Op 30 december 1909 wordt Bastiaan Jan AderOverleden. in Amsterdam geboren. Hij komt in 1938 als beginnend predikant van Amsterdam naar Nieuw Beerta. In de oorlog gaat de familie Ader Joden uit Amsterdam halen en hun onderduik regelen. De pastorie in Nieuw Beerta fungeert als onderduikadres. Op 20 nov. '44 wordt ds. Ader gefusilleerd. Mw. ds. J.A. Ader-AppelsOverleden. heeft over deze oorlogsperiode een uniek boek geschreven: 'Een Groninger pastorie in de storm'. Het werk van haar man in Nieuw Beerta en Drieborg heeft zij altijd willen voortzetten. Zij bouwt in 1947 in Drieborg een nieuwe pastorie en zaal voor het gemeentewerk, waar zij 50 jaar achtereen heeft gewerkt met hart en ziel en vol overgave. Als geloofsgemeenschap hebben de dorpen Nieuw Beerta, Drieborg, maar ook Nieuweschans veel aan haar te danken. Onder meer draagt tot op de dag van vandaag de Ds. Aderstichting substantieel bij aan de kosten van de predikantsplaats, die nog steeds Drieborg als standplaats heeft. Haar boek wordt nog steeds uitgegeven en beleeft regelmatig een herdruk.

 

Mevrouw J.A. Ader -

Herinneringen aan Mevrouw Ader

Mevrouw Ader herinner ik mij met name uit de tweede periode dat ik met mijn ouders in Nieuwe Statenzijl woon, van mei 1957 tot mei 1965. Vanuit Nieuwe Statenzijl ga ik elke dag op de fiets naar de lagere school in Drieborg. Ik kom daar eerst in de vierde klas bij meester Bos en vervolgens in 1958 in de combinatieklas 5 en 6 van (hoofd)meester Brugma, aan wie ik dierbare herinneringen heb overgehouden. Meester Brugma vertrekt in 1959 naar het voortgezet onderwijs als leraar Nederlands naar Winschoten en wordt opgevolgd door (hoofd)meester Hemmes.
Van de vierde klas herinner ik me niet veel meer. Ik weet alleen nog dat ik in die tijd snoepjesverkering heb gehad met een meisje uit de Kroonpolder. Na de middagpauze zorg ik er als eerste voor dat in de klas kom. Ik zit helemaal achteraan en de andere leerlingen moeten achter me langs lopen om binnen te komen. Op het moment dat het bewuste meisje achter me langs loopt, steek ik ongezien mijn hand achteruit en geef ik haar een wortel, die ik voor haar heb bewaard. Tussen de middag eet ik bij een zuster van mijn grootmoeder die op Oudedijk woont en later moet ik soms doorfietsen naar Kostverloren, waar ik bij grootmoeder Biene steevast stamppot appels of stamppot wortels krijg, soms wel vier dagen achter elkaar. Dat is de reden waarom ik het nu niet meer lust ...
In de vijfde klas krijgen we éénmaal per week een uur catechisatie van mevrouw Ader. Daar maak ik voor het eerst kennis met haar. Ik geniet van haar verhalen en ben altijd een van de eersten die de vinger in de lucht steekt als ze een vraag stelt uit de Bijbel. Er ontstaat een bepaalde band met deze vrouw die moeilijk te omschrijven valt, maar ik herinner me nog als de dag van gisteren dat die band wederzijds is. Dat de verhoudingen tussen de hoofdmeesters en mevrouw Ader geheel anders van aard zijn, weet ik me ook nog te herinneren. Vooral die tussen Hemmes en Ader zijn opvallend. Later heb ik pas begrepen, hoe dat zo is gekomen. Het heeft alles te maken met het 'verenigingsgebouw' van mevrouw Ader. Met haar eigenzinnig gedrag probeert ze in die tijd jarenlang van haar gebouw hét 'verenigingsgebouw' voor Drieborg te maken. Dat valt met name bij Hemmes niet goed en het is haar ook nooit echt gelukt. Hemmes vecht in Drieborg voor een meer algemeen dorphuis en werkt niet mee aan de activiteiten van mevrouw Ader; sterker nog hij komt daardoor met haar in aanvaring, omdat zijn plan niet overeenkomt met haar gedachte van één verenigingsgebouw voor Drieborg gebaseerd op haar eigen christelijke gedachte.

 

In de zesde klas van de lagere school gaan de catechisatielessen gewoon verder en als een van de weinige leerlingen geniet ik nog steeds met volle teugen van de vertellingen van mevrouw Ader. Het is ook niet vreemd dat er in de klas niet veel belangstelling is voor de verhalen uit de Bijbel. De bevolking uit de streek is al een tijdje bezig zichzelf te ontkerkelijken, zoals dat in het gehele Oldambt het geval is. Op zondag gaan er nog wel kerkgangers naar de kerk van Nieuw Beerta, maar in het verenigingsgebouw van mevrouw Ader in Drieborg is het meestal opvallend stil. Tegen december komt ze met het idee om een kerstspel op te gaan voeren tijdens de viering van Kerstmis in de kerk van Nieuw Beerta en ik mag voor Jozef spelen. Ik herinner me nog die enorme boom met de spetterkaarsjes voor in de kerk en weet nog precies de tekst die ik moet zeggen: "Kijk Maria..., een ster". Inderdaad dat is alles. Ik heb veel moeite moeten doen om die zin te onthouden....

