Rusthoven is een kleine borg met een voormalig tichelwerk die ligt aan de weg langs het Damsterdiep op het grondgebied van Wirdum, ten noordwesten van Eekwerderdraai in de gemeente Loppersum (2019). De borg en ook de (voormalige) steenfabriek ligt vrijwel pal naast de borg Ekenstein, in de gemeente Appingedam. De borg Rusthoven is een Rijksmonument (nr. 515520) en het (voormalig) landgoed wordt thans doorsneden door de N360, net als dat bij Ekenstein het geval is.

 

De borg Rusthoven met de monumentale brug. Foto: 19 sept. 2010. Bron/licentie: This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Netherlands license.


Rusthoven in de 17e en 18e eeuw

 

In 1650 komt er een trekschuitverbinding over het Damsterdiep tussen Groningen en Appingedam. In 1648 heeft de burgemeester van Groningen Johannes Eeck (senior) Ekenstein laten bouwen als buitenverblijf.
Johannus Eeck, Heer van Loppersum en Wirdum, is de zoon van Tjaard Eeck, koopman in hout te Farmsum en van Johanna Bernards, hij wordt in 1600 geboren en baant zich door zijn bekwaamheid een weg tot verschillende ambten. Eerst is hij secretaris van het Hof, wordt in 1635 secretaris van Gedeputeerden en van de Staten zelf, komt in de regering, wordt burgemeester en heeft in veel commissies gezeten, zowel in Den Haag als te Groningen. Hij is aanwezig bij de ‘Grote Vergadering’ in 1651 [2] en verwerft door dit alles grote lof. Ook is hij curator van de ‘Groningsche Hoogeschool’. Hij overlijdt in 1663.

 

Wigbold Aldringa, heeft de borg tussen 1734 en 1743 in bezit. Bron/licentie: This work is in the public domain in its country of origin and other countries and areas where the copyright term is the author's life plus 70 years or less.

Uit onderzoek blijkt dat er waarschijnlijk voor de bouw van Rusthoven ook al een gebouw heeft gestaan. Volgens de gevelsteen in de oostgevel is Rusthoven in 1686 gebouwd, mogelijk door zoon van de genoemde Johannus Eeck, Johan Eeck (junior), eveneens burgemeester van Groningen. Johan Eeck (junior) is in ieder geval eigenaar van Rusthoven in 1695, het eerste jaar waarin de borg wordt genoemd. Hij en zijn vrouw Clementia Eyckenbergh hebben op 17 februari 1712 bepaald dat na het overlijden van de langstlevende, de borg met 46 grazen, waarvan 32 grazen om het huis, zal toekomen aan Catharina Maria de Lairesse, de weduwe van Albert Aldringa, zoon van Allard Aldringa en Johanna Margaretha van Ewsum. Bepaald wordt ook dat na de na de dood van Catharina Maria, haar schoonzoon Gerhard Schaffer (1775-1733) en zijn vrouw Johanna Margarita Aldringa (1682-circa 1713) de borg zullen erven. Leden van het geslacht Aldringa komen ook voor op de borg Froma.

 

Een jaar later overlijdt Johan zonder kinderen na te laten. In 1720 komen we Catharina Maria de Lairesse tegen als vrouwe op Rusthoven en na haar dood krijgt haar schoonzoon Gerhard Schaffer inderdaad Rusthoven. Gerard Schaffer is drost van de Oldambten (Klei-Oldambt en Wold-Oldambt) en woont er dus waarschijnlijk niet zelf, maar op de Drostenborg in Zuidbroek. Bij zijn dood in 1733 wordt de borg bewoond door weduwe Helena Canter (1693-1763). Zij is getrouwd met Wigbold Aldringa (1665-1734).


Rusthoven wordt in 1733 door Schaffers’ schuldeisers verkocht aan de schoonzoon van Schaffer, de bovengenoemde Wigbold Aldringa. Ook worden verkocht de gestoelte in de kerk, een collatierecht, het schathuis en 53 ½ grasland, waarvan 32 ½ rond de borg. Aan Rusthoven zijn verder geen rechten verbonden.

