Tammingaborg te Hornhuizen
Tammingaborg te Hornhuizen
Tammingaborg te Hornhuizen, getekend in 19e eeuw. Auteur: onbekend. Bron: RHC GA. Licentie: Public Domain.

De naam Tamminga komt te Hornhuizen het eerst voor in 1343 en 1344. In die jaren worden overeenkomsten gesloten over het eiland Korenzand of Hefzand. Daarin worden met name genoemd, de al gestorven Jarrig, zijn zoon Liudolph of Liudo Tamminga en Anteko Tamminga. Hoofdelingen worden ze niet genoemd, ook geen dorpsheren. Wel zijn ze van enige aanzien want Liudo bezegelt de oorkonden. Een latere Jarig (mogelijk een kleinzoon van Jarrig) is ook geen hoofdeling. Hij treedt wel als zodanig op, want hij heeft soldaten (Armigeri) in dienst in 1375. In hoeverre Abel en Hidde Tamminga, die in het begin van de 15e eeuw genoemd worden van hem afstammen, is niet bekend. In 1416 maken zij met raad en consent van hun moeder Jesele en enige familieleden een scheiding van de boedel van hun ons niet bekende vader.

 

Abel verkrijgt Tammingehuis te Hornhuizen met de innerhof, het voorheem, redgerrecht, dijkrecht, 'kerckwegen', kerkstoelen en alle rechten van het huis en heerd. Wat Hiddeke verkrijgt wordt niet vermeld, hij trouwt met Menneke van Ewsum en neemt haar naam (Van Ewsma) aan. Merkwaardig is, dat zowel Abel als Hidde, respectievelijk in 1408 en 1431, een wapen, met als embleem een stralende zon, voeren dat afwijkt van het latere Tamminga-Van Ewsum wapen. Dit wapen is in 1708 ook het wapen van de familie Van Selwerd. Ook Johan van Ewsum beweert in 1555, dat de Van Ewsums vanouds het wapen Selwerd in hun kwartieren voeren. Het is dus mogelijk , dat de Tamminga's verwant zijn geweest aan het geslacht van Selwerd. Abel Tamminga, die in de jaren 1408-1422 voorkomt als hoofdeling in de Marne, sterft in of voor 1428, in welk jaar zijn weduwe Bawe en zijn onmondige kinderen worden vermeldt. Bawe is een Onsta en leeft in 1444 nog.

 

Het wapen van de Tamminga's in het wapen van Kloosterburen. Gebaseerd op 'De Hoge Raad van Adel'. Licentie: Public Domain.

Haar zoon Onno erft Tamminga. Hij streeft naar uitbreiding van zijn goederen en rechten. In 1455 koopt hij rechten en in 1470 schenkt Reyner Remersma hem zijn gedeelte van zijn Kerkstoel, in 1468 koopt hij en zijn vrouw redgerrechten en overrechten in het westerdeel van de Marne. Samen laten ze ook een nieuw huis bouwen op Tamminga. Wanneer Onno is overleden, is niet bekend. Zijn vrouw Emeke Asinga leeft nog in 1509, in welk jaar zij Asingaborg te Warffum bezit. Blijkbaar is zij dan ook nog in het bezit van de Tammingaborg. Zij hebben vier zonen, Abel, Abeke, Hoyke en Allert en twee dochters. De zonen komen voor als hoofdelingen te Hornhuizen of in de Marne. Allert sterft in 1498, dit blijkt uit een bronzen grafplaat in de kerk te Hornhuizen. Abeke verkrijgt in 1500 verschillende rechten in Niekerk als vergoeding voor de moeite en kosten die hij zich getroost heeft voor de kerspellieden gedurende de oorlog. Hij staat namelijk in 1500 aan de zijde van de hertog van Saksen en de graaf van Oost-Friesland, dus tegenover de stad Groningen. Deze wil daarom het Tammingehuis omverwerpen, maar de beide zwagers van Abeke te Groningen, Harmen en Geert Lewe, weten dat te verhinderen.

