Drieborg is niet zo erg oud. Het is pas ontstaan in de 18e eeuw. Vooral langs de Oude Dijk worden dan veel huizen gebouwd. Voor deze tijd staan er al wel een paar huizen onder aan de oude zeedijk en heet de nederzetting Stockershorn. Stocksterhorn (ook Stoksterhorn, Stoxterhuis, Stoksterhuizen of zelfs Stoetsterhuys) is de nederzetting ter hoogte van Drieborg en de directe voorloper van dit dorp. Het heeft waarschijnlijk iets noordelijker gelegen. Volgens Stratingh en Venema is de plaats mogelijk dezelfde als de in de 15e eeuwse lijst van kerspelen van het bisdom Münster genoemde Stoth. De plaats zou niet dezelfde zijn als Astock, dat in het Oldambt zou hebben gelegen. Waarschijnlijk zijn Astock en Stoth toch te vereenzelvigen en is Stocksterhorn de opvolger van deze nederzetting. De situering van Astock in het Oldambt lijkt te berusten op de interpretatie van onbetrouwbare Dollardkaarten uit de 16e eeuw die een niet-correcte reconstructie weergeven van de verdronken dorpen in de Dollard.

 

Vanaf Stocksterhorn wordt in 1656 begonnen met het leggen van een dijk naar Nieuweschans, die in het jaar daarop voltooid wordt. De plannen daarvoor zijn vanaf 1625 voorbereid en in 1636 nader uitgewerkt in een akkoord. Het toponiem Stocksterhorn wordt ook gelijk gesteld met Hamsterhof. Na de inpoldering van de Kroonpolder worden de arbeiderswoningen op de zeedijk gebouwd. Omstreeks 1850 is het inwonertal van het dorp gegroeid tot 270. Drieborg is het enige echte dijkdorp die de provincie Groningen nog rijk is. Het ontleent zijn naam aan de samenkomst van drie dijken. "Borg" heeft in dit geval de betekenis van dijk. Een andere theorie is dat de naam Drieborg is ontstaan uit een drie-borg. Dit is geen borg in de betekenis van 'kasteel', maar een woning bestaande uit drie delen, waarin ook drie gezinnen wonen (zie foto verderop). Het is inmiddels duidelijk geworden dat in dit gebied geen enkele borg heeft gestaan.

 

Stocksterhorn op de kaart gezet

 

Op de kaart hieronder is Stocksterhorn duidelijk zichtbaar. Het wordt hier geschreven als Stoksterhorn dus niet met ck. Dit zal de huidige Oudedijk zijn, met in het verlengde daarvan naar het zuiden het huidige Drieborg. De Stadspolder heet op de kaart Kreunings of Kroon Polder en is bedijkt in 1696 met daarboven de Groninger Polder die bedijkt is 1740. Let ook eens op de loop van de (Oude) Tjamme die op deze kaart goed zichtbaar is evenals ten zuiden daarvan Beerster Hamrik, waar ogenschijnlijk vroeger veel meer huizen hebben gestaan dan tegenwoordig nog het geval is.

 

 

Stocksterhorn op de kaart

 

 

Afb. boven: Detail van Beckeringh kaart met Stoksterhorn.

 

 

Opvallend is het hoogteverschil tussen de Kroonpolder aan de noordkant van Drieborg en de Binnenlanden aan de zuidkant. Dit is vooral goed te zien in Oudedijk. Het verschil is ontstaan door het inklinken van het veen onder de kleilaag. Drieborg is een dorp geweest van vrijwel uitsluitend landarbeiders, die tot in de 20e eeuw een moeilijk bestaan hebben gehad. Sommige arbeiders zijn in dienst van de boeren in de omgeving, maar velen moeten de kost verdienen door seizoenarbeid te verrichten in de wijde omgeving. Deze situatie ontstaat vooral in de tweede helft van de 19e eeuw.

 


De boerderij van Joling in de Stadspolder.