 

Na de dood van Wigbold Aldringa (1734) erft zijn dochter Barbera Albertina (1726-1759), gehuwd met Hindrik Jan van Nijeveen (1699-1777), die raadsheer is van de stad Groningen, in 1744 het gebouw. In 1752 ruilt zij Rusthoven met haar neef Wigbold Gerhard Aldringa (1731-1794) tegen bezittingen in het Westerkwartier. Hij komt dan voor als Heer op Rusthoven te Wirdum en in 1759 als gecommitteerde voor de Raad der Ommelanden. Ook is hij lid van de Groninger Rekenkamer geweest.

 

Nadat Wigbold Gerhard in 1764 de Fromaborg in Wirdum verkrijgt, verkoopt hij Rusthoven op 3 januari 1765 aan de gewezen Groningse zilversmid Frederik van Halsema, met vijvers, grachten, hoven, singels en plantages. Hij vestigt zich er als ‘heer’, en koopt ook verschillende rechten in de omgeving van Rusthoven. Na er slechts twee jaar te hebben gewoond, overlijdt Frederik in 1767. Frederik wordt in de kerk van Wirdum begraven.

 

Vervolgens komt de borg bij de boedelscheiding aan zijn zoon, die rechtshistoricus is en redger van Loppersum en Wirdum, mr. Diderik Frederik van Halsema. Hij is onder meer de schrijver van ‘Oordeelkundige Verhandeling van den Staat en Regeringsvorm der Ommelanden’. In 1784 sterft hij. Ook hij wordt in de kerk van Wirdum begraven.

 

Pathuis schrijft in ‘Groninger Gedenkwaardigheden’ het volgende over grafzerken in de kerk van Wirdum:
[4238] Wapen: In rood een bruinachtig geharnaste man met gepluimde helm, zwaaiend met een gouden zwaard [Van Halsema].
N.B. Groninger zilversmid Frederik Wilhelm van Halsema en zoon Diderik Frederik Johan van Halsema achtereenvolgens eigenaren van Rusthoven 1765-1784. Zie: GV.4. 1926, blz. 150, 159. OBS, blz. 491. Vergelijk: GDW, nrs. 4250, 4252. GDW, blz. 769.
(9)


[4250] HIC SITAE SUNT EXUVIAE FRED. WILH. AB HALSEMA, NATI IN LOPPERSUM, PATRE THEODORICO AB HALSEMA, MATRE BIUCHE WITBES, DENATI RUSTHOVIAE DIE 29 MEN. MAlI 1767, A° AET. 85; OPTIMO PATRI PIETATIS ERGO HOCCE MONUMENTUM POSUIT T.F.I. AB HALSEMA IURIUM DOCTOR. (9)


Wapen: Op een terras een gehelmde man in een lang eigentijds gewaad, zwaaiend niet een zwaard, houdend de andere hand aan de gordel. Helmteken: een vlucht. GDW, blz. 770.(9)


[4252] VIRO NOB. ET CONSULTISSIMO DIDERTK FREDERIK IOHAN VAN HALSEMA I.U.D., HOVELINGO IN WIRDUM ET LOPPERSUM, IUDICI IN LOPPERSUM, OOSTERWYTWERT ETC., SOCIETATI GRONINGANAE PRO IURE PATRIO EXCOLENDO ET LITERATAE LEIDENSI ADSCRIPTO, QUI NATUS DIE XI NOV. MDCCXXXVI, OBIIT XXIV APRIL MDCCLXXXIV, MARITO OPTIMO MONUMENTUM HOC FIERI CURAVIT VIDUA MOESTISSIMA T. TICHELAAR. (9)


Wapen: Op een terras een geharnaste man met gepluimde helm, houdend met de rechterhand een zwaard boven de schouders en achter het hoofd, de linkerhand aan de van de koppelriem afhangende schede.(9)


QUI VETERUM LEGES RITUSQUE DOCEBAT AVORUM / FRISIADUM ET PATRIAE PUBLICA IURA SUAE / FAMA VIRI SUPEREST, LATUMQUE PERAMBULAT ORBEM / EXIGUUS QUAMVIS HIC TEGAT OSSA LAPIS / I. DE RHOER. (9)


N.B. Afgebeeld: GVA, 1926, blz. 158/159. Zie: A. Th. van Deursen. Jacobus de Rhoer 1722-1813. Groningen 1960. Blz. 84. GDW, blz. 770.(9)

 

Uit de inventarislijst blijkt dat de borg op dat moment bestaat uit een zaal, een slaapkamer boven, een klein studeerkamertje, voorkamer, gang, kelderkamer, achterkamer, provisiekamertje, slaapkamer beneden, keuken, achterkeuken en een kelder. Zijn weduwe Trijntje Willems Tichelaar, dochter van een steenfabrikant, hertrouwt op 4 januari 1786 met Hindericus Wijchgel en na diens dood met Johannes Wijbes de Vries van Jubbega. Ook dit derde huwelijk overleeft ze. In 1787 heeft de borg zoals blijkt uit een inventarislijst, ook een schathuis, een laan en 4 ½ gras [3].

