De kerk van Doezum is een oude tufstenen kerk. Het gebouw dateert uit de 12e eeuw en is oorspronkelijk gewijd aan Sint-Vitus en staat aan de Provincialeweg 65. Op 1 juni 1973 is de kerk gekenmerkt als Rijksmonument (nr. 18773).
De kerk staat centraal op het hoogste punt van het dorp Doezum. Om de kerk heen slingeren het Kerkplein en de Eesterweg die over De Eest tot aan 't Dorp loopt. Het gebouw valt op door de drie verschillende kleuren steen die zijn gebruikt.
Zo omstreeks 800-900 ontstaan de eerste dorpjes, zo ook Doezum. Rond die tijd beginnen de mensen ook met het bouwen van kerkjes. De eerste kerkjes zijn van hout gemaakt, maar al in de 10e eeuw beginnen de mensen uit te zien naar ander bouwmateriaal, gedwongen door de branden die er in die tijd veel zijn geweest. De mensen beginnen dan met het uitvoeren van muren in steen en dat gefundeerd op zwerfkeien. Zo rond de 13e eeuw beginnen de mensen met het bouwen van stenen gewelven die de rieten daken langzamerhand gaan vervangen
.

 


De kerk is het huis van God en dat behoort het mooiste te zijn in een dorp, daarom hebben de mensen de stenen ook niet gebruikt om hun huizen mee te bouwen en natuurlijk voor het aanzicht van het dorp. Een goed voorbeeld is de Vitus-kerk bij in Doezum, de naam Vitus-kerk komen we nogal eens tegen in o.a. Hilversum, Leeuwarden en Winschoten.

 

De kerk is oorspronkelijk gewijd aan Sint-Vitus. Vitus is een heilige en martelaar van de rooms-katholieke en de orthodoxe Kerk. Hij wordt in de 3e eeuw geboren op Sicilië. Hij moet een historisch persoon geweest zijn, maar het enige wat wij van hem weten, is dat hij rond het jaar 304 de marteldood sterft. Vitus is de beschermheilige van dansers, zangers en epileptici en in Nederland schutspatroon van Het Gooi. Zijn naamdag is op 15 juni.

 

De kerk in Doezum is in de 12e eeuw gebouwd in Romaanse stijl. Als bouwsteen is tufsteen gebruikt, een uit Duitsland afkomstig natuursteen. De toren is eens afgedekt geweest met een stenen spits, maar die is in de loop der jaren verdwenen, verder is de toren 26 meter hoog.


Exterieur


Waarschijnlijk is de kerk in 1200 alweer te klein, daarom breekt men de oostzijde af en verlengt de kerk tot de huidige.
Het schip is in de 13e eeuw met een halfrond koor verlengd.

Het gedeelte dat er dan wordt bij gebouwd is volledig opgetrokken van bakstenen, waarbij het tufsteen is vervangen. En in de oostgevel zijn een drietal ramen gekomen die er voor moeten zorgen dat er licht op het altaar valt. In de 16e eeuw is het laatste van de tufstenen kerk vervangen door bakstenen. In 1808 is de toren zover voorover geheld dat men besluit om de west ingang dicht te metselen en hier twee zware steunberen voor te plaatsen, door deze reparatie verzakt de toren helaas alleen maar sneller. Ook breekt men het hele schip af en zet men er weer een nieuwe voor in de plaats. Na de oorlog kan iedereen zien dat de kerk verslechtert en daarom besluit de kerkenraad de kerk in 1954 te restaureren.


Van de oorspronkelijk romaanse kerk resteert alleen nog de toren met een gedeeltelijk behouden gereduceerd westwerk. Dit deel van de kerk is opgetrokken in tufsteen met enkele blokken zandsteen. Aan de zuidkant gaat het schip iets verder door en neemt de zadeldaktoren daarmee op in het gebouw. In de zuidmuur en west muur van de toren zitten boogfriezen. Zeer opmerkelijk zijn de twee blinde bogen met spitsboog en rondboog in de noordmuur van de toren en de drie dichtgemetselde ingangen in de zuidmuur van het schip annex toren. De toren heeft aan elke kant twee galmgaten, gescheiden door een deelzuiltje.

In de toren hangt een klok met het volgende opschrift:

 

A° AERAE CHRIST. MDCXCVI, ALS DE HOOGHEDL. GEB. HEER JOHAN CLANT VAN ADEWERT, DE EDL. HEER PROFESSOR GERHARD LAMMERS EN DE E. MARTEN HERMENS KERCKVOOGDEN EN DE EERW. D. AJOLDUS VREESE PASTOR WAREN, HEEFT MY MR. PETRUS OVERNEY OP GOETVINDEN VAN DE CARSPELLUYDEN TOT DOESUM OP 'T KERCKHOF GEGOTEN. DE E. ALBERT MENELS EN ... DE E. JAN HARMENS EN DE E. KLAES FOCKES, ALLE DORPSTERS.

 

N.B. Tekstgedeelte na ALBERT MEtrus EN in 1828 reeds weggekapt. Zie: CVO. Sedert 1907 niet meer aanwezig. Zie: HMD. Gerhard Lammers, professor universiteit Stad en Lande. Zie: Album studiosorum Groninganae. Groningen 1915. Blz. 624. Dorp, gehucht tussen Doezum en Strobos. GDW, blz. 228, nr. [1030].

 

 

Alleen aan de oostzijde zit een wijzerplaat. In het eerste kwart van de 13e eeuw breekt men de oostelijke muur van het tufstenen schip af en verlengt men de kerk met een bakstenen koor. In 1808 heeft een volgende ingrijpende verbouwing plaats. De noord- en zuidwand van het schip worden dan afgebroken en weer opgebouwd in baksteen, waarbij de nieuwe wanden voorzien worden van grote rondboogvensters. Ook het koor wordt van dergelijke vensters voorzien. Tijdens een restauratie worden deze weer vervangen door gereconstrueerde romaanse vensters.

 


Interieur


Binnenin het sober gehouden interieur wordt het schip gedekt door een blauwe houten plafond en is er een gepleisterde overwelving boven de koorsluiting. Op de 17e eeuwse herenbank na, is het meubilair 19e eeuws. Dat het koor vijfzijdig gesloten is, kun je aan de binnenkant niet zien. In de koorsluiting zitten nog drie kleine romaanse, rondboogvensters. De apsis is tot halverwege muurhoogte opgemetseld. Zo ontstaat een basis waar het koepelgewelf op heeft gerust. Dit opgemetselde apsis is geheel weggehaald uit de kerk van Marum. In het schip en de rest van het koor is het gewelf vervangen door blauw geschilderde trekbalken. Tegen de zuidmuur is de preekstoel geplaatst. Deze geheel wit geverfde preekstoel met klankbord dateert uit 1829. Op de panelen van de preekstoel zijn vrouwelijke figuren afgebeeld. Naast de preekstoel hangt een rouwbord van Daniel Onno de Hertoge. Hij is een vervener geweest uit Grootegast en woont in die tijd op de Feringe state.

 

Tegenover de preekstoel bevinden zich twee herenbanken naast een kleine deur (mogelijk een priesteringang of noormannenpoortje). Op deze banken zijn koperen kandelaars gemonteerd die afkomstig zijn uit de kerk van Grootegast. Boven deze herenbanken hangen drie rouwborden. Deze zijn allemaal afkomstig van borgbewoners uit Lutjegast. Zo is het middelste bord afkomstig van Bernhard Johan van Prott († 1703) uit Lutjegast. Dit bord is versierd met helm, zwaard en speer. Dit verwijst naar zijn betrokkenheid bij de verdediging van Bourtange ten tijde van de Tweede Münsterse Oorlog in 1672.


Orgel


Het kerkorgel wordt in 1866 gebouwd door Groninger orgelbouwer Geert Pieters Dik (1799 - 1870) en is het enige orgel van zijn hand dat nog bestaat. Het wordt in gebruik genomen op 10 juni 1866 en heeft één klavier. Hendrik Vegter uit Usquert is verantwoordelijk voor de onderhouds- en stemwerkzaamheden. In 1911 heeft Jan Doornbos uit Groningen het witgeschilderde orgel van een eikenbruine kleur voorzien. 1954 wordt het orgel door Fa. M. Ruiter te Groningen uit elkaar genomen voor restauratie van de kerk. Hans Faber uit Dokkum heeft het orgel weer opgebouwd. Het orgel is onoordeelkundig, zonder expertise onder handen genomen en wordt in de jaren 80 dan ook bijna onbespeelbaar. In het begin van de jaren 90 wordt het orgel weer hersteld door de firma Bakker & Timmenga uit Leeuwarden en is het op 19 mei 1992 weer in gebruik genomen. Inmiddels heeft het orgel zijn originele kleur weer terug en is het, op de orgelpijpen na, geheel wit. De orgelkast wordt omgeven door houtsnijwerk. Het oksaal wordt ondersteund door twee Dorische pilaren.
Het orgel heeft 1 klavier met 11 stemmen en een aangehangen pedaal.

 

 


Rouwborden


De rouwborden uit de Doezumer kerk zijn tussen 1600 en 1750 opgehangen in de kerk en hangen en nog steeds. Veel kerken die in het bezit zijn van een of meer rouwborden hebben dit meestal te danken aan het feit dat nabestaanden van een overleden plaatselijk borgbewoner, een rouwbord laten maken die dan in de kerk komt te hangen. In Doezum is dit niet het geval. Het bord aan de zuidzijde is afkomstig van een borgbewoner uit Grootegast, de anderen zijn afkomstig van borgbewoners uit Lutjegast. Spoedig na de dood is er een rouwbord gemaakt, dat boven de voordeur komt te hangen. Na afoop van de rouwperiode laat men ze ter herinnering in de kerk ophangen. Is de overledene ( zoals Johann Prott uit Lutjegast ) een hoog krijgsman, dan wordt zijn wapenuitrusting achter de kist gedragen en aan het rouwbord gehangen.


