Afb. boven: Het wapen van Van Griethuusen. De Rhenense tak begint eind 16e eeuw en is van Gereformeerde oorsprong. Het beroep van Schipper maakt het waarschijnlijk dat de herkomst elders aan de grote rivieren gezocht moet worden. Begin 18e eeuw verplaatst deze tak zich naar Wageningen. Later komt er een verspreiding onder andere naar Belgie, Zwitserland en de Verenigde Staten van Noord Amerika voor en komt dit geslacht in hoog maatschappelijk aanzien.

 

 

Anna van Griethuysen hield een dagboekje bij van onderstaande reis en maakte in het schetsboekje waar zij in schreef ook tekeningen van de omgeving. De schetsjes zijn helaas niet gevonden en de onderstaande tekst is enigszins opgemaakt naar de huidige maatstaven. Daarnaast zijn in het verhaal passende oude schrijfwijzen gehandhaafd.




6 Augustus aanvang van het allerheerlijkst uitje naar Godesberg, Ems, Jugenheim en Baden Baden met Pa, Willemine, Oom van Griethuysen en Johanna Luchtmans. De laatste gunde ons echter slechts een paar dagen haar lief gezelschap. Anna van Griethuysen


Maandag 6 augustus

 

Na een hartelijk vaarwel aan Neeltje en Antje en vrouw Loogen ander vriendelijke groeten van en aan buren en vrienden reden Pa, Willemine en ik naar Utrecht. Was het niet wat gewaagd zodat Ds de Ridder ons en zijne woorden uit de bijbel waarschuwend toeriep "Ga in uwe binnenste kamers" en daarbij "gewen u aan ontspanning binnenshuis opdat Ge geen ontspannings buitenshuis najaagt".
We kwamen vroeg genoeg in Utrecht aan waar wij ons in de wachtkamer zeer amuseerden met de handigheid van een jeugdig echtpaar dat om haar kleinen dikken jongen toegerust was met melkflesschen, melk pannetje, spirituslichtje, lepel enz, enz. Bob was heel rustig en zag met vreugde de toebereidselen voor zijn lunch dat hij zich in den trein heerlijk heeft laten smaken. Voorspoedig en prettig reisden wij tot Arnhem maar vandaar tot Elten hadden wij allernaarst reisgezeldschap, een heer en twee dames, dat zich reeds te veel en goed gedaan hadden of nog deden aan sherry of cognac (sigaar). Na de visitatie te Elten raakten wij bevrijd van het opgewonden en weinig beschaafde drietal en stoomden wij prettig voort.

Voorbij het lief gelegen Kleef (met zijne voor mij aangename herinneringen aan tochtjes daarheen met de familie Joosting) Crefeld enz tot Keulen. Welk een drukte, gewoel en gekrioel! Ja nu voelde we dat we op reis waren maar ook dat we ons een weinig versterken moesten voor de verdere tocht.
Maar eerst eens geinformeerd naar het vertrek der trein naar Godesberg. Jawel daar staat hij reeds aber teleurstellend klinkt het ons in den oren dieser Zug halt nicht in Godesberg nur Bonn und Coblentz. We moesten een uurtje wachten en hadden dus alle tijd om wat te gebruiken. Voor wij den wachtkamer binnenstapten werd Willemine vriendelijk begroet door de "Schwester" uit Leeuwarden en wisselde ze nog een groet met een kennis uit Zwolle. Harde broodjes bleken ongenietbaar voor Pa die zich toen concentreerde met een carbonade. Aan het eind van de wachtkamer gezeten amuseerden wij ons met de gaande en komende menigte en ja daar meent Pa wezenlijk in een voorbijtrekkende heer Ds de Ridder te herkennnen. Wel een geruststelling! Ook hij buitte zijn binnenste kamers!! Maar was hij het wel? Er bleef ons nog tijd over om even een blik te werpen op en in den Dom die door Willemine voor het eerst bewonderd werd en toen ging het weder voorwaarts in den Zug nach Godesberg. Al spoedig zochten onze blikken de naderende bergen te ontdekken maar het was niet helder en er viel van tijd tot tijd een malsch buitje.
Maar toch ja daar waren die alte bekannte der Creusberg, Godesberg, Krachtenfels enz enz.

En ja daar klinkt het geroep Godesberg - Godesberg. De trein staat stil en ons oog ziet spoedig tusschen vele andere Oom en Johanna die niettegenstaande onweer en regenbui ons afkomen halen. Na enige hartelijke woorden van verwelkoming, enige vragen en antwoorden heeft der Zug het Bahnhof verlaten en verzoekt Oom ons voor wij het perron verlaten ons even om te draaien. O, welk een heerlijke verrassing! Welk een prachtig gezicht! Het Zevengebergte met het zoo goede bekende Krachtenfels!
Maar wat geleken mij die bergen nu veel hooger dan voor zes jaren toen we ze zagen komende van 't Niederwald van Coblentz, van Kuhkopf enz. Ik kon mijn oogen niet gelooven. Komaan nu naar 't hotel. Dit is gekozen door Oom en Johanna die Donderdags te voor hier zijn aangekomen. Het ligt vlakbij het station het heet Gasthof Blinzler. Daar er beneden op de verdieping waar Oom en Johanna logeerden slechts een achterkamer is met tuinuitzicht prefereren W. en ik een kamer op een verdieping hooger waar alles minder mooi is maar wij een heerlijk kijkje hebben op den Petersberg en de daaronder gelegen Evangelischen Kirche.
Regen verhinderde ons om den avond nog een wandeling te maken; na een gezellig praatje in de vriendelijke eetzaal en na een versterkend souper waren W. en ik blijde naar onze kamer te kunnen gaan om onze vermoeiden leden te kunnen uitstrekken.
Ik dacht zoo heerlijk te zullen ausruhe maar dat was mis. Dat er telkens een lange trein voorbijsnelde die mij in mijn bed deed schudden - dat was het niet dat mij wakker hield maar dat eigenaardige geluid dat mij dadelijk met het schrikbeeld vervulde: een muis, een muis!
Maar de morgen brak aan en zonder dat ik er een vond en gelukkig heb ik later geen hinder meer gehad van mijn (misschien denkbeeldige) muis.


Dinsdag 7 Augustus

 

Dinsdagochtend stapten wij na huisgodstdienst op Oom's kamer, Fruhstuck in de eetzaal en concert op de piano door Johanna ons hotel uit om al was het wat regenachtig een tocht door Godesberg te maken. Wat al prachtige bloemen bewonderden wij voor en aan de villa's en in de rijk aangelegde tuinen! Het weer klaarde op en zoo zaten wij nog een poosje in een heerlijk koepeltje in een van de prachtige tuinen die wij (na Ooms vezoek aan een paar vriendelijk dames) mochten rondwandelen.
Na nog wat verder langs villa's, kaltwasserheilanstalz enz gewandeld te hebben totdat wij weer een heerlijk kijkje kregen op het Zevengebergte, betraden wij de leeskamer van de Wasserheilanstalt waar Oom als vroegere badgast toegang had, rusten wat uit, lazen de Oprechte Haarlemmer en gingen toen moedig hinauf zur Ruins Godesberg. Het was een heerlijke wandeling die beloond werd met prachtig uitzicht op Godesberg, 't Zevengebergte en de ganse Gegend. De meesteres van het hondje Loulou verschafte ons heerlijks, koffie en mooie plaatjes en riep ons een hartelijk weerzien toe toen wij genoodzaakt waren om weer hinalt zu gehen opdat wij op tijd aan table d'hote zouden verschijnen. Het heerlijke eten versterkte ons genoeg om tegen vier uur een tochtje te ondernemen naar Bonn.

Daar aangekomen stapten wij dadelijk in een open landauer met een paar ferme paardjes ervoor en reden naar de Kreusberg waar wij genoten van het prachtige uitzicht op Bonn enz.
Teruggekeerd in Bonn gingen Oom en ik naar het hotel Kleij terwijl Pa, Johanna en Willemine nog de Munstler gingen zien en het monument van Beethoven. Was het uitzicht in de fraaie tuin reeds zeer mooi nog schooner was dit op het nog hooger gelegen plekje "die alte Zolle", een paar huizen van hotel Kleij verwijderd. Daar bevindt zich ook het standbeeld van de grote dichter Arndt. Wat al beweging was er ook op den Rijn! Wat al tal van kleine bootjes, zeilschuitjes, gieken enz. De maan bescheen alles recht lieflijk toe toen wij weer naar het station wandelden. Om negen uur ongeveer waren wij terug in ons hotel te Godesberg zeer voldaan over ons uitstapje.


Woensdag 8 Augustus

 

Een vrolijk zonnetje beschijnt ons heden en doet ons veel goeds verwachten van de toer door het Ahrthal waarheen gedeeltelijk de trein, gedeeltelijk een makkelijke landauer ons voeren zullen. Langs Mehlem en Rolandswerth sporen wij naar Remagen en van daar naar Ahrweiler. Het was al een mooi gedeelte voor 't Ahrthal dat nog doorspoorde met het gezicht op de Landskron en de burcht Neuenahr en zoovele mooie kijkjes in het lieve dal maar veel grootscher en schooner is het gedeelte dat wij na Ahrweiler doorreden langs Bunte Kuh. Recht en vele schoon gelegen dorpjes terwijl de rotsen zich aan beide zijden der schilderachtige kronkelende Ahr hoog verheffen. Het stoutste en meest indrukwekkende van het Ahrthal naderden we bij Altenahr waar we na het passeren van een tunnel arriveerden en waar we begonnen met een te doe aan de table d'hote te Winkler.

In het bizonder genoten we daar van de firelles en van de heerlijke Walposhemer. Daarop beklommen wij de berg die naar het koepeltje van Altenahr voert. O welk een prachtig uitzicht genoten wij daar en hoe groot was onze verrassing toen wij Pa en Oom al was het op het hoogste punt dan toch op een tweede Jager gelegen mooi plekje vonden zoodat ook zij van de hoogte een blik konden werpen op al het schoons wat ons omsingelden. Voor zes jaren zag ik het ook al? Zal ik het na zes jaar weer zien? Bij de afdaling van de berg ontmoette Oom een kennis die wij later nog even spraken toen wij in het hotel Caspar in het Gastenhaus een kopje thee gebruikten. Boven op het Gastenhaus heeft men ook al een mooi gezicht maar men moet dat zien voordat men naar het koepeltje is geweest.
Dat weise Kreuz werd niet door ons bezocht. De opinies over de ligging van dat Kreuz waren verschillend er was er meer dan een maar alle kruizen zijn niet dat weisse Kreuz!

De terugreis was ook zeer aangenaam en groot was mijn vreugde toen ik aan het station Ahrweiler Hem Canacciole zag. Te Remagen ontmoetten wij aan het station Ds de Ridder met vrouw en dochter. Het gaan in een binnenste kamer werd aangehaald en besproken.
Teruggekeerd in Godesberg werd er door ons gesoupeerd en gedomineerd en toen ging het die trappen hinauf zu bette.


Donderdag 9 Augustus

 

Daalde de regen met stroomen neder, maar wij leefden in de hoop dat het 's middags wel op zou klaren en het werd snel goed dat wij daar aan huis gebonden te zijn, tijd om te schrijven naar familie en vrienden. Tegen twaalf uur klaarde het weer op, wij brachten brieven naar de post en bezochten de leeszaal van Klotzanstaltz waar Pa Ds Vliegenthart uit Groningen ontmoette met wiens vrouw Willemine en ik aangenaam kennismaakten terwijl Johanna genoot van het gezelschap van Ds Versteeg.

Na ons mittagessen maakten W. en ik een schetsje van 't kijkje uit de laube en tegen vier uur stapten wij naar 't station vanwaar we naar Rolandseck spoorden. Daar aangekomen richtten wij onze schreden naar hotel Roland door een garten en de Iaube van het hotel Groyen hetgeen aangename herinneringen bij mij opwekte aan de heerlijke daagjes daardoor gebracht voor zes jaren. In de laube van het hotel Roland werd Oom dadelijk overdreven freundlich begrusst door de Hollandsche dame kort en dik grijs en zeventig met wie wij den donderdag vijf minuten in een coupe gezeten hadden! Onder veel uitweidingen vertelde ze dat de fraai met bloemen versierde tafel was aangericht ter ere van eene jarige onder de loges terwijl wij een tochteloos tafeltje uitzochten en genoten van thee en van het heerlijke uitzicht op Donnenwerth, Drachtenfels, Honnef enz. verzamelde zich al de loges om de mooie tafel een allerliefst gezeldschap dames met twee heeren. Wij amuseerden ons zeer met levendige discours en nog meer met al de Duitsche eigen bewegingen want geen seconde ging er voorbij of een, soms twee, drie stonden op, presenteerde enz. Niet direct gezellig! Voor men aan tafel ging had de dikke levendige dame Oom nog eens aangesproken, zijn naam gevraagd en verteld dat zij Juffr Kempers was uit Doesburg. Na een vriendelijk vaarwel nam zij hare plaats als presidente in.

Voor ons werd het tijd om naar Roland te gaan wandelen waar wij de tuin uitwandelden en het pad bestegen dat hinaus leidde. 't Was vuil en glibberig, ja, 't was soms niet om door te komen maar wij gaven de moed niet op. Oom en Johanna besloten evenwel toen wij het tempeltje bereikt hadden en daar reeds fraai uitzicht genoten niet hooger te klimmen maar liever samen af te dalen. Pa, W. en ik stapten lustig hoher immer hoher en waren gansch verzwakt toen wij bij de ruine gekomen door de Bogen, de Drachenfels en het kasteel wat Jager daarnaast als in een lijst gevat, zagen. O het was verrukkelijk mooi! Ook het verdere uitzicht op een ander plekje was heerlijk mooi op de Rijn en het Zevengebergte. Wij strekten onze wandeling niet verder uit naar de nog hooger gelegen Warte of Thurm maar daalden nu weer eerst naar het koepeltje en zoo verder naar beneden. Het laatste gedeelte van den weg was haast niet begaanbaar; onze schoenen waren zwaar van de modder maar toch hadden wij geen spijt dat we de tocht hadden doorgezet terwijl het zulk heerlijk weder was. Langs den Rijn en de aanlegplaats der booten wandelden wij naar het station waar wij Oom en Johanna vonden, genietend van een glaasje Rijnwijn. Te Godesberg teruggekeerd hadden wij nog een gezellig uurtje in de prettige speisesaal en waren wij weemoedig gestemd bij de gedachte dat Johanna haar laatste avond doorbracht te Godesberg vanwaar zij den volgenden dag naar Crefeld terug zou keren.


Vrijdag 10 Augustus

 

Na het gewone ontbijt en de huisgodsdienst vereerden wij de Buchhandlung nog met een bezoek waar Johanna een paar beeldige manchetknoopjes voor ons kocht met de ruine van Godesberg er op. Nog een klein eindje wandelden wij op het wegje naar de Kirchen en toen was het tijd om Johanna naar het station te geleiden. Wij riepen haar een hartelijk adieu toe en een Aufwiederschen. Toen de bergen haar aan ons oog onttrokken hadden, keerden wij terug in ons hotel en besteedden onze tijd met bijschrijven van 't journal en 't afmaken van 't schetsje totdat wij om vier uur naar 't station gingen en naar Mehlem spoorden.

Vandaar uit voeren wij over (per pont) naar Koningswinter en stapten daar aangekomen direct naar het station vanwaar men de Drachenfels opspoort. Oom die den Drachenfels reeds opgespoord had met Johanna voor onze komst ging naar het Berlinerhof terwijl wij verrast, verbaasd, verrukt over het heerlijke uitzicht al hooger en hooger stegen totdat wij aan den restauratie op den Drachenfels aankwamen. Deze baan bestaat nog slechts kort en is zeer kunstig, de locomotief duwt de wagons naar boven of beneden terwijl de kammen van een kamrad onder de wagons aangebracht grijpen in het ijzer tusschen de rails en dus alle gevaar verhoeden. Van de restauratie bewonderden wij het uitzicht bij de naald opgericht ter herinnering aan gesneuvelden en klommen toen nog naar de ruine waar wij evenwel om de hevige tocht niet lang konden blijven. 't Was jammer want overheerlijk mooi was de blik op Rolandseck en Rolandstage Lowen, Ock en Petersberg, Bonn, Godesberg, Keulsche Dom enz. enz.

Teruggekeerd aan de restauratie stond de trein reeds weer klaar om nach unter zu gehen. Wij stapten spoedig in en wat minder mooi als de Auffahrt was de afdaling maar o wat was dat laatste eindje ijzingwekkend door zijne steilte en door de afgronden aan beide zijden van den baan! Oom was zeer verrast ons zoo spoedig de serre van het Berlinerhof te zien binnentrekken. We genoten daar van een schoon uitzicht, thee met koeken, van kachelpolka door een paar meisjes gespeeld op een vleugel en ik zeer tegen mijn zin ook een stukje ten beste gaf spoedde we ons in de pont om om zeven uur uit Mehlem te kunnen vertrekken. Te Godesberg kwamen wij nog vroeg genoeg om nog een heerlijke wandelingetje te maken en hiermede was onze laatste dag in Godesberg voruber.


Zaterdag 11 Augustus

 

Al vroeg stapten wij uit om nog eene wandeling te maken langs de Godesbergsche beek. Het is eene lieve wandeling door het bosch waar het beekje aardig doorheen slingert. Wij wandelden door tot het buiten Marienfurst en beklommen vandaar de Caecilienhohe begroeid met braamstruiken waaraan reeds eenige rijpe bramen waren dus ons lekker maakten. Van de Caecilienhohe haddden wij een mooi kijkje in het Rijndal en toen wij wat uitgerust waren zochten en vonden wij een weg die ons spoedig bij de R.W.H. Anstalt bracht. Oom nam daar afscheid van den docter en W. en ik konden Godesberg niet verlaten zonder nog even de Buchhandlung bezocht te hebben. Ons laatste middagmaal in hotel Blinsler was zeker niet het minste en 't smaakte ons heerlijk. Toen aan 't pakken van de koffer nog even een blik in - een herzlich adieu aan de ons bekende kamers, de speisesaal, de piano en toen die treppen hinab ins freis. De keliner deed ons uitgeleide tot aan het hek en vereerde W. en mij (op mijn verzoek) ieder een schoone witte roos. Gaarne hadden wij nog wat gebleven in het lieve Godesberg maar veel schoons wacht ons. Aan het station genoten wij nog eens het heerlijk uitzicht op het Zevengebergte en toen ging het fort immerfort bis Coblentz.

Heerlijke kijkjes hadden we dikwijls op de bergen langs de Rijn gezeten in een coupe le klasse zonder medepassagiers. Hoe groot was onze verbazing en verrukking toen we te Rolandseck Otto en Betty Moorrees onder de reizigers ontdekten. Te spoedig waren zij ingestapt dan dat wij ze hadden kunnen toeroepen. Te Coblentz spraken wij ze even en hoorden we dat ze die avond spoorden naar Mainz. Aan het 2e bahnhof te Coblentz moesten wij overstappen in de trein Lahnbahn en na een half uurtje hadden wij Ems bereikt.
Pa behoefden niet te vragen of we in 't hotel Godesberg het telegram van Oom ontvangen had. De portier was aan het station en Hem Reitenbucher ontving ons allervriendelijkst terwijl een aantal kellners met ober kellner aan het hoofd nieuwsgierig stonden te kijken wij toch arriveeren zouden?

De kamers die voor ons opengehouden waren, waren wel wat hoog (het kon niet anders) maar prachtig gelegen door heerlijk uitzicht op Ems, Schweitzerhaus, Mooshutte enz. W. en ik mochten kiezen en kozen de kamer waar wij behalve het uitzicht op de bergen ook de drukte en de lichtjes van Ems zouden kunnen genieten. Na ons wat opgefrischt te hebben wandelden wij door het tooverachtig schoone Ems naar het Kurhaus langs de winkeltjes, gebruikten wat in de restauratie van het Kurhaus en keerden terug naar ons hotel, verrukt over zooveel schoons. Im Speizesaal lieten wij ons ons souper goed smaken en aan nog een blik geworpen te hebben door ons raam op Schweitzerhaus en op al het licht in Ems wierpen wij ons in Morpheus armen.


Zondag 12 Augustus

 

De muziek van het Kur Orchester (dir Langenbach) reeds om zeven uur met choral aangevangen werd Oom geheel door W. en ik gedeeltelijk aangehoord door ons allen zeer bewonderd. Oom dronk am Kraenchen. Wat al gekrioel van menschen om ons heen. Na afloop der muziek wandelden we langs een kleine omweg naar ons hotel terug waar wij hoorden dat Pa er ook op uit was. W. en ik vonden Pa spoedig en na gezamenlijk ontbeten te hebben reden wij naar de kerk waar wij de Hem Pastor hoorden preeken over de redevoering van Paulus te Athene. Na de kerk wandelden wij naar het Schweitzerhaus waar we onder het genot van heerlijk uitzicht op de Ems en de bergen daarachter wat uitrusten.
Toen daalden we af langs het Engelse kerkje en verzamelden ons met een 80 andere personen aan de table d'hote in ons hotel. Oom met mij voorop en Pa achter ons met Willemine. Wat smaakte alles verrukkelijk! Keurig. En was allerheerlijkst niet het minst het fijne Eis! Na table d'hote begaven we ons aan de muziek die om vier uur begon. Alle banken vonden we reeds bezet. Oom vond zo nu en dan een plaatsje om wat uit te rusten terwijl wij wat rondwandelden. De muziek was prachtig en het speet ons toen het laatste nummer was afgespeeld.

Wij wandelden toen naar eene restauratie wat hoog gelegen bij het Engelse kerkje. Daar gebruikten we een heerlijke kopje thee met dure kuchen. Opeens hoorden wij een heerlijk schoon gezang en daar wij begrepen dat dit uit het Engelse kerkje moest komen besloten W. en ik om er samen eens heen te gaan. De portier ontsloot ons de deur en daar stonden wij temidden van een twintigtal heeren en dames die beeldig zongen.
Een vriendelijk meisje gaf ons een boekje zoodat wij ook ziende konden zingen. Het waren schoone woorden en een mooie wijs. Het speet ons toen het gezang uit was want door het gebrabbel van den preacher onverstaanbaar was raakte nu den plechtige indruk verloren voor ons en waren wij blijde toen wij na het binnenkomen van een paar dames den moed hadden om weg te sluipen en onze heeren weer op te zoeken. We zaten nog een poosje recht prettig aan de restauratie waar veel passage was, haalden in 't hotel onze doeken af en zochten toen goede plaatsjes op de banken om naar de prachtige muziek te luisteren. Het was een heerlijke avond, de maan scheen prachtig en de muziek was heerlijk mooi. Zeer amuseerde ons bij het spelen van de Reveil des Lion een kleine jongen die voor ons gezeten was en die op de rug van zijn vriendje met zijn kleine vuistjes de muziek accompagneerde.

Bij onze terugwandeling naar het hotel hadden wij op de brug een heerlijk kijkje: aan de eene zijde de talrijke lichtjes, aan de andere zijde het gebergte met de maar erboven en tusschen beide in de de rustige stroomende Lahn.


Maandag 13 Augustus

 

Voor ons ontbijt genoten wij weer van de prachtige muziek terwijl Oom daarbij zich nog verkwikte door het drinken van een glas water am Kraenchen (Soms kochten wij van de beeldige rozen die tamelijk goedkoop te krijgen waren). De directeur van 't Kur Orchester Langenbach met zijn flinke voorkomen en grijze baard deed ons dikwijls denken aan Neef uit Terwolde. Na afloop van de muziek werd hij altijd heel aardig door zijne vrouw en een ingespannen hondje afgehaald.
Al spoedig na ons ontbijt in 't hotel stapten wij naar het station om per spoor naar Nassau te gaan. Blijde was ik het Lahnthal weer eens weer te zien waar ik vroeger zulke aangename dagen doorbracht.
Te Nassau annonceerden wij aan het hotel Nassau onze komst aan de table d'hote en bestegen toen per ezel den berg die voert naar de burcht van Nassau.

Willemine reed met Carolienchen en ik met Lieschen. Mijn fuhrer was een alleraardigste Sutzbacher jongen die zeer gehecht scheen aan zijn Lieschen. Wij bewonderden even het monument v. Stern halverwege den berg gelegen en bij de ruine aangekomen namen we afscheid van onze lieve C. en Lieschen en genoten we van het gezicht op Nassau en zijn heerlijke omgeving. W. en ik maakten er een schetsje van en na een hartelijk adieu aan het mooie plekje daalden we den berg weer af die ons nog menig mooi kijkje gaf ook naar de andere zijde aan den berg in lief gelegen dalen. Het eten in het hotel Nassau was Duitsch en weinig smakelijk. De bediening stond ons ook weinig aan maar is men niet verwend als men van het hotel Gutenberg komt?
Wij genoten in de Laube nog van mooi uitzicht en wandelden daarna naar Nassau over de brug vanwaar mijn Sutzbacher fuhrer ons nog een Gute Reise wunschte. Het huis van Stein werd bezichtigd en W. genoot zeer van de muiltjes die wij ter ere van de mooie vloer en Steins kamer aan moesten trekken. Het was een warme wandeling die wij nog ondernamen naar een plekje voorbij het badhuis vanwaar men mooi uitzicht heeft op de burcht van Nassau, het monument van Stein en den spoorbrug doch het was lohnend.

Warm en snel rusten wij wat op een geimproviseerd bankje en toen immer langsam naar het hotel Muller tegenover het station waar wij weinig uitzicht maar heerlijk thee genoten in den laube. Van het station werpen wij de burcht van Nassau nog een groet toe en toen ging het weer door de heerlijke bergen en langs die kronkelende Lahn naar Ems waar wij s'avonds weer prachtige muziek hoorden en bij al het licht bovendien nog beschenen werden door het lieve maantje.


Dinsdag 14 Augustus

 

Al vroeg hoorden we de muziek van het Kur Orchester ontbeten in den laube bij ons hotel en gebruikten de ochtend voor aanteekeningen, schetsjes maken, schrijven enz afgewisseld door een praatje en door het eten van heerlijke druiven. Het was een geducht warme dag daarom gingen we vroeg naar de muziek waar we heerlijk plaatsen kregen en mooie stukken hoorden.
Na de laatste toonen te hebben hooren uitsterven richtten we onze schreden naar de
Grabenstrasse waar de portier ons wachtte met onze mantel en een gemakkelijk open rijtuig.
Ik kocht nog gauw wat druiven en toen ging het naar het schone uitzicht te Kernmenau.

Wat een steile maar mooie weg! De koetsier liep naast de paarden. Dikwijls hadden wij mooie uitzichten en wij gingen door zulke mooie hooge dennebosschen dat Pa en Oom zeide: Dat doet aan 't Schwartzwald denken! Boven op de berg gekomen hadden wij een heerlijk vergezicht dat evenwel niet onbekend was. De Rijn tusschen Coblentz en Neuried, de Kasthauserhohe, gebergte van Mainz tot Worms enz enz zijn daar zichtbaar maar ik kan niet zeggen dat ik dat al eens gezien heb. Ook de terugrit langs der Silberhutte was overschoon en vroeg genoeg waren wij teruggekeerd in Ems om nog menig mooi stuk te hooren uitvoeren door het Kur Orchester.


Woensdag 15 Augustus

 

Woensdagochtend hoorden wij allen het choral en nog een enkel stuk samen zum Abschied en kochten W. en ik lijstjes bij de aardige Tyroler en bij de slimme Tyrolerin. Of was het geen bewijs van haar slimheid toen zij zoo grappig zeide "mein Bruder ist Kaffee trinken".
Graag hadden wij nog wat langer vertoefd in het bekoorlijke Ems maar nu kwam Jugenheim aan de beurt dus vaarwel schoon Lahndal met al uw liefs en mooie kamers in wier raam W. en ik menig aangenaam oogenblikje hebben doorgebracht genietende van het verschillende uitzicht dat zij ons aanboodt Vaarwel! Auf Wiedersehen? Dat willen wij hopen.

Nu spoorden wij het Lahndal uit naar Coblentz wierpen een blik op het schoon gelegen nette Stolzenfels en stapten beim bahnhof in de trein die ons mede zou voeren naar Mainz, Geniet men per stoomboot meer van alles wat de beide oevers van den Rijn te aanschouwen geeft toch konden wij uit den wagon die gelukkig geen andere reizigers bevatte veel schoons bewonderen. Zoo ging het langs Boppard, klooster Bornhofen, St Gohr, die Lorelei, Oberwesel, de Pfalz midden in de Rijn, Bacherach, de Mauseturm, Bingerbruck, naar Bingen.
Hoe kwamen mij de heerlijke dagen daar eens doorgebracht in herinnering toen ik het Nieder wald weer zag nu prijkend met het schoone Denkmal! Lang konden wij dat nog zien nadat wij Rudesheim reeds gepasseerd waren en nu de Gegend niet zoo schoon meer is en wij verder van de Rijn verwijderd waren. Na Gaulsheim, Niederingelheim, Heidesheim, Budenheim en Mombach komen wij te Mainz waar wij in het station wat warm eten gebruikte en wachten tot de trein vertrekt die ons van Mainz langs Gustavsburg, Bischofsheim, Nauheim, Grossgerau en Weiterstadt naar Darmstadt brengt. Van Darmstadt kwamen wij na een kwartier sporen te Bickenbach aan. Uitlokkende omnibussen (open en met grijze gordijntjes sierlijk opgenomen) vielen ons dadelijk bij het station in 't oog.

Het hotel zur Post was Oom gerecommandeerd. Dus lieten wij de omnibus zum goldenen Krone vooruitgaan en stapten in die van Herr Loos. Een lieve weg die ons uitzicht boodt op de Heiligenberg achter Jugenheim, den Felsbergen, den Melibocus, voerden ons door het dorpje Bickenbach naar Jugenheim waar wij te half vijf ongeveer aankwamen. Herr Loos wist haast geen raad toe hij nog vier gasten zag naderen want zijn hotel was vol. Eindelijk werd het toch zoo geschikt dat wij drie kamertjes kregen in privaat logies boven de post vlak bij het hotel. Wij deden daarop een heerlijke wandeling naar den Heiligenberg zagen en bewonderden het uitzicht op den berg vooral op het terras (zie het schetsje) van het gouden kruis de Seufserallee, het nonnenbruchen en de ruine van het klooster in een en al bewondering daalden wij weer af naar Jugenheim langs de lief gelegen watermolentjes. De verlichting met lampen met groene en rode kappen amuseerde ons zeer.
Aardig troffen wij het dat in den tuin tegenover het hotel bengaals vuur werd afgestoken. Hotel met alles wat er bij behoort viel erg op bij Gutenbergs hotel maar toen wij wat gewend waren aan wat ons eerst vreemd en belachelijk scheen werden wij zeer ingenomen met onzen dikken Herr Loos die ons nog plaatjes van het interessante Felsenmeer zien.


Donderdag 16 Augustus

 

Regen daalt lieflijk neer. Wij zijn dus genoodzaakt thuis te blijven; er wordt druk door ons gepend en geteekend en ik span al mijn krachten in om Johanna's rijm met rijm te beantwoorden. Toen tegen elf uur de lucht wat opklaarde werd er besloten nog een wandelingetje te ondememen, De Alexanderhohe was hooger dan we gedacht hadden; het was een mooie wandeling maar we waren blijde toen wij de hoogte bereikt hadden en mooi uitzicht genoten. 't Dalen ging gemakkelijk en al waren de meeste gasten reeds gezeten aan de table d'hote toch hoorden wij nog niet tot de laatsten die aankwamen. Oom ontmoette kennissen; en uit de verte kregen wij een groet van de kennissen die Oom reeds gemaakt had en die niet zeer in onze smaak vielen. Toch was het recht vriendelijk van den ouden heer H. dat hij Oom hielp aan druppeltjes tegen het hoesten. Na afloop van table d'hote kwam het rijtuig voor dat ons naar Felsberg en Felsenmeer zou brengen. Gelukkig een flinke landauer want al spoedig begon het te regenen en moest het rijtuig dus gesloten worden. Wir konnen es riskiren zei Herr Loos toen wij uitgingen; heel voorzichtig!

Het was een mooie weg door het Balkhauser thal en vervolgens de berg op. Veel genoten wij, al zou het genot zeker grooter zijn geweest indien het niet geregend had. Hoe zagen wij den bergen rooken! een vreemd en daarom ook interessant gezicht. Toen wij den top van den hoogen berg bereikt hadden verkwikten wij ons in het aardige hotel van de vriendelijk heer Haberkorn aan een kopje thee en hoger toen met onzen koetsier tot fuhrer naar het Felsenmeer!
Daar het tusschen en onder geboomte doorging terwijl wij den berg wat afdaalden hinderde de regen ons weinig. Hoe stonden wij verbaasd bij het zien van de ontzettende steen of rotsstukken voor wij het eigelijke Felsenmeer naderden. Hoe bewonderden wij das altarstuck den riese Laube van 20 meter lang.
Maar grootscher en indrukwekkender nog is de ontzagelijke massa felsen die op en over elkaar gedrongen als gestuit in hun vaart in een sterk open plek in het bosch.
Men noemt dit het Felsenmeer maar gelijk in ons reisboekje Mijer staat: het doet denken aan een Elephanten heerde. Over de felsen kan men afdalen naar het dorpje Reichenbach maar daar zagen we te veel tegen op. Zeker maakt het Felsenmeer van een lager plek gezien een niet minder ja nog grootscher indruk. Nadat wij allen nog een der rotsen beklommen hadden die vrij glad waren door de regen, keerden wij naar het hotel terug. Het uitgestrekte vergezicht dat men van daar hebben kan konden wij niet in al zijn pracht genieten daar het terwijl de regen nog altijd bleef nederdalen wat nevelachtig was.

Nadat Willernine en ik ook nog een kijkje genomen hadden bij het Forsthaus werd het tijd om de terugtocht aan te nemen. Zeer voldaan over de prachtige toer keerden wij in ons hotel terug vanwaar de gekleurde lampekappen ons reeds in de verte toeschenen. Het was evenwel voor ons wat koel om buiten te zitten waarom wij een plaatsje zochten en vonden in de speizesaal. Na een spelletje domino en ons souper zochten wij onze kamers op waar vriend Morpheus spoedig tot ons kwam.


