1. Terrein van de westelijke borg. 2. Boerderij Pettinga, de oude Vrouw Amkenheerd. 3 Terrein van de oostelijke borg. 4. Kerk van Winsum. 5. Station. 6. Voetpad naar de Meden. 7. Voetpad naar Schillingeham en Oldenzijl.
De grachten van de westelijke borg zijn grotendeels gedempt. Op het terrein staat nu een oorlogsmonument. Van het oostelijke borgterrein zijn de westelijke gracht en singel in beslag genomen door de spoorlijn. De boerder en het borgterrein zijn opgenomen in het uitbreidingsplan van Winsum. Bron: 1).

 

De oudste geschiedenis van deze huizen, althans die van de vlak ten westen van het oude dorp gelegen borg, is zeer duister. De eerste gegevens die op deze borg kunnen slaan, komen voor in een akte van scheiding van 1445 tussen Evert Sickinghe en Hiddeke van Wijtwerd ter ene en Abeke en Hidde Onsta ter andere zijde. Evert en Hiddeke krijgen dan o.a. het huis en heminge te Winsum, waar Evert op heeft gewoond. terwijl de Onstemans Frowemahuis en heminge verkrijgen. Deze en andere in de akte genoemde goederen zijn afkomstig van de Onstemans.

 

De verwantschap van Evert en Hiddeke voornoemd met de Onstemans is evenwel niet bekend noch hun onderlinge verhouding. ls deze Hiddeke de weduwe van Focko Ukena dan is zij de stiefschoonmoeder van Evert Sickinghe die getrouwd is geweest met Amke, een dochter van Focko Ukena uit zijn eerste huwelijk (zie: Oosterwijtwerd). Maar reeds in 1430 voor het huwelijk van Focko met Hiddeke, treedt Evert voor Hiddeke op in een oorkonde.

 

Uit een klauwlijst van 1393 blijkt, dat in dat jaar de Onsta’s vijf van de acht ommegangen van Winsum in bezit hebben gehad, namelijk vier van de Vrouwmaheerd en een van de Luyemaheerd. Aangezien de Onsta‘s in 1445 de Frouwemaheerd hebben behouden, zou men daaruit kunnen afleiden, dat Evert Sickinghe en Hiddeke van Wijtwerd Luyemaheerd hebben verkregen, waar Evert reeds woont.
Evenwel bezitten de Sickinghes ook zelf goederen in Winsum. In 1472 erven namelijk Johan en Peter Sickinghe. zonen van Lamke Sickinghe. o.a. twee steenhuizen te Winsum. Zo blijft de zaak duister. Met Lamke Sickinghe wordt bedoeld Lamke Jarges, weduwe van Feye Sickinghe, een broer van Evert.

 

Groot Caarteboek nr. 31. Bron: Groninger Archieven.

 

Evert Sickinghe, die als hoofdeling te Winsum en proost te Loppersum voorkomt, moet voor 1475 gestorven zijn, kinderloos, want in dat jaar geeft zijn weduwe Amke aan haar neef Focko Ukens (Ripperda), een zoon van Unico Ripperda en Ulske Ukena, bij zijn huwelijk met Vrouke Onsta, een dochter van Abel Onsta van Sauwerd en Hille Jarges, de heerd, huizinge en heminge te Winsum, onder voorwaarde, dat zij, Amke, haar kamers aldaar mag behouden. Tot het tijdstip dat Winsum vrij zal zijn, zullen Focko en Vrouke bij vrouw Ulske te Farmsum wonen. Of dit gebeurd is, is onbekend, want Vrouke sterft reeds in 1477 en Focko in 1480, terwijl we niet weten wanneer Amke overleden is. Naar haar moet de ‘Vrouw Amkenheerd’ genoemd zijn, de boerderij bij de borg. Heeft deze naam die van Luyemaheerd vervangen? We weten het niet.

 

Focko Ripperda en Vrouke laten een zoon na, Peter, die voor 1524 sterft. Uit zijn huwelijk met Johanna Rengers wordt een zoon Focko geboren, die in 1533 trouwt met Anna van Ewsum. In 1541 komt hij voor als hoofdeling te Winsum. Nog altijd zijn er onder de Ripperda‘s moeilijkheden over de erfenis van proost Uneken en vrouw Ulske. Pas in 1552 komt een overeenkomst tot stand waarbij Focko de ‘steden ende campen myt hoeren toebehoeren tho Winsum gelegen vrij ende ewelicken’verkrijgt. Deze Focko speelt een grote rol in het politieke leven van die tijd. In 1565 of 1566 moet hij gestorven zijn. Hij is de vader van Peter, Asinge, Onno en Wigbolt, die als geuzen zo bekende geworden zijn. Na de ’beeldenstorm’ die zij in Winsum hebbe ondernomen. moeten zij uitwijken en worden hun goederen geconfisqueerd. Voor zijn vlucht heeft Peter in I568 zijn huis te Winsum verkocht of verhuurd aan Hercules van Ewsum, met 120 grazen land daarbij behorende. Bij de borg wordt dan een zomerhuis genoemd.

 

Peter Ripperda sterft in 1574 in Oost-Friesland, enige jaren later. in 1578 weet de stad Groningen het goed te kopen. Van de tweede Ripperdaborg aan de oostzijde van het dorp, gaat de geschiedenis zeer ver terug. Omstreeks het jaar 1000 bezit het klooster Werden goederen te Winsum. Deze komen in 1284 in bezit van de commanderij te Warffum, waarvan ze een voorwerk gaan vormen. Dit voorwerk wordt in 1529 door Evert de Mepsche gekocht. Enige tijd daarna is het in bezit van de Ripperda's gekomen.

