IJje Wijkstra wordt op 4 juli 1895 geboren in Doezum. Hij krijgt een verhouding met Aaltje, de echtgenote van zijn vriend. Op 18 januari 1929 wacht Wijkstra de veldwachters op met een karabijn. Volgens de overlevering zou het zo'n 18 graden gevroren hebben die dag. IJje weet alle vier veldwachters neer te schieten, bij drie snijdt hij later ook nog de keel door. Zelf raakt hij lichtgewond. Hij brengt Aaltje onder bij een neef en vlucht naar Groningen. Op weg naar het ziekenhuis wordt hij aangehouden. In gevangenschap krijgt hij tuberculose en wordt steeds somberder. Hij besluit zelfmoord te plegen. Hij snijdt met een aardappelmesje zijn buik open, maar overleeft dit.

 

 

 

Het verhaal over IJje Wijkstra

IJje Wijkstra wordt geboren als de jongste van vijf kinderen van IJje Hendriks Wijkstra en Sjouktje Derks van Bolhuis. Zijn vader is los-arbeider. Dat houdt in dat hij geen vast werk heeft en derhalve ook geen vast inkomen. Naar het schijnt kunnen beide ouders slecht met elkaar overweg, hebben ze ruzies over het geloof en er vallen regelmatig klappen. Na de lagere school gaat IJje leren als metselaars leerling. Daarnaast heeft hij samen met zijn vader gestroopt; vast staat in ieder geval dat IJje goed met een geweer weet om te gaan. IJje kan als ervaren voeger redelijk in zijn eigen onderhoud voorzien. Hij blijft bij zijn moeder wonen en er wordt gezegd dat hij anarchist is geweest. Hij moet niets hebben van het gezag. Overigens meent IJje zelf dat hij lijdt aan een zenuwziekte.

In 1928 krijgt hij een verhouding met Aaltje Wobbes, de vrouw van zijn vriend Hendrik Wobbes. Deze vriend zit dan vast wegens diefstal. Volgens de overlevering heeft Aaltje een grote invloed op IJje.

 

Hij blijft veertien dagen bij haar. Enige tijd later trekt Aaltje bij IJje in en laat haar zes kinderen in de steek. Moeder Wijkstra wil dat niet meemaken en vertrekt. Wegens het in de steek laten van haar kinderen wil justitie in Groningen Aaltje horen. De burgemeester van Grootegast krijgt opdracht Aaltje aan te houden en naar Groningen te laten brengen. Klaarblijkelijk voorziet de burgemeester problemen, want hij laat maar liefst vier veldwachters de opdracht uitvoeren, twee gemeentelijke en twee rijksveldwachters.

Op 18 januari 1929 wacht Wijkstra de veldwachters op met een karabijn. Volgens de overlevering vriest het die dag zo'n 18 graden. IJje weet als goede schutter alle vier veldwachters neer te schieten, bij drie snijdt hij later ook nog de keel door. Zelf raakt hij lichtgewond. Hij brengt Aaltje onder bij een neef en vlucht naar Groningen. Op weg naar het ziekenhuis wordt hij aangehouden.

 In april 1929 wordt hij door de rechtbank in Groningen tot levenslang veroordeeld. In hoger beroep maakt het Gerechtshof te Leeuwarden daar 20 jaar van. In 1941 wordt Wijkstra van de strafgevangenis in Leeuwarden overgeplaatst naar het Rijkskrankzinnigengesticht te Woensel bij Eindhoven. Daar sterft hij uiteindelijk enige weken later op 45-jarige leeftijd aan de gevolgen van TBC en wordt op 10 juni 1941 te Eindhoven begraven.

 

Het teken van het beest

Het drama in Doezum baart zeer veel opzien. De begrafenis van de vier agenten wordt een nationale gebeurtenis en in het gemeentehuis te Grootegast wordt een plaquette aangebracht, ter herinnering aan de vier veldwachters. Het leven van Wijkstra is vastgelegd in meerdere boeken, onder andere door Rink van der Velde. Het verhaal wordt in 1980 verfilmd door Pieter Verhoeff, onder de titel ‘Het teken van het beest’.

 

 

 

 

Nog meer over het leven van IJje Wijkstra 

IJje, ook wel IJes, Wijkstra wordt geboren op 04-07-1895 te Doezum en overlijdt op 06-06-1941 te Eindhoven op 45-jarige leeftijd. Daar is hij ook begraven. In de barre winter van 1929 voltrekt zich in het Fries-Groningse grensgebied een gruwelijk drama, waarvan het nieuws een schok door ons land doet gaan. In de tijd van enkele ogenblikken worden daar vier politiemannen bij het uitoefenen van hun plicht om het leven gebracht door de mysterieuze vrijbuiter IJje Wijkstra, een man, die velen vrezen, maar die voor deze slachting toch nauwelijks met de justitie in aanraking is geweest.

 

 IJje Wijkstra...een naam, die eens over miljoenen lippen is gegaan, een naam, die sommige ouderen nu nog doet huiveren. Wie was hij, wat deed hij, hoe kwam hij tot het plegen van het meest geruchtmakende misdrijf in de laatste honderd jaar?

Als de jongste in een gezin met vijf kinderen wordt Lutje IJje, zoals men hem altijd is blijven noemen, danig verwend. Overigens is armoede troef in huize Wijkstra: als los arbeider kan de oude Wijkstra amper de kost verdienen. Onenigheden tussen de hervormde vader en de gereformeerde moeder zijn aan de orde van de dag; niet zelden worden de argumenten door handtastelijkheden kracht bijgezet.