 

De borg en het tichelwerk in de 19e eeuw en begin 20e eeuw

 

Johannes Koning Uilkens, tichelheer van Rusthoven van 1836 tot 1870. De Loppersumse advocaat Johannes Koning Uilkens (1805-1870), die in 1836 de borg en het tichelwerk (steenfabriek) Rusthoven kocht. Hij investeerde veel in de steenfabriek. Zijn kinderen leidden na zijn dood de borg en fabriek, alvorens deze werden verkocht in 1920. Volgens omschrijving P.B. Kramer (Piet Kramer; 1878-1952), maar deze was in 1870 nog niet geboren, dus zijn vader Johannes Gerardus Kramer (1845-1903) lijkt aannemelijker. Bron/licentie: This work is in the public domain in its country of origin and other countries and areas where the copyright term is the author's life plus 70 years or less.

In 1804 verkoopt Trijntje de borg aan steenfabrikant Jan Hendrik Sissingh, de zoon van een dominee uit Appingedam. Er wordt dan gesproken over een ‘tichelborg’ en een ‘tichelheer’. Sissingh laat het tichelwerk Rusthoven (Rijksweg 42) bouwen, waarmee Rusthoven net als De Brake (Obergum) een tichelborg wordt. De stichting van de steenfabriek heeft te maken met de toenemende vraag naar bakstenen in die tijd. De locatie aan het Damsterdiep is gunstig voor de aanvoer van turf vanuit de Veenkoloniën. Tichelaarde is zeeklei en wordt in die tijd handmatig gewonnen en per paard en wagen aangevoerd uit het omringende zeekleigebied. Voor het werk wordt gebruikgemaakt van seizoenarbeiders uit Lippe (de 'Lipskers') [4], die werken tijdens het tichelseizoen, dat duurt van april tot oktober.


Sissingh laat ook een kalkbranderij met kalkschuur bouwen. Hij is vanaf 1811 maire en in 1814 schout van Loppersum en daarmee de eerste burgemeester van deze gemeente. Hij overlijdt in 1814. Volgens overleveringen is hij verdronken in het Damsterdiep.


Zijn weduwe Wiepke Berends Smedes laat in 1819 de borg ingrijpend verbouwen. De 17e eeuwse kloosterramen met middenkalf en glas in loodramen worden door haar vervangen door 18e eeuwse schuiframen.  De buitenzijde laat zij met een dikke laag kalk pleisteren. Aan de zijkanten laat ze de tuitgevels verlagen en het dak krijgt wolfseinden [5]. Uit de kadasterkaart van 1836 blijkt dat er ook een aangebouwde schuur bij de borg heeft behoord. Na de dood van de weduwe wordt de borg door de erfgenamen door middel van een openbare verkoping in 1836 verkocht aan de Loppersumse advocaat mr. Johannes Koning Uilkens, een domineeszoon, gehuwd met Barbara van der Elst ((1806-1875). Hij is geboren op 11 mei 1806 in Loppersum, overlijdt op 30 december 1870 op Rusthoven. Het echtpaar krijgt twee dochters en twee zoons.

 

Het tichelwerk Rusthoven in betere tijden. Bron: eigen verzameling.


De familie Uilkens stamt uit het noorden van Duitsland. Teijle Jans Uilkens wordt in de eerste helft van de 18e eeuw aannemer in Groningen. Zijn familienaam wordt ook geschreven als Ulckens, Ulkes en Ulkens, hij tekent zelf in 1742 als ‘T. Uilkens’.
Johannes Koning Uilkens neemt ook de steenfabriek over en investeert veel in de techniek. Zo is hij in 1868 de eerste steenfabriek in Groningen die met behulp van een stoommachine machinaal stenen maakt en ook laat hij een aantal droogloodsen bouwen. Bij de borg plaatst hij het theehuisje uit de pastorietuin van Loppersum. Op de deur prijkt de tekst ‘Vrede wie hier binnen gaat’, maar dan in het Latijn. De kalkbranderij aan het begin van de oprijlaan wordt gesloten en afgebroken.