Harmen Lewe gaat met 20 man op het huis liggen. Na de slag bij Warffumerzijl eist de hertog het huis op. Harmen ontruimt het zonder tegenstand, hetgeen in de stad de indruk wekt, dat er kwaad spel gespeeld is. In 1503 schenkt Emeke haar aandeel in het nieuwe huis, de nieuwe zaal geheten, met brouwhuis en de helft van het gereedschap, de nieuwe kamer en andere gebouwen die zij en haar man hebben laten bouwen en stofferen aan haar dochter Bawe, getrouwd met Herman Lewe. In 1509 moet zij deze schenking herroepen. De boedel blijft onverdeeld door allerlei twisten.

 

In 1516 verkopen Frouke Lewens en haar zoon Reint Huinge aan Geert Lewe (een zoon van Herman?) en Hille de Mepsche hun aandeel in Tammingaheerd dat Frouke geërfd heeft van haar broer Alke(?). De familie verhoudingen zijn niet duidelijk. In 1531 komt een akkoord tot stand dat nog geen oplossing geeft. Pas in 1542 schijnen de geschillen beeindigd te zijn. In dat jaar doet de oosterwarf uitspraak in het geschil tussen Abel Onsta als gemachtigde van Abel Tamminga en Geert Lewe.

 

De juiste bepalingen zijn niet bekend, maar zeker mogen we aannemen dat Abel onbetwist eigenaar is. In 1542 vindt er mogelijk een verbouwing of nieuwbouw plaats. Er bestaat ook een portret van Abel Tamminga die leeft van 1498-1549, van wie hij een zoon is, is onbekend, evenmin met wie hij getrouwd is. Het is waarschijnlijk Abels zoon Onno die de borg erft. Hij komt voor onder de Ommelander gedeputeerden en behoort tot diegenen die in 1577 door de stad worden gevangen gezet. Of hij na 1580 is uitgeweken is niet bekend. Wel weten we, dat de Tammingeborg tussen 1580 en 1594 herhaaldelijk als steunpunt dient voor Spaanse soldaten. Wanneer Onno Gestorven is, is niet bekend, waarschijnlijk voor 1594, in welk jaar doctor Sicke van Dekema, getrouwd met Hille Tamminga, als hoofdeling te Jellum, Tammingaborg en in de Marne wordt vermeld. Zij wonen later in Jellum, waar zij respectievelijk in 1625 en 1620 overlijden en worden begraven. Hun dochter Lucia van Dekema erft de borg, die zij al in 1608 met haar man Julius van Meckema bewoont. Deze voert processen op de landdag in 1624 voor Hornhuizen. In die tijd zal de borg zijn verbouwd en vergroot. Lucia, weduwe sinds 1638, sterft in 1652. Zij wordt opgevolgd door haar dochter Luts van Meckema, gehuwd met Douwe van Aylva, die in 1665 overlijdt.

 

De 'Tammingaborgh' onder 'Hoonhusen' op de kaart van Groningen van Joan Blaeu (1645/1648). Bron: Bladeren door Blaeu (Leids Archief). Licentie: Public Domain.

 

Zij zelf sterft in 1670. Als Douwe nog leeft moet zijn broer Scipio Meckema van Aylva al in het bezit zijn gekomen. Hij compareert in 1655 op de landdag, maar wordt een jaar later grietman van Tietjerksteradeel, waarna hij als edelman in de Friese Staten zitting neemt. Hij sterft als weduwnaar van Lisch van Eysinga in 1669. Zijn zoon Ernst Douwe van Aylva, in 1676 gehuwd met Tjemke van Heemstra, krijgt zijn erfdeel pas in 1686 bij akte van scheiding. Het echtpaar woont al daarvoor op de borg, althans hun zoon Scipio Meckema van Aylva wordt daar in 1679 geboren. Ook compareert Ernst Douwe voor Hornhuizen op de landdag. Na zijn dood in 1717 volgt Scipio hem op. Deze trouwt hetzelfde jaar met Anna Bouwina Tjarda van Starkenborgh. Hij overlijdt in 1732. In datzelfde jaar komt de borg door koop in het bezit van zijn zijn broer Hans Willem van Aylva. Anna Bouwina hertrouwt in 1737 met de in Hornhuizen bevestigde dominee Johannes van Diemen. De dominee vecht en drinkt en moet in 1746 naar Oost-Indië vertrekken.

 

Zijn vrouw doet bij het huwelijk in 1737 afstand van het vruchtgebruik van de Tammingaborg en alle gerechtigheden. Wat er van haar geworden is, is onbekend. Hans Willem van Aylva is gehuwd met Barbara van Camstra, die in 1732 overlijdt. Hij is bij zijn dood in 1776 luitenant-generaal. Daarom zal hij niet veel op Tamminga hebben gewoond. Ook compareert hij niet op de landdag en speelt dus geen rol in het politieke leven van Stad en Lande. Na zijn dood wordt de inboedel geveild en ook het huis zelf komt onder de hamer. De borg wordt omschreven als een hoogadellijk huis, met schathuis, schuur, hoven, singels, lanen, vijvers, grachten, bomen, plantages en twee duivenmatten. Erbij horen het staande redgerrecht van Hornhuizen, de staande collaties van Hornhuizen en Kloosterburen en allerlei andere rechten, gestoelten, banken, grafkelder en graven in de kerken van beide dorpen. Eerst in 1778 vindt verpachting plaats aan Coppen Jarges en Anna Maria Hyma Juliana Lewe van Matenesse. Beiden overlijden in 1792. Hun kinderen Joost en Anna laten de vaste goederen verkopen in 1797. Koper wordt in 1798 Jan Carel Ferdinand van In- en Kniphuisen, die in 1802 'de aangename buitenplaats' te koop aanbiedt. Kopers worden H.E. Noordhuis en anderen voor 4800 gulden.

 

Het huis wordt afgebroken, waarschijnlijk in verschillende etappes. In 1809 wordt de eigendom van de onder beklemming verhuurde borgstede binnen de gracht te koop aangeboden. In 1811 komt deze met staande redgerrecht, recht van jacht en visserij in het bezit van P. Durleu op Bellingeweer. De borgstede is in 1848 een boomkwekerij. Het schathuis is veel later afgebroken.

 

Overblijfselen
Tegenwoordig kan men de omtrek van het borgterrein en de gebouwen vanuit de lucht nog goed waarnemen. Bij opgravingen in 2002 zijn er funderingen gevonden. Van de borg zelf is niets meer over [1].

 

Aanvulling

Hidde Tamminga (geb. cirica 1370 te Hornhuizen, overl. na 1431):
Ewe Ewesma junior en Ewerda Onsta (ook wordt elders Mennecke van Ewsum genoemd) laten één kind na: Menneke Ewesma. Deze trouwt met Hidde Tamminga van Hornhuizen, die na dit huwelijk de naam Ewesma aanneemt. Volgens Ubbo Emmius staat hij aan het hoofd van het Gronings-Ommelander legertje, dat in 1428 Fokko Ukena bestrijdt. Hij wordt echter verslagen, gevangen genomen en door Ukena eigenhandig gedood. Om deze moord te (ver)zoenen zou Ukena zijn dochter Bauwe aan Hiddo's zoon Ewe ten huwelijk hebben gegeven. Wat er van dit verhaal waar is, is niet bekend. In elk geval kan deze moord niet in 1428 hebben plaatsgevonden, want Hidde leeft nog in 1431. Hij noemt zich dan Hidde Ewesma, maar voert het zegel van Hidde Tamminga. Sindsdien wordt hij echter niet meer vermeld [2].

 

 

Bron tekst:

 

1. De Ommelander borgen en steenhuizen, ISBN 90 232 2314 4
2. Ubbo Emmius (Greetsiel 1547 - Groningen 1925), Rerum Frisicarum historiae libri 60. Hj is Rector magnificus geweest van de Rijksuniversiteit Groningen van 1614-1615) en heeft 60 boeken geschreven over de Friese geschiedenis.

 

 

 

 

 



Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten

voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

Hoogeveen, 9 augustus 2010
Revisie: 13 januari 2020
Samenstelling: © Harm Hillinga
Top