Het Huis te Oosterwijtwerd.
De borg Ripperda te Oosterwijwerd. De borg is hier duidelijk omgeven door water. Rechts zien we een brug over het water. Op het hoofdgebouw zien we een torentje met daarop een vlag.

Korte geschiedenis van Oosterwijtwerd
Oosterwijtwerd is gebouwd op een wierde aan de rand van de vroegere Fivelboezem, ontstaan rond het begin van de jaartelling. De naam ‘wijtwerd’ is opgebouwd uit de woorden widu (‘hout’, ‘struikgewas’; mogelijk ook afgeleid van 'wilg') en weerd (‘hoge plaats in waterig land’). Het voorvoegsel 'Ooster' is na de middeleeuwen toegevoegd om het dorp te onderscheiden van Westerwijtwerd.
Oosterwijtwerd wordt in oude stukken ook 'Witwerd' of 'Wijtwerd' genoemd. Sommige historici hebben daarbij de fout gemaakt om van Witwerd of Wijtwerd 'Wedde' te maken, terwijl het toch echt om Oosterwijtwerd gaat.

 

De huidige maren zijn oorspronkelijke getijdengeulen en kreken in het oorspronkelijke kweldergebied. De westgrens van de wierde is het Godlinzermaar, dat ten westen van het dorp samenstroomt met het Leermenstermaar en het Spijkstermaar tot het Oosterwijtwerdermaar, dat ver ten zuiden van het dorp instroomt in het Damsterdiep.
 In 1536 wordt het dorp verwoest door troepen van Meindert van Ham. Een deel van de wierde is rond 1900 afgegraven. Dat deel wordt aangeduid als de lege wier. Met de afgravingen verliest het dorp ook zijn radiale wierdestructuur.

 

In de 20e eeuw wordt het dorp uitgebreid langs de Damsterweg. Tegen het eind van die eeuw is het complete winkelbestand verdwenen, waaronder een smederij, bakkerij, kleermaker, naaister, kuiperij/wagenmaker, schoenmaker en kruidenier. Ook de beide dorpscafés hebben hun deuren gesloten. Wel zijn er nu twee eetcafés. In de 19e eeuw wordt aan de zuidzijde van het dorp de spoorlijn Groningen - Delfzijl aangelegd. Oosterwijtwerd heeft een eigen stopplaats gehad, stopplaats Oosterwijtwerd. Tegenwoordig heeft het dorp nog ongeveer 200 inwoners.Oosterwijtwerd was tot 1811 een zelfstandige gemeente.

 

De oudste afbeelding van de borg te Oosterwijtwerd.
De oudste afbeelding van het Huis Ripperda te Oosterwijtwerd. Hier is de borg schijnbaar (nog) niet opgeven door water en bereikbaar via een brug.

Oosterwijtwerd, de borg en de Ripperda’s
Oosterwijtwerd begint een rol te spelen in de tijd van de Oostfriese hoofdeling Focko Ukena, die niet alleen de baas wil zijn in Oost-Friesland, maar ook in het Groningerland. Hij is in tweede huwelijk getrouwd met Hiddeke, een dochter van Sjabbe van Garreweer, en heeft daardoor rijke bezittingen in de Ommelanden verkregen. Daartoe behoren Oosterwijtwerd en Dijkhuizen. Hiddeke wordt dan ook meestal Hiddeke van Wijtwerd genoemd. Volgens een opschrift boven de voormalige poort zou Focko Ukena in 1411 de 'burcht' van Oosterwijtwerd hebben laten bouwen.

 

Als Dijkhuizen verwoest wordt, blijft Oosterwijtwerd gespaard en daar wonen later ook de beide dochters van Focko Ukena en Hiddeke, geheten Bawe Ulske, respectievelijk getrouwd met Ewe Ewesma (van Ewsum) en Unico Ripperda. Bij de erfscheiding van 1452 valt Oosterwijtwerd ten deel aan Unico Ripperda. Deze is tevens proost van Farmsum en Loppersum, maar hij woont (in 1464) op ‘Wijtwerder heerd’. Na zijn dood in 1474 blijft zijn vrouw Ulske in het bezit van Oosterwijtwerd. Zij erft na de dood van haar zuster Bawe ook Dijkhuizen, dat zij echter in 1491 aan haar dochter Hille schenkt.

 


Het wapen van  de Ripperda's op de  westgevel van de kerk te Oosterwijtwerd.
Het wapen van de Ripperda's op de westgevel van huidige kerk te Oosterwijtwerd.

In de jaren rond 1500 is Wijtwerd evenals Dijkhuizen van strategische betekenis in de strijd om Appingedam. In 1500, kort na nieuwjaarsdag, bezetten de Groningers het huis, versterkten het met een bolwerk en leggen er 60 man in garnizoen. Bij de nadering van graaf Edzard trekken ze evenwel terug. Van een verwoesting van het huis wordt niet gesproken. Of Ulske er dan nog woont, is onzeker; haar zoon Eggert of Eggerik komt al in 1508 voor als hoofdeling te Wijtwerd. Zijn broer Hayo heeft Farmsum geërfd. Eggerik is in 1500 getrouwd met Aleyd van Buckhorst. Ulske heeft waarschijnlijk haar laatste jaren gesleten bij haar familie en is mogelijk op Boxbergen in Overijssel gestorven. Wanneer is niet bekend, maar in 1523 vindt de erfscheiding van haar goederen plaats.

