De ENGLUMBORG te Oldehove

Eng(e)lum is een van de kluften van de jurisdictie Oldehove-Saaksum. In deze kluft hebben negen heerden met buurrecht gelegen en daarvan hebben er drie tevens grietenijrecht. Onder hen komt de naam Englumborg niet voor. Vermoedelijk is deze borg dus ontstaan uit een van de drie heerden waarop het grietenijrecht heeft gelegen. Dat zijn Bennemaheerd, Ulsemaheerd en Wismaheerd. Ulsemaheerd zal dan tot Englumborg zijn geworden.

Uit de 16e eeuw (voor 1576) is een akte bewaard, die waarschijnlijk betrekking heeft op een borg. Ze bevat een ruilovereenkomst tussen Tako Aykema en zijn vrouw Anna ter ene en Johan Sickinghe en zijn vrouw Anna Ghijsens ter andere zijde, waarbij het tweede echtpaar verkrijgt een heerd land te Engelum met 'alle gebouw van husynghe kleen ende groet', grachten, geboomten, 'myt dye langhe tafell ende kaste int zaell', poorten en brug, gerechtigheden, 'groeve ende stoelte' in de kerk en op het kerkhof en meer. Al wordt de naam van de heerd niet genoemd, dan mogen we uit de omschrijving toch afleiden, dat we met meer dan een gewone boerderij te doen hebben.

Hoe lang Johan Sickinghe in het bezit van de heerd is gebleven, is onbekend. Wel weten we, dat hij in 1560 de Warffumborg gekocht heeft. Omstreeks 1556 komt hij voor onder de rechthebbenden in de kluft Engelum, maar van hem is dan de grietenij (gemeente) op Bennema, niet op Ulsema. Geheel duidelijk is de zaak dus niet. Opmerkelijk in dit verband is, dat in de boerderij Bennemaheerd kloostermoppen in de muur voorkomen, terwijl ten westen ervan op de oude minuutkadasterkaart grachten getekend staan.

Ulsema komt ook voor als Otsma. In 1576 woont er een zekere Menolt. In een dijkrol van 1620 komen als eigenaar van de Otsmaheerd voor de erfgenamen van Joachim Ubbena en in die van 1657 Asinga van Ewsum. In het zelfde jaar wordt deze Asinga 'tot Engelum' genoemd, terwijl hij in 1662 voorkomt als heer van Englumborg. Sinds 1650 compareert hij voor Oldehove op de landdag. Hij is een zoon van Christoffer van Ewsum, heer van Tammingahuizen en Ten Post. In 1653 trouwt hij met Justina Gaykinge, door welk huwelijk hij misschien de borg heeft verkregen. Zij is een dochter van Allart Gaykinga van Ter Borch en Jellema en eerst getrouwd geweest met HEMMO HUNINGA.

De Englumheerd als borg wordt voor het eerst genoemd in 1656, tenzij de vermelding in 1634 van Luitien Gerryts, herbergier in Engelenborch, betrekking heeft op Oldehove.

Asinga van Ewsum sterft in 1669. Englumborg komt dan aan zijn stiefzoon DOEDO ALLARD HUNINGA. Deze trouwt in 1671 met Anna Clara van Maneil. Zij overlijdt in 1679 en wordt als vrouwe op Englumborg in de kerk te Oldehove begraven.

De kerk van OldehoveHUNINGA zelf komt in 1680 nog voor als grietman van Humsterland, maar het jaar daarna bekleedt zijn halfbroer Christoffer van Ewsum deze functie. Door een ruil verkrijgt Christoffer in 1682 Englumborg met 52 grazen land. Hij compareert nog in 1683 op de landdag, maar kort daarna is hij gestorven. De borg vererft op zijn zuster Anna, getrouwd met Allard Gaykinga Rengers, die in 1684 de borg laat registreren om op de landdag te compareren. Anna overlijdt in hetzelfde jaar; ook zij wordt in de kerk van Oldehove begraven. Haar man compareert tot 1695 voor Oldehove op de landdag.

In 1694 koopt Jan Clant van Aduard de borg. Deze zal er zelf niet gewoond hebben, maar hij zal de borg met 33 grazen land, gekocht hebben om zijn invloed  in Humsterland te vestigen. Hij compareert ook voor Oldehove op de landdag. Met Aduard zelf komt Englumborg in 1700 aan Evert Joost Lewe, dan met 50 grazen land. Van hem gaat het goed in 1705 over aan de bekende Willem Ripperda van Jensema.

Enige tijd later treffen we diens zwager Jan Cornelis Schatter aan, waarschijnlijk niet als eigenaar. Deze bezit ook woningen te Groningen en Doezem (De Ehse), zodat niet duidelijk is hoe vaak hij er vertoeft. In elk geval komt hij er voor sinds 1719, terwijl verder toevallig bekend is, dat hij in 1721 voor een biljart met toebehoren op Englumborg 143 gulden betaalt.

