Overzicht van de familieleden Hesselink die in de periode 1747 tot en met 1850 eigenaars zijn geweest van het Canterhuis en later (rond 1800) tevens van het Gotisch Huis, beide aan de Brugstraat te Groningen.

 

 

 

Het Gotisch Huis, Brugstraat 24. Bron: RHC GA, Beeldbank Groningen.

 

 

Het Gotisch Huis, Rijksmonument 18433, Brugstraat 24.
Foto: Zander Z, 23 sept. 2010, Licentie: CC-BY-SA-3.0.

Het Gotisch Huis

 

Exterieur van het gotisch huis in de Brugstraat 24. te Groningen. Vervaardiger: Persfotobureau D. van der Veen. Bron: RHC GA, Beeldbank Groningen.

 

Vergenoegd stelt de reizende dominee Potter aan het begin van de 19e-eeuw vast dat in de Brugstraat ‘alle de oude lompe duistere gevels van de veertiende en vijftiende eeuw weggeruimd’ zijn.

 

Het Canterhuis op nr. 26, in oorsprong een middeleeuws zaalhuis, heeft inderdaad al een ander jasje gekregen en zou in 1872 ook nog een nieuwe voorgevel krijgen. Het Gotische Huis op nr. 24 behoudt daarentegen, zoals de naam al aangeeft, wel veel oorspronkelijks.

 

De eerste ingrijpende verbouwing van het laatstgenoemde pand vindt plaats rond 1445 en komt op het conto van de bierbrouwende burgemeester Evert Wygboldus.

 

Het onderste deel van de voorgevel met zijn rijk geprofileerde pilasters is echter van latere datum. Mogelijk van omstreeks 1500, als ook het achterhuis wordt gebouwd.

 

Nadat lakenhandelaar Hendrick Helmichs in 1603 een hele reeks bierbrouwers is opgevolgd als eigenaar, wordt het Gotische Huis opnieuw ingrijpend verbouwd.

 

De top verliest dan waarschijnlijk zijn karakteristieke Gotische ‘pinakels’ of ‘tempels’, zoals de Groningers ze plegen te noemen.

 

Bij deze verbouwing worden de voordeur, in de meest linkse travee, en drie hoge kruisvensters ernaast vervangen door twee rijen vierkante vensters. Dit hangt samen met de verbouwing van de hoge woonzaal erachter tot een opslagruimte van twee verdiepingen.

 

Na een constructief ingrijpende maar stilistisch terughoudende restauratie, worden de panden in 1978 het domein van het Noordelijk Scheepvaartmuseum en het Niemeyer Tabaks Museum.

 

Overigens hoort de doorgang en de bovenbouw daarvan ook bij het museum.

 

 

 

 

Het Canterhuis, Brugstraat 26.

 

Wijnkelder van het Canterhuis, Rijksmonument 18434. Foto: A.J. (Ton)
van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, februari 1975. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license.

 

 

Het Canterhuis

 

Het Canterhuis is een historisch pand (Rijksmonument nr. 18434) in de Brugstraat 26 in de stad Groningen. Vermoedelijk dateert het uit de vijftiende eeuw, de huidige voorgevel is in de negentiende eeuw aangebracht. Het is, samen met het naastgelegen Gotisch Huis, tegenwoordig in gebruik bij het Noordelijk Scheepvaartmuseum.

 

Het Canterhuis is genoemd naar de Groninger geleerde en advocaat Johannes Canter (Groningen, 1424 - Groningen, 1497), die hier vanaf de jaren 1470 heeft gewoond met zijn vrouw Abele en zijn kinderen Jacobus, Andreas, Ursula en Ghebbe. Volgens overlevering wordt door alle leden van de huishouding, inclusief het dienstmeisje, Latijn gesproken. De zoons worden bekende geleerden: Jacobus Canter wordt dichter en priester en vertaalt onder andere Petrarca's De Secreto. Bovendien raakt hij bevriend met Desiderius Erasmus.

 

Andreas Canter is al op zijn tiende doctor in de rechten en wordt om die reden in 1472 door Keizer Frederik III uitgenodigd om naar Wenen te komen. Op reis naar de keizer zal hij in 1473 zijn overleden. Ook de dochters zijn geleerd. Ursula Canter wordt door de humanist Johannes Butzbach in zijn De Illustribus Mulieribus een ´wonder der wereld´ genoemd. De Koelhoffsen Kroniek vermeldt dat haar Latijn zeer ´kunstig´ en ´sierlijk´ is.

