Het Reitdiep bij Dorkwerd.
Het Reitdiep bij Dorkwerd.

Wierum (in de middeleeuwen ook wel als in UUirum geschreven) is een buurtschap gelegen op een tot 4,46 meter (boven NAP) hoge wierde, oorspronkelijk in de gemeente Winsum. Vroeger werd de naam Wierum ook gebruikt voor de huizen ten oosten van het Reitdiep, hetgeen sinds de 19e eeuw alleen nog als Wierumerschouw wordt aangeduid. Op de wierde bevinden zich een boerderij, twee huizen en een kerkhof, waarvan de oudste grafzerk van 1679 dateert. Het Pieterpad loopt door Wierum. Ten zuiden van Wierum liggen de wierde Enens en de rond 1850 ernaast gebouwde Friese kop-hals-rompboerderij De Paddepoel.


Het buurtschap bevindt zich in de noordelijke punt van de gebieden de Lage Paddepoel en Selwerd. De grens tussen beide gebieden is niet duidelijk, al wordt aangenomen dat het de weg dwars over de wierde is. Wierum ligt nagenoeg aan de rivier het Reitdiep. De brug over het diep en het daar ontstane gehucht, beide Wierumerschouw genaamd, zijn dan ook naar Wierum genoemd. Ook de Wierumerpolder aan de overzijde van de rivier ontleent zijn naam aan Wierum
.


Opbouw en bewoning
De wierde van Wierum wordt vermoedelijk bewoond sinds 400 v.Chr.[1] In die tijd raakte de kwelder nog bij elke stormvloed overstroomd en dus waren de inwoners genoodzaakt om de wierde al snel op te hogen, hetgeen vermoedelijk onder de begraafplaats ligt. De eerste bewoners waren waarschijnlijk veehouders, die hun vee lieten grazen op omringende weiden. Tussen 300 v.Chr. en het jaar nul slibde de kwelder zo hoog op dat het omliggende land nog slechts zelden onderliep. In de Romeinse tijd is een grote uitbreiding en versterking gedaan aan de wierde met mest en plaggen. Er zijn veel vondsten gedaan die wijzen op een grote bevolkingstoename in die tijd. Met de val van het rijk raakte de wierde echter ontvolkt, maar in de Merovingische (481-751) en Karolingische tijd (751-987) kwamen de bewoners weer terug. Toen in de 10e en 11e eeuw de kust echter sterk opslibde, waardoor de waterafvoer verslechterde, werd bewoning -ook als gevolg van stormvloeden- echter weer moeilijker. Met de bedijkingen en organisatie van de waterschappen werd het tij weer gekeerd en konden ook de lager gelegen gebieden permanent worden bewoond.

 

Kerk en collatierecht

Vroeger stond er een kerk zonder toren (de klok hing in een klokkenstoel op het kerkhof), die ouder moet zijn dan 1378, want in dat jaar komt Wierum voor het eerst voor als parochie; een parochie die zich uitstrekte van Aduard tot Harssens. Later werd het kerkdorpje kerkelijk gecombineerd met de Dorkwerd; de eerst genoemde predikant die beide plaatsen onder zijn hoede had was Marcus Marsmannus in 1612. Het collatierecht was tot 1520 in handen van de abdij van Aduard en vervolgens van het geslacht Gaykinga (Gaickinga) die hun gelijknamige 14e of 15e-eeuwse Gaykingaheerd hadden aan de naar hen vernoemde Gaaikemadijk (voor 1619 gesloopt) en daarvoor al collator waren bij de abdij; op Sint-Bernhardsdag 1520 werden de beide broers Hendrik en Frederik Gaykinga namelijk tijdens een gevecht doodgeslagen door enkele jaloerse monniken van het klooster, waarop deze het collatierecht werd ontzegd.[2] Begin 19e eeuw was het collatierecht in handen van de familie Trip uit Groningen, die het in 1825 overdroeg op kerk en leden. In 1829 werd de kerk afgebroken en werd te Dorkwerd een nieuwe pastorie gebouwd. De inwoners werden daarop kerkelijk bij Dorkwerd ingedeