Vervolg van: 'Een grote oefening op de Veluwe'

 

 

 

 

 

 

De Uitgangssituatie

 

 
De situatie waarop de oefening gebaseerd is, is in twee delen opgesplitst. Om te beginnen is er de uitgangssituatie. Deze houdt in dat een blauw leger in de afwachtings-opstelling staat met onder andere sterke afdelingen op de Veluwe. Dit leger bestaat uit de 2de en 4de divisie van het veldleger en staat bij de manoeuvres onder bevel van de commandant van het veldleger, luitenant-generaal De Meester. Zij zijn gelegerd in de driehoek Milligen, Voorhuizen, Barneveld.

 

De tegenstander is de oostelijke (Rode) partij. Aangezien de reorganisatie van de infanterie pas per 1 oktober zal worden doorgevoerd, komen de regimenten nog niet met drie maar slechts met twee bataljons in het veld. De Westpartij bestaat daardoor naast de onderdelen van de andere wapens bij de 2de divisie uit twaalf bataljons en bij de 4de divisie uit acht bataljons. De oostpartij bestaat hierdoor slechts uit negen bataljons. Het totaal aantal man dat deel zal nemen aan de oefening is rond de 24500 man terwijl er ook 1300 paarden worden ingezet. Hiervan zijn er 600 gehuurd.

 

Daarnaast maakt de gehele westpartij en de cavalerie van de oostpartij gebruik van keukenwagen. De overige onderdelen zijn afhankelijk van hooikistwagens[18] en zullen daardoor qua voeding mogelijk slechter af zijn dan de andere troepen. Naast deze extra voorzieningen beschikte de westpartij ook over vier vliegtuigen.

 

36. Een keukenwagen die voor het eerst grootschalig bij de Blauwen wordt ingezet.

 

 

Tot de uitgangspositie behoren ook de oorlogstoestanden voor de beide legers. De bijzondere oorlogstoestand voor Blauwen op 21 september luidt: De 2de divisie is gelegerd in de driehoek Arnhem-Ede-Legerplaats bij Harskamp; de 4de divisie in de legerplaats bij Milligen en omgeving. Daarnaast zijn Doesburg, Zutphen en Deventer door zwakke detachementen bezet. Op 21 September ontvangt de commandant van het veldleger om tien uur 's avonds in Apeldoorn van de opperbevelhebber de volgende Instructie:

 

“Hedenmiddag om 17:00 uur trekt de Rode cavalerie in westelijke richting Oldenzaal en Ootmarsum. Er volgen latere berichten. Deze cavalerie wordt bij Ootmarsum gevolgd door een belangrijke gemengde troepenmacht. Het is nagenoeg onmogelijk, dat het verspreide Rode leger in staat zal zijn binnen drie etmalen westelijk van de lijn Hengelo-Almelo een troepenmacht samen te brengen die veel sterker is dan twee divisies. Marcheer met de 2de en 4de divisie de rode troepen tegemoet en versla ze".


De bijzondere oorlogstoestand voor de Roden luidt: Een divisie en een cavaleriebrigade zijn gelegerd respectievelijk 60 en 30 kilometer ten oosten van de lijn Oldenzaal-Ootmarsum. Generaal-majoor Bruce, die het bevel over deze troepen voert, ontvangt om 10 uur in de ochtend van 21 September van de commandant van het Rode leger het volgende bevel:

 

“Blauwe troepen zijn gelegerd op de Veluwe, vermoedelijk met zwakke detachementen te Deventer, Zutphen en Doesburg. Ons leger zal die troepen aanvallen. Hiertoe concentreer ik mij voorwaarts, ongeveer in den driehoek Ootmarsum-Oldenzaal-Almelo, wat, in verband met de verspreide legering, enkele dagen zal kosten. U rukt zo snel mogelijk westwaarts en dekt mijne concentratie". 

 

 

Operatie- en marsbevelen

 

De commandant van het veldleger van de Westpartij (blauw) geeft daarop een operatiebevel uit. Hierin geeft hij de commandanten van beide divisies de volgende opdracht:

 

1. Beide divisie moeten een wielrijders en cavalerie officierspatrouille uitzenden. De wielrijders van de 2de divisie moet onderzoeken of de Rode cavalerie bij Oldenzaal gevolgd wordt door troepen van andere wapenen. Als dat het geval is, moet worden vastgesteld waar ze zich naartoe begeven. De wielrijders van de 4de divisie moeten onderzoeken waar de gemelde infanterie en veldartillerie te Ootmarsum zich naartoe begeeft. Tenslotte moeten de officierspatrouilles van beide divisies de verkregen informatie doorsturen en de bewegingen van de vijand blijven volgen.

2. De detachementen in Zutphen en Deventer moeten zo snel mogelijk versterkt worden.

3. De divisies moeten zich voorwaarts verzamelen in de richting Zutphen en Deventer en wel zodanig dat de voorhoeden om elf uur aldaar aankomen. 

 

Om deze operatiebevelen uit te voeren geeft de commandant van de 2de Divisie een marsbevel uit. Hierin geeft hij de 2e compagnie wielrijders het bevel onmiddellijk over Dieren-Brummen naar Zutphen te marcheren om aldaar het bruggenhoofd vast te houden. Onderweg moeten zij bij de rivierovergangen in Dieren en Brummen een zwak detachement achterlaten totdat de hoofdmacht die punten gepasseerd is. Een bataljon van de 4de brigade is aangewezen om zo snel mogelijk de wielrijderscompagnie in Zutphen af te lossen, zodat deze kan gaan verkennen in de richtingen: Lochem, Borculo, Goor en Markelo. Het tot de divisie behorende eskadron (minus een peloton) marcheert over Ellekom-Doesburg en verkent in de richting Hengelo en Ruurlo. De hoofdmacht van de divisie marcheert in twee kolonnes. De zuidelijke kolonne, in hoofdzaak bestaande uit de 8ste brigade, de 1ste afdeling van het 4e regiment veldartillerie, en de mitrailleurafdeling, marcheert over Dieren-Brummen in de lichting Zutphen. De noordelijke kolonne, welke in hoofdzaak gevormd wordt door de 7de en 11de brigade en de 2de en 3de afdeling van het 4de regiment veldartillerie, marcheert over Otterlo, Hoevelaken, Woeste Hoeve, Loenen, Eerbeek, Hal in de richting Zutphen. Het stafkwartier, dat op 21 september gevestigd is te Arnhem, wordt in de loop van maandag overgebracht naar Zutphen. 

 

Ook vaardigt ook de commandant van de 4de divisie een marsbevel uit. Hierop marcheert de 4de compagnie wielrijders en de 4de mitrailleurafdeling onmiddellijk langs den kunstweg Amersfoort- Apeldoorn af om de spoor- en verkeersbrug en de schipbrug te Deventer te beveiligen. Een sectie van de wielrijders moet achterblijven bij het Apeldoornse kanaal om het vak tussen Apeldoorn en de Wormense brug vast te houden, totdat de hoofdmacht gepasseerd is. De hoofdmacht marcheert dan om 's middags twee uur in één kolonne af en zal als volgt zijn samengesteld: De voorhoede bestaat uit de helft van het 1ste bataljon van het 9de regiment Infanterie, één peloton huzaren en een halve compagnie pioniers. De hoofdmacht volgt op 800 meter en bestaat uit het 9de Regiment Infanterie, de 1ste afdeling van het 1ste regiment veldartillerie, het 20ste regiment Infanterie, een telegraaf afdeling, het 1ste regiment Infanterie; de 2de afdeling van het 1ste regiment veldartillerie en het 12de regiment infanterie. Op vijf kilometer daarachter volgt de bagagetrein, de verplegingsafdeling enz. die zullen worden voorafgegaan en gevolgd door een compagnie infanterie. De linkerflank van de kolonne wordt beveiligd door drie pelotons huzaren, welke marcheren over Uddel, Vaassen en Terwolde. De scheidingslijn van de legeringsgebieden der beide divisies loopt over Gietel, Gorssel en Oolde.


Op basis van de ontvangen bevelen krijgen de cavaleriebrigade en de twee compagnieën wielrijders een zelfstandige opdracht. De cavaleriebrigade wordt in tweeën gesplitst. De noordelijke groep bestaat uit drie regimenten en de 1ste compagnie wielrijders terwijl de zuidelijke groep uit een regiment en een derde van de 3de compagnie wielrijders bestaat. De cavaleriebrigade zal oprukken op het IJselvak Diepenveen—Doesburg . Als zij een vijand aan de oostzijde van rivier aantreffen moet zij diens voortgang vertragen door hem in front en flank lastig te vallen. Twee derde van de 3de compagnie wielrijders zal, na overleg met de commandant van de zuidelijke cavaleriegroep, zelfstandig oprukken over Vorden tegen het IJselvak Bronkhorst—Doesburg. Ook dit onderdeel moet een eventueel oostwaarts oprukkende vijand ten oosten van de rivier in front en flank hinderen. 

 


De acties beginnen (21 en 22 september)


Net zoals de voorafgaande dagen zijn de troepen bij de aanvang van de acties goed gehumeurd. In de nacht van 21ste op de 22ste heeft men soms last van de kou en als de maan achter de wolken verdwijnt, is er geen hand voor ogen te zien. Alhoewel door dit laatste bijvoorbeeld de bereden officieren die door de Gelderse vallei trekken soms hun paarden aan de hand moeten meevoeren, mag dit de sfeer niet verpesten. 


Even na het middernachtelijk uur wordt al bij de 8ste infanterie-brigade, die kamperen bij de troepen van de 2de divisie bij Arnhem, reveille geblazen en om halft twee vertrekt deze eenheid als voorhoede. Zij worden al snel gevolgd door de hele zuidelijke colonne. Deze trekt over Dieren, door de Middachter allee en via Brummen naar Zutphen en gaat door tot Warnsveld. De noord-colonne trekt over Otterloo, Hoenderloo, Loenen Eerbeek en Hall van het lJselvlak, om ook in Zutphen te arriveren. De 4de divisie trekt van Milligen ook al vroeg in de nacht over Apeldoorn naar Deventer. Al om haLf vier in de in de nacht verstoren zij in de Apeldoornse dorpsstraat de rust. Eerst komt de cavalerie voorbij. Zij worden gevolgd door de leider van de staf, generaal-majoor Buhlman, de vier infanterieregimenten van brigades, de stukkenrijders, de mitrailleurafdeling en de sectie mitrailleurs getrokken door hondenbespanningen.

 

Op de keukenwagens zijn de koks in hun witte pakken al bezig het vuurtje op te stoken voor het bereiden van het ontbijt. De compagnieën wielrijders van de 2de divisie zijn waren 's ochtends om zeven uur in Zutphen aangekomen en zijn de vijand verder tegemoet getrokken. De 8ste infanteriebrigade is 's morgens om kwarm over acht zonder incidenten in Warnsveld gearriveerd. Majoor landweerdistrictscommandant De Hartogh meldte dat ze gedurende de mars de vijand niet hebben gezien. 

 

35. Twee leden van de sectie mitrailleurs met hondenbespanning zoals die ook aan de oefening deelnamen.
Tegenwoordig zou het leger het niet in hun hoofd halen om honden hierbij te betrekken.
Hoe zullen ze reageren als de mitrailleurs hun werk gaan doen?

 


Dit blijft echter niet zo. De cavalerie van de Westpartij, die om tien minuten voor tien in Vorden is, ziet een vijandelijke compagnie in de richting van Hengelo marcheren. Daarnaast stuiten de blauwe wielrijders om tien uur op de weg naar Lochem op vijandelijke collega's. Hierop wijken de wielrijders uit naar Barchem en nabij Deventer stuit de 2de compagnie wielrijders op een rode cavaleriepatrouille. Deze wordt teruggedrongen, zodat de spoorbrug, de Schipbrug en de voetbrug over de IJsel vrij zijn voor de blauwe partij. Als laatste treft de cavalerie-officiers-patrouille, die volgens opdracht bij Dieren met de veerpont over moet, deze gesaboteerd aan. Hierdoor is de patrouille gedwongen bij Doesburg de rivier over te steken. Het is dus duidelijk dat de Roden in het gebied actief worden.

 

Rond half elf komt de noordelijke colonne van de 2de divisie in Zutphen aan. De kwartiermeesters halen op het stadhuis hun briefjes en gaan de mannen over de ingezetenen verdelen. De officieren, niet ingedeeld bij de troepen, leggen beslag op het terras van het Stationsrestaurant. Generaal De Meester, de leider van de oefeningen, tevens commandant de 2de en 4de divisie gebruikt op deze plaats zijn lunch. Ook worden daar generaal-majoor Tannet, commandant van de 2de divisie, generaal-majoor Oolgaardt, inspecteur van de bereden artillerie en majoor (a la suite) van de generale staf van het Indische leger, Pangéran Ngabehi, adjudant van de gouverneur-generaal met zijn adjudant luitenant ter zee 2e kl. Voute gesignaleerd.


Ondertussen gaan de acties gewoon door. Om elf uur bezetten de wielrijders Vorden en trekt de cavalerie zich terug op Warnsveld, terwijl vaandrig M. van Meel met zijn verkenner, luitenant Hofstede, om half twee 's middags op 600 tot 700 meter over Zutphen vliegt. Hij is op verkenning boven Rijssen en Lochem. Het vliegtuig is nog maar net verdwenen of de troepen van de 11de infanteriebrigade van de 2de divisie komen vanaf Otterloo onder tromgeroffel de stad binnen gemarcheerd. De 7de infanterie-brigade van de 2de divisie (het 7e en 18e regiment infanterie) steekt de IJsselbrug niet over en blijft in de IJsselvlak liggen in afwachting van nadere bevelen. Het 18de regiment infanterie heeft ‘s middags haar bivak opgeslagen tussen Voorstonde en Hoven onder leiding van commandant majoor de Jongh. Zij zijn om half twee uit de Harskamp laten zich nu het eten uit de keukenwagen goed smaken.

 

Zo zijn de meeste manoeuvres voor deze dag beëindigd zonder noemenswaardige contacten tussen de beidde partijen. In het blauwe kamp wordt bekend gemaakt dat men de volgende dag om zes uur in de morgen weer klaar moet staan voor het vervolg. De 11de infanterie-brigade op den weg Zutphen- Lochem en de 8ste brigade in de kantonnementen Leesten, Warnsveld-Eelde. Daarnaast moeten de 2e compagnie wielrijders te Lochem en de 2de mitrailleurs-afdeling, de veldartillerie en de houwitser-compagnie voor de cavaleriekazerne te Zutphen klaar staan. De cavalerie moet positie innemen in Vorden. De 7de infanterie-brigade, die nog voor de IJsel ligt, moet echter al om vijf uur klaar staan om af te marcheren. Hun weg leidt hen over de wegen Voorstonden-De Hoven en Brummen-De Hoven. De 2de en 3de afdeling van het 4e regiment veldartillerie moet de beweging van deze brigade volgen. Men verwacht dat de volgende dag er meer contacten met de vijand zullen zijn.

 

Na het oprukken valt te verwachten dat er contact met de rode voorposten zal worden gemaakt. Daarnaast verwacht men dat de Roden een omtrekkende beweging zullen maken waardoor de slag zal vallen tussen Deventer en Diepenveen.  Ondertussen besluit de commandant van de rode divisie om vanaf de avond van 22 september een eventueel oprukkende vijand af te wachten en tegelijkertijd Holten en Markelo te bezetten. De divisie brengt de nacht door te Ootmarsum en de rode partij ligt ‘s avonds in een boog westwaarts van Rijssen; de cavaleriebrigade en de wielrijders liggen daarvoor in een lijn Wezepe-Stevensbeeg achter Lochem langs en links aangeleund op de straatweg Vorden-Ruurlo.

