornaam geweest.

Om terug te komen op de goederen die Johannes aan Finck verkoopt komen we ook een schilderij van een schelvis tegen, alsmede een van de schelvisvangst. Hoe deze in het bezit van onze Johannes is gekomen zal wel voor altijd een raadsel blijven. Ook is het geheel onduidelijk waarom hij deze goederen aan Finck verkoopt. Mogelijk zijn hij en zijn vrouw kleiner gaan wonen of hebben ze een geheel nieuw inventaris gekocht. Het schilderij heeft in de ogen van Johannes waarschijnlijk totaal geen waarde gehad.

 

Johannes van Brederode overlijdt omstreeks augustus 1662 in Beerta. Een document daarvan is niet gevonden.

 

De Brederodes zijn echter nog lang in Beerta gebleven. Zo zien we dat op 7 december 1712 in Beerta een huwelijkscontract wordt gesloten tussen Jurrien Feiks en Antje Derks, waarbij Reijnolda Brederode aan bruidszijde getuige is [10]. Ook vinden we in het huwelijksregister van 1844 het huwelijk tussen Harm Prins, boerenknecht, 28 jaar oud, geboren 24 september 1815 te Beerta en Gepke Goorn, dienstmeid, 21 jaar, geboren 11 september 1822 te Midwolda. Daarbij is Bieke Everts Brederode moeder van de bruidegom [11].
Op 16 april 1872 overlijdt in Beerta Aldert Dijk, rijksambtenaar, 29 jaar oud en geboren te Nieuweschans. Hij is de zoon van Hindrik Dijk en de moeder is Etje Brederode [12]. Etje Brederode verblijft van 1870 tot 1883 in het Huis van Bewaring te Groningen. De reden hiervan is niet onderzocht [13].
Op 5 augustus 1827 overlijdt Trientje Geerts Brederode te Beerta. Ze is dan 84 jaar en is de weduwe van Berend Jacobs Buter. Het echtpaar heeft één kind, Sara, die 52 jaar is geworden [14].
Nog tot na 1900 komen we het geslacht (van) Brederode tegen in de omliggende plaatsen van Beerta, maar ook ver daarbuiten zoals, Groningen, Haren, Veendam, Ten Boer, Midwolda en Warffum.

Graven

In Beerta bevinden zich voor zover ik heb kunnen nagaan geen graven van het geslacht (van) Brederode. Dat is wel het geval in Finsterwolde. Daar ligt begraven Elsien Reints Brederode, geboren op 31 maart 1790 en overleden 23 december 1823 (zie foto).

 

Elsien Reints Brederode, geboren op 31 maart 1790 en overleden 23 december 1823.

 

 

 

Noten:


1. RHCGA. Groninger Archieven. Transcripties van het Lidmatenboek van de gereformeerde kerk van de stad Groningen, 1594-12660.
2.RHCGA. Groninger Archieven, inv. 1. Hogeschool van stad en lande (1614 - 1811); 1.1. Rector en senaat; 1.1.3. Stukken betreffende studenten; 43-45 'Album academiae huius, habens nomina studiosorum, manibus ipsorum signata', album studiosorum, 1615 – 1809. 1: 03308 2: Groningen 3: Brederode a 4: Johannes 7: Dokkum 8: Frisius 9: 15/02/1635 10: Phil 12: AAG 31 21: Reynoldus van Brederode uit Haarlem was in 1613 conrector van de Latijnse school te Kollum; 1619 ludimagister te Dokkum 22: Andreae, Kollumerland II 104, III 126; Sannes, Schoolmeesters Dokkum; Samme Zijlstra - Het geleerde Friesland, studenten ca. 1380 – 1650: 1: documentnummer 2: universiteit (in het Duits) 3: familienaam 4: voornamen 5: beroep vóór studie 6: sociale herkomst 7: geboorteplaats 8: regio 9: datum immatriculatie 10: studierichting 11: leeftijd 12: bronnen 13: naam moeder 14: naam vader 15: beroep vader 16: huwelijk(en) 17: kind(eren) 18: beroep(en) na studie 19: sterfdatum 20: varia 21: diversen 22: literatuur.
3. RHCGA: Groninger archieven, transcripties van het Lidmatenboek van de gereformeerde kerk van de stad Groningen 1594-1660.
4. RHCGA: Groninger Archieven, Algemeen doopboek Groningen 1640-1657, Collectie DTB (toegang 124), Inv.nr. 146.
5.RHCGA. Groninger Archieven, Algemeen doopboek Groningen 1640-1657, Collectie DTB (toegang 124), Inv.nr. 146.
6. RHCGA, Groninger Archieven . Toegangsnr. 1 Staten van Stad en Lande, 1594 – 1798, Inv.nr. 127.
7.28-01-1647, getuige in:  RAG Vee Fol. 605, Willem Jans en Joannes à Brederode
20-04-1647, tekent als getuige
11-10-1647, getuige in: R.A. Beerta, Fol. 671, Willem Jans en Joannes à Brederode
12-10-1647, vertoning van een beroep als schoolmeester aan de classis te Oldambt, classicale acta geciteerd in Gruoninga
12-10-1647, ondertekening van de classicale wetten als Johannes à Brederode, classicale acta geciteerd in Gruoninga; Op 12 october 1647 vertoont J. Brederode een beroep als schoolmeester aan de classis te Oldambt; de classicale wetten ondertekent hij op dezelfde dag als JOHANNES à BREDENRODE. Uit de classicale acta blijkt dat hij de functie van schoolmeester te Beerta reeds een paar jaar provisioneel heeft waargenomen. Zijn voorganger Georgius Vitri was gepensionneerd, terwijl de door particulieren beroepen Gerhardus Joannis Vechter na gedaan verzet door Burgemeesteren en Raad van Groningen op 17 maart 1646 werd geïmprobeerd, blijkens de classicale acta.
19-10-1647, getuige in, R.A. Beerta: Fol. 674, Willem Jans en Joannes à Brederode
05-09-1648, getuige in, R.A. Beerta: Fol. 13, Willem Hendricx en Joannes à Brederode
07-05-1649,  getuige in, R.A. Beerta: Fol. 63, Joannes à Brederode en Jurjen Vijt
08-05-1649, getuige in, R.A. Beerta: Fol. 65, Joannes à Bredrode en Jacob Wildricx
06-08-1649, getuige in, R.A. Beerta: Fol. 89, Willem Hendrijcx en Joannes à Brederode
07-08-1649, getuige in,  R.A. Beerta: Fol. 93, Remke Ellens en Johannes a Brederode:
Philips Daniel Finck en joffer Ettien Hunninga van Oostwoldt. Ettien krijgt mee van haar ouders 45 deimt landin een gare in Midwolderhamrik vrij van behuizing. Brg.: niemand. Br.: Sebo Huninga van Oostwoldt en Tija Hunijnga, ouders; jonker Doede Huningaen Bonne Huninga, broers; kapitein Tiddo Huninga van Oostwoldt, oom; Getuigen: Remke Ellens en Johannes a Brederode.
29-04-1650, getuige in, R.A. Beerta: Fol. 145, Joannes à Brederode en Willem Jans:
Jonker Sebo Huninga van Oostwoldt en Tiaetjen Tiddinga (ehel.) dragen over aan Philips Daniel Finck en Ettjen Huninga (ehel.) hun zwager en dochter een heerd land in Beersterhamrik Hamsterhoff genoemd, ten oosten Pieter Ooljeslager ten westen Uffo Tiabbens' erfgenamen. Getuigen: Joannes à Brederode en Willem Jans.
02-05-1650, getuige in, R.A. Beerta: Fol. 146, Joannes à Brederode en Tiabbe Willems
07-07-1650, getuige in, R.A. Beerta: Fol. 169, Wilt Ipens en Joannes à Brederode
13-11-1650, Beerta: Fol. 180. Deze akte is doorgehaald:

 

'Johannes à Brederode, schoolmeester onses carspels, en Trijntjen Janssen (ehel.) verkopen aan de e.e. Daniel Finck en juffvrouw Ettjen Huninga (ehel.) de volgende roerende goederen Een eiken kaste, twee vuiren kasten, een halff sleten bedde met sijn toebehoor, een oldt kinderbeddechen met sijn toebehoor, een dantisker kiste, een vuirpanne, ses stoelen so oldt als nieuwe, een oldt vuuren etenspindtjen, vijf viercante tinnen schotels, acht viercante tinnen taefelbreden, een viercant vuiren taefeltjen, een groot schilderije zijnde een schelvisvanck (schelvisvangst), een schilderije zijnde een schelvis, noch twee schilderijen zijnde twee troonjen, een spegel, een kerckstoel, een ronde doose, twee koperen potten, een ketel, een handtdoeckstock, drie wasschebaeljen, een lanteerne, een kleerkorff, ende een parsse'. Prijs: 87 daler. Deze brief komt i.p.v. een papieren obligatie van 5 januari 1647. Getuigen: Jurjen Vijt en Jan Wilckens.

 

Foto: schelvis. Bron/licentie: Wikimedia Commons. Deze foto staat los van het vermelde schilderij in de tekst.