 

Haar broer Jacob draagt zijn eerste werk, de Probae faltoniae centones (1489) aan haar op. Zelf heeft zij geen werk nagelaten. Ghebbe Canter is net zo geleerd als Ursula en wordt later non in het klooster Yesse in de buurtschap Essen bij het Groningse Haren. Ook aan haar draagt Jacob Canter een werk op, namelijk zijn Epistola (1489).

 

De familie Hesselink

 

I. Jacob Jacobs Hesselink, geboren Groningen 26 juni 1723, wonende in de Brugstraat 26 in het zogenaamde Canterhuis (verwerft met zijn vrouw op 11 januari 1748 het eigendom), op het achterterrein van dit pand heeft hij een jeneverstokerij/ branderij, fabrikant, doopsgezind leraar, proponent, voorganger Doopsgezinde gemeente te Leeuwarden (1753-1791), overleden Groningen 14 april 1787 (ten gevolge van een ongeval met een rijtuig), trouwt Groningen 10 januari 1748 Jeltje Derks (ook: Eylties), geboren Groningen 1 augustus 1714, overleden Groningen 8 maart 1790.

 

De nijverheid moet een winstgevende business voor de doopsgezinden in Groningen zijn geweest. Dat blijkt wel uit de successen van andere ondernemers uit hun midden. Op 17 juli 1792 wordt de akte van scheidingen deling van de nalatenschap van Jacob Jacobs Hesselink en Jeltje Derks opgemaakt. De vier zonen erven twee zeepziederijen met huizen en pakhuizen, een pel- en harkmolen, een jeneverstokerij, vier boerderijen, 47 grazen land (ongeveer 23 ha), vier huizen in de stad Groningen, een trekschuit, een tuin, en een voorwerk buiten de A-poort. De akte vermeldt verder ‘Het overige kapitaal volgens verzegelinge en obligatién zijn verdeeld tot onderling genoegen'. De jeneverstokerij is gevestigd geweest in het zogenaamde Ganterhuis in de Brugstraat. Het bedrijf is in 1748 voor ƒ4.175 in bezit gekomen van Jacob Jacobs Hesselink. Hij heeft waarschijnlijk opdracht gegeven tot een ingrijpende verbouwing van het Ganterhuis, waarbij de winkel verdwijnt, aangezien Jacob Jacobs geen detailhandel drijft. Het voorhuis wordt in twee verdiepingen verdeeld. In de achterkamer krijgen de wanden een opvallend en kostbaar behang met een geschilderde afbeelding van een laagvlakte en een berglandschap op de achtergrond. Na de dood van zijn vader erft Willem Jacobs de jeneverstokerij.

 

Met ingang van 1 april 1796 pacht hij voor een periode van negen jaar een pand van Nanning J. Nanninga in de Brugstraat gelegen, naast en ten oosten van de jeneverstokerij (het Gotisch Huis), met een mandelige gang en poort tussen de twee huizen. Nog voor 1811 komt dit pand in het bezit van de familie Hesselink, die het in gebruik neemt als pakhuis en mouterij. De deur en ramen worden in die tijd waarschijnlijk weggebroken en in plaats daarvan worden er pakhuisramen aangebracht, terwijl het huis bovendien een geheel ander aanzien krijgt doordat de gevel - die tot dan toe met pinakels versierd is geweest -, gewijzigd wordt in een eenvoudige puntgevel.

 

Willem Jacobs is getrouwd met Trijntje Alberts Hesselink, die ook van goede komaf is. Haar vader is linnenkoopman in de Steentilstraat. Jacob van Geuns, die zich in 1794 als arts in Groningen heeft gevestigd, schrijft een jaar later dat Hesselink aan het Hoge der A woondt ‘in een huis dat hij bijnae geheel nieuw liet zetten, hebbende zijn winkel in de Steentilstraat aan eene Menalda overgedaen'. Hij wordt voor zeer vermogend gehouden. Gilles Menalda is zijn schoonzoon en ook hij is onder de hoogstaangeslagenen van 1813 te vinden, maar hij wordt door de prefect niet tot de toonaangevende kooplieden gerekend. Als Willem Jacobs in 1803 overlijdt, erven de rijf kinderen van hun vader een vermogen van ƒ 130.000 aan onroerend goed. Dat omvat ondermeer het bezit van de jeneverstokerij, de mouterij, drie pakhuizen, huizen, land, aandelen in schepen, en de veenplaatscn ‘Vrankrijk’ en ‘Uitvlucht’, die samen een waarde van ƒ 50.000 vertegenwoordigden, en het Tebbenbosch in Westerbroek. Twee broers van Willem, namelijk Jacob Jacobs en Derk Jacobs Hesselink. behoren tot de hoogstaangeslagenen van 1813.