Vrijdag 17 Augustus

 

De beweging in de populieren klonken bij ons raam, door ons reeds weer voor regen gehouden, deed ons het luik verwijderen om te zien welk weer het mocht zijn. Gelukkig goed mooi weer! Spoedig ontbeten we en na eenige plaatjes van Herr Loos gekocht te hebben, trokken wie met pak en zak in de omnibus vanwaar uit wij op weg naar station Birkenbach een heerlijk uitzicht hadden op de Heiligenberg en het hooge gebergte erachter.
De bach waarin de ganzen lustig plasten en waggelden reden wij het dorpje Birkenbach door. Van Birkenbach voerde de trein ons langs de heeflijk mooie Bergstrasse naar Heidelberg. Een brikje met een paar vlugge hitjes bracht ons spoedig door de stad langs het slot naar het hooggelegen Hotel Castie waar wij vroeg genoeg aankwamen om nog even voor table d'hote een kijkje te gaan nemen bij het slot. Wij daalden af en genoten op het terras bij het slot van het uitzicht op de stad Heidelberg en de Neckar, wandelden nog langs de restauratie, zagen nog een gedeelte van het oude slot en keerden toen naar het hotel terug.

In het prachtige hotel dineerden we heel smakelijk en zaten daarna nog een poosje op het terras van het hotel vanwaar men prachtig uitzicht heeft op het oude slot, op Heidelberg, de Neckar en in de verre verre verte. Willemine en ik namen er een schetsje van. De treurige resultaten van mijn wanhopig pogen vindt men in dit boekje. Nadat een kostbaar document van mij over de balustrade in de diepte gevallen en door Pa gehaald was nadat ons handgepack aan de zorg van den onmibus conducteur was aanbevolen, riepen wij het schoone plekje een hartelijk vaarwel toe en richtten onze schreden langs het slot naar Heidelberg.
Zeer bewonderden wij het slot dat op sommige plaatsen zeer mooi is, op andere geheel ruine en daardoor zeer schilderachtig. Na nog mooie kijkjes gehad te hebben vanuit de koepeltjes aan de voorzijde van het slot daalden wij langzaam naar de stad af en bereikten juist in tijd het station om aan een kop thee nog onze dorst te lesschen voor de trein arriveerde. Zeer beklaagden we bij het slot een heertje, dat slachtoffer van een fuhrer door dien fuhrer werd afgedraafd. Ik betwijfel of hij veel gezien en genoten heeft al heeft de fuhrer hem zeker bij al het merkwaardige gebracht.

Twee bouquetjes bij het ongelukkige dwergje aan het station gekocht namen we mede als souvenier aan dezen dag en toen stoomden wij eilig naar Baden Baden waar wij s'avonds om half negen arriveerden. Wij genoten op deze spoorreis zeer van de heldere maneschijn die ons toen wij Baden naderden zelfs de Merkurberg deed zien. Verbaasd waren wij over het hotel Hollande geen onmibus maar wel een vigelante of dergelijks kastje aan 't station te vinden. Later merkten we dat er een ontzettende omnibus is voor alle hotels. In het Hollandischehof werden wij door eenige akelige keliners opgewacht want Oom had onze komst gemeld. Wij kregen beneden prettige kamers bewonderden de prachtige speisezaal en verkwikten ons na ons souper aan de rusts der slaaps.


Zaterdag 18 Augustus

 

Oom was de eenige die 's ochtends van de muziek van Kurhaus genoot en zich daar een glaasje melk liet melken in de Milchanstalt. Onder ons ontbijt, waarbij heerlijke honing genoten werd ontdekten we in het fremdenblatt dat Otto en Betty Moorrees in het Lahringergeschaft te Baden Baden gelogeerd zijn. Daarop na een kijkje in de beeldig mooie leeszaal en in den tuin wordt een wandeling naar het L.Hof ondernomen. En passent bewonderden we even het Conversationshaus met het groote terrein daarvoor en de prachtige muziektent, de Frankhalle met de fraaie schilderijen naar Sage uit het Schwarrewald en toen wandelden we langs de promenade met de beek in de diepte, rechts villa's en hotels, links bosch tegen den berg aanlegen en waterval, naar het Lahringerhof.

Daar aangekomen hoorden we dat Neef Otto en Betty den geheele dag uitwaren naar Allerheiligen. Oom liet zijn kaartje achter en kreeg voor hem en ons permissie om door den fraai aangelegde en schoon tegen de berg gelegen tuin te wandelen en van het hekje gebruik te maken dat eigenlijk alleen loges ten dienste staat om de stad te coupeeren als men den berg naar het Alte Schloss beklimen wil. Tegenover het hekje herkon Oom het huis waar hij met Tante en met Maria Moorrees voor 30 jaren eenige tijd en pension had doorgebracht. Bij nader informatie bleek dat de bewoners van die tijd vertrokken waren en dat er nu niets open was al stond er voor het raam Zimmer zu vermieten.

Wij konden ons voorstellen dat Oom daar een prettige tijd had doorgebracht want de hooggelegen kamers gaven heerlijk uitzicht op Baden, de Grieksche tempel, enz. na nog een eindje doorgewandeld te zijn zagen we een mooie tuin waarin een fontein bizonder hoog sprong. Het hek stond open en terwijl wij nog aan het delibreren waren of men al of niet binnen zou mogen gaan, naderde iemand die ons zeide dat dit de tuin van het nieuwe slot was waar ieder toegang had. Daar het toch te laat was om naar het Alte Schloss te wandelen voor table d'hote gingen wij de tuin in en genoten daar zeer van beeldig uitzicht op Baden Baden, de Lichtenthaler Allee en de bergen daarachter en langs van ons gelegen de fontein en beeldige bloemen werden door ons bewonderd en na nog wat gerust te hebben daalde wij weer af naar de stad en naar ons hotel. Na table d'hote lazen we de courant in de leeszaal en maakten ons toen gereed voor de tocht naar het Alte Schloss waarbij spoedig een open landauer voorkwam. Genoten wij al veel op de rit langs den mooie weg die hoe hooger wij kwamen de schooner uitzicht opleverde, grooter was nog onze verrukking toen we de schoone ruine zagen en toen we boven het uitzicht bewonderden op Baden, de bergen aan 't Schwarzwald en de Rheingau. Jammer dat we tevergeefs luisterden naar de aeolusharpen, het was te weinig wind, Schade, Schade!

Na een ontmoeting met Ds Visser die Oom kon en die ons eene wandeling aanraadde langs de naar Ebenburgstein (die ons wat moeilijk en ver voorkwam) richtten wij onze schreden naar de restauratie. Daarbij passeerden wij een alleraardigst houtwinkeltje en wij konden de verzoeking niet weerstaan om er eenige inkoopen te doen. Het duurde lang eer W. en ik afscheid konden nemen van het aardige koopvrouwtje; toen zochten en vonden we de heeren in de restauratie met wie wij toen belast met onze nieuwe eigendommen naar het rijtuig wandelden dat ons bergafwaarts naar Eberburgstein brachten en langs Eberburgsteinschloss langs een beeldig kijkje in het Murgthal, langs Teufelskanzel en de Hischalter naar Baden Baden.
Daar kwamen wij vroeg genoeg aan om het concert te gaan hooren bij het Kurhaus. Er werden kaarten genomen en toen betraden wij het verlichte terrein, wandelden langs de mooie winkeltjes en hoorden hoe langer hoe duidelijker de schoone toonen van de muziek van het Bader strijkorkest. Tal van menschen waren gezeten op de gemakkelijke stoeltjes en niet minder groot was het getal van heen en weer drentelenden en van hen die het Kurhaus ingingen om het Reunion bal bij te wonen dat om 9 uur zou aanvangen. Daar er juist een stuk uit was wilden we eens een poging wagen om ook een blik te werpen in het Kurhaus.