7. De brief die Jan (Johannes) van Brederode in 1650 aan de Staten van de Ommelanden heeft geschreven (aan ‘de Eedele Staten van Groeningen), wordt door de Ommelander heren niet geopend. Uit: Hoofdstuk 1. Onderzoeks-, Gebied, Historiografie, methode en Bronnen. Waterbolk 1981 (1976), p. 236.
8. 02-03-1653, getuige in, Fol. 316,  H.V., Jurjen Vijt en Joannes Brederode
17-02-1654, getuige in, R.A. Beerta, Fol. 335, Harmen Boelens en Johannes a Bredero
30-04-1654, getuige in, R.A. Beerta, Fol. 351, Jan Peters en J a Brederode
29-12-1655, getuige in, R.A. Beerta, Fol. 472, Mello Tiarx en J. a Brederode
05-09-1656, getuige in, R.A. Beerta, Fol. 520, Eefko Harmens en Johannes a Brederode
12-06-1657, getuige in, R.A. Beerta, Fol. 598, Willem Jans en Jannes Brederode
18-12-1657, getuige in, R.A. Beerta, Fol. 630, J a Brederode en Matthias Tobiae
26-05-1659, getuige in, R.A. Beerta, Fol. 735,Jannes a Brederode en Matthias Tobiae
9. 02-07-1662, huwelijkscontract dochter Margrietjen. RHCGA:


Isaacus Nijhoffz pastor, Swijcks Edzers ende Eppo Nomder, | kerkv. van d' Beerta certificeeren ende ratificeeren in desen | openen brieve datter in den Naeme Gods ende tot ons | selves eere ende voortplantinge des mensschelijcken ge | slachtes een heylich ende christelijk echtscap tusschen | d' ewaerde welgeleerde Joannes Wangerpoel end duegsa | me Margrietjen a Brederode sij beraemt, gedediget en | d' beslooten op conditien hijr na beschreven | 1e sijn hijlixvoorwaarden dat bruidegom end' bruid opge- | melt neffens beijder zijdes vrienden vreedig sijn met alsooda- | ne goederen als sie bij en aen malkanderen soelonend weerden brengen | 2e sal winst ende verlies deser, alsook alle aengearfde goederen, staende howlijk half en half sijn, half winst, half verlies ende soelen de selvige sonder lijves arven nae t' laeten oft nae t' blijven, daetelijck weder han t' arven en de starven, nae d' zijde daer sie sijn heergekomen | 3e soelen soons ende dochters erven gelijcke sibbe ende nae sijn tot vaders ende moeders naelaetenscap, alsoo dat een dochter erven gelijcke groote portie sal hebben t' genieten als een soon - alhowel srijdich tegens Oltampster Landtregt | 4e Aengaende d' lijfgaeve geene lijves nalaetende, soo begiftiget d' bruidegom sijn l. bruidt uit sijn gewisse naelaetenscap d' soma van hondert [pond à 30 stuivers de pond], haer leven langh, mits dat het nae haer doodt, aen d' naeste vrienden ende erfgenaemen vervallen sal, eende d' bruidt in alsulcken ende diergelijcken valle begiftiget haeren l. bruidegom uit haer gewisse naelaetinge insgelijcken hondert [pond oock à 30 stuivers de pond] in sulcker voegen ende t' vervallen gelijck even van de bruidegoms begiftinge is gementioneert, edoch .... geconditioneert, dat sie malkanderen in gesontheit oft kranckheit soelen mogen begiftigen nahae.. eijgen geva.. end' believe.. | Dedigers luiden aen des bruidegoms zijde die eerwaerdige welgeleerde Isaacus Nijhoffz also pastoor opgemelt, die e. mr. Albert Aerents kistemaecker ende Mattias Tobiae | Aen des bruidts zijde die eerb, Joann. a Brederode end' Catharina Brederode sijn huisv: als vader ende moeder. | Item Aneke Moesel als moije, bij getuigen die e. Harman Jans ende Jan Wijgmans in onsen protocoll, daarmede dese brieff accordeert van ons opgemelt, verteekent ende verzegelt: Actum Den 2 Julij Anno 1662 [ondertekening]


10. Johannes opvolger, Joannes Paulus Vos, vertoont zijn ‘beroepbrief’ aan de classis op 4 november 1662; aangenomen mag worden, dat Johannes à Brederode inmiddels is overleden.
10. RHCGA. Hervormde gemeente Beerta, Huwelijkscontracten, archiefnr. 206, aktenr. 206.
11. RHCGA. Huwelijksregister Beerta, periode 1844, aktenr. 4.
12. RHCGA. Overlijdensregister 1872,  periode 1872, aktenr. 43.
13. RHCGA. IX2012-0040 Huis van Bewaring Groningen: gedetineerden (Toegangnr 2012 inv.nr. 40), 1870-1883.
14. RHCGA. Overlijdensregister Beerta, 1827, aktenr. 38.
15. Mogelijk is dit het gehucht Hoorn dat eerder tot het kerspel Wedde heeft behoord.

 

 

Opmerking:
1. In 1955 is een verhaal verschenen geschreven door A.H. Stikker, met als titel ‘De naam ‘Van Brederode’ in het Oldambt.
In: Gruoninga. – Jaargang 2 (1955), nr: 1, p. 1-4.

 

2. Dit artikel is mede tot stand gekomen met dank aan Murk Hoekstra uit Borne, voor aangeleverde feiten en het redigeren van het grootste deel van dit verhaal.

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 27 mei 2019.
Update: 26-04-2020
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top