 

Uit dit huwelijk:

1. Jacob (Jacobsz) Hesselink, geboren Groningen 26 december 1748,  koopman, brander, eigenaar van een pel- en barkmolen, eigenaar van de “jeneverstokerij aan der A onder de boompies”, overleden Groningen 20 maart 1819, trouwt te Selwerd 17 juli 1783 Jantje Hesselink, geboren 17 okt 1760, zette na het overlijden van haar man met haar zonen de jeneverstokerij voort, overleden 12 november 1826.

 

2. Derk (Jacobsz) Hesselink, geboren Groningen 3 mei 1750, zeepzieder, overleden Groningen 24 april 1809, trouwt Groningen 2 juli 1783 Anna Hulshoff, geboren Groningen 19 januari 1761, overleden Groningen 22 september 1812.

3. Willem (Jacobsz) Hesselink, geboren Groningen 5 april 1752, volgt II.

 

4. Jan (Jacobsz) Hesselink  geboren 13 maart 1754, overleden Groningen 9 sept 1781.

 

5. Dr. Gerrit (Jacobsz) Hesselink, geboren 23 oktober 1755, filosoof, theoloog en natuurkundige, doktor in de filosofie (Groningen 1778), doopsgezind predikant te Bolsward (1781), hoogleraar doopsgezind seminarium te Amsterdam (1786), lid van de Raad van Amsterdam (1797), bestuurslid der Stadsarmenscholen, bestuurslid Doofstommeninstituut te Groningen, vertegenwoordiger van de doopsgezinden bij de besprekingen die Koning Lodewijk Napoleon entameerde over de eenheid der protestante kerken (1809), overleden Groningen 7 november 1811 (begraven Nieuwezijds Kapel te Amsterdam), trouwt 1e 1 mei 1782 Janke Heslinga, geboren 10 augustus 1756, overleden 28 september 1800; trouwt 2e Haarlem 22 januari 1809 Cornelia Elizabeth Arkenbout, geboren 5 januari 1755, overleden 22 september 1810.

 

6. Frerik (Jacobsz) Hesselink geboren Groningen 4 oktober 1757, overleden Groningen 28 november 1757.

 

 

 

II. Willem (Jacobsz) Hesselink, , geboren Groningen 5 april 1752, koopman, eigenaar ‘firma W. Hesselink Jz’, jeneverstoker, fabrikant, wonende in de Brugstraat in het zogenaamde Canterhuis, huurt vanaf 1796 het daarnaast gelegen zogenaamde Gotisch Huis, dat hij negen jaar later verwerft, later tevens vervener en landeigenaar te Westerboek, eigenaar huize Vaartwijk (zomerverblijf) te Westerbroek, gekocht op 8 maart 1798, overleden Groningen overleden 11 september 1803, trouwt vóór 1785 Trijntje Hesselink, geboren Groningen 29 januari 1768, overleden Huize Vaartwijk (Westerbroek) 16 augustus 1841, zij hertrouwt 21 oktober 1810 Teunis Hulshoff. Op 5 mei 1791 verkoopt F.F. baron van In- en Kniphuisen aan Teunis en Grietje dertig jukken beklemd land te Baflo (RHC GA, 626, Nienoord, 1437-1890), 339.

 

In het RHC GA treffen we over hem onder nummer 1359 'Huizen aan de Nieuwe Ebbingestraat oostzijde, 1697 -1865 drie stukken aan met de volgende inhoud:
6. Eigendomsbewijs van een huis met tuin in de Nieuwe Ebbingestraat, zijnde een jeneverstokerij, alsmede een huis met schuur en bleekveld ten noorden van eerstgenoemde woning gelegen, voor Wijbe Wouters Wzn en Trijntje Arkema, 1789.
6a. Kwitantie voor de betaling van fl. 160.- door Wijbe Wouters Wzn wegens de aankoop voor fl. 8000.- van een huis van W.J. Hesselink, waarvoor aan de Provincie de 50ste penning verschuldigd is, 28 juni 1790.
6b. Request van Willem Jacobs Hesselink aan Gedeputeerde Staten met in margine gestelde beschikking van dit College d.d. 23 november 1752, waarbij hem vergunning verleend wordt om voor zijn stokerij onder de straat door een riool te doen maken van zijn huis aan de Nieuwe Ebbingestraat naar het Boterdiep, 23 november 1752.