 

Een opmerkelijke gebeurtenis is er in dat jaar ook. Omdat het voor de zesde klassers het laatste jaar is op de lagere school van Drieborg, krijgen we extra les. Daarvan herinner ik me alleen het vervelende geschiedenisboekje, waarin alleen maar jaartallen en feiten staan. Vol afschuw pak ik telkens dat boekje uit de tas naast de schoolbank. Dan gebeurt, wat er eigenlijk nooit heeft mogen gebeuren. Op die dag loopt mevrouw Ader tussen twee rijen schoolbanken door en op het moment dat ze bij mijn bank komt, valt mijn tas om, precies voor haar voeten. Wat volgt is een erorme schreeuw, een smak ... en daar ligt ze, voorover, languit in het gangpad. Haar jurk vliegt omhoog over haar rug en twee rijen kinderen zien haar grote spierwitte onderbroek met lange pijpen. Ik heb nooit begrepen wat er zich toen in het hoofd van mevrouw Ader heeft afgespeeld. Ze krabbelt snel omhoog en buigt zich over me heen. Wat volgt is een enorme scheldserenade die ik nooit zal vergeten. De woorden herinner ik me niet meer, alleen heeft het een grote indruk om me achter gelaten.
Na de les gebeurt er iets opmerkelijks. Ze loopt naar me toe, legt haar hand om mijn hoofd en vergeeft het me. Net alsof ik het expres heb gedaan. Het mag toch niet waar zijn dat ik word vergeven voor iets waar ik niets aan kon doen? Mijn tas is omgevallen, waarschijnlijk is ze er zelf met een voet achter blijven haken en ik word daarvoor vergeven....?

 

Na de lagere school blijven de contacten met mevrouw Ader bestaan. Eénmaal per week is er bij haar catechisatie in het verenigingsgebouw en er komt ook een heus bestuur dat zo nu en dan bij elkaar komt in de -wat zij noemt- 'heilige' ruimte, namelijk haar bibliotheek. Naar ik me nog herinner zijn we maar met een handjevol jongelui, waaronder Lena Koets, Reina Feiken en haar iets oudere Rita. Ik word 'gebombardeerd' tot voorzitter. Dat clubje is blijven bestaan tot mijn vertrek van Nieuwe Statenzijl naar Heveskesklooster in mei 1965; ik moet dan nog 18 jaar worden.

 

Vanaf de lagere school, tussen mei 1960 tot mei 1964, moet ik tot vier keer toe een operatie ondergaan, ontsnap ik aan de dood door encefalitis, overleef ik het begin van een ziekte die lijkt op kinderverlamming en krijg ik nog andere enge ziektes, maar ondanks de tientallen verzuimdagen doorloop ik, zonder 'zittenblijven', de ULO in Winschoten. Tot 1963 ga ik elke dag op de fiets naar school, 25 km heen, 25 km terug, door weer en wind, zomer en winter, bij regen en sneeuw en nooit ben ik te laat op school gekomen. Eind 1962 overkomt me tijdens Kerstviering in Drieborg de eerste verkering, die negen maanden zal gaan duren, met een meisje dat nooit meer uit mijn gedachten is verdwenen. Volgens kenners is het 'normaal', dat een eerste liefde altijd ergens in een speciaal laatje in je hoofd achterblijft. De vlam slaat over als in het gebouw van mevrouw Ader een meisje voor me zit en onze handen elkaar raken. Ik herken haar nog van de lagere school. We hebben elkaar na die negen maanden nooit weer terug gezien tot de reünie in Drieborg op 15 mei 2010.

 

Ons clubje is al die tijd blijven bestaan en éénmaal hebben we ook iets georganiseerd: een heuse 'beatavond'. Naar ik me herinner is dat in het eerste jaar dat ik naar de kweekschool aan de Engelselaan in Winschoten ga. Het is de tijd van de pop en de beat, de tijd van de Ro-D-ys, bekend geworden door 'Just Fancy' en 'Take Her Home' Ook op school wordt er aan muziek gedaan en leer ik blokfluit spelen. Anderen spelen in een bandje, waarvan ik de naam bedenk. In die jaren is er een groep die 'Dat' heet en zo wordt krijgt dit bandje 'Het' als naam, met Derk Bruintjes op basgitaat en Sam Ossel achter de drum. Ik ben de 'geluidstechnicus'. De anderen herinner ik me niet meer. Ons clubje bedenkt dat de band maar eens moet komen optreden in het verenigingsgebouw van mevrouw Ader. Dat vindt ze goed. Het zaaltje wordt ontdaan van alles wat met de kerk te maken heeft, frisdrank wordt ingeslagen en we hangen her en der posters op. De band installeert zich op het podium met drumstel en de gitaren worden aangesloten op oude radio's. Reina en Lena installeren zich bij de kassa. Kom maar op, jeugd van Drieborg! In plaats van enkele tientallen jongeren blijft het bij ons clubje van vijf en verder komt er niemand....