Daarna is de zoon van de Spaanse Ripperda Ludolf Luirt baron van Ripperda eigenaar van de borg. Deze is gezant te Wenen en trouwt met Margaretha, Grafin von Cobentzl. Zij overlijdt in 1730 in Den Haag, maar wordt bijgezet in de kerk te Oldehove (zie Fritema). In 1735 noem Ludolf Luirt baron van Ripperda zich nog heer van Jensema, Engelenborgh enzovoort, bij zijn huwelijk met Maria Isabella van Ewsum. Maria noemt zich als ze weduwe is geworden en hertrouwt met Willem baron van Ewsum (heer van Saaksumborg) in 1747 vrouwe van Engelumborgh.

Kort daarna, in 1750, treffen we Bartold Fokkes Geertsema aan als heer van Englumborg. Deze behoort tot een stad-Gronings geslacht. 2 maart 1759 biedt hij Englumborg uit de hand te koop aan, bestaande uit een herenbehuizing, schathuis, hoven, vijvers enz., met landerijen en de staande jurisdictie van de Campen. Op 6 juni 1760 volgt een publieke verkoop. Koopster wordt Jacomina Werndley, de echtgenote van Jacob Willem van Rossum, regeringsraad der graafschappen Lingen en Teklenborg (zie Verhildersum). Over deze verkoop ontstaat een proces. Lewe van Aduard meent namelijk als aangrenzende eigenaar naarkooprechten te hebben op de borg welke de voorrang hebben boven die van een vreemdeling als van Rossum, ook al is diens vrouw een volle nicht van wijlen mevrouw Geertsema-Visscher. Het goed wordt dan ook omschreven als een herenbehuizinging met schathuis en hovenierswoning, gestoelten en grafkelder in de kerk te Oldehove enzovoort met 63 grazen land.

De heer van Rossum wordt in het gelijk gesteld. Hij vestigt zich op de borg, waar hij op 26 april 1772 overlijdt. Na zijn dood wordt in 1773 en 1774 de borg te koop aangeboden en op 30 november van het laatste jaar om 'gesleten' te worden. Verder alle bomen op de singels om gekapt te worden, het schathuis met de vaste beklemming van 65 grazen, een behuizing, genaamd de Kooi tegenover de borg met de vaste beklemming van 30 en halve gras land, en een arbeiderswoning staande op de singel. Materiaal van de afbraak wordt op 23 juni en 23 oktober 1775 te koop aangeboden. De borg is op de Beckeringhkaart afgebeeld met als onderschrift J. Werndley, douairiere van Rossum, 1774. De rechten heeft zij gedeeltelijk verkocht aan haar zoon Jan Willem Hendrik van Rossum, die in Oldehove blijft wonen. Deze is 22 januari 1769 getrouwd met Hiltje Heerkes van Ezinge. Zij hebben hun dochtertje bij zich, dat dezelfde dag wordt gedoopt (geboren 28 december 1767 te Eelderwolde). De reden van deze vroegtijdige geboorte of dit te late huwelijk zal geweest zijn, dat Hiltje niet van gelijke stand is aan een Van Rossum.

In 1777 komt jonker Jan Willem Hendrik van Rossum nog voor als grietman van Humsterland. In dat jaar doet hij zijn rechten en zijn woning in het dorp van de hand, als hij met zijn familie naar Oost-Indie vertrekt. Twee broers zijn hem reeds voorgegaan. Wat er van mevrouw Rossum-Werndley is geworden, is niet bekend.

Huidige toestand van de borg
Rondom het vroegere borgstee zijn de grachten nog te herkennen. Waar vroeger het schathuis stond is nu een boerderij. Voor de borg moet een kruisvormige vijver zijn geweest.

Gerelateerde artikel: De kerk van Oldehove.

----- ----- ----- ----- -----

Bronnen, noten en/of referenties:
Meer lezen Steenhuizen in West Friesland - Door Ben Dijkhuis en Bernd Ooijevaar (juni 2007).
Overzicht van alle stinsen in Friesland: Meer lezen http://www.stinseninfriesland.nl/.
Veel foto's van stinsen: Meer lezen http://community.webshots.com/album/56423261eXJjio/
Meer lezen De Donjon (Nijmegen).
Meer lezen 'tHuys Dever.
Meer lezen De schelmentoren.
Meer lezen Groninger Borgen, Kastelen van het Hoge Noorden.
De Ommelander borgen en steenhuizen, ISBN 90 232 2314 4 
W.J Formsma, R.A. Luitjens-Dijkveld Stol en A. Pathuis, De Ommelander Borgen en Steenhuizen, 2e druk, Van Gorcum, Assen/Maastricht, 1987
http://www.borgeningroningen.nl
Kransberg, D. - Kastelengids van Nederland


Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten

voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

Hoogeveen, 24 nov. 2009
Verhaal: © Harm Hillinga

 

Menu Artikelen.HomePage.