 

Nazaat Johannes Koning Uilkens (1806-1870) koopt in 1836 de borg Rusthoven onder Wirdum, met bijbehorende steenfabriek. Het hierboven afgebeelde wapen is aan het begin van de 20e eeuw gebruikt op een zegel van de Firma Koning Uilkens c.v. Tichelwerk Rusthoven bij Wirdum. Het is door J.E. van Leeuwen getekend en verbindt de familiewapens Uilkens (boom met twee herten) met dat van de familie Koning.

Na zijn dood in 1870 zet zoon Theodorus Frederik (1838-1882) het werk voort, gevolgd door zijn jongste broer Nathan François Jacob, ‘meneer Frans’ (1847-1890). Als Nathan door een ongeluk om het leven komt en geen kinderen nalaat, erft zuster Catharina Arnoldia Johanna Barbara, ‘juffrouw Antje’ (1844-1912) de borg en het tichelwerk. Catharina laat het tichelwerk beheren door bedrijfsleider Hendrik Gautier. In haar sterfjaar komt de borg in het bezit van haar oudere zus Ingina Debora Anna (1840-1920). Deze bedrijfsleider staat ook aangeschreven bij de familie want Hendrik Gautier erft de borg en het tichelwerk van Debora Anna in 1920.

 

Het tichelwerk is tussen 1863 en 1922 uitgebreid met een bolsloot (vernoemd naar het Groninger bolschip) om de tichelstenen direct naar de oude kleischuur te kunnen brengen. In 1921 is Gautier getrouwd met Annette Hofman uit Garrelsweer. Een jaar later stort de brandschuur van het tichelwerk in, en vindt Gautier het waarschijnlijk genoeg, want de fabriek wordt stilgelegd. In 1924 vertrekt hij naar Groningen en verkoopt het tichelwerk aan de Groningse steenfabrikant Berend van der Veen Czn., geboren in Eenrum op 1 oktober 1891, gestorven te Groningen op 3 augustus 1987. De borg wordt verhuurd aan  boer Jan Bos. Daarmee wordt de verbinding tussen borg en tichelwerk na 120 jaar verbroken.

 

Hij laat de steenfabriek ingrijpend verbouwen. Zo bouwt hij een aantal nieuwe loodsen en de kenmerkende ringoven met 24 kamers. De klei wordt onder hem machinaal afgeticheld met behulp van een kleibaggeraar (excavateur) en vervoerd naar de fabriek over een smalspoor met kiplorries die worden aangedreven door een diesellocomotief. Nadat in 1937 de klei aan de noordzijde van de fabriek is uitgeput, wordt de winning van klei voortgezet aan de zuidzijde van het Damsterdiep, waarvandaan het wordt aangevoerd per vrachtwagen. Na de oorlog kan of wil Van der Veen in de jaren 1950 niet de noodzakelijke vernieuwingen doorvoeren om concurrerend te blijven, zodat het bedrijf uiteindelijk in 1965 failliet gaat. Er komen plannen om van het tichelwerk een museum te maken, maar de plannen stranden en de fabriek raakt volkomen in verval.

 

Hoe het verder gaat met Rusthoven

 

In 1955 koopt Van der Veen ook de inmiddels vervallen borg Rusthoven. Hij laat de zeer vervallen schuur erachter en de stookhut ernaast slopen. In zeven jaar tijd laat hij de borg herstellen, waarbij ook de pleisterlaag weer verdwijnt. In 1969 laat hij als ingangspoort de huidige twee ingangspeilers met natuurstenen bekroningen plaatsen, die afkomstig zijn van het in 1955 afgebroken landhuis Vredenhoven uit Eexta, ooit zijn verhuurd aan Frederikus Sibinga en Alletta Gronders. Vredenhoven wordt dan ‘statig’ genoemd. Aan de achterzijde van de poort is de naam 'Vredenhoven' te lezen. Van der Veen laat ook bomen kappen en plant nieuwe aan. In 1985 verkoopt hij de borg aan de Stichting Groninger Borgen. Een jaar later verhuurt deze stichting de borg aan kunstenares Annet Bakker, die er vervolgens heeft gewerkt en gewoond tot september 2012. Daarmee is de tichelborg tijdelijk een kunstborg geworden. Zij houdt er in de zomermaanden exposities met moderne kunst, ook van eigen hand. Zij doet dit in navolging van Annie Vriezen op de Allersmaborg in Thesinge.

 

In 1987 wordt de borg gerestaureerd onder leiding van architect Piet de Vrieze. In 1990 is de tuin opnieuw aangelegd naar plannen van Copijn Utrecht Groenadviseurs BV. Hierbij worden na 140 jaar ook de grachten weer uitgegraven. In 2005 wordt de Groninger Borgen Stichting opgeheven en koopt Annet Bakker de borg voor een bedrag van 300.000 euro. In de jaren erna wordt het oude tuinhuisje uit 1847 herplaatst op het landgoed. Bakker vindt het pand echter toch te groot en zet in 2010 de borg te koop voor bijna 900.000 euro. In juli 2012 wordt de borg verkocht. De nieuwe eigenaar neemt de restauratie en het onderhoud ter hand, met als doel Rusthoven in goede staat te brengen en een lange toekomst te garanderen. ‘De openbare functie blijft behouden. De borg zal af en toe worden opengesteld voor rondleidingen en bezoek’.

 

Anno 2016 is de familie Liewes eigenaar van Rusthoven. Ze willen er een Bed & Breakfast en Theeschenkerij vestigen. Ook willen de er paarden houden en een paardenbak aanleggen. De familie Pels, eigenaar van het aangrenzende Hotel Restaurant Landgoed Ekenstein, vreest oneerlijke concurrentie en overlast van paarden door vliegen, stinken en hinniken. In 2019 ligt de borg er nog steeds verlaten bij.

 

De achterzijde van de borg

 

De aanbouw aan de achterzijde van de borg verdient een nadere inspectie. In het muurwerk bij de kleine achterdeur van de bijkeuken zien we zogenaamde klisklezoren of klezoren [1]. Dat zijn kwartsteentjes die nodig zijn geweest om een degelijk metselverband in een steens muur te verkrijgen. Omstreeks het midden ven de 18e eeuw gaat men over op de drie- of triklezoor. Dat is een driekwartbaksteen. Het gebruik van klisklezoren in de achtermuur van de aanbouw doet vermoeden dat deze vóór ca 1750 moet zijn ontstaan. Maar aangezien er in de achtergevel van het voorhuis enkele dichtgemetselde vensters zichtbaar zijn, moeten we concluderen dat de aanbouw tussen 1686 en ca 1750 tot stand is gekomen. In hoeverre dat geldt voor de grote schuur die pas in 1955 is gesloopt valt dat niet te zeggen. In dit verband is het van belang dat in de boedelbeschrijving van 1767 geen melding van een schuur wordt gedaan. Wanneer er na 1767 een schuur inclusief de huidige aanbouw zou zijn aangebouwd, zou die toch niet meer van klezoren zijn voorzien.

 

De achterzijde van de borg in maart 2011. Bron/licentie: This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported license.


Recente geschiedenis van het Tichelwerk

 

De steenfabriek wordt tussen 1965 en 1975 gesaneerd. Twee beheerders verkopen in die tijd de stenen en veel machines en onderhouden het terrein. In 1975 wordt de fabriek voor slechts 77.000 gulden verkocht op een veiling aan grondspeculant Hennie Schoenmaker, die ook strokartonfabriek De Toekomst in Scheemda heeft gekocht in 1964. Beide terreinen gebruikt Schoenmaker voornamelijk om oude machines te stallen en net als De Toekomst steekt Schoenmaker ook geen geld in het onderhoud zodat beide fabrieken in verval raken. Later probeert een hiervoor opgerichte Werkgroep tot Behoud van Rusthoven er een baksteenmuseum te vestigen en wil daartoe het terrein aankopen voor 100.000 gulden. Schoenmaker wil echter 300.000 gulden, waarop de deal niet doorgaat. In 1997 wil een projectontwikkelaar er landgoederen ontwikkelen, maar de gemeente Loppersum vindt het aantal te ontwikkelen landgoederen te hoog, waarop de deal afketst. Vanaf 2000 zijn er krakers gevestigd op het terrein, die in 2004 op last van Schoenmaker van het terrein zijn verwijderd. In datzelfde jaar komt de aan Schoenmaker gelieerde ontwikkelaar Bert Broeksema van Milau Beheer BV met nieuwe plannen om er luxe woningen te vestigen, maar het bestemmingsplan van de gemeente Loppersum staat geen woningen toe op het terrein omdat het een agrarische bestemming heeft. Het plan gaat niet door. Andere plannen om een hotel te maken van de ringoven en er lokale producten te verkopen worden ook afgeblazen. In 2004 wordt het terrein, ondanks protesten van Milau, aangewezen als Rijksmonument. Echter, de restanten van de steenfabriek krijgen geen beschermde status. In 2010 wordt door de provincie Groningen beslag gelegd op het terrein omdat Milau vorderingen aan de provincie niet nakomt. In 2011 wordt het terrein opnieuw bezet door krakers omdat er niets mee gebeurt.

