www.nazatendevries.nl
Geschiedenis en Genealogie van het Groningerland
De Sint Janskerk van Huizinge

 

het oude kerkepad. Foto: W.F. Pastoor, 1905. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Het NZD mannetje vertelt vandaag over de Sint Janskerk van Huizinge.
LET OP: Ga met je muis over een afbeelding: er verschijnt een handje. Klik, en de afbeelding wordt vergroot in een nieuw venster/tabblad. 
Klik nogmaals op de vergrote afbeelding: deze wordt nog groter. 
Je kunt ook door de afbeelding scrollen. 
Klik op het kruisje rechtsboven in het tabblad: deze wordt nu weer gesloten.Te midden van de akkers en weilanden ligt bij Loppersum, op de grens tussen Hunsingo en Fivelingo, het vriendelijke dorpje Huizinge. Op het hoogste punt van de wierde staat, aan de westzijde, de Middeleeuwse Johannes de Doperkerk met daaromheen een ovaalvormig kerkhof. Vanaf drie windrichtingen lopen oude kerkepaadjes naar de wierde, die een adembenemend vergezicht naar alle kanten geeft.

De Janskerk (ook Johannes de Doperkerk) in het Groninger dorp Huizinge is een romanogotisch bouwwerk uit de 13e eeuw. Met name de rondgesloten apsis maakt de kerk tot een van de fraaiste voorbeelden van de romanogotiek in de Nederlandse provincie Groningen. De gevel van de apsis is in smalle vlakken verdeeld door lisenen, met rondboogfries en ronde nissen aan de bovenzijde en lichte, spitsbogige vensters met kraalprofiel daaronder. De kerk is beschermd als rijksmonument.

De kerk is omstreeks 1250 gebouwd. De toren dateert uit de 14e eeuw.

Foto boven: het oude kerkepad. Foto: W.F. Pastoor, 1905.
Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

De preekstoel in de Sint Janskerk van Huizinge. Foto: (c)Jur Kuipers.De in verhouding lage toren is ongeleed. Het piramidevormige dak van de toren dateert uit 1868: Tot 1848 heeft de toren een zadeldak. Vervolgens is er een dubbele koepel op gebouwd, zoals nu nog te zien bij de Mariakerk van Uithuizermeeden. Het geheel is echter onvoldoende afgewerkt, waardoor de regen het balkwerk doet verrotten. 20 jaar na de bouw besluit men al om het zadeldak te vervangen door de huidige spits.

In de 15e eeuw zijn de ramen in de zuidelijke kerkmuur vervangen door gotische spitsboogvensters. In het interieur op de gewelven zijn diverse schilderingen uit de 15e eeuw bewaard gebleven. Naast diverse florale motieven is er een afbeelding van het laatste oordeel. In het midden wordt Christus weergegeven, die oordeelt of de zielen die gewogen zijn door de aartsengel Michaël, naar de hemel gaan, rechts van hem, of naar de hel, die links van hem is afgebeeld. Bij de hemel worden Maria en Petrus met sleutel afgebeeld. De hel is weergegeven in de vorm van een muil van een monster, waar ook een geestelijke in is verdwenen.

Een ander afbeelding die bewaard is gebleven, betreft de maagd Maria, symbolisch weergegeven door de figuur van een eenhoorn. Op de scheiding van het schip en het koor staat een hek, geschonken in 1641 door de toenmalige bewoners van de borg Fraam, Berend Coenders van Helpen en Anna Coenders.

Op een bord boven de doorgang worden de functies van de schenker uitgebreid weergegeven. In het koor bevinden zich drie grafzerken, een heel grote zerk ter nagedachtenis aan een andere bewoner van de voormalige borg Fraam, Wilhelmus Coenders van Helpen. De twee wat kleinere zerken, maar toch ook van een fors formaat, zijn priesterzerken.

Interieur naar het oosten met het koorhek. Foto: (c)Jur Kuipers, 2020.De preekstoel dateert uit 1808 en is voorzien van snijwerk met afbeeldingen van de vier deugden geloof, hoop, liefde en waakzaamheid. Het orgel is omstreeks 1825 gebouwd door de orgelbouwers Luitjen Jacob van Dam en Jacob van Dam uit Leeuwarden.

Restauratiewerkzaamheden
De huidige kerk is in de jaren 1960-1963 gerestaureerd onder leiding van: Architect R. Offringa te Groningen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door Aannemingsbedrijf Bultema te Uithuizen. Opzichter is de heer A. Veldman te Ten Post geweest.

Werkzaamheden
De beklamping van de toren zijn weggehaald, evenals twee steunberen die de westtravee hebben gesteund, de vensters in de zuidmuur hebben hun stenen tracering terug gekregen, de lancetvormige vensters in de noordmuur zijn ingekort en alle vensters hebben weer glas-in-lood-ramen gekregen. De oudste toegemetselde vrouweningang heeft men in het zicht gebracht. De oude kap is jammer genoeg vervangen, de trekbalken tussen de zuid- en noordmuur zijn verwijderd, evenals de bijbehorende muurankers. Er voor in de plaats is, op de kerkzolder, een betonconstructie gekomen die de muren bijeen houdt. De romaanse hagioscopen die zich voor de restauratie aftekenen, zijn geopend en de ontdekte gotische lage vensters zijn zichtbaar gemaakt. Binnen zijn de kerkmuren en de gewelven van witkalk ontdaan en het kerkmeubilair hersteld. Op het koor heeft men een zware eiken avondmaalstafel beplaatst en een aantal Oud-Hollandse stoelen met biezen matten. Er is een oliegestookte hetelucht verwarming geïnstalleerd. Voor de restauratie van het orgel ontbreekt het op dat moment aan het nodige geld [1].

Het koor, exterieur. Foto: (c)Jur Kuipers, 2020.Het huidige godshuis bestaat uit vier traveeën met een halfrond gesloten koor, het is gebouwd omstreeks 1250. De rondboogfriezen, casementen, kraalprofielen rond de vensters en de muurvlakverdelingen, zijn typisch voor de laatromaanse bouwkunst of romanogotiek die de provincie Groningen zo bijzonder maakt wat betreft de kerkelijke bouwkunst. De koorsluiting is extra rijk uitgevoerd: vrij zwarelisenen verdelen de ronding in vijf smalle muurvlakken die alle zijn ingevuld met onder de dakrand een rondboogfries of zogenaamde hagioscopen. De functie van de kleine dichtgezette lage spitsboogvensters naast de hagioscopen is niet duidelijk. Bij de restauratie van de kerk in de jaren 1960 - 1963 bleek, dat ze traliewerk hebben bevat.

De volgende travee vanaf het oosten bevat aan de zuidzijde een dichtgezette priesteringang, deze heeft gecorrespondeerd met een voetpad naar de naastgelegen middeleeuwse weem, die helaas in 1953 is afgebroken. De oude rondbogige ingangen in de tweede travee vanaf het westen zijn in de vijftiende eeuw gedicht en vervangen door rijk geprofileerde gotische ingangen, een travee verder naar het westen.

De noordelijke ingang is in de protestantse tijd toegemetseld. Eveneens in de vijftiende eeuw zijn in de zuidmuur grote spitsboogvensters ingebroken. De zware late toren met tentdak is moeilijk te dateren door allerlei ingrijpende verbouwingen, maar zal een eeuw jonger dan de kerk zijn. In 1848 wordt een zadeldak vervangen door een frivole bekroning van twee houten geschilderde achtkanten gedekt door een koepel. In 1868 is het huidige dak aangebracht.

De torenspits wordt gesierd door de bekende weerhaan, op het koor staat een windvaan met het wapen van het geslacht Alberda. Het inwendige van de kerk is meloenvormig overwelfd, een kenmerk van het laatromaans. De ribben komen bijeen in stervormige- en ronde gewelfschotels, die  schilderwerk vertonen uit de begintijd van het gebouw: Christus op het koorgewelf, een centaur op het westelijk gewelf en een griffioen in het tweede gewelf. Een gedeelte van de noordmuur toont romanogotisch schilderwerk in rode steenmotieven, waarin voorheen het gehele interieur moet zijn uitgevoerd geweest. Op verschillende lisenen zijn wijdingskruizen zichtbaar.

Gewelfschilderingen

Gewelfschilderingen in de kerk van Huizinge. Foto: (c)Jur Kuipers.Rondstaven in de absis en rond de oude vrouweningang vertonen eveneens vijftiende-eeuws decoratief schilderwerk. Laatgotisch zijn de figuratieve gewelfschilderingen. Op het koor duidt wellicht de afbeelding van de eenhoorn, het zinnebeeld van Maria, de vroegere plaats aan van het zltaar voor de moeder Gods. In een ander gewelf is een complete voorstelling aangebracht van het Laatste Oordeel met Christus als rechter tronend op de regenboog met de aardschijf als een voetbank voor Zijn voeten. Terzijde zijn afgebeeld de hemel in de vorm van een gotisch huis, het huis met de vele woningen, en de hel als het monster Leviathan. Maria en Johannes de Doper doen voorspraak, terwijl aartsengel Michael de zielen weegt van onder de meer de doden die opstaan uit hun graven. Op het koor herinneren aan de rooms-katholieke periode een vijftiende-eeuws gotisch sacramentshuis waarvoor een venster is gedicht, een piscina en in de vloer een brok altaarplaat met wijdingskruisjes. Twee zandstenen priesterzerken vertonen evangelistensymbolen en duiden met kelken, ampullen en missalen op het ambt van de gestorvenen. Op een van de zerken is de tekst in het Nederduits gesteld.

Het protestantisme vult de kerk na 1594 met stemmig, bruin eiken meubilair: een koorhek met opschriften en in de vleugelstukken Vredeman de Vries-ornamentiek, banken met schelpmotieven en een eiken offerblok uit de zeventiende eeuw.

Schilderijen langs de muur. Foto: (c)Jur Kuipers.Kansel en dooptuin
Uit 1808 dateert de classistische kansel met dooptuin. Matthaeus Wallis vervaardigt hiervoor het houtsnijwerk, waarin vrouwenfiguren de overvloed, waakzaamheid, liefde, hoop en standvastigheid uitbeelden. De kuip is verder versierd met fasces of lictorenbundels en het wapen van het geslacht Alberda.

Het balustradeorgel is in 1825 vervaardigd door Luitjen Jacobs van Dam uit Leeuwarden en verkeert nog geheel in de oorspronkelijke staat. In de kerkvloer zijn grafzerken gelegd van domineesfamilies, de al vermelde priesterzerken en een bijzonder grote en zware steen voor Willem Coenders van Helpen, Heer van Fraam, de voormalige borg te Huizinge.

Op de kansel ligt een Statenbijbel, in 1748 gedrukt bij Nikolaas Goetzee te Groningen. De kerk bezigt verder aan avondmaalsgerei een zilveren beker uit 1660 van Jan Metting en een kopie ervan uit 1905. Een tinnen schenkkan en drie tinnen borden zijn in 1849 gekocht van J. Reinewerf.

De tien schilderijen
Aan de noordmuur van het schip hangen tien schilderijen, in de 13e eeuwse trant vervaardigd door Michael Reynolds. Ze verbeelden de Blijde en Glorieuze Geheimen uit de Rozenkrans.

Toren en klokken
In de toren staat een uurwerk uit 1663. Tevens hangen er twee klokken, waarvan de oudste uit 1452, waarschijnlijk gegoten door de vermaarde Ghert Klinghe, in 1848 wordt gekocht van de Lopster kerkvoogden, deze heeft als opschrift:

ANNO DM MCCC CL II KATERINA BIN ICK GEHETEN S. MARGARETA.

Waarschijnlijk door dit opschrift is vroeger wel aangenomen, dat de kerk aan de heilige Katharine zou zijn gewijd. De andere klok is in 1974 aangekocht en komt uit een roomskatholieke kerk uit Zuid-Holland. Deze klok heeft als opschrift:

Pancratius est nomen meum Juventus dedit me Ego semper voce te AD 1950.

Een van de vroegere klokken heeft het volgende opschrifte gedragen, maar is niet meer aanwezig:

WILHELM CONDERS VAN HELPEN, HEER TOT FRAEM, TOT HUISINGA MET ANNEXE CARSPELEN HEUVELINCK, GOUVERNEUR OP LIEROORT ENDE UNICUS COLATOR TOT HUISINGA, ME FIERI FECIT ANNO DOMINI 1629. MIT GODDES HULPE HADT MICH MEISTER NICOLAS SICMANS G.GOTEN IN GRONIGEN IM JAARE CHRISTI 1629. ISDT GODT MIDT UNS, WER KAN WIDER UNS.

Opmerking: Sedert 1907 niet meer aanwezig. Vermeld: CVO. HMD.
Bron: GDW, blz. 387, nr. [2018].

In de loop der eeuwen zijn er in Huizinge vijf torenklokken geweest.

Grafzerken buiten de kerk
Op het kerkhof liggen grafzerken van dorpelingen, soms voorzien van aansprekende symboliek en grafrijmen. De graven liggen meestal in de richting van het huis of de boerderij van de overledene [2].

De weem van Huizinge

De weem van Huizinge. Hier nog in de volledige toestand.Al eeuwenlang staat er naast de Johannes de Doperkerk te Huizinge de pastorieboerderij of weem. Ooit is het een houten huis geweest waarin onder andere Emo van Huizinge heeft gewoond, die hier rond 1200 pastoor is geweest. De latere abt Emo wordt de stichter van het klooster Bloemhof te Wittewierum en geeft de aanzet tot de bekende kloosterkroniek. Als rond 1200 het bouwen met bakstenen ingang vindt, zal het houten huis na verloop van tijd zijn vervangen door een steenhuis. Later, misschien in de 16e of 17e eeuw, is ook het boerderijgedeelte uit steen opgetrokken.

Het gebouwencomplex zal in de loop der eeuwen een aantal verbouwingen hebben ondergaan, waarvan echter geen aantekening is gehouden noch verslagen van bewaard zijn gebleven. De verbouwingen in de 19e en 20e eeuw daarentegen, zijn geboekstaafd in de kerkkronieken en in een aantal gevallen zijn de bestekken bewaard gebleven.

In 1953 is het middeleeuwse steenhuis helaas afgebroken. Drie predikanten in 19e eeuw die verslag deden van verbouwingen zijn Ds. Hendrik Blankstein, Ds. Johannes Bernardus Snoek en Ds. Menso Alting Mees. G.A. Brongers te Middelstum die de afbraak heeft geprobeerd te verhinderen, heeft opmetingen gedaan en het gebouw beschreven.

De grafzerk van Willem Coenders


Een enorme grafzerk, 1.80 x 3.45 m, herinnert aan Willem Coenders, heer van Fraam en gouverneur van Leerort.
De zerk is zo groot dat men een sleuf in de muur van het koor heeft moeten maken om de zerk in de kerk op de juiste plaats te krijgen.

De tekst op de grafzerk luidt:

DEO IMM. ET POST. S. BELLO PATRIAEQUE ME DEVOVI ANNOS NATUS XVI MOENIA EXPUGNARE LINGAE, GRONINGAE, RHENOBERGAE, SLUSAE ETC. DIDICI DOCUI. OSTENDAM TER SEMESTRE, LIERORTHAM ANNOS XX ET ULTRA FORTITER UT VIGILANTER TUITUS ANNIS, HONORE MERITISQUE SATUR CORPUS HIC FATIGATUM ANIMAM VEGETAM CANDIDAMQUE COELO UNDE ORTA EST REDDIDI. QUI SIM QUAERIS? GUILIELMUS CONDERS AB HELPEN, DOMINUS IN FRAAM ETC. LEGIONIS GRONINGAE ET OM LANDIAE SUBTRIBUNUS, LIERORTHAE GUBERNATOR, NATUS DIE XIV APRILIS MDLXX, DENATUS DIE XI IANUARII MDCXXXIX CUIUS MOESTISSIMA VIDUA NOBILISSIMA MATRONA ELISABETHA ROLTMANS H.M.P.

Wapens:
Rechts: Gevierendeeld: I Coenders [1]; II Van Ewsum [1]; III Schaffer; IV Ripperda.
Links: Gevierendeeld: I Roltmans; II Rengers [2]: III Coninck; IV Van Holdinga. Helmteken: Coenders [1].
Bron: GDW, blz. 388, nr. [2025].

De tekst in het Latijn luidt vertaald:

 

De oorlog en het vaderland hebben beslag op mij gelegd. In mijn 16e levensjaar zijn de vestingen Lingen, Groningen, Rheinsberg, Sluit, enz. ingenomen. Twintig jaar lang heb ik uiterst krachtig en energiek de vesting Leerort bewaakt. Verzadigd van eervolle en verdienstelijke jaren, rust hier het vermoeide lichaam, de krachtige vlekkeloze ziel is aan de hemel teruggegeven, vanwaar zij ook afkomstig was. Ter nagedachtenis aan Willem Coenders van Helpen, heer van Fraam, enz., onderbevelhebber van het leger van Stad en Ommelanden, commandant van Leerort, geboren 14 april 1570, gestorven 11 januari 1639, door de edele weduwe, de vrouweElizabeth Roltmans.

 

In het artikel over de borg Fraam bij Huizinge lees je meer over Willem Coenders. (Het artikel wordt in een nieuw venster/tabblad geopend).

 

Grafzerk van Willem Coenders. Foto: (c)Jur Kuipers.

Grafzerk van Willem Coenders. Foto: (c)Jur Kuipers.

Grafzerk van Willem Coenders. Foto: (c)Jur Kuipers.

 

 

OPMERKINGEN:
1.
Jur Kuipers heeft tientallen foto's van de Sint Janskerk gemaakt. Deze kunnen niet allemaal in dit artikel geplaatst worden. Deze zullen in het fotoalbum op deze website worden geplaats. Dit onderdeel is nog in ontwikkeling.
2. Over de Sint Janskerk staat nog meer artikels op de website. Deze kun je vinden in het menu KERKEN ---> Huizinge.

 

Noten:
1 Gedeeltelijke overname van een artikel door de Protestantse Gemeente Huizinge.
2 Gedeeltelijke overname van een artikel door de Protestantse Gemeente Huizinge.

 

Bronnen:
- Faber, W. & R. Wobbes, "De torenbouw van Huizinge", Groninger Kerken november 1988 (nr. 3-4). pp. 91-95.
- Plas, Harm en Wim Plas, Religieus erfgoed in Groningen, oude kerken in de Ommelanden, Profiel uitgeverij, Bedum, 2008
- Protestantse Gemeente Huizinge
- Boekje van kerk en orgel, viersie 4, deel 1 t/m 3
- Pathuis/Alma, GDW, Groninger Gedenkwaardigheden.

Afkortingen:
- CVO: Beantwoording van de vragen der commissie van onderwijs, 1828. RAG.Pathuis/Alma: GDW, Groninger Gedenkwaardigheden.
- HMD: Aantekeningen van P. H. Meekhoff Doornbosch te Baflo, overleden Groningen 28 juli 1931, uit diens nalatenschap verworven door het Rijksarchief in Groningen, het Groninger Museum en de Provinciale Bibliotheek van Friesland. Bij voortduring onderling verplaatst.
- GDW: Pathuis/Alma, Groninger Gedenkwaardigheden.