 

Op school is IJje een middelmatige leerling; als hij twaalf is zegt hij de school vaarwel om zelf wat te verdienen als metselaars leerling; ook mag hij wel eens met vader het veld in om te jagen. Senior is een voortreffelijke schutter, junior wil niet z'n mindere zijn.

 Zeventien jaar oud zet IJje voor de eerste maal een herberg aan de binnenkant. Met veel oudere mannen proeft hij z'n eerste alcohol, hij begint te drinken en hij wordt snel een echte ‘drinker’. Daarbij rookt hij veel: bij de markante kop met de scheve pet en de knalrode halsdoek hoort een stoere pijp. IJje krijgt een verhouding met Aaltje Wobbes-Van der Tuin, wiens echtgenoot tijdelijk ‘elders’ verblijft.

Zij heeft hem volkomen in de macht - veertien dagen en nachten blijft IJje bij haar, dan keert de man naar z'n huisje en zijn oude moeder terug: er volgt een scheldpartij, zodra het oude mens hoort, dat hij al die tijd bij een getrouwde vrouw en moeder van zes kinderen is geweest. IJje’s moeder verlaat dan het huis; vrouw Wobbes laat haar kinderen (leeftijd een tot veertien jaar) in de steek en trekt bij IJje in.

 

De 17e januari 1929 verzoekt de substituut-officier bij de Rechtbank te Groningen de burgemeester van Grootegast om Aaltje Wobbes te doen voorgeleiden. Omdat hij wel op moeilijkheden rekent, stuurt de politie in het vroege morgenuur van de bitterkoude dag daarna vier politiemensen op pad om Aaltje bij IJje vandaan te halen. Het zijn Mient van der Molen, chef-gemeenteveldwachter te Grootegast, Aldert Meijer, gemeente-veldwachter te Opende, Herman Hendrik Hoving, rijksveldwachter te Opende en Jan Werkman, rijksveldwachter te Sebaldeburen, die het huisje van IJje Wijkstra omsingelen.

 

IJje pakt een karabijn en een geladen pistool en stopt vlug nog wat patronen in de broekzak. Een moment later verscheuren enkele schoten de stilte van de wintermorgen: getroffen in hoofd en buik zakt chef-veldwachter Van der Molen in elkaar. Zodra IJje daarna Hoving en Werkman in het vizier krijgt, laat hij zich op een knie zakken, drukt de karabijn tegen de schouder en met een aantal schoten uit het automatische wapen worden de beide politiemannen geveld. Dan komen er enkele schoten terug van Meijer, waardoor Wijkstra wel wordt geraakt, maar toch niet ernstig wordt gewond.

 

Foto boven: Nieuwsgierige mannen staan bij de plek (zie pijl) waar een van de slachtoffers om het leven kwam. Deze lugubere plek betreft de sloot voor de woning, waar veldwachter Meijer dekking heeft gezocht. Uitsnede: IJje Wijkstra. Bron: ©Het Geheugen van Nederland.

 

Wanneer IJje ziet, dat Meijer dekking zoekt in een sloot, maakt de moordenaar een omtrekkende beweging, laadt onder het lopen z'n wapen opnieuw, knielt dan weer, richt z'n karabijn en schiet ook Meijer in borst en buik.

Al z'n vijanden heeft hij nu geveld, maar zekerheidshalve rent IJje Wijkstra nu naar z'n huisje terug, haalt een vlijmscherp mes en snijdt z'n slachtoffers de keel door. Dan pakt hij de petroleumkan, gooit de inhoud leeg over z'n schamele huisraad en steekt alles in brand.

Drie maanden na de tragedie, op 22 april 1929, verschijnt IJje Wijkstra voor de rechtbank in Groningen. Twee weken later, bij de uitspraak, blijkt de rechtbank hem schuldig te achten aan doodslag, driemaal gepleegd, op Hoving, Van der Molen en Werkman en aan moord, eenmaal gepleegd op Meijer en veroordeelt hem conform de eis van de Officier van Justitie tot levenslange gevangenisstraf. Wijkstra tekent beroep aan en op 20 juni 1929 komt de zaak opnieuw in behandeling, nu voor het Gerechtshof in Leeuwarden.

Uiteindelijk doet het Hof op 26 mei uitspraak: het acht IJje Wijkstra schuldig aan doodslag, vier maal gepleegd en veroordeelt hem tot een gevangenisstraf voor de tijd van twintig jaar.

 

Foto: De Blokhuispoort van de strafgevangenis te Leeuwarden.

 

 

Aangetast door tuberculose en helemaal uitgeteerd wordt hij in 1941 van de stafgevangenis te Leeuwarden overgebracht naar een krankzinnigengesticht te Eindhoven. Slechts twee weken daarna komt hij nog eens, en nu voor het laatst, in het nieuws: de moordenaar van Doezum heeft voorgoed z'n ogen gesloten.

 

Bronnen:
* Fenno J. Schouwstra, Rare Snaken, Leeuwarden 1975.
* Libbe Henstra heeft een proefschrift in 2012 over deze viervoudige moord geschreven. Het is te lezen op Leiden Repository, met als titel “Het teken van het beest, IJje Wijkstra en de geschiedenis van de viervoudige politiemoord, 18 januari 1929’.
De volledige tekst lees je hier: Link naar het proefschrift bij de Universiteit van Leiden (PDF bestand).
* Het boekje 'De bloedige drama van Grootegast, op 18 januari 1929, dat vier krachtige levensdraden afsneed', door J. Postema, Opende.

 

Lees verder: Het leven van IJje Wijkstra in een brief van hemzelf.

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 2 augustus 2018.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top