 

In 2013 wordt het terrein door het inmiddels failliete Milau verkocht aan staalconstructiebedrijf Willem Liewes uit Wirdum. Liewes heeft plannen om het terrein voor andere doeleinden te gebruiken. Daarbij heeft de gemeente aangegeven dat zij niet afwijzend tegenover een wijziging van de bestemming van het terrein in het bestemmingsplan staat. Het bedrijf laat bomen op het terrein kappen, waarop de krakers in augustus 2013 vertrekken. In oktober 2013 laat Liewes de 30 meter hoge schoorsteen slopen op last van de gemeente Loppersum nadat omwonenden erover hebben geklaagd en vervolgens uit onderzoek van de NAM blijkt dat deze bij een nieuwe aardbeving zal kunnen omvallen. Op 24 oktober 2013 komt de dertig meter hoge schoorsteen van de voormalige steenfabriek Rusthoven in Wirdum naar beneden. Met de sloop van deze toren verdwijnt een bouwwerk dat herinnert aan de eens bloeiende steenindustrie in de provincie Groningen.

 

Het contrast met de situatie in het begin van de 20e eeuw is groot. Dan draaien 80 steenfabrieken in de provincie Groningen nog op volle toeren. Anno 2019 telt de provincie nog slechts één steenfabriek, namelijk die van Strating in Oude Pekela. De overige fabrieken zijn allemaal verdwenen.

 

Liewes laat omstreeks 2013 ook een muur slopen bij de ringoven, waardoor de aanwezige vleermuizen bedreigd worden. Het Ministerie van Economische Zaken legt de sloop stil, omdat de Flora- en Faunawet hiermee wordt overtreden, en omdat Liewes eerder tijdens een controle heeft aangegeven dat zodra de vleermuizen weg zijn hij de ringoven 'gewoon' zal slopen en 'geen boodschap' heeft aan verzoeken van het ministerie. Liewes moet daarop in opdracht van het ministerie de muur herstellen.
De aanwezigheid van vleermuizen in de ringoven is bekend sinds 1985. Uit onderzoek blijkt dat er in de ringoven zeven vleermuissoorten voorkomen; de baardvleermuis, meervleermuis, watervleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en de laatvlieger.

 

Nog vandaag de dag is langs de wegen in de buurt nog goed te zien dat er een tichelwerk heeft gestaan bij de borg Rusthoven. Het gebied ligt opvallend lager dan de wegen.

 

Maar dan wordt het januari 2019

 

‘Ondertussen gaat de verpaupering van het terrein gewoon door. 'Steenfabriek Rusthoven' groeit uit tot het hoofdpijndossier van de gemeente Loppersum. Die staat op het punt om via de rechter de eigenaar te dwingen de vervuilde grond op te ruimen en het terrein op te knappen. Maar dan komt Het Groninger Landschap om de hoek kijken. De stichting heeft al langer plannen om het naastliggende park van Landgoed Ekenstein over te nemen. Met steenfabriek Rusthoven erbij kan er één groot wandelgebied komen.
Directeur Marco Glastra: 'Dit is de kans om het in één keer de goede kant op te laten vallen voor de oude steenfabriek. Het is in potentie een pareltje in onze provincie.'

 

Het Groninger Landschap wil de rommel en vervuilde grond schoonmaken, de gebouwen zoveel mogelijk intact laten, wandelpaden aanleggen en de ringoven deels toegankelijk maken voor publiek. Deze inrichtingskosten, inclusief het opruimen en saneren, bedragen een half miljoen euro.