 

 

 

 

 

De zandstenen epilaaf van Gijsbert Herman Ripperda, heer van Oosterwijtwerd en Hellum. Hij is geboren in 1639 te Vorden en overlijdt op woensdag 13 juli 1695 te Oosterwijtwerd op 56-jarige leeftijd. Gijsbert Herman is op 19 februari 1665 te Sappemeer gehuwd met Jonina Maria Ripperda (1637-1719), dochter van Maurits Ripperda en Margaretha Clant van Menkema.

Na de dood van Eggerik in 1537 gaat Wijtwerd over aan zijn jongste zoon Unico, 1503-1566. Hij is landdrost van Salland en getrouwd met een Overijsselse vrouw, Judith van Twickelo. Hoewel hij in een proces over het collatierecht van Tjamsweer in 1552 heer van Holwierde, Wijtwerd en Dijkhuizen genoemd wordt, zal hij als drost van Salland niet in Oosterwijtwerd hebben gewoond. Toch zijn er nog dingen die aan hem herinneren: een gedenksteen aan de toren van Uitwierde en een gedenkbord met de wapens Ripperda en Twickelo in de kerk van Holwierde.

 

Ook zijn nakomelingen blijven in Overijssel en Gelderland, huwen inheemse vrouwen en bekleden daar ambten. Het zijn Balthasar (1540-1616), getrouwd in 1586 met Sophia van Valcke, Carel Victor (1593-1642), getrouwd in 1623 met Petronella Elizabeth van Schade. zij laten in 1639 en klok voor Tjamsweer gieten, die nu in Wirdum hangt, daarna Gijsbert Herman (1639-1695). Deze verkreeg in 1660 Oosterwijtwerd, dat hij tot dan met zijn broers gemeenschappelijk in bezit heeft gehad. Hij schijnt naar het Groninger land te zijn teruggekeerd en laat in 1676 de borg geheel vernieuwen. Hij is getrouwd met Josina Maria Ripperda van Zeerijp. Dit huwelijk is in 1660 te Sappemeer gesloten. Zijn grafschrift bevindt zich nog in de kerk te Oosterwijtwerd.

Zijn zoon is jong gestorven en laat het goed na aan zijn dochter Margaretha Elisabeth (1667-1738) Ripperda. De borg is belangrijk door de vele eraan verbonden rechten. Margaretha heeft in 1711 een huwelijk met haar neef Willem Hendrik Carel Ripperda gesloten en ze blijven kinderloos. Bij haar dood wordt een inventaris opgemaakt van haar bezittingen, ook van archivalia. We treffen dan de volgende vertrekken aan:

een kelderkamer, een grote zaal, een slaapkamer, een ‘bovengele’ kamer, een bruin kamertje, een rode kamer, een poortkamer, een bovengang, een zolder, een eetzaal, een kamertje tegenover het ‘salet’, een gang, een provisiekamertje, een kelderkeuken, een poppenkamer, een karnkamer, een schuur, een ‘melkenkamer’, een knechtenkamertje, een stal, een koetshuis, een ‘korenhorn’ en een ‘comptoirtje’, terwijl van de genoemde kabinetten niet duidelijk is, of vertrekken of meubels bedoeld worden. Hieruit kunnen we concluderen dat de borg een bouwwerk is geweest 'van enige omvang'.


Het einde van de borg
Over de erfenis ontstaat een proces tussen de erfgenamen en de zoon van Willem H. C. Ripperda uit zijn eerste huwelijk. Bij de erfscheiding in 1744 valt het goed ten deel aan Allegonda Maria Clant, douariere (adelijke weduwe) Tjarda van Starkenborgh, vrouwe van Wetsinge. Nog in hetzelfde jaar draagt zij het huis over aan haar dochter Margrieta Bouwina (1720-1785), getrouwd met Egbert Rengers, heer van Farmsum. Zo zijn Farmsum en Oosterwijtwerd weer in één hand gekomen.

De heer Rengers biedt het huis te huur aan in een advertentie van de Groninger Courant. Blijkbaar komt er geen koper opdagen, want na enige tijd, op 20 januari 1745, wordt het huis met de schathuizen op afbraak te koop aangeboden. Blijkbaar is bij Rengers het bezit van het huis minder groot dan de rechten die erbij horen.

 

Na de dood van Margrieta Bouwina komt de heerlijkheid Oosterwijtwerd aan Duco Gerrold Rengers, een zoon van haar stiefzoon Sjuck Gerrold. Duco Gerrold laat in 1788 het borgterrein, waarvan alleen nog een appelhof resteert, en de heerlijke rechten verkopen. Er wordt ook een situatie tekening gemaakt.

 

Op het voormalige borgterrein (Dorpsstraat 20) wordt in 1789 een boerderij gebouwd, die tegenwoordig Schathuis Wijtwerder Heerd wordt genoemd. De grachten worden later opnieuw uitgegraven. De vroegere aanwezigheid van de Ripperda's komt met name tot uiting in de kerk; in de wapens op de 17e eeuwse herenbank, rouwborden, een grafkelder en een zandstenen epitaaf.

 

Het borgterrein tegenwoordig.
Het voormalige borgterrein is weer zichtbaar gemaakt in het landschap en is omgeven door een gracht.

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 6 juni 2013
Verhaal: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top