'De Borgh Luinga tot Berum'. Onderschrift: Mevrouw Douariere van Maneil. Uitsnede van de kaart Theodorus Beckering (1781. Licentie: Public Domain.

[2]De naam Luyngheheerd komt het eerst voor in het begin van de 16e eeuw, maar het geslacht Van Berum of Tho Berum dat er heeft gewoond, is ouder. In 1446 wordt reeds een Remmert Tho Berum genoemd. Deze wordt daarna in 1464 vermeld als rechthebbende op Lyummenheerd te Siboldeweer in Wijtwerder recht. Het klauwboek Tjassens heeft als variatie op deze tekst: Lumme Frayelmaheerd die Remmert Frayelma Lumme voorsz. zoon toebehoort. Is derhalve Remmert Tho Berum identiek met Remmert Frayelma?

 

In de 16e eeuw komen eveneens leden van het geslacht Van Berum voor. Zo is in de kerk te Bierum een grafsteen van 1554 van een hoofdeling Remmert van Berum. Deze wordt van 1539 af, geregeld genoemd.  Abel Eppens vermeldt enige malen een latere Remmert en een Willem Tho Bierum. Zij zijn niet uitgeweken na 1580. Laatstgenoemde Remmert is getrouwd geweest met Jeye Tedema, wier grafsteen van 07-08-1606 eveneens in de kerk van Bierum ligt (zie: De Sebastiaankerk van Bierum). Remmert zelf is overleden vóór 9 september 1624, immers dan vindt een boedelscheiding plaats van zijn goederen.

 


'Luinga tot Berum', op de kaart van Willem en Frederik Coenders van Helpen in 1678. Licentie: Public Domain.

 

 

Zijn zonen Abel en Johan krijgen daarbij ieder de helft van het huis, schathuizen en andere goederen. Na de dood van Abel in 1653 is vermoedelijk zijn helft overgegaan op zijn broer Johan. Deze is waarschijnlijk kinderloos gestorven, want in zijn testament van 1666 vermaakt hij de adellijke borg te Bierum, bestaande uil huis, hof, schuur, gracht en singel met alle gerechtigheden aan zijn neef Bernhard van Berum van Thedema, die de erfenis enige jaren later aanvaardt.

 

Toch is de situatie niet helemaal duidelijk, want in 1670 komt voor Hidda Onsta Huininga, weduwe Clant, vrouw tot Berum. Zij is de weduwe van Asinga Swier Clant, die op 37-jarige leeftijd in 1665 overlijdt en in Bierum op het koor begraven ligt.

 

Borg Luinga in Bierum - Voorstudie t.b.v.Beckeringh`s kaart (1750?), prentbriefkaart.

 

Bernhard of Berend van Berum sterft in 1693 en zijn vrouw Wendela Cornera Ubbena twee jaar later. Zij is bezitster van het Ubbenagasthuis in de stad Groningen. Na haar dood komt Luinga aan haar zoon Onno Joachim van Berum.

 

Hij brengt het tot Gedeputeerde in de Staten van de provincie en wordt president van de Provinciale Synode in 1707. Volgens een aantekening is hij echter ‘niet goed bij zinnen’ en wordt daarom ‘malle Jochum’ genoemd.

Hij sterft in 1733 als laatste man van zijn geslacht. Zijn rouwbord prijkt nog in de kerk te Bierum. (Dat zijn rouwbord nog in de kerk hangt, heb ik niet kunnen bevestigen. HH).

 

Ook een avondmaalsbeker en de klok bewaren de herinnering aan hem. (zie: De Sebastiaankerk van Bierum).

 

Een van zijn zusters, Christina Emerentiana van Berum, is getrouwd met de bekende Evert Joost Lewe van Aduard. Hun dochter Elisabeth Petronella, getrouwd met Daniël Henri L’Argentier, heer van Chesnoy, treffen we sinds 1733 aan op het huis Luinga. Als schoonzoon van de invloed­rijke Evert Joost Lewe speelt ook hij een grote rol in het politieke leven. Toch moet hij de borg wegens schulden laten verkopen. Van 1750-1755 is er een curator van zijn goederen en in 1756 wordt de borg met hoven, lanen, bos, grachten, schathuis en schuur, bestaande uit ongeveer 12 grazen land benevens 62 1/2 gras bouw- en weiland bij en om de borg, ter instantie van zijn crediteurs bij keerskoop verkocht. Kopers worden de heer W. van Maneil en zijn echtgenote S. C. Verdion.

