Veenhuizen is een verdwenen buurtschap in de gemeente Oldambt en is ligt ten zuidoosten van het dorp Finsterwolde en ten noorden van Beerta en Beesterhogen.

 

Kadasterkaart van 1828.

 

Uitsnede uit de kadasterkaart van 1832 (Bron: HisGis).
Het gebied ten noorden van de blauwe lijn (De Tjamme) heet De Vledder, ten zuiden daarvan heet het Beesterhogen.

1. Harm Alberts Groot, landbouwer te Veenhuizen. Gebied: De Vledder. Huis en erf, inhoudsgrootte 1940.

2. Egbert Tjarks Knotnerus, landbouwer te Veenhuizen. Gebied: De Vledder. Huis en erf, inhoudsgrootte 2360.

3. Eigenaar: Tonnis Klaassens Kremer, burgemeester, wonende te Midwolda. Gebied: De Vledder. Huis en erf, inhoudsgrootte 2990.

4. Watermolen van Hilwerd Berends Dijken en mede eigenaren te Beersterhogen. Gebied: Beersterhogen.
Tuin, inhoudsgrootte 1150.

5. Pieter Pieters Roelfsema, landbouwer te Beersterhogen. Gebied: Beersterhogen. Huis en erf, inhoudsgrootte 3890.

A. Beester Zijldiep (Beersterdiep). Drie Karspelen Zijlvest.

B. Bellingwolderdiep. Finsterwolder Hamrik. Bellingwolder Zijlvest. Het diep.


Geschiedenis
Het ligt ten noorden van de Tjamme (op de kaart boven te zien als een rechte blauwe lijn), tussen het Beersterdiep en het Bellingwolderdiep, in het meest zuidelijke deel van de polder De Vledder. Ten oosten van de tegenwoordige C.G. Wiegersweg in Finsterwolde heeft de Veenhuizerweg gelopen (geheel links op de kaart), dat door de 'Veenhoesder tille' over het Beersterdiep loopt naar Veenhuizen.
Tegenwoordig is de plaats nog slechts bereikbaar vanaf de Eggelaan in Beersterhoogen. Bij de kadastermeting van 1832 staan er nog twee kleine boerderijen, die er de gehele 19e eeuw hebben gestaan. De ene boerderij is halverwege de 20e eeuw verdwenen en het laatste huisje, een klein boerderijtje, is in de jaren zestig afgebroken. Behalve wat bewoningssporen zoals losse bakstenen en ander puin is er niets meer dat herinnert aan het voormalige buurtschap Veenhuizen.

 

Mogelijk is dit de woning/boerderijtje (nr. 1 op de kaart) geweest. Betreffende woning/boerderijtje heeft in 1832 een inhoud van van 1940, wat ongeveer overeenkomst met het gebouwtje op de foto. (Bron foto: Oude ansicht uit eigen verzameling.)
Mogelijk is dit de woning/boerderijtje (nr. 1 op de kaart) geweest. Betreffende woning/boerderijtje heeft in 1832 een inhoud van van 1940, wat ongeveer overeenkomst met het gebouwtje op de foto. (Bron foto: Oude ansicht uit eigen verzameling.)

 

Veenhuizen wordt voor het eerst genoemd in 1435, als de plaats een verdrag sluit met de stad Groningen. Veenhuizen is het meest zuidelijke restant van de verplaatste veenontginningsnederzetting Oost-Finsterwolde, dat veel heeft geleden door de Dollard. De restanten van het dorp Oost-Finsterwolde zijn enkele honderden meters noordelijker onder de klei verborgen. Vanaf de kerk van Finsterwolde heeft in rechte lijn een dijk gelopen naar Veenhuizen. Ook deze sporen zijn niet meer zichtbaar.


De legende van kapitein Abbas
Aan Veenhuizen is de legende verbonden van kapitein Abbas, een wrede en gehate man. Als hij sterft vindt hij nog steeds geen rust. Daarom hebben zijn knechten zijn lijk op een kar gehesen en naar het kerkhof gebracht. De paarden kunnen die kar bijna niet trekken, zo zwaar is hij, maar als ze terugkeren vliegen ze, doornat van het zweet, over het land. Terwijl zijn lijk wordt weggebracht zit Abbas boven op zijn eigen woning en staart de stoet na.
Een variant op de legende is dat Abbas naar de Dollard wordt gebracht om hem daar een zeemansgraf te geven. De knecht die hem in het water heeft gegooid kan na terugkomst geen woord uitbrengen en gaat binnen een paar dagen dood. Abbas, komt als geest terug. Elke nacht tussen twaalf en één komt hij op een grauwe schimmel, gehuld in een zwarte ruige mantel, vanaf de Dollard aan galopperen. De staldeuren vliegen open, de paarden gaan er van door en de koeien staan te dansen op de stal.
Het verhaal wordt voor het eerst genoemd in het Schoolmeestersrapport van 1828 (01). De legendarische Abbas heeft een historische oorsprong. Er is inderdaad een kapitein Abbas geweest in 1745. Hij is dan eigenaar van landerijen op Hardenberg. Mogelijk is hij kapitein in het leger geweest, maar als boer heeft hij (zo luidt het verhaal) altijd zijn uniform aangehouden en spreekt hij zijn arbeiders als zondanig toe, zodat de mensen altijd bang voor deze man zijn geweest. Dat hieruit een legende is ontstaan, is dus niet zo vreemd. De schoolmeester schrijft in zijn rapport dat hij 'voor eenige jaren' is overleden. Tussen 1745 en 1828 liggen echter behoorlijk wat jaren, waaruit we kunnen concluderen dat het verhaal van Abbas lang is blijven 'leven' onder de bevolking (02).
In het Nationaal Archief komen we na enig zoekwerk een zekere 'kapitein Hendrik Abbas' tegen op 10 juli 1721. Mogelijk hebben we hier te maken met dezelfde Abbas als uit het bovenstaande verhaal (04).

 

Noten, bronnen en literatuur:
01. RHC GA, Het Schoolmeestersrapport van 1828. Finsterwolde.
02. RHC GA, Archief familie Quintus, inv. nr. 194.
03. HisGis.
04. Nationaal Archief. Landmacht: offiecieren aanstellingen (Commissieboeken Raad van State).
Nr. toegang: 1.01.19. Inv.nr. 1537, folionr. 029v

 


 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 19 jan. 2013.
Verhaal: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top