 

 

Dinsdag 23 september

 

‘s Ochtends vroeg wordt de mars op Almelo en Rijssen vervolgd om zodoende de concentratie van de hoofdmacht te dekken. Ook de tocht naar Markelo en Holten zetten de Roden ’s ochtends vroeg voort. De 2e divisie marcheert met twee brigades over Lochem naar Goor en een brigade over Laren naar Markelo terwijl de 4e divisie over Holten naar Rijssen zal oprukken. Later in de ochtend weten de Roden Markelo en Holten te bezetten. Het 16de regiment infanterie neemt een stelling ten Westen en Zuiden van Markelo in met een omgebogen vleugel in Zuidoostelijke richting over de Belten-akkers terwijl bataljons van het 5de regiment de stelling bij Holten inneemt. Deze stelling is verdeeld in twee vakken: de Noordelijke groep ten noorden van de kunstweg Holten-Deventer aan de voet van de Holter-Ink, welke wordt ingenomen door een regiment cavalerie en anderhalve compagnie wielrijders. De Zuidelijke groep ligt in de houtrand Zuidwaarts van en inclusief de kunstweg. Zowel de spoorlijn als de kunstweg worden door ingegraven mitrailleurs bestreken.


Ondertussen hebben twee regimenten cavalerie bij Ermelo de blauwe partij in de linkerflank gehinderd. 


Tegen negen uur wordt de stelling bij Holten door de 4de divisie aangevallen. De Rode cavalerie trekt zich terug maar de ingegraven mitrailleurs komen nu in actie. De Blauwe divisie zet de aanval door, met als gevolg dat de stelling rond twaalf uur door de Roden moet worden ontruimd. De Rode partij begint daarop zich op Rijssen terug te trekken. Terwijl de strijd in volle gang is, vliegt een vliegmachine over de rode stellingen en verkent deze op een hoogte van ongeveer zevenhonderd meter. 

 

37. Leo van Steyn bij zijn Farman. Eén van de vier vliegers die hebben
deelgenomen aan de manoeuvres van 13 september 1913.

 

 

Gedurende de middag trekt de gehele Oostpartij zich terug op Rijssen, waar een krachtig versterkte veldstelling in gereedheid is gebracht. Uitgebreide aanwijzingen zijn door de leider gegeven om bij de inrichting van de stelling toch vooral geen 2de-rangs te leveren. Kapitein Froger, leraar in de veldversterkingskunst aan de K.M.A die met de uitvoering van versterking van het terrein is belast, houdt zich aan de opdracht en past de meest moderne denkbeelden toe. Vóór de eigenlijke stelling wordt een schijnstelling aangelegd die vooral bestaat uit vluchtig aangegeven en boven het terrein uitstekende borstweringen. Daarachter zijn uit bordpapier gesneden soldatenrompen met kepi's zichtbaar opgesteld, terwijl tussen beide stellingen de terrein-versperringen als 'verondersteld' aangegeven zijn. Kort achter de infanteriestelling zijn batterijen opgesteld die samen met de waarnemers nagenoeg allemaal ingegraven en afgedekt zijn van voren en vanuit de lucht.

 

Zo loopt de rode stelling aan het einde van de dag ten westen van Rijssen vanaf de kruising van de weg naar Nijverdal en de Lichtenbergerweg naar het zuid-zuid-oosten tot aan het heuvelterrein ten zuiden van Rijssen op ongeveer een kilometer van laatstgenoemde plaats om vervolgens via het hoge terrein met een omgebogen vleugel op de linkerflank de kunstweg Rijssen- Enter te bereiken. De weg zelf is afgesloten door een flankstelling. In de zuidwest- en zuidzijde van de stelling zijn als steunpunten drie groepsversterkingen aangebracht. Zij worden elk bezet door ongeveer een compagnie infanterie en enkele mitrailleurs. Deze groepsversterkingen worden onderling verbonden door een tirailleurloopgraaf, terwijl in de versterkte linie twee zoeklichten aanwezig zijn. De ene staat aan het einde van de kunstweg Markelo-Goor. De andere ten noorden van het Witte Zand. De algemene reserve staat bij Acher en bestaat uit het 4de regiment cavalerie uit Goor en de mitrailleurafdeling. De linkervleugel wordt door twee regimenten cavalerie beveiligd terwijl een regiment cavalerie dezelfde taak heeft op de linker vleugel. Al met al achten de Roden zich in deze positie gereed om de volgende dag de blauwe partij een laatste tegenstand te bieden.


De Blauwen zitten ondertussen ook niet stil. Zij rukken op in de richting van Rijssen en Goor en zijn Holten-Diepenheim genaderd. In Markelo stopt de 7de brigade rond drie uur in de middag en wordt de komst van de keukenwagens afgewacht. Deze arriveren rond vier uur en worden al snel door hongerige soldaten omringt. In de loop van de middag worden het hoofdkwartier en de staf kwartieren van de 4de en 2de divisie naar Lochem respectievelijk Holten en Diepenheim verplaatst. Rond acht uur 's avonds volgt een bevel waarin wordt aangegeven wat de uitgangspositie voor de blauwe troepen voor de volgende dag zal zijn. Vroeg in de morgen om zeven uur moet men klaar staan voor het gevecht. De 2e divisie met het hoofd van de gevechtsgroep van de 11de brigade moet positie innemen bij Heereken, de 7de brigade op dezelfde wijze bij Markelo en de 4de divisie bij Holten.

De gevechtsgroep van de 8ste brigade moet ter beschikking van de commandant blijven en op de weg Diepenheim-Goor bij station Goor positie innemen. Bekend is, dat het moeras De Overtoom alleen betreden kan worden over de wegen. Ter verkenning schuiven de commandanten van de beide divisies sterke gevechtsvoorposten vooruit. Ook worden door de berichten dat de Roden rond Rijssen en Enter een verdedigende linie ontwikkelt, de vliegers rond vier uur in de middag op een verkenningsvlucht gestuurd. Zij moeten nagaan of de Roden bij Enter inderdaad een verdedigende linie heeft gebouwd. Ook moeten zij uitzoeken of er voor Rijssen nog sterke Rode eenheden naar het westen trekken.

Of deze verkenning veel oplevert, valt te betwijfelen. Om te beginnen wordt er rond de tijd van de verkenning door de Roden nog aan de stelling gewerkt en de stelling is sowieso slecht zichtbaar. De verschillende vliegers komen echter de een na de ander terug op het vliegkamp in Lochem. Vaandrig Bakker arriveert na vijftig minuten in zijn 50 pk Bleriot, luitenant van Heyst na vijfenveertig minuten in zijn eenpersoons, 50 pk, Farman dubbeldekker, luitenant Leo van Steyn na zevenendertig minuten in zijn Farman dubbeldekker met 80 pk Gnôme en vaandrig van Meel na zesenveertig minuten in zijn 80 pk dubbeldekker.

 

 

De slag om Rijssen op 24 september

De derde dag begint met dichte mist waardoor de vliegtuigen de hele dag ondanks verschillende pogingen, niet nuttig kunnen worden ingezet. Op de grond begint de dag met verschillende schermutselingen tussen vooruitgestuurde blauwe infanterie en rode wielrijders. Als deze zich bij Holthen-Bathem ontwikkelt, arriveert de koningin. Zij volgt de actie met interesse. Om half acht bereikt zij Rijssen en volgt in de voorste linie, gezeten op een veldstoeltje hoe de gevechten zich ontwikkel terwijl prins Hendrik de loopgraven bezichtigt. Rond half twaalf trekken zij de oprukkende blauwe troepen tegemoet.


AI nader en nader komen de Blauwen dichterbij. Daar ziet men achter hen de wielrijders ook naar voren komen. De aanvallers verzamelen zich en dan wordt op alle punten van de linie voor de aanval geblazen. In looppas komen de Blauwen dichterbij en nemen zij de schijnstellingen in. De Roden, die daarop gewacht hebben, ontlasten al wat zij aan moordend lood kunnen verzamelen over de Blauwen. Alhoewel de Blauwen even verrast zijn is de list tevergeefs. Al snel weerklinkt het Wilhelmus en met een luid hoezee wordt de stormaanval ingezet. Van alle zijden springen de Blauwen voor de dag, tot zij vlak de loopgraven van de Roden genaderd zijn. Dan moeten de officieren met geweld het laatste handgemeen beletten. Dat is dan ook het slot van de grote manoeuvres, want nauwelijks hebben de laatste schoten weerklonken of door hoonsignalen wordt het einde van de manoeuvres aangekondigd. Die stormloop van de Blauwen, onder de schetterende tonen van het 'Wilhelmus' en 'Wien Neerlandsch Bloed' is een schitterend slotstuk van de zeer geslaagde manoeuvres.


Voor de terugreis op 25 september is ruimte gereserveerd voor vijftien officieren in de 1ste klasse, één adjudant in de 2de klas, 584 overige militairen 65 onbekende in de 3de klas, één paard, 10m³ bagage, vier vierwielige voertuigen, vijf tweewielige voertuigen en tien fietsen. Hiermee gaat het om een vrijwel volledig bataljon. De reis gaat 's morgens op twaalf minuten voor negen uur van Nijverdal naar Assen. Bij het 12de regiment wordt gedurende de manoeuvre geëxperimenteerd met soeptabletten die bestaan uit bonen en erwtenmeel als noodrantsoen. Ook zijn enkele eenheden in het nieuwe grijze uniform gestoken. 


38. De uitreiking van vaandels op 17 november door koningin Wilhelmina op het Malieveld in Den Haag.

 

 

Een nieuwe commandant

 

Op 19 oktober 1913 krijgt de 1ste brigade met kolonel B.J. Land een nieuwe commandant. Hij volgt kolonel P.D. Buyze op. Hier blijft het wat de veranderingen betreft echter niet bij. Per 31 oktober verliest de 4de divisie zijn bevelhebber als generaal G.A. Buhlman wordt bevorderd tot bevelhebber van het veldleger. Hij wordt opgevolgd door generaal-majoor P.W. Weber. Een maand later, op maandag 17 november rijkt Wilhelmina onder grote belangstelling in den Haag aan de nieuwe regimenten, waaronder het jonge 12de regiment, hun vaandels uit. Op de terugweg houdt de trein stil in Assen.

 

Hier heeft kolonel Land voor muziek van het brigademuziekkorps gezorgd. Ook hebben veel officieren en onderofficieren zich met hun dames op het station verzameld om het nieuwe vaandel te begroeten. De officiële kennismaking en overdracht is door Staal echter op de woensdag in Groningen gepland. Hij heeft georganiseerd dat de plechtigheid bij goed weer om twaalf uur 's middags op de Grote Markt zal plaatsvinden.

 

Ook is gepland dat het stafmuziekkorps van het 1ste regiment en de officieren van het 2de bataljon uit Assen hierbij aanwezig zullen zijn. De plechtigheid zal worden beëindigd met een defilé en een mars door de stad. Op 19 januari worden 253 dienstplichtigen uit het district Delfzijl aan het 12de in Assen toegevoegd terwijl op 23 en 24 januari de heer B.J. Land in Assen de leiding over kaderoefeningen heeft. Zowel de hoofdofficieren van het 1ste en 12de regiment infanterie als verschillende dienstplichtige officieren van die korpsen en verschillende hoofd- en andere officieren van bereden wapens nemen deel aan deze oefening.

 

 

Het overlijden van Thomson

 

Op 15 juni 1914 sneuvelt luitenant-kolonel L.W.J.K. Thomson bij een beschieting van de hoofdstad van Albanië, Durazzo. Hij is in de week van 24 oktober 1913 naar Albanië afgereisd om de mogelijkheid tot het oprichten van een gendarmerie te onderzoeken en hij is op 2 februari 1914 gemachtigd om gedurende drie jaar in Albanese krijgsdienst te treden. Voor zijn Albanese diensttijd heeft hij als majoor sinds 23 augustus 1913 het bevel over een bataljon van het 12de regiment in Groningen gevoerd. Dit maakt de beschreven gebeurtenis voor het jonge regiment van bijzonder belang en bij de begrafenis is dit ook te merken. Voor zijn stoffelijke resten echter terug zijn in Nederland, wordt onder leiding van E.G. Staal op 23 en 24 juni een kaderoefening in het veld gehouden voor het 12de regiment. Ook aan deze oefening neemt Sebastiaan Jan deel [19].

 

39. De begrafenisstoet van luitenant-kolonel Thomson in Gronigen.

 


Op 15 juli komt het stoffelijk overschot van de luitenant-kolonel met het pantserdekschip Noord-Brabant in Amsterdam aan. Vervolgens vertrekt zijn stoffelijk overschot om 12.19 uur per extra trein met vele genodigden naar Groningen. Op meerdere stations op de route is een geïnteresseerde menigte aanwezig en staat een erewacht opgesteld. Op het station van Assen is het 2de bataljon van Sebastiaan Jan in groottenue op het perron opgesteld. Hier arriveert de trein na 13.55 uur.


Gedurende het oponthoud van 4 minuten stapt de broer van de Luitenant-Kolonel, kapitein Thomson, uit om de aanwezige officieren de hand te schudden. Hierna vervolgt men de reis en de trein komt tegen vier uur uur in Groningen aan. Voor het station vormt zich een lange rouwstoet. Voor de toegestroomde menigte moet dit een indrukwekkend gezicht zijn geweest. De stoet is als volgt opgebouwd:

De stoet wordt voorafgegaan door een vuurafdeling van 2 secties (I). Zij worden gevolgd door de regimentstamboers met omfloerste trommels (II), de stafmuziek (III) en de bodes (IV). Hierna komen de lijkwagen met slippendragers (V), achttien onderofficier-dragers (VI) en de wagens met kransen en bloemstukken met daarachter de onderofficier-kransendragers (VII). Daarna volgen tien volgrijtuigen (VIII) met in het eerste rijtuig de weduwe en haar dochter en in de overige rijtuigen familie en vertegenwoordigers zoals het kamerlid H. Smeenge, de generaal-majoor W.F. Pop (de bevelhebber van de 2de divisie waaronder het 12de regiment valt), generaal P.W. Bruyze (oudbrigadecommandant van de overledene) en generaal-majoor A.R. Ophorst (commandant van de stelling Amsterdam). Zij worden meteen gevolgd door de officieren van het 12de Regiment Infanterie met Sebastiaan Jan als vertegenwoordiger van zijn bataljon (IX) en officieren van de Koninklijke Militaire Academie (X), de Hoofdcursus (XI), het Instructie Bataljon (XII) en van overige korpsen (XIII).

 

Hierna komen onderofficieren van het 12de Regiment Infanterie (XIV) en deputaties van andere korpsen (XV). De volgenden in de stoet zijn een sectie infanterie met het omfloerste vaandel van het 12de ondercommando van luitenant Uni (XVI), drie ongewapende secties onder commando van kapitein Calkoen (XVII) en korporaals en dienstplichtigen in het gelid (XVIII). De stoet wordt afgesloten door verschillende burgerdelegaties zoals die van de oud-grenadiers, 1903, 1e bat. 1e comp., de vereniging 'Het Ereteken voor belangrijke krijgsbedrijven' te Leeuwarden, de liberale kiesvereniging aldaar, de Kon. Ned. Bond van oud-onderofficieren met omfloerst vaandel, de Volksweerbaarheid en van de Senaat van V A.P.

 

Bij aankomst op de begraafplaats wordt de stoet opgewacht door lokale hoogwaardigheidsbekleders. De generaals nemen plaats aan de voet van de kist terwijl de officieren van het 12de regiment direct achter hen plaats nemen. Gedurende de plechtigheid houdt de bevelhebber van het 12de regiment, luitenant-kolonel Staal een korte rede waarin hij het belang van de overledene voor het 12de regiment benadrukt. Ook vele anderen voeren kort het woord.
Gedurende de plechtigheid woedt er een hevig onweer en slaat de bliksem naast de begraafplaats in.

 

 

 

Noten:

 

18. Een hooikist is een kist die gevuld is met hooi. Door de isolerende werking van het hooi is het hierin mogelijk eten warm te houden en zelfs af te koken. Ze worden ook wel gaarkisten genoemd. 
19. Bron: “Nieuwsblad van het Noorden”, 12-05-1914, p. 3. Via www.delpher.nl (koninklijke bibliotheek).


 

 

Vervolg van Majoor Sebastiaan Jan Wesselink: Deel 4

 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 2 mei 2020.
Oorspronkelijk tekst: © J.B. Oosterhoff, achterkleinzoon van Sebastiaan Jan Wesselink
Redigering en samenstelling: © Harm Hillinga
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top