 

Foto boven: Boerderij van F. Joling in de Stadspolder bij Drieborg..

 

 

In die tijd gaat het de boeren in de provincie Groningen steeds voorspoediger. De arbeiders delen echter niet mee in in de welvaart en de kloof tussen boer en arbeider wordt steeds groter. De lonen van de laatstgenoemden blijven laag. In het jaar 1929 is het uurloon van een landarbeider in Oost-Groningen slechts 26 cent. Bij een werkweek van 48 uur heeft hij een loon van iets meer dan 12 gulden. Verregende dagen worden meestal niet uitbetaald. Ook de vrouw van de arbeider werkt mee tijdens de oogst en om rond te komen verbouwt men aardappelen en groente in eigen tuin. De woningen van de arbeiders zijn armoedig. Ze bestaan meestal uit niet meer dan één kamer, waar ook moet worden gekookt, met twee bedsteden, een gang, een schuur en een zolder. Langzaam maar zeker groeit het verzet tegen deze omstandigheden onder de landarbeiders in Oost Groningen. Dit resulteert uiteindelijk in de landarbeidersstaking van 1929.


De Landarbeidersstaking van 1929 in Drieborg.

 

Foto Boven: De landarbeidersstaking van 1929 in Drieborg.


Ook in Drieborg wordt in dat jaar gestaakt, maar zowel hier als in andere dorpen leidt de staking niet tot directe verbeteringen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn veel huizen in Drieborg verdwenen; maar liefst 60 van de 170 woningen worden afgebroken. Dat proces is lijkt anno 2008 min of meer te zijn gestopt; veel oude huisjes worden dan opgeknapt, voor anderen is het echter te laat.

 

 

Links het cafá en de winkel van Delger met rechts de molen.

 

Foto boven: Deze foto is van een uitzonderlijk slechte kwaliteit  en dateert waarschijnlijk van voor 1912, het jaar
waarin de molen wordt afgebroken. Links het pand waarin een winkel en het café van Delger is gevestigd.
In het pand op de achtergrond is een smederij gevestigd geweest en voor de molen staat
rechts het huis van Albers, de bode.

 

 

 

De stel- en wagenmakerij van Melinga

 

Edsko Melinga
Opa Melinga
Foto boven: Edsko Melinga
Foto boven: Opa Melinga

 

 

 

'De Drie Borgen' waar de familie Melinga heeft gewoond.

Foto boven: Dit is mogelijk een drie-families-borg geweest waar Drieborg (Drieburg) naar is genoemd.
In ieder geval is hier de stelmakerij van Melinga in gevestigd geweest, waar ik vaak met mijn grootvader
en vader naar toe ben geweest. Het gebouw is helaas volledig afgebroken en zou een schitterend monument

geweest zijn voor de geschiedenis van Drieborg.

 

 

Foto onder: De stelmakerij van Melinga te Drieborg.


Foto boven: Rechts achter de bomen ligt hier de stelmakerij van Melinga.

Op de achtergrond is ook nog een wiek van de verdwenen molen zichtbaar boven de kruinen van de bomen.

 

 

Stelmakerij van Melinga.

 

Foto boven: Hier nogmaals de stelmakerij van Melinga, met Melinga zelf aan het wiel.
AEilt Melinga met waarschijnlijk zijn zoons.

 

 

De familie Melinga.

 

Foto boven: Het gezin Melinga. AEilt Melinga met zijn tweede vrouw Sijtske de Haan
en hun dochter Anneke Melinga voor de stelmakerij.

 

 

Melinga op de fiets.

Foto links:
AEilt Melinga op de fiets naar een klus. Aan zijn fiets hangt een booromslag en aan de stang hangt zijn gereedschapstas.

Met zijn eeuwige pijp in de mond fietst hij hier over Drieborg.

 

 

Zo kom je tegenwoordig vanaf de Kroonpolder Drieborg binnen vanuit de richting van Nieuwe Statenzijl.

 

Foto boven: Zo kom je tegenwoordig vanaf de Kroonpolder Drieborg
binnen vanuit de richting Nieuwe Statenzijl. Pas op, overstekende kinderen, want
in de straat rechts bevindt zich de basisschool.

 

Verhaal Harm Hillinga: 30 dec. 2009

 

 

 

De boerderij met de molen.

Udemö's meuln

In het gemeentearchief van de gemeente Reiderland bevindt zich een bijzonder document. In deze besluitenlijst uit 'Register der Resolutien van Edele Groot Achtbare Heeren Gedeputeerde Staten van Groningen' van woensdag 26 augustus 1818 wordt de naam Drieborg voor het eerst gebruikt in een officieel document.

Fragment: " ...Op het verzoek van Enno Jans Onnes, een korenmolenaar uit Nieuw-Beerta,... om, als men het werkelijk nodig vindt een tweede molen te plaatsen, dit te doen in de Kroonpolder op dezelfde plaats genaamd de drieburg waar ook ...".

Het is een besluitenlijst. Aangenomen man dus worden dat het besluit al is genomen een molen te bouwen. Onnes doet hier enkel een verzoek, mogelijk om concurrentie tegen te gaan, de tweede korenmolen ver van zijn molen in Nieuw-Beerta te plaatsen.

Ik ben eens gaan zoeken. En in 1821, 3 jaar na het besluit om te bouwen, is er inderdaad een korenmolen gebouwd in de Kroonpolder bij Drieborg. Op de plek die Enno Jans Onnes heeft voorgesteld. Er is zelfs nog een foto bekend uit die tijd van de in 1918 afgebrande molen. Het lijkt mij zeer waarschijnlijk dat dit de molen uit het besluit van Gedeputeerde Staten van 1818 is. De molen met de boerderij hebben bovenop de dijk gestaan in de Kroonpolder. Het is de plaats waar ik als schooljongen samen met andere kinderen wel eens op zoek ben geweest naar een schat. Hoewel er van een molen of een boerderij geen restanten meer zichtbaar waren was er bij Udemö's meuln voldoende puin te vinden. Een schat hebben we er echter nooit gevonden.

 

Klik hier voor een uitgebreid artikel over de molen van Udema in de Kroonplder.

 

 

Foto boven: een tweede foto van Udema's meuln op de dijk in de Kroonpolder. Hier komt nog wat duidelijker naar voren dat de gebouwen en de molen op een dijk hebben gestaan. De dijk heeft naar links doorgelopen. In mijn herinnering was dit in het landschap in de jaren 60 beter zichtbaar dan hier op deze foto. Overigens zal ook deze foto uitgebracht zijn door uitgevering Bakker van Drieborg.


 

Drieburg

 

De naam 'Drieburg' komt waarschijnlijk al eerder voor dan 1818. Over de herkomst van de naam zijn drie verklaringen in omloop. Een borg (burg/burcht/börg) is vanaf de Middeleeuwen een versterkte woning van een enig aanzien. De jonkers en de hoofdelingen van zo'n borg hebben onderling veel strijd gevoerd. Vaak hebben ze zich tot dorpsheer opgewerkt. De meeste hebben een steenhuis laten bouwen, waarvan de belangrijksten zijn uitgegroeid tot een ware borg. Er zijn honderden van zulke borgen en steenhuizen in de provincie geweest. Veruit de meeste zijn al lang verdwenen. Slechts een zestiental borgen zijn bewaard gebleven.

De eerste verklaring is dat op de driesprong van de drie dijken waar Drieborg op ligt een borg zou hebben gestaan. Dit is onwaarschijnlijk; er is geen enkele schriftelijke of archeologische bron waar uit blijkt dat er ooit een borg in het dorp of in de buurt van het dorp is geweest. Laat staan dat de tweede verklaring, dat het dorp zijn naam heeft gekregen door drie bij elkaar staande borgen, juist kan zijn. Toch zijn er mensen geweest die de plek van de drie borgen konden aanwijzen, al was het slechts de woning met werkplaats van Meninga aan de Hoofdweg.

De derde en de meest waarschijnlijke verklaring, is dat er een huis gestaan heeft, waar drie families in hebben gewoond. Zo'n drieborg (dreibörg) heeft op meer plekken in de provincie gestaan en wordt elders ook zo genoemd. Het heeft drie deuren, drie schoorstenen en er is plek voor drie families. Tot in de zeventiger jaren van de 20e eeuw heeft er aan de Verlengde Hoofdweg in het dorp een 'drieborg' gestaan. Dat pand dateert van vroeg 19e eeuw. Het zou best kunnen dat de naam van het dijkdorp Drieborg afkomstig is van zo'n drie-gezinnen-woning.

 

Verhaal: Harm Hillinga, 30 dec. 2009

 

Hemeltjefeest op Drieborg

 

Rond hemelvaarstsdag is het altijd al feest geweest op Drieborg. Bij het café staat dan een draaimolen opgesteld en ik weet niet anders op het ding werd rondgetrokken door een paard. Later op de dag wordt de molen omgetoverd in een heuse zweefmolen en het gaat dan behoorlijk veel harder. Links van de molen Bevindt zich het café van Drieborg en er achter ligt een vervaarlijke diepe jirre sloot. Nu is jirre hier eigenlijk de oude benaming voor slijk, modder, maar in werkelijkheid gaat het hierbij om de fenotische afkorting van Jeremia. De Hebreeuwse naam Jiremi-jahoe" betekent "God verhoogt hem". En inderdaad op een goede dag zit een oude zuiplap zonder de ketting in de zweef en als de bak hoog over de diepe sloot zweeft schieten de man en de drank eruit. De afloop van het verhaal is mij niet bekend.

 

Mijn vader zie je in die tijd eigelijk nooit in een café, maar er zijn uitzonderingen zoals daar zijn de Zuidlaardermarkt, de Adrillen en het Hemeltjesfeest. Mijn vader is nooit een (stevige) drinker geweest. Op Drieborg hebben ze aan mijn grootvader vast meer verdiend... Ik weet niet anders of er waren op een gegeven moment twee cafés, vlak bij elkaar, op Drieborg. Het fijne weet ik er niet meer van. Wel weet ik nog dat je in café Delger je borrelglas goed vast moest houden, anders rolde deze richting de jirresloot, omdat een deel van het café boven de sloot was gebouwd en het bouwsel aardig scheef hing.

 

 

Hemeltjefeest op Drieborg.

Afbeelding boven: Als het Hemeltjesfeest is op Drieborg komt Hollemans met de draaimolen en zijn paard.
Dat is ook nog zo in de jaren zestig. Ik herinner me dan een zweefmolen, waarvan de bakjes boven de sloot
bij café Bos/Delger zwieren en het café helemaal vol zit.

 

Verhaal: Harm Hillinga, 30 dec. 2009

 

Jeugdherinneringen.


Drieborg, een dijk vlakbij de polders. (Over de jaren veertig van de vorige eeuw).

 

Ongeveer zestig jaar geleden woonde ik met mijn vader en moeder in een dorp, waar we tevreden waren met hetgeen er was. We hadden een huis met een tuin, een varken, een geit, kippen en een poes. Dit hadden we nodig om in leven te blijven. Elk jaar werd het varken tegen november geslacht. Dat was een belevenis. Als de big uitgegroeid was tot varken gingen mijn ouders 's avonds in schemerdonker bij de tafel overleggen wanneer de slachter besproken kon worden. Na het slachten moest het varken een dag aan de ladder buiten in de vrieskou staan, om daarna opgedeeld te worden. Praktisch alles werd gebruikt. Mijn oma kwam een dag bij ons te helpen om leverworst, metworst, hoofdkaas en bloedworst te maken. Het was een vette bedoening in huis. Ik hield er niet zo van, maar mijn ouders waren weer blij met hun wintervoorraad. Er werden verschillende pakketjes klaar gemaakt met hutspot, leverworst en metworst om naar buren en familie te brengen. Het spek kwam in grote zijden aan de zolder te drogen met stukken papier er onder voor het vet, dat eruit lekte. Ernaast hing een lange stok met de metworsten. We telden altijd hoeveel het waren; meer of minder dan vorig jaar. De dikte van het spek liet zien of het een goed varken was geweest. Na verloop van tijd kwam de varkenshandelaar met een auto vol biggen langs. Dan moest er een nieuwe uitgezocht worden. Als we dan zondags bezoek hadden, moesten ze altijd even naar de schuur: "big bekijken". Daar werd dan een tijd over gepraat: lang of kort, hoog op de poten, dik of dun enz.

Toen de oorlog uitbrak, werd mijn vader opgepakt omdat hij in het verzet zat. Hij werd gevangen gezet in het Scholtenhuis. Daarna werd hij doorgestuurd naar een werkkamp in Duitsland. Mijn moeder en ik gingen toen veel naar mijn oma. Die woonde met een zoon vlakbij. Het was gezelliger dan zonder vader thuis. Bovendien gaf het een veilig gevoel. Later bleven we er ook slapen. Mijn oom had achter hun huis turf gegraven, wat gedroogd werd in de buitenlucht en later werd gebruikt als brandstof in de kachel. De grote putten, die achterbleven na het graven, werden onze schuilkelders. We woonden dichtbij de grens en 's avonds kwamen de bommenwerpers over om Emden te bombarderen. Vaak kwamen de Duitse "Jagers" ertussen en werd het een gevecht. Zo kon het voor ons gevaarlijk zijn. De bommenwerpers werden ook beschoten vanuit de Carel Coenraadpolder. Zo gauw het brommen van de vliegtuigen te horen was, flipten de grote zoeklichten aan en daarna begon het geschut. Het was een angstige tijd en ik was vaak bang. Gelukkig zaten we met "de buurt" in die schuilkelders wat weer steun en afleiding gaf. De bevrijding hebben we heel intensief meegemaakt. De hele buurt moest weg en pas na drie weken zijn we terug gekomen. Een paar maanden later kwam mijn vader gelukkig ook weer thuis. Een jaar daarna heb ik nog een zusje gekregen en het gewone leven ging weer door.

Als kind moest ik ook wel meehelpen met de tuin; aardappelen en bonen poten. Als ik uit school kwam, was buiten spelen er direct niet bij. Thuis kreeg ik eerst een boterham met bruine suiker en thee en daarna gingen we naar het land. Daar moest ik meehelpen met bonen plukken. Dat was niet zo maar klaar. Sommige braken we, anderen gingen in een molentje om er snijbonen van te maken. Daarna kwamen ze in een Keulse pot met zout en een plank met een steen er op. Gele bonen moesten drogen en werden daarna in een doos of trommel bewaard. Voor ze gegeten werden, kwamen de bonen een nacht in de week. Sommige mensen eten ze nog en vinden ze heerlijk.

Verder was het voor ons kinderen heerlijk buiten spelen. Thuis was er geen tv of computer. Alleen bij slecht weer deden we spelletjes en anders speelden we bij mijn vriendinnetje in de koeienstal. Daar was het lekker warm. Een keer in de week moesten we naar gymnastiek en zomers gingen we vaak zwemmen. Daar waren we gelukkig mee. Met Sinterklaas en verjaardag kregen we kleine cadeautjes, waar we heel blij mee waren. In al die jaren van kind tot nu is er ontzettend veel veranderd. Wij zijn meegegroeid en genieten nu ook van alle luxe.

 

Naar E.G. Weerts-Veld, bewerkt door Harm Hillinga 22 maart 2010

 

 

Foto's boven: Dit zijn twee markante en zeer fraaie foto's van voormalige bewoners van Drieborg.
Wie kent de namen bij de foto's en de verhalen erachter?
Alle gegevens kun je mailen naar het E-mail adres van NazatenDeVries.

 

Arm Drieborg is toch tevreden

Dominee Jöhlinger staat in Drieborg, in het armste gebied van Nederland, zijn collega Schouten staat in het rijke Bloemendaal. Wat merken zij van het welvaartsniveau van hun gemeenteleden? Drieborg is een kleine vlek in het uitgestrekte akkergebied van Reiderland in Oost-Groningen. De huizen zijn er eenvoudig en overwegend rood van kleur. Gemiddeld betaalt een koper hier 124.300 euro voor een huis. Wolf Jöhlinger (49) is er al negen jaar predikant, samen met zijn vrouw. „Elke poging om hier succesvolle industrie op te zetten mislukt. Het kapitaal van dit gebied bestaat uit rust en ruimte.” De rijke boeren die hier kapitaal vergaarden met graan, zijn allang verdwenen. Hoger opgeleiden trekken weg en de nieuwkomers zijn vaak mensen met een wao-uitkering. „We zitten hier, onvriendelijk gezegd, nog altijd met de losers. Doordat de huizenprijs laag is, komen er vooral mensen wonen met een laag inkomen. Die kopen hier een vrijstaand huis, wat elders in Nederland voor hen niet te betalen is.” Wat ook weer z’n voordeel heeft, want „bepaalde problemen komen hier gewoon niet voor. Er is geen haat tegen buitenlanders die de banen afpakken. Er is hier namelijk toch geen werkgelegenheid. Niemand vindt het hier vreemd als je een uitkering hebt. Van de kinderen op de school in Drieborg heeft soms wel driekwart van de ouders geen vast werk.”

Dominee Jöhlinger kan genoeg verhalen vertellen over de armoede die hij tegenkomt. Tijdens de kerkdienst wordt bij de mededelingen nogal eens gevraagd ’of er nog iemand kinderkleren overheeft, maat 128’. „De laatste jaren is armoede bespreekbaar geworden. Mensen durven makkelijker bij de diaconie van de kerk aan te kloppen. Ze zijn soms zó aan lager wal geraakt dat we ze echt met een maaltje eten moeten helpen. Kinderen worden zonder ontbijt naar school gestuurd en hebben geen brood bij zich. Af en toe vraagt een boer aan me of ik nog een zak aardappels nodig heb. Dan zeg ik: ’Nee, wij niet, maar geef het maar aan dat ene gezin daar, die kunnen het gebruiken.’ De moeder van dat gezin zag ik later in de supermarkt een zak patat kopen. Ik dacht: ’snij een paar van die aardappels in reepjes, dan heb je ook patat’. De mensen gaan dus vaak niet verstandig met hun geld om.” De echte armen zijn altijd mensen die zich tot over hun oren in de schulden hebben gestoken en vervolgens in de schuldsanering terechtkomen. „Voor een gezin van vier personen houden ze nog veertig euro per week over voor boodschappen, kleding, alles. Onvoorstelbaar. Een schoolreisje voor de kinderen kun je dan wel vergeten.” Wat doet de diaconie aan zulke situaties? „Vroeger gaven we ze nog wel eens twintig euro. Maar we hebben er later meer structuur aan gegeven. Net als het doel van de schuldsanering is dat mensen leren met bescheiden middelen om te gaan. Zo verleent ook de diaconie vooral materiële hulp als het bijdraagt aan zelfstandig functioneren.”

Deze hulp bestaat meestal uit voedselpakketten, hoewel Jöhlinger dat ’wel een beetje bevoogdend’ vindt. Zijn de mensen hier gelukkig? „Zelf zouden ze waarschijnlijk zeggen: ’t kon minder’. Ik denk dat veel mensen hier op hun manier tevreden zijn. Er zijn veel zorgen, maar ze zijn blij om hier te wonen. Mensen hebben hier geleerd met minder tevreden te zijn. Niemand zit hier te wachten op een nieuwe auto. Ze weten niet anders dan dat bepaalde dingen niet kunnen.” Ook de kerk merkt dat. De afgelopen jaren moest de gemeente twee oude kerkgebouwen afstoten. Het onderhoud was niet meer op te brengen. Kerkdiensten worden nu gehouden in Nieuweschans of Finsterwolde.

© Trouw 2010, op dit artikel rust copyright.

 

Nieuwe Statenzijl en de lagere school van Drieborg


Van mei 1957 tot mei 1965 woon ik met mijn ouders in Nieuwe Statenzijl en bezoek ik de lagere Nieuwe Statenzijl en de lagere school van Drieborg. In de vierde klas zit ik bij meester Gerard Bos en in de vijfde klas en een deel van de zesde klas bij (hoofd)meester Chris Brugma. Men hem heb ik tot ongeveer mijn dertigste levensjaar contacten onderhouden. Brugma vertrekt naar Winschoten en wordt daar leraar. Aan Brugma heb ik min of meer te danken dat ik in onder onderwijs terecht ben gekomen. In Drieborg wordt hij opgevolgd door Hemmes, die ik alleen in de zesde klas heb gehad. Anno 2008 leeft Brugma nog steeds. Hij wordt verpleegd in een verpleeghuis te Blijham. Brugma is echter dementerend en herkent niemand meer. In 2007 heb ik nog even telefonisch contact gehad met Hemmes. Hij en zijn vrouw wonen in Bellingwolde. Hemmes en zijn vrouw herkennen beiden onmiddellijk wie ze aan te telefoon hebben en Hemmes vertelt: "Harm Hillinga van Nieuwe Statenzijl. Jij bent die jongen. Jij bent die jongen van die mooie, lange opstellen ....". Van Drieborg heb ik (relatief gezien) vrij veel oude foto's kunnen verzamelen. Ik heb er voor gekozen de meeste foto's te reserveren voor mijn boek. Naast Nieuwe Statenzijl, heeft ook Drieborg voor mij grote emotionele waarde, maar dat is niet in de eerste plaats omdat ik er drie jaar de lagere school heb bezocht .

 

 

Meer lezen? Gerelateerde artikelen:
't Broesde vrouger ook op Köstverlor'n en Bounderstroate
Uitgeverij Jan Bakker te Drieborg
Kostverloren
Nieuwe Statenzijl (zie ook het fotoalbum)
Reünie Drieborg op 15 mei 2010

 

 

 



Bronnen:

1. De foto's van vader en zoon Melinga zijn afkomstig van hun kleindochter Trijnie Dalebout.

2. Edwin Edens, Museumhuis Groningen.

3. Het Verhaal van Groningen, E.G. Weerts-Veld ( Ongewijzigd overgenomen)

4. G.A. Stratingh en G.A. Venema, De Dollard (Groningen 1855).

5. Wikipedia.

6. Een aantal teksten is door mij bewerkt nadat deze aan mij werden toegespeeld door derden. Het is mij daarvan niet bekend of er eventueel copyright op rust. Ook de namen van deze 'derden' zijn bij mij niet altijd bekend gemaakt. Feiten en gegevens in alle artikelen zijn zover mogelijk onderzocht op (on)juishheden. Mochten alsnog brongegevens toegevoegd moeten worden dan zal een an ander zonder verdere discussie gebeuren.

7. Een aantal foto's zijn afkomstig uit de schoenendoos van moeke, terwijl de foto's uit de jaren zestig van eigen hand zijn.


 

 

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten

voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen.
Deze pagina is een onderdeel van de website www.nazatendevries.nl.

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

Laatst bijgewerkt, Hoogeveen, 21 april 2010
© Harm Hillinga


 

Terug naar menu 'Genealogie'.
Naar de HomePage