Landbouwbedrijf Stad Groningen, 1825-1986

 

 

Plaats in de gemeentelijke organisatie

 

Het bezit van de stad Groningen van landerijen bij de Dollard is, eveneens als die van de stad bij Ter Apel, het gevolg van de heerlijke rechten die zij heeft gehad over het landschap Westerwolde. Aan het hoofd van de administratie heeft de rentmeester der stadsvenen gestaan. Deze is verantwoording schuldig aan de poldercommissie, een raadscommissie, na 1909 overgegaan in de commissie voor de stadsbezittingen. Onder de rentmeester ressorteert de opzichter van het landbouwbedrijf bij de Dollard.
Deze situatie is ontstaan in de 19e eeuw en blijft, met enige wijzigingen, bestaan tot 1932. In 1932 komt een verordening op het beheer van de takken van dienst tot stand. Het landbouwbedrijf staat daarna in de hiërarchie op gelijke hoogte met de andere diensttakken als onderwijs, gemeentewerken enz. Toch besluit de raad in 1934 de landbouwbedrijven wegens hun bijzondere karakter onder een aparte verordening te laten vallen.

Deze situatie blijft bestaan tot 1987; in dat jaar vindt er een reorganisatie van de gemeente plaats. In datzelfde jaar wordt echter ook het landbouwbedrijf verkocht.

 

 

Carel-Coenraadpolder-218.
Carel-Coenraadpolder-219.
Reiderwolderpolder-209.
Reiderwolderpolder-212. Voormalige kantoren en woning van de Stad Groningen.
Reiderwolderpolder-213.
Reiderwolderpolder-215.

Het bedrijf

 

De stad heeft het recht op het bezit van opstrekkende heerden aan de Dollard die rond 1600 veel groter in omvang is geweest dan tegenwoordig. De eerste inpoldering betreft de Kroonpolder in 1696, daarna volgt de Stadspolder in 1740. Deze polders zijn later verkocht. De stad behoudt echter de 700 ha die zij verwerft in de Reiderwolderpolder, 1e en 2e afdeling, die ingedijkt worden in respectievelijk 1862 en 1874 en de Carel Coenraadpolder, die uit 1925 dateert.

 

Het bezit is verdeeld geweest over 770 ha. bouwland, grasland en dijken en 4000 ha. buitendijks kwelderland. Een deel van het bezit (117 ha.) blijft verpacht. De rest komt vanaf 1896 in eigen exploitatie.

 

Tot op zekere hoogte is het bedrijf opgedeeld geweest in 5 onderdelen:

1. Het landbouwbedrijf bestaat oorspronkelijk uit 6 boerderijen, bewoond door zet(bedrijfs)boeren. Na samenvoeging blijven er 4 bedrijven over. De belangrijkste gewassen die verbouwd worden, zijn granen, pootaardappelen, conservengroenten en luzerne. Een centrale werkplaats fungeert als een soort intern loonbedrijf.

2. De kwelders dienen voor beweiding van jong rundvee, schapen en ingeschaard vee (van derden dus). Het buitendijks land gaat in 1978 over in handen van de Stichting Het Groninger Landschap.

3. De drogerij dient voornamelijk voor het drogen van luzerne die na droging als grondstof aan veevoerfabrieken wordt geleverd.

4. Het fruitbedrijf komt als laatste in 1962 in exploitatie, het omvat 20 ha.

5. Het geheel staat onder leiding van een kantoor waar de administratie plaatsvindt.

 

Na 90 jaar komt aan het landbouwbedrijf een einde: De rentabiliteit daalt en in 1985 wordt het bedrijf samen met dat van Ter Apel verkocht aan de NV Handels Vereniging Amsterdam, een onderdeel van Melchemie Arnhem, voor de somma van 24 miljoen gulden.

 

De stadsbezittingen bij de Lauwerszee(meer), Ruigezandsterpolder

 

De stadsbezittingen bij de Lauwerszee ontstaan in de 19e eeuw door inpolderingen vanuit het zogenaamd 'Eiland', gelegen in de uitmonding van het Reitdiep in de Lauwerszee. Het Eiland is al in het bezit van de stad. Op deze wijze ontstaat de Ruigezandsterpolder ter grootte van ruim 400 ha. In deze polder bevinden zich 8 boerderijen die verpacht zijn geweest. De stad exploiteert daar dus geen eigen landbouwbedrijf zoals bij Ter Apel en bij de Dollard.

De pachten leveren echter maar een laag rendement op. De gemeenteraad van Groningen besluit dan ook in 1985 de 8 boerenplaatsen te verkopen aan de toenmalige pachters.

 

Formeel valt de Ruigezandsterpolder onder de directie van de stadsbezittingen bij de Dollard. De dagelijkse leiding is echter in handen van de rentmeester van de Ruigezandsterpolder te Winsum geweest. De rentmeester is verantwoording schuldig aan de directeur van de stadsbezittingen bij de Dollard.