 

Glastra: 'De baksteenindustrie is een heel belangrijk stukje historie van Groningen. Het zal dus een industrieel, ruig terrein blijven. We maken het niet te netjes. Er komen betonnen wandelpaden, picknicktafels, een uitzichtpunt en een informatiepunt.'
De stichting kan de helft (228.000 euro) van de kosten voor haar rekening nemen. Het Groninger Landschap vraagt de gemeente en provincie de andere helft bij te dragen, ieder 114.000 euro.
Volgens Glastra is de provincie positief over het plan. Een formeel besluit moet nog worden genomen. De gemeenteraad van Loppersum was donderdagavond laaiend enthousiast.
Leo van Esch (GroenLinks): 'Dit is fantastisch om te zien. Het is al jaren een hoofdpijndossier, en dan krijg je zo'n plan voorgeschoteld. Er is geen enkele twijfel: dit moet uitgevoerd worden.'

 

Ook Hans Warink van Loppersum Vooruit staat achter het idee: 'Dit is een geweldig plan, ik ben er verliefd op. De ruïnes worden op een geweldige manier teruggebracht.'

 

Kritiek is er nog wel van de VVD. Jur Huizinga: 'Ik heb er vanmiddag nog gelopen en schrok me rot. Ik ben bang dat dit niet voor 456.000 euro gaat lukken. De panden zijn in slechte staat. Mijn grootste zorg is dus de financiering.'
Volgens Glastra zijn alle bedragen tot nu toe ruim begroot: 'We gaan ook niet renoveren, alleen conserveren, dus zoveel mogelijk in de huidige staat houden. We zijn hier niet drie keer met de kaasschaaf overheen gegaan, er zit zelfs nog enige ruimte in.'
Enthousiasme is er ook bij Klarissa Nienhuys van de Vleermuiswerkgroep Groningen. In de ringoven zitten drie zeldzame tot zeer zeldzame soorten, waar er nu enkele tientallen van verblijven. 'Dat kunnen er driehonderd worden', zegt Nienhuys.
'Daarmee is Rusthoven in potentie het grootste en belangrijkste vleermuisverblijf van onze provincie.'

 

Op 1 februari wil Het Groninger Landschap het fabrieksterrein overnemen, als er geen tegenvallers zijn bij de schoonmaakkosten van de grond. De provincie doet op dit moment nader onderzoek naar de vervuiling en de resultaten worden een deze dagen verwacht.
Als alles rond is, hoopt Het Groninger Landschap dit jaar al te kunnen beginnen met de herinrichting van het terrein’.  (Bron: RTV Noord, Martin Drent, 15 januari 2019).

 

De theekoepel die in 1847 werd geplaatst door Koning Uilkens en sindsdien op verschillende plekken rond de borg heeft gestaan. Boven de deur van de theekoepel staat de tekst: Mr. J. Koning Uilkens. Anno 1847. Pax intrantibvs. Pax itrantibus staat voor "Vrede voor degenen die binnentreden". Foto: maart 2011. Bron/licentie: This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported license.

Rijksdienst voor Monumentenzorg


Rijksdienst voor Monumentenzorg beschrijft de borg als volgt:
‘…waarvan de structuur het belangrijkste aspect vormt; van een parkaanleg is geen sprake; wel zijn er binnen de gracht restanten, die wijzen op een oude inrichting met nutstuinen. De structuur bestaat uit een lange oprijlaan, die uitmondt in het dubbel omgrachte rechthoekige borgterrein; dit terrein is omgeven door graslanden en een groot verwilderd terrein ten oosten langs de oprijlaan. In het noorden wordt het beschermde complex begrensd door de provinciale weg van Groningen naar Delfzijl, in het oosten door de buitenplaats Ekenstein, aan de zuidkant door het Damsterdiep en aan de westkant door een perceel jong bos. Er is een theekoepel in vervallen staat, verder geen opstallen. HUIS, XVII; op omgracht terrein; blokvormig bakstenen gebouw van twee bouwlagen onder afgewolfd zadeldak met geglaasde donkere pannen en twee schoorstenen met kappen; de voorgevel is vijf ramen reed; beneden met H-vensters, boven met meerruitsramen; ingangspartij in het midden: dubbele deur met gietijzeren roosters. Achter het huis een uitkragende aanbouw onder laag zadeldak met rode pannen: het restant van een landbouwschuur, die begin XX afgebroken is’.

 

 

Noten:

 

Klezoorverband .
Kruisverband met drieklezoor in strekkenlaag .
Kruisverband met klisklezoor in koppenlaag.