Op weg erheen ontmoette Oom mevrouw Ringeling uit Zutfen en na een praatje wandelden we de Kursaal in, een ruime mooie zaal met prachtige causeuses. Van daar stapten we door naar de leeszaal en daar was het - mondje dicht. Aan alle kanten stond met groote letters Silence Stille. Wat viel het ons moeilijk om ganz stille zu sein toen wij door de tegenovergestelde deur Otto en Betty Moorrees de leeszaal zagen binnentreden. Al lachende begroetten we elkander met een stille, stille reikten wij elkaar de hand in het vreemde land!

Teruggekeerd in de Kurzaal hadden wij elkaar veel te vertellen en te vragen en daarop trachtten wij een kijkje te gaan nemen in de balzaal niet evenwel om er binnen te treden want daarvoor moest men ballanzug hebben. Aan de kleedkamer genaderd zagen wij vele sollicitanten voor de balzaal wier Anzug geinspecteerd moest worden door twee portiers die deftig de deur van de balzaal bewaakten. Op hun Anzug dat bestond uit roode broek, blauwe buis, geele kousen, wit vest (alles zijde) viel wezenlijk niets aan te merken. Voor sommige sollicitanten werd de deur wijd geopend en dan maakten W. en ik dat we er bij waren om even te genieten van het prachtige schouwspel in de balzaal. Bij de eerste maal zagen wij niets dan verblindend licht en blinkende vloer, schitterende stoelen en pof ging de deur. Een ander maal ontdekten we een prachtig hoog perk met rose, maar ach hoe teleurgesteld keken zij die zich aanmeldden voor het Reunionbal en wier Anzug niet toereikend was naar het oordeel der portiers. Sommigen gingen dan met trage schreden de kleedkamer uit, anderen wisten door het uittrekken van mantels en het aanbrengen van een sierlijk bouquetje bij eene tweede inspectie de deur goedkeurend voor zich te zien openen, curieus!


Zondag 19 Augustus

 

Wij stonden vroeg op om volgens afspraak bij de muziek Neef Otto en Betty nog te ontmoeten voor hun vertrek naar Frankfort, zij waren er reeds voor ons en hadden reeds een glaasje melk gebruikt: tezamen luisterden we naar de muziek die W. en mij minder mooi voorkwam dan die te Ems en vertelden elkaar nog elkaar veel van de reis waarbij Betty een alleraardigst portret liet zien van haar en N. Otto dat gemaakt was bij de ruine van Baden Baden het Altschloss. Oom was die dag wat aan de late kant tot onze groote verbazing. De muziek was reeds gedaan toen wij Oom zagen naderen met wie wij allen naar de aardige Milchanstalt trokken daar genoten van heerlijke melk en gezellig samen nog een kwartiertje doorgebrachten. Toen zeiden we elkander vaarwel lebewohl adieu auf wiedersehen.
Teruggekeerd in ons hotel lieten wij ons het brood met de heerlijke honing goed smaken en richtten toen onze schreden kerkwaarts. De groote Evangelische kirche was zeer goed bezet, de Herr Pfarrer preekte mooi en duidelijk en de zang met de begeleiding van mooi orgelspel was zeer schoon. Na de kerk gingen wij in Lahringerhof onze komst aan de table d'hote annonceeren, wandelden daarna om en bij het Kurhaus o.a. naar het hooggelegen bankje vanwaar men een heerlijk uitzicht heeft op het Alte Schloss en op Baden en ontdekten iets hooger een beeldige vijver voor de villa Lolms. Wat had ik daar graag een schetsje van genomen! Na nog een poosje in de leeszaal te hebben doorgebracht werd het tijd om te gaan speizen en zoo togen wij door de promenade naar Lahringerhof.

Wat een menschen aan de table d'hote! Het eten was er goed en tot Willemine's onuitsprekelijke vreugde kregen we ijs! Na nog een oogenblik in de heerlijke tuin gezeten te hebebn wandelden we naar het Kurhaus waar wij mooie muziek hoorden. Terwijl Oom bij de kennissen Ringeling een poosje ging praten, namen Pa W. en ik een kijkje van de mooie zalen in marmer van het Curhaus. Vooral de rozenzaal en de balzaal waren prachtig en zullen bij avond zeker nog veel fraaier zijn.
Tegen vier uur keerden we in ons hotel terug om daar in een prettige landauer te stappen met een paar flinke paardjes ervoor.
We reden door de mooie Lichtenthaler Allee die vol wandelaars was en sloegen daar af naar de Ceacilienhohe vanwaar wij een schoon uitzicht genoten op Baden en Lichtenthal. Van de Caecilienhohe daalden wij af naar Lichtenthal passeerden het klooster en reden toen naar de waterval van Geroldsau. De weg er heen is beeldig mooi, dan stijgen, dan dalen en voert steeds langs het schilderachtige beekje dat door de waterval gevormd wordt. Bij de waterval aangekomen verlieten wij ons rijtuig daalden de trapjes af en stonden al spoedig op het bruggetje waar wij vol bewondering waren over schoone natuurtafereel dat wij aanschouwden. De waterval is niet hoog evenmin zeer breed doch met de omgeving vormt ze een bekoorlijk geheel. Op een ander plekje wat hooger gelegen heeft men een niet minder mooi kijkje op de waterval en ziet men hoe den beek uit het bosch komt door de rotsachtige bodem verschillende watervalletjes vormt boven de eigenlijke waterval.
Wij verkwikten ons op een aardig plekje bij den eenvoudige restauratie (waarbij een interessante dierenverzameling) aan pruimen, dat is te zeggen W. en ik, de heeren smulden van thee. W. en ik plukten daarop wat varens die den volgende dag dienst moesten doen en toen werd de terugtocht ondernomen die niet minder mooi was dan de heenreis.

Teruggekeerd in 't Hollandericherhof hadden wij nog een rustig half uurtje en toen gingen we naar het doppelt concert dat bij het Curhaus gegeven werd en waarbij het geheele terrein schitterend verlicht was.
O wat een pracht! al die verschillend gekleurde lichtjes op het gazon de beleuchtende chinese planten en bloemen en perken - de illuminatie langs en voor het Curhaus! 't was oogverblindend en wij waanden ons in een tooversprookje. Duizenden menschen bewogen zich op het terrein en genoten dan van de muziek van het Bader strijkorkest, dan van de muziek (blaasinstrumenten) in de andere tent ten gehooren gebracht. Verscheidene nummers werden door ons gehoord en van verschillende kanten namen we een kijkje op het schoon verlichte terrein totdat we moede van licht, muziek en drentelen onze schreden huiswaarts richtten. Morgen vroeg op want Oom is jarig wij zullen een putztisch maken en hebben nog geen bloemen, o wee!