 

Warmolt van Maneel of Maneil behoort tot een geslacht dat aan het einde van de 16e eeuw in Oost-Friesland voorkomt en waarvan leden zich in de 17e eeuw in ons gewest vestigen. (Zie ook: het geslacht van Maniel). Warmolt zelf is in 1713 in de stad Groningen gedoopt, maar maakt zijn carrière in Oost-Indië. In 1755 komt hij terug, waarbij hij op 2 juli een feestelijke intocht in Groningen houdt. Het jaar daarop koopt hij Luinga.

 

De nieuwe heer laat waarschijnlijk Luinga opknappen; hij laat in ieder geval de grachten uitdiepen. Een nog aanwezige gemetselde boog over de voormalige buitengracht met de wapens Maneil en Verdion herinnert nog daaraan. Warmolt van Maneel sterft in 1765 en is te Utrecht begraven. Zijn rouwbord hangt wel in de kerk te Bierum (Zie ook: de Sebatiaankerk van Bierum).

Na zijn dood vererft Luinga op zijn broer Cornelis van Maneel, maar het vruchtgebruik blijft aan de weduwe van Warmolt, de reeds genoemde Sara Catharina Verdion. Zij overlijdt in 1787. Zij is blijkbaar patriottisch gezind, want in de Groninger Courant van 3 april 1787 staat te lezen:

 

'Eergisteren is het lyk van de Hoog Wel Gebr. Vrouwe Mevrouwe Sara Catharina Verdion, Douairière Baronnesse van Maneel. Vrouwe van Bierum, hier in het 83 jaar overleden op den 25 maart, rouwstaatelijk ter aarden besteld, eene dame, die behalve alle andere verhevenste deugden ook inzonderheid uitgemunt heeft in waare liefde voor de onschatbaare vryheid des vaderlands, en alle hetgeene strekken kan tot handhaving van dien. Uit welke edele grondbeginsels wylen Haar H. Wel Gebr. ten vollen overreed zynde van de nuttige en noodige wapenoeffening der burgery, onder anderen aan het exercitiegenootschap deezer Stad, welk (door de nooit genoeg geprezene kunde en nyverheid van den Hoog Wel Gebr. Heer Baron van Oldeneel, die deswegens de waare liefde en hoogagting van alle weldenkende vaderlanderen verdiend en verworven heeft, het beoeffenen der wapenen tot eene hoogte onder gemelde genoodschap gebragt heeft, waarover zig militairen verwonderen,) edelmoedige begiftigingen, voorheen reeds gemeld, gedaan heeft. Hebbende voorn. exercitiegenoodschap het lyk met het zydgeweer in eene geregelde order gevolgd.'

 

Cornelis van Maneil is militair en in 1794 zelfs commandant van Stad en Lande. Hij en zijn vrouw Josina Petronella Alberda schenken in 1792 een orgel aan de kerk te Bierum. In 1803 verkoopt zij, in 1799 weduwe geworden, de borg. Haar enige zoon is al op jeugdige leeftijd gestorven. Een van de dochters, Sara Warmoldina Willemina, is nog bekend geworden doordat zij in 1799 op 16-jarige leeftijd geschaakt wordt door Walrad Otto van Hugenpoth van den Berenclauw. Deze romantische schaking wordt evenwel toch met een huwelijk besloten.

 

Bron: 'Ommelander Courant van Vrydag den 28 January 1803. No. 8.' Verkoop van een aanzienlijke buitenplaats Luinga Borgh genaamd te Bierum.

 

Bij de verkoping in 1803 (zie afbeelding hierboven) is sprake van de buitenplaats Luingaborg, bestaande uit een modern doortimmerde herenbehuizing met twee ruime schathuizen waarin vertrekken voor ‘domesticquen’ [1], ruime stalling en koetshuis, alsmede tuinen, vijvers, allees, Engels bos enz., groot 12 grazen, verder gestoelten in de kerk enz. enz. Wanneer het woord ‘modern’ slaat op het uitwendige van de borg, moet er na 1753, het jaar van de tekening van Beckeringh, een ingrijpende verbouwing hebben plaatsgevonden.

 

 

Harm Jan van Bolhuis 1766-1824. Foto: eind 18e, begin 19e eeuw. Licentie: Public Domain.

 

Of de verkoop onmiddellijk is gegund blijkt niet, de overdracht heeft echter plaats gevonden op 5 maart 1805. Kopers worden Harm Jan van Bolhuis en zijn vrouw Elisabeth Reiding. Harm Jan van Bolhuis is brouwer in Groningen geweest en een man van de revolutie, zelfs lid van de Nationale Vergadering.