1. Het klezoor- of klezorenverband is bestemd voor halfsteensmuren en bestaat net als het halfsteensverband uit strekkenlagen. De lagen verspringen onderling echter slechts met één klezoor. De ‘tand’, de denkbeeldige zigzaglijn die de nabijgelegen voegen met elkaar verbindt, kan verticaal lopen (‘staande tand’), maar ook ‘linksvallend’ (schuin naar linksonder lopend) of ‘rechtsvallend’ (schuin naar rechtsonder lopend) wanneer de lagen onderling telkens in één richting verspringen. Het klezoorverband is een zwak verband omdat de stootvoegen in de verschillende lagen dicht bij elkaar liggen. Een klezoorverband met staande tand wordt als volgt gelegd:


oneven lagen: drieklezoor-strek-strek-strek enz.;
even lagen: kop-strek-strek-strek enz.
(Zie afbeeldingen links.)

 

2. De Grote Vergadering is de benaming voor twee bijeenkomsten van afgevaardigden van de gewesten van de Verenigde Nederlanden in Den Haag. Een dergelijke vergadering was in feite een uitgebreide vergadering van de Staten-Generaal van de Nederlanden. De Eerste Grote Vergadering vond plaats in de Ridderzaal van 18 januari tot 21 augustus 1651 en werd geopend met een lange toespraak van Jacob Cats. Het initiatief voor deze vergadering lag bij de Staten van Holland.

 

3. De gras (mv: grazen) in Groningen is een oud-Nederlandse oppervlaktemaat. Eén gras is de hoeveelheid gras die nodig was voor een koe en bedroeg iets minder dan een halve hectare. Dit komt dus neer op twee koeien per hectare, terwijl tegenwoordig drie of meer koeien per hectare worden gehouden.

 

Een exacte grootte is niet te noemen. Er zijn pogingen gedaan om te berekenen wat deze zou zijn geweest. Per gebied (dorp) komt men zo op verschillende groottes, omdat men de huidige oppervlakte is gaan delen door het grastal. Opvallend is dat de percelen indertijd steeds geheel (soms nog een halve) grazen heeft. Het lijkt erop dat men uitging van het aantal koeien dat er op graasde. Waren dat er twee, dan was het perceel 2 grazen groot. Kon er nog een kalf bij, dan was het 2½ groot. Het grastal was voornamelijk van belang voor de grondbelasting (de verponding). Men betaalde een bepaald bedrag per gras. Een nauwkeurige bepaling was dus niet echt nodig.

 

4. Het vorstendom Lippe (Dld) is van 1798 tot 1918 een historisch vorstendom in Duitsland. Kreis Lippe is tegenwoordig een kreis in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen.

 

5. Een wolfsdak of wolfdak is een zadeldak, met twee afgeschuinde vlakken aan de korte zijden. Deze afgeschuinde vlakken worden ook wel wolfseinden of wolfeinden genoemd.

 

De helling van deze uiteinden is vaak steiler dan die van de aangrenzende grote dakvlakken. Het werkwoord afwolven wat afschuinen van het einde van een zadeldak is, ligt hier aan ten grondslag.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen:


1.W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijkveld Stol, A. Pathuis (1987), De Ommelander Borgen en Steenhuizen. Uitgeverij Van Gorcum, blz. 489-491.
2. DBNL. Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. ‘Biographisch woordenboek der Nederlanden’. Deel 5 (1859), A.J. van der Aa.
3. B. van der Veen Czn., De borg Rusthoven onder Wirdum en de geslachten, die daarop hebben gewoond. Groninger Volksalmanak 1926, blz. 139-175.
4.Rijksdienst voor Monumentenzorg.
5. RHCGA, Groninger Archieven.
6. Het klezoor- of klezorenverband: Wikipedia.
7. RTV Noord, Martin Drent, dinsdag 15 januari 2019.
8. Het Groninger Landschap.

9. GDW. Groninger Gedenkwaardigheden, Pathuis.

 

Meer lezen:

 

Indien een van de onderstaande links niet (meer) werkt, ligt dit niet aan de link, maar aan het feit dat de eigenaar van betrokken website de pagina heeft verwijderd of verplaatst.


Archeologisch bureau- en booronderzoek Borg Rusthoven te Wirdum (Archeologisch onderzoek bij Rusthoven).
YouTube: Filmpje over het verpauperde tichelwerk. Zet het geluid aan.
Genealogie van de familie Uilkens, Ulkes, Ulkens.

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 13 mei 2019.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top