 

Of De Mepsche of Focko Ripperda er een adellijke woonstee heeft gebouwd is onbekend. In elk geval is het in bezit gekomen van Asinge Ripperda en zo deelt het het lot van de overige Ripperda goederen geconfisqueerd te worden in 1569. Het huis is dan reeds door ruiters en knechten zeer 'destrueert’.

 

Asinge overlijdt in 1574 in Oost-Friesland en evenals de andere Ripperdaborg wordt ook deze gerechtelijk verkocht en ook nu (1584) is de stad Groningen koopster. Bij deze borg hoort dan 91 gras land. De stad die zich door de Ommelander politiek in Winsum bedreigd acht, krijgt door de aan koop van beide borgen met de daarbij behorende rechten de macht in dit dorp in handen. Ook na 1594 blijven de beide borgcomplexen aan de stad. Het ene, groot 120 grazen, verhuurd als 'Vrouw Amkenheerd', het andere, groot 91 grazen, als het voorwerk te Winsum.

 

Op de eerste staat de vervallen borg van wijlen Peter Ripperda. Deze borg wordt in 1595 verhuurd aan burgemeester Albert Jarges. Zijn onkosten aan reparaties zijn zo groot, dat hij vrijgesteld wordt van huur. In 1607 is hij ‘daaruit gevaren’. Van 1609-1626 treffen we juffer Truide Coenders aan als huurster. In 1610 huurt zij het gedeelte erbij dat Henricus Lontzen gehad heeft.

 

Bij deze denken we aan de laatste abt van Selwerd van die naam, maar die is reeds in 1595 gestorven. In 1627 worden de beide complexen gesplitst en onder beklemming gebracht. Er is dan nog sprake van borgsteden. De stad staat dan voor de vraag het vervallen huis te Winsum‚ waarmee de voormalige borg van Peter Ripperda bedoeld moet zijn, te repareren of te slopen. Ze besluit tot het Iaatste. De sloop wordt een feit op 20 maart 1627. De op afbraak verkochte borg brengt nog 1120 car. gl. op. De ronde gracht om het huis is nog lang zichtbaar gebleven. Dit is dus de westelijke borg geweest.

 

De oostelijke borg, van Asinge Ripperda, is al eerder verdwenen. In 1569 is hij al ‘destrueert’ en waarschijnlijk nooit hersteld. In 1602 wonen op de borgstede op een klein heem in een hutje Johan Backer en zijn vrouw Grete. Ze zijn oud en arm en niet meer in staat zonder hulp hun vervallen huisje te herstellen. Ze vragen dan aan het stadsbestuur de stenen die nog in de grond zitten te mogen gebruiken tot opbouw van hun huisje.

 

Er bestaan in feite geen afbeeldingen van de huizen  van Winsum. De tekening van Het huis te Winsum van een zekere Verregen uit 1622 is een mystificatie. Welk huis het voorstelt is volkomen onbekend. Mocht dit wèl een borg bij Winsum voorstellen, dat is het wel een ontzettend groot gebouw geweest. Bron. 1).

 

De landerijen blijven tot in de 19e eeuw eigendom van de stad Groningen die ook de rechten heeft behouden. Pas in 1856 heeft de stad het collatierecht, afkomstig van het voormalige voorwerk verkocht.

 

Wigbold Ripperda, de verdediger van Haarlem in 1573, geschilderd door Nicolas de Largilière. Dit portret is in 1957 in het bezit van de heer L.A.J. van Mierlo te Breda.

 

De Ripperda’s zijn dus na de Reductie niet naar Winsum teruggekeerd. Wèl hebben de afstammelingen van Asinge zich altijd ‘van Winsum’ genoemd.

Zij waren katholiek of zijn katholiek geworden. Luurt Ripperda, de tweede zoon van Asinge, treedt in militaire dienst. In 1610 koopt hij de borg Ewsum. Zijn weduwe Ida Lewe verkoopt deze weer in 1617. De familie verkeert blijkbaar in minder gunstige financiële omstandigheden.

 

Hun zoon Wigbold (zie afbeelding links) woont in ieder geval niet op een bekende borg, maar op Hoykinge- of Gaykingaheerd (nu heet het Bosch) te Den Andel.

Hij is getrouwd met Ave Isabella Herma. Of hij door dit huwelijk katholiek is geworden of dat hij dat hij dat al voor zijn huwelijk is geweest, weten we niet.

 

Uit een brief van Ave uit 1657 blijkt, dat hij dan, geheel zonder succes, heeft gesolliciteerd naar een militaire post. Ook zien we dat Ave zich met het gewone boerenwerk bemoeit.

Hun zoon Ludolf Luirt volgt wèl een militaire loopbaan in 1672. Door zijn huwelijk met Maria Isabella van Diest verkrijgt hij Jensemaborg te Oldehove. De boerderij in Den Andel verkopen zij in 1694. Ze zijn de ouders van de bekende Johan Willem Ripperda.

 

 

 

 

Noten, bronnen en referenties:

 

  1. 1. De Ommelander Borgen en Steenhuizen, door Wiebe Jannes Formsma, R.A. Luitjes-Dijkveld Stol en A. Pathuis.
  2. 2. A. Luitjes-Dijkveld Stol, Winsum verleden. Groningen 1957, blz. 34-122.

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

Hoogeveen, 21 juli 2017.
Update, 5 september 2021.
Bewerking: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top