 

Het archief

 

Het archief nr. 190 is in gedeelten overgebracht naar het Gemeentearchief. Het oudste gedeelte wordt in 1948 overgebracht onder de titel 'Archief van de stadsopzichter van de stadspolder- en kwelderlanden'. Een eeuw lang is het opzichterschap in handen van opeenvolgende generaties van de familie Roelofs. De laatste opzichter Roelofs ziet het belang in van de door zijn voorvaderen nagelaten stukken en zorgt voor overbrenging naar het Gemeentearchief. De inventarisnummers in de magazijnlijst van dat archiefgedeelte lopen van 1 tot 23.

 

Een tweede zending wordt aangeleverd in 1971, het omvat een tijdspanne van 1921 tot 1968. Wederom wordt hiervan een magazijnlijst vervaardigd, weer beginnend met inventarisnummer 1 (tot 25). Tegelijkertijd zijn bij die inventarisatie stukken die de hulpboekhouding betreffen, vernietigd.

 

Tussen 1983 en 1987 volgen de laatste zendingen, uit de periode 1921 tot 1986. Behalve over het reilen en zeilen van het landbouwbedrijf, is er veel materiaal te vinden over de discussie betreffende de plannen tot aanleg van een binnendijks/buitendijks kanaal in de jaren 1970. Deze plannen zijn uiteindelijk niet doorgegaan.

Het archief van de Ruigezandsterpolder heeft zich tussen de stukken van het landbouwbedrijf bij de Dollard bevonden. Deze situatie is na de inventarisatie intact gelaten.

 

Reiderwolderpolder: dijkcoupure in de Opdijk, tussen het oostelijke en het westelijk deel van de polder. Op de wegwijzer staat: Drieborg en Stadspolder. Het gebouw links bestaat uit de voormalige kantoren van de Stad. Foto: 3 mei 2011, Gouwenaar.

 

Verantwoording van de bewerking

 

In 1996 is het archief geselecteerd en geïnventariseerd. De selectie wordt uitgevoerd aan de hand van de 'Lijst voor vernietiging in aanmerking komende bescheiden uit de archieven van gemeentelijke en intergemeentelijke organen, dagtekenende van na 1850 Beschikking van de ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en van Binnenlandse Zaken van 24 augustus 1983, Directie Musea, Monumenten en Archieven, nr. 4130 I, respectievelijk 7 november 1983, Directie overheidsorganisatie en -automatisering, nr. 83-4072/3715 Staatscourant 20 december 1983 nr. 247'.

 

Nadat het voor vernietiging aangewezen deel uit het archief is verwijderd is overgegaan tot de inventarisatie van het hele bij het Gemeentearchief berustende archief. De beschrijvingen zijn onder de volgende rubrieken ingedeeld: algemeen, personeel, financiën, goederen, bezittingen en gewassen, landaanwinning/verbetering, gemalen, eigen bedrijven [1].

 

Landbouwbedrijf Stad Groningen, 1975-1986

 

Het bedrijfsmatig exploiteren van landbouwbedrijven is een oneigenlijke taak voor een gemeente. De landbouwbedrijven van de gemeente Groningen worden lange tijd als historisch gegeven beschouwd en als zodanig aanvaard. Kritische vragen daarover in de gemeenteraad zijn altijd afgedaan op grond van economische, sociale en historische overwegingen.

 

Een aantal ontwikkelingen heeft er toch toe geleid dat steeds kritischer over het voortzetten van de gemeentelijke exploitatie wordt gedacht en uiteindelijk tot afstoting is besloten.

 

Hoewel de gemeente Groningen de landbouwbedrijven privaatrechtelijk uitoefent, wil het gemeentebestuur niet een puur zakelijk doel nastreven en wordt bij belangrijke beleidsbeslissingen in toenemende mate ook rekening gehouden met andere, soms politiek gevoelig liggende, belangen. In 1972 wordt de verliesgevende fruitteelt niet beëindigd met gebruikmaking van de rooipremieregeling, zodat de grond kan worden toegevoegd aan het landbouwbedrijf, maar wordt het fruitbedrijf om redenen van landschapsbehoud na langdurige discussie verpacht aan derden.

 

De Dollard, voor het grootste deel in bezit van de gemeente Groningen, wordt in 1977 onder de werking van de natuurbeschermingswet gebracht. Voor de vee-inscharing op de 350 ha grote kwelders, een goed renderende tak van het bedrijf, heeft dit geen nadelige gevolgen. Toch besluit het gemeentebestuur de kwelders te verkopen aan Stichting Het Groninger Landschap. De vee-inscharing wordt nog enkele jaren voortgezet op basis van een gebruiksovereenkomst tot aan het eind van het dienstverband van de verantwoordelijke bedrijfsleider Jan Pieter Bos. Het Groninger Landschap beperkt het aantal in te scharen dieren na 1 juli drastisch, zodat de winst van dit bedrijfsonderdeel snel tot nihil daalt. De overige oppervlakte van de Dollard, bestaande uit 3976 ha slikken en water, wordt in 1981 verkocht aan de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten.