 

Na de koop van Luinga zal hij zich te Bierum gevestigd hebben, waar hij van 1811-1812 maire (burgemeester) is geweest. Vervolgens is hij van 1812-1820 notaris te Middelstum. Waarschijnlijk is hij toch op Luinga blijven wonen, want als hij in 1824 ‘zonder beroep’ overlijdt, woont hij te Bierum.

 

 

Bron: Groninger Courant, 22 maart 1825. Boeldag van bomen van de borg Luinga te Bierum op 23 maart 1825.

 

Kort voor zijn dood laat hij in 1823 de borg publiek veilen en in 1824 de inboedel. De verkoop van de borg wordt aangehouden, maar blijkbaar is er kort daarna toch een verkoop geweest aan Gerrit van Calcar. Deze laat in 1825 de borg c.a. op afbraak veilen (zie afbeelding hierboven). Koper van de borg, de beide schathuizen en een houten hek wordt de aannemer Johan Heinrich Muller voor f3.6oo. Het kleine ijzeren hek aan het maar gaat naar de landbouwer Omta op ’t Zandt, het grote hek blijft onverkocht. Omta koopt ook de vier marmeren beelden met piedestallen voor ƒ 30. Twee grote en een klein loden beeld op piedestallen koopt iemand uit Tjamsweer. In het proces-verbaal kunnen we lezen, dat er tijdens de afbraak nog bossen zijn, o.a. een Engels bos, en een goudvisvijver.

Situatietekening van de borg Luinga te Bierum. Sectie C 3, no. 422, rond 1970.
I. Borgstee 2. Oprijlaan. 3. Het lange bos. 4. Kerk van Bierum. 5. Pastorie. 6. Weg naar Spijk. 7. Weg naar Losdorp en Godlinze. Merk op dat de borg met schathuizen pal naast de kerk hebben gelegen. Bron: De Ommelander Borgen en Steenhuizen, 1973.

 

Rond 1970 is er een kwekerij gevestigd, waar zelfs ‘wijn’ geteeld wordt die naar Franse trant ‘Manelia’ genoemd wordt. Van de borg zelf zijn geen resten bewaard gebleven, echter een deel van de gracht en een brug zijn nog wel aanwezig. Rond 1970 is het borgterrein nog intact. Ook de dam met opgemetselde dubbele bogen en wapens Maneil en Verdion tussen voorplein en oprijlaan is nog aanwezig. Op het borgterrein is rond 1970 een kwekerij met woning. Op de oprijlaan en aangrenzend perceel staat een bejaardencentrum genaamd Luingaborg, waarvan in 2016 melding wordt gemaakt van de sluiting ervan. [3]

 

De kerk en het huis Luinga te Bierum - Vogelvlucht-tekening van kerk en kasteel, Anco Wigboldus, ca 1930.

 

 

Borgsingel 11, Bierum (Gemeente Delfzijl). Gracht rond borgterrein luinga en als toegang tot het borgterrein gemetselde boogbrug over deze gracht. Beschrijving restanten v.d. Luingaborg. Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Rijksmonument nr. 45593 [3].
Huis Luinga Borgsingel 9 Bierum. Woning onder diep schilddak met hoekschoorstenen. Omlijste ingang met ruitvormige versieringen. Zesruitsvensters. Beschrijving restanten v.d. Luingaborg. Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Rijksmonument nr. 45593 [3].

 

 

 

 

 

Huis Luinga Borgsingel 9 Bierum. Woning onder diep schilddak met hoekschoorstenen. Omlijste ingang met ruitvormige versieringen. Zesruitsvensters. Beschrijving restanten v.d. Luingaborg. Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Rijksmonument nr. 45593. Door: BOER, DE (Fotograaf) - May 1969 | Licentie: CC-BY-SA-3.0-NL (wiki) [3].

 

 

 

Noten en bronnen:


1. Domestique, eigen, huiselijk, vertrouwd. domestique → bediende, dienaar, knecht, dienares, dienstmeisje, meid, dienstbode, dienstmaagd, huisdier. domestique → dienstmeid, meid, knecht, bediende, dienares, dienaar. domestiquer → temmen.
2.De Ommelander Borgen en Steenhuizen, Dr. W. Formsma, R.A. Luitjjens-Dijkveld Stol, A. Pathuis, 1973.
3.Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
4. Groninger Courant van 3 april 1787.

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 18 februari 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top