 

 Uit dit huwelijk:

 1. Jacob Hesselink, geboren Groningen 23 september 1785, overleden Groningen 29 september 1785.

 

 2. Albert Hesselink, geboren Groningen 17 februari 1787, papierfabrikeur, overleden Groningen 15 januari 1860.

 

 3. Jacob Hesselink, geboren 28 februari 1789, papierfabrikant, overleden Groningen 10 december 1868, trouwt 3 april 1811 met Anna Hesselink.

 

4. Heiltje Hesselink, geboren Groningen 18 februari 1791, overleden Groningen 19 februari1875, trouwt Groningen 19 januari 1825 Jan Hesselink, geboren Groningen 9 november 1784, zeepzieder, koopman, overleden Groningen 28 januari 1861.

 

5. mr. Derk Hesselink, geboren Groningen 11 november 1792, doctor in de rechten (9 juni 1821), veeneigenaar (1853), met zijn broer Hindrik Hesselink eigenaar van het Canterhuis, brugstraat 26 en het Gotisch Huis nr. 24, van 1840 tot 1850, overleden 5 mei 1853.

 

 6. Hindrik Hesselink, geboren Groningen 29 juli 1796, volgt III.

  

 

 

III. Hindrik Hesselink, (noemt zich later: Hendrik), geboren Groningen 29 juli 1796, landeigenaar, vervener, met zijn broer Derk Hesselink eigenaar van het Canterhuis en het Gotisch Huis (van 1840 tot 1850), woont deels in Westerbroek op de Veenborg Vaartwijk en deels te Groningen, via zijn echtgenote eigenaar van het pand op de hoek Guldenstraat/Zwanenstraat, eigenaar huize Vaartwijk te Westerbroek, overleden Groningen 27 maart  1867, trouwt Groningen 12 augustus 1846 Catharina Blaupot, geboren Groningen 31 januari 1817, na het overlijden van Hindrik Hesselink woont zij in het pand op de hoek Guldenstraat/Zwanenstraat, overleden Groningen 4 december 1901.

    

Uit dit huwelijk:

1. Levenloos geboren kind, geboren/ overleden Huize Vaartwijk (Westerbroek) 2 augustus 1847.

 

2. Trijntje Hesselink, geboren Groningen 12 januari 1849, overleden Groningen 18 maart 1851.

 

3. Simon Hesselink, geboren Groningen 25 maart 1850, landeigenaar, eigenaar Huize Vaartwijk te Westerbroek, commissionair, medefirmant van fa. Helder & Hesselink Graan- en Zaadhandel te Groningen, overleden Groningen 14 oktober 1894, trouwt Oostdongeradeel 12 januari 1885 Eva Helder, geboren Metslawier 9 april 1854, overleden Groningen 21 april 1923.

 

 4. Anna Geertruida Hesselink, geboren Groningen 25 maart 1850, overleden Groningen 13 november 1931, trouwt Groningen 15 oktober 1873 Hendrik Helder, geboren Aalsum 26 maart 1849, binnenlands agent (1873), graanhandelaar (1897), medefirmant van firma Helder & Hesselink Graan- en Zaadhandel te Groningen, later (na overlijden van zijn zwager Simon Hesselink) directeur Helder & Hesselink’s Graan- en Zaandhandel N.V. te Groningen, lid Gemeenteraad Groningen, overleden ’s-Gravenhage 19 juni 1926.

 

 5. Heiltje Hesselink, geboren Groningen 10 mei 1860, overleden Almelo 19 augustus 1918, trouwt Groningen 20 december 1882 Casper Willem de Sauvage Nolting, geboren Haarlem 29 augustus 1857, acad. historicus, leraar Geschiedenis aan de Rijks H.B.S. te Groningen (1880-1882), aan de H.B.S. aan de Keizersgracht te Amsterdam (1882-1892), arrondissements schoolopziener te Amsterdam (1892-1907), gemeenteraadslid te Amsterdam (1895-1908) en wethouder voor Onderwijs te Amsterdam (1907-1908), overleden Nijmegen 2 juni 1911.

 

       

Meer lezen: Veenborg Vaartwijk te Westerbroek, de familie Hesselink als bewoners/eigenaars.

 

 

Noten, bronnen en referenties:

Met dank aan Mr. Drs.J.C.W. De Sauvage Nolting.dd 13-11-2021:

 

Noten, bronnen en referenties:

1. Bron genealogische gegevens: Mr. Drs. Jan C.W. de Sauvage Nolting.
2. J.A. Feith, Het Oude huis in de Brugstraat, Groningsche Volksalmanak, 1911, 143.
3. Blaupot ten Cate, Geschiedenis der Doopsgezinden in Friesland, S.1, ca 1897, bijlage VI, 307-308.

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven).Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de Disclaimer voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 29 november 2021.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top