 

Een wijziging in de gemeentelijke organisatie naar concernmodel wordt begin jaren tachtig voorbereid, waarbij de meer dan twintig gemeentelijke diensten en bedrijven zullen worden ondergebracht in enkele sectoren. In het collegeprogramma van 1982 staat dat ‘nagegaan zal worden welke voor- en nadelen zijn verbonden aan het afstoten van de gemeentelijke landbouwbedrijven’. In 1983 wordt een ambtelijke werkgroep geïnstalleerd om dit te onderzoeken. Een jaar later luidt haar conclusie dat verkoop het beste financiële resultaat oplevert voor de gemeente.

 

Werkplaats, kantoor en silo’s van het voormalige landbouwbedrijf van de gemeente Groningen in de Reiderwolderpolder.

 

Bij de keuze tussen de alternatieven spelen uitgifte in pacht of erfpacht geen rol meer. Er moet een besluit komen over geoptimaliseerd voortzetten of verkopen van de landbouwbedrijven. In 1984 melden zich spontaan enkele gegadigden, waarmee onderhandelingen worden gevoerd. In februari 1985 biedt de gemeente de bedrijven per advertentie te koop aan, nadat burgemeester en wethouders het principebesluit tot verkoop hebben genomen. Zij geven de voorkeur aan het verkopen van beide landbouwbedrijven aan één koper, waarbij de werknemers hun functies behouden. Op 26-9-1985 besluit de gemeenteraad tot verkoop van de bedrijven aan de Dollard en in Ter Apel inclusief inventaris aan de Verenigde HVA Maatschappijen te Amsterdam, dochteronderneming van de Melchemiegroep te Arnhem.

 

Inmiddels is de zeedijk, groot 45.39.85 ha, alsmede een strook grond van 15 ha ten behoeve van de aanleg van een verbindingskanaal tussen de sluis in de Carel Coenraadpolder en Nieuwe Statenzijl, aan de provincie verkocht. De verpachte boerderijen, het fruitbedrijf, de losse landerijen en dijkpercelen worden aan de pachters aangeboden, die allen gebruik maken van hun voorkeursrecht.

 

Op het moment van verkoop zijn negen personeelsleden in dienst van het landbouwbedrijf. Per 1 januari 1986 kunnen drie van hen als gedetacheerd ambtenaar hun functie bij de Ver. HVA Maatschappijen blijven vervullen. Eén werknemer treedt in dienst van de nieuwe eigenaar, één persoon wordt overgeplaatst naar de dienst Openbare Werken en twee werknemers worden op wachtgeld gesteld.

 

Directeur J.H. Noteboom is gevraagd om als gedetacheerd ambtenaar de directie van beide bedrijven op zich te nemen. Hij blijft met de leiding belast tot 1 septemger 1986. Op 1 maart 1986 wordt Noteboom zelfstandig akkerbouwer in de Nieuwe Ruigezandsterpolder te Lauwerzijl, in maatschap met zijn zoon Erik Alexander. Daar verkrijgt hij de van pacht vrijgekomen boerderijen de plaatsen 2 en 3, groot 100.98 ha, van de gemeente Groningen in erfpacht. De gebouwen worden gekocht. In 1989 vestigt Noteboom zich tevens als rentmeester-taxateur.

 

De overige verpachte boerderijen van de gemeente Groningen in de Nieuwe Ruigezandsterpolder en Ter Apel worden in 1985 aan de pachters verkocht. Wanneer tenslotte ook de stadsmeijerrechten en de bezittingen aan wegen, bruggen en sluizen in de Veenkoloniën zijn overgedragen in het kader van de herinrichting, is er definitief een einde gekomen aan de bijzondere rol, die de gem. Groningen door de eeuwen heen in de provincie heeft gespeeld [2].

 

Donkere wolken boven de Reiderwolder polder 5. In de bosjes ligt bovenstaande boerderij 215. De weg vanaf Nieuwe Statenzijl 1, gaat de Reiderwolderpolder in. Foto: JacoNed, 2010.

 

 

Bronnen:


1.RHC GA, 1347, Opzichter Stadspolderlanden (later Gemeentelijk Landbouwbedrijf) bij de Dollard 1825-1986, laatste wijziging 30-11-2016.
2.Boerderijenboek Oldambt

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed.

Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen.........

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

 

 

Hoogeveen, 22 november 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top