Maandag 20 Augustus

 

We waren helaas niet vroeg op en hadden een treurig ongeluk bij het maken van den tisch. Toen wij namelijk in onze straat een vrouwtje met bloemen ontdekt hadden riepen wij haar aan het raam en lieten haar ons een bouquetje maken en wat losse bloemen geven waarmede wij de putztisch (die wij samengesteld hadden uit een tafeltje bedekt met handdoeken waarop wij varens gezaaid hadden) versierden. Bij het betalen stootte ik ongelukkig aan het handdoekrekje waar het cadeau voor Oom op lag en dat toen o schrik, o smart in een kom met water viel. Eerst uitbundig gelach dat evenwel spoedig plaats maakte voor schrik, angst, ja wat niet al. Willemine greep het beeldige boekje spoedig uit den oceaan ontpakte het maar al grooter werd schrik en smart toen wij al droogende en vegende ontdekten dat de bandjes waarmede de verschillende plaatjes zaarngebonden waren loslieten en dat het beeldige bandje prijkte met een groote vlek.

Wat te doen!? Daar bedachten we dat vlak bij ons hotel de boekwinkel was waar het album eigenlijk thuis hoorde en zoo besloten we na rijp beraad dat Willemine een andere zou gaan halen. Maar o wee.. we hadden geen geld!! Tik, tik... Pa.... Pa... geen gehoor! Gelukkig de heeren zijn nog in Morpheus armen! Maar hoe komen we dan aan geld? Daar ontdekt W. in het achterste hoekje van haar portemonnai nog een goudstukje en wip was ze de deur uit. Ik keek haar na door het groote raam en zag haar de winkel binnenstappen juist toen Pa rinkelden aan den deur en zeide: Kunnen jullie mee gaan naar de muziek.
Ik fluisterde Pa zoowat van het treurige ongeval in het sleutelgat en raadde Pa om maar alleen met Oom naar de muziek te gaan. Wij zouden dan zorgen voor een ontvangst den jarige waardig. De heeren stapten uit juist toen W. terugkeerde met haar nieuwe schat. Dat was een rust. Spoedig werd toen de kamer der heeren wat netjes gemaakt, den putztisch er in geplaatst en zoo wachtten wij de heeren af.

Met hartelijken gelukwenschen ontvingen wij den jarige beste Oom die zeer ingenomen was met den putztisch met het bouquetje en met het cadeau van de broers, zusters en enkele neven en nichten. Nadat Oom nog een paar brieven gelezen had die juist gekomen waren gingen wij ontbijten. Na een wandelingetje in den tuin vereenigden wij ons nog eens in de kamer der heeren waar Oom brieven voorlas en veel vertelde van vroegere gelukkige jaardagen met onze lieve Tante. W. en ik schreven nog wat, o nee teekenden nog wat en nadat wij ons aan de table d'hote versterkt hadden tracteerde Oom ons op een heerlijk toer naar Eberstein en Gernsbach. 't Was een heerlijke rit naar het hooggelegen Schloss Eberstein en verrukkelijk was daar het uitzicht in het Murgthal. Aangenaam was de ontmoeting met kennissen van Oom: Ds de Vrij met zijne jonge aardige vrouw Francoise v.d. Elst. Zure melk smaakte maar zoo zoo.

Na een afscheidsgroet aan het schoone plekje reden wij door het prachtige Tannenwald naar het lief gelegen Gernsbach aan de Murg. In de tuin van het hotel vonden wij een aardig plekje aan het riviertje, waar we het uitzicht genoten dat het laatste teekeningetje in dit boekje zoo wat weergeeft. Het door ons bezochte Schloss Eberstein is nauwelijks te zien omringd door de zware dennen; aardig kronkelde den Murg en vroolijk komen de schuurtjes uit met hunne roode daken en op het groen de berg tegenover ons. Even voordat wij deterugreis naar Baden Baden wel zouden ondernemen, ontmoetten wij nog Ds de Vrij en zijne lieve egaa met wie wij nog een prettig woordje wisselden totdat de koets voorkwam.
(Verder later bijgeschreven)


Dinsdag 21 Augustus


Pa, W. en ik bezoeken de Grieksche kapel en daarna met Oom de Baden in de stad. Aan table d'hote ziet W. kennissen: de familie van Boven met wie wij na table d'hote prettig praten in
den tuin van ons hotel. Daarna toeren wij over Fremselberg naar 't Jagtschloss. De toer is beeldig mooi maar het uitzicht met al zijn heerlijkheid wat minder want het is erg nevelachtig. Teruggekeerd in Baden besluiten wij den avond met 't bijwonen van de muziek aan 't Kurhaus.


Woensdag 22 Augustus

 

Dag van vertrek uit Baden. Scene met de wasch. W. en ik doen 's ochtends nog enkele inkoopen; o.a. het klokje voor Jan. Al spoedig na het ontbijt vertrekken wij van het heerlijke Baden en sporen naar Frankfort. In een bij het station gelegen restauratie gebruiken we iets en trammen door naar den Palmgarten.
Onder het genot van schoone muziek wandelden we door de sierlijk aangelegen garten, langs den vijver, over den hooge brug terwijl W. en ik grooten lust hebben om eens te roeien op de vijver. De prachtige verzameling palmen, varens en andere gewassen worden zeer door ons bewonderd. Na een weinig gerust te hebben besluiten wij een rijtuig te nemen om door de stad te toeren. Onder de mooie winkelstraten munt uit de Teil onder de interessante gedeelten het Judenkwartier. Wij zien o.a. ook de standbeelden van Goethe en Schilier en van de uitvinder der boekdrukkunst Guttenberg und sein Gezellen.
Vol bewondering voor de fraaie stad naderden wij het station vanwaar de spoortrein ons spoedig naar Mainz bracht. Aangekomen in 't hotel Rheinische Hof. Agitatie over de wasch!


Donderdag 23 Augustus

 

Even na het ontbijt vertrekken wij per boot naar Coblentz. Wij treffen heerlijk weer en genieten veel van de prachtige vaart. In Coblentz aangekomen in 't hotel Zum Riesen nemen we deel aan de table d'hote en rijden daarna naar de Karthauserhohe. Aan de Trinkhalle in de Rheinanlage is muziek waarvan wij heerlijk genieten, vlak bij de Rijn gezeten. Mr en Mevr van Hof komen Oom aanspreken. Oom bezoekt kennissen die in de buurt wonen. Terug wandeling naar Coblentz.


Vrijdag 24 Augustus

 

Per spoor terug naar huis, Oom verlaat ons te Kleef.

 

  • Bronnen:
    1. Biografie├źn van Nederlandse ondernemers, v.h. Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.
    2. Genealogie van Griethuysen Rhenense tak (Grieth Rhenen). Met dank.
    3. Naam in lijn Hans S. Wesselink, Haren.
    4. Patrick van Griethuysen & Loes Peters, maart 2009. Met dank.

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best foutenvoorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

 

 

 

Hoogeveen, 6 juli 2010
© Harm Hillinga.



Terug naar Genealogie Van Griethuyzen, Rhenense tak