Het middelste bord aan de noordzijde is van Johann Prott. Aan het bord is zijn helm en zijn zwaard opgehangen. Het bord aan de zuidzijde is van Daniel Onno de Hertoge; een vervener uit Grootegast. Hij heeft op de Feringe state gewoond. Dit bord is in 1892 aan het Groninger museum verkocht, maar in 1967 weer teruggehaald ter opvulling van het interieur.


De grafzerk van Willem Jans (over. 16 januari 1795) in de kerk van Doezum.

Over de graven in de kerk


De oudste graven in de kerk zijn van boerengeslachten. In het wapenbeeld zien we dan ook een in het noorden telkens terugkerende symbolen van de drie klaverbladeren, die wijzen op weidebezit en veeteelt.

 

De oudste zerk, van 1612, bewaart de zoals we hebben gezien, de resten van Harrit Bensema, de boer van Bensemaheerd in het westen van Doezum. In 1643 koopt kapitein Polman de heerd van Fop Bentsema.

 

De grafsteen met het jaartal 1628, gewijd aan Amse Eewes, waarvan niets bekend is, is opvallend door de wapens. In de ene helft ziet men een ridder met een zwaard boven zijn hoofd en in de andere helft twee tegenover elkaar geplaatste leeuwen, die half uit het water oprijzen.

 

Onder twee andere zerken rusten Weyt Sickema (3 mei 1632 ) de grietman en zijn vrouw Tjauck Iwema ( 16 april 1639 ). Waarschijnlijk heeft de familie Sickema op de Ayckemaheerd gewoond, dat later de Eesterweg 40 is geworden.

 

Verder zijn er twee graven van het geslacht Polman. Het ene graf is van de overste luitenant Johan Polman, overleden 15 december 1653, hoveling op de Eest. Het andere is dat van zijn, op 19-jarige overleden achterneef, die ook de naam Johan Polman draagt. Het graf uit 1715, is van Meerten Harmens geweest, een koopman en kerkvoogd van Doezum. Van Bernardus Idema, is verder niets bekend. Het laatste graf is van de koopman Willem Jans. Hij overlijdt op 16 januari 1795 op een leeftijd van 79 jaar en 4 maanden met als opschrift:

 

ANNO 1795, DEN 16 JANUARY, IS DE EERSAME WILLEM JANS, IN LEVEN KOOPMAN EN BOEKWEITENMULDER TE DOESUM, OVERLEDEN IN DEN OUDERDOM VAN 79 JAAR EN 4 MAANDEN, VERWAGTENDE EEN SALIGE OPSTANDINGE DOOR JESUS CHRISTUS ONSEN ZALIGMAKER.

 

Medaillon: Het interieur van een boekweitmolen, met een groot bovenrad en twee daardoor aangedreven verticale assen met molenstenen, waarbij een weegschaal en gevulde zakken.

 

O MOLT MYN DOFFE STEM THANS UW GEMOED NOG TREFFEN 1 DAT GY MYN LAASTEN RAAD, O MENSCH, REGT MOOGT BESEFFEN / VERLAAT HET ZONDIG PAD EN WANDEL NAAR GODS WOORD / DAN ZIE IK U WEL HAAST OOK IN DIT ZALIG OORD / HIER ZULLEN WY TE SAAM BEVRYD VAN YDELE KLAGTEN 1 D'OPSTANDINGE VAN HET VLEESCH IN HOOP OP GOD AFWAGTEN.


Bron: GDW, blz. 229, nr. [1040].

 

 

 

Overdracht

 

Op donderdag 1 oktober 2020 heeft de Protestantse gemeente te Doezum de monumentale kerk te Doezum overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK). Met deze overdracht heeft de SOGK 95 kerken, twee synagogen, 57 kerkhoven en begraafplaatsen en negen (vrijstaande) torens in haar bezit. De overdracht van de kerk te Doezum zou oorspronkelijk al plaatsvinden op 24 april jl. maar is toen uitgesteld i.v.m. de coronacrisis. Ook nu is dit een overdracht in aangepaste (besloten) vorm geweest, dit om de coronamaatregelen te volgen. Na de overdracht wordt de kerk teruggehuurd door de Protestantse gemeente te Doezum en wordt deze nog steeds gebruikt voor kerkdiensten.

 

 

Wapens op de herenbanken

 

Ten gevolge van ruwe afschaving zijn de wapens nauwelijks herkenbaar: Rechts: Een versmald en verkort schuinkruis of een slechts ten dele herkenbaar huismerk, vergezeld in de hoeken van dat schuinkruis van omgekeerde droogscheerdersscharen, waarvan de rechtse en de onderste nog zichtbaar. Links: Gedeeld: I een halve adelaar; II en dwarsbalk, vergezeld van onderen van een letter [H?]. Bron: N.B. XVIIIA. GDW, blz. 228, nr. [1031].

 

 

 

Meer bijzonderheden over de kerk en de zerken lees je hier.

 

 

 

Bronnen:


1. Wikipedia
2. Het dorp Doezum (www.hetdorpdoezum.nl)
3. De Erfgoedstem
4. Stichting Oude Groninger Kerken
5. Pathuis/Redmer Alma, Groninger Gedenkwaardigheden

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 23 augustus 2018.
Update: 16-05-2020.
Update: 13-10-2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top