 

Mevrouw Ader heeft ook connecties in Schotland en heeft daar een tweetal dansende Schotse meisjes ontmoet die ze naar Drieborg haalt. Ze bedenkt dan een lokatie om de meisjes te laten dansen op Schotse klanken: bovenop de dijk te Nieuwe Statenzijl. Er is altijd hoop gebleven, hier zullen wel mensen naar willen komen kijken, maar hoe krijgen we mevrouw Ader in Nieuwe Statenzijl..... Daarop heeft zij het anwoord, achterop de brommer van Harm. Ik herinner het me als de dag van gisteren en voel nog het enorme gevaarte achterop. Mijn voorwiel wipt omhoog, ik geef gas en al slingerend bereiken we ongedeerd Nieuwe Statenzijl waar het grote optreden gaat plaatsvinden op de dijk, naast de sluis. Het is daar druk met ons clubje van vijf ....

 

De pastorie met daarachter het ontmoetingscentrum in Drieborg.
De pastorie en daarachter het ontmoetingscentrum. De foto is gemaakt door Harm Hillinga tijdens de reünie op 15 mei 2010.

 

In mei 1965 verlaten we Nieuwe Statenzijl om plaats te maken voor Heveskesklooster. Een paar maanden later in de 'grote vakantie', krijg ik acht rijlessen van autorijschool De Vries uit Heveskes, doe rijexamen en slaag direct voor de eerste keer, zowel voor het theorie- als het praktijkexamen in Groningen. Mijn ouders kopen een autootje, een Fiat 850, waarmee we éénmaal in de veertien dagen opoe Biene bezoeken die helemaal in Uithuizermeeden in een verzorgingstehuis zit.

De contacten met mevrouw Ader blijven echter bestaan. Het clubje is inmiddels gevallen, maar mevrouw Ader heeft iets nieuws voor me bedacht. Nu er een auto is binnen het gezin Hillinga, kan Harm op zondagmorgen wel naar Drieborg komen om Zondagschool te geven. Dat past wel binnen mijn opleiding en ik heb het, naar ik meen, twee jaar volgehouden.

 

Mevrouw Ader verschijnt vervolgens nog twee keer in mijn leven. Op 17 december 1971 trouw ik in Stedum met mijn Jannie. Mevrouw Ader wil dolgraag het huwelijk kerkelijk inzegenen, maar om de een of andere reden is het er niet van gekomen. 'sAvonds in het Eemshotel komt mevrouw Ader ook feliciteren. Ze heeft er een hele reis voor moeten afleggen van Drieborg naar Delfzijl in haar DAFje. Tja, het is dan toch nog gelukt, ze heeft haar rijbewijs gehaald in een 'automatische DAF'. Op mijn huwelijk kan ze het niet nalaten haar werk te doen. Terwijl iedereen ons één voor één de hand schudt (er zijn bijna driehonderd bezoekers geweest), gaat mevrouw Ader voor ons staan, legt de hand op onze hoofden en zegent ons. Ze heeft daarmee een diepe indruk op ons achtergelaten.

 

De laatste keer dat ik mevrouw Ader zie, is in de zomer van 1994. Na een bezoek aan mijn moeder in Finsterwolde, verneem ik dat het niet meer zo goed met haar gaat en dat ze wordt verzorgd in een verpleeghuis in Winschoten. Jannie en ik besluiten haar daar te gaan bezoeken. Bij binnenkomst worden we door een zuster naar haar toegebracht. Ze slaapt diep, maar wordt wakker gemaakt. Ik probeer contact met haar te krijgen en vraag of ze nog wel weet dat er wel eens kikkers in haar huis en verenigingsgebouw hebben rondgesprongen, afkomstig uit de put in het achterhuis... Mevrouw Ader weet alleen nog te zeggen: 'Kikkers, kikkers, allemaal kikkers.....'. Ze begrijpt duidelijk niet meer waar ik het over heb en is dementerend. Op 31 juli van dat jaar is ze overleden. Ze is 88 jaar oud geworden.

 

 

Het bovenstaande verhaal is nog veel langer, veel uitgebreider, maar dat bewaar ik voor mijn biografie...

 

Meer lezen: Meer lezen over de familie Ader. Het gezin Ader -2-.



Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best foutenvoorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen
...
geef die dan even aan mij
door via mijn E-mail adres.

Hoogeveen, 6 aug. 2011

Verhaal: © Harm Hillinga

Menu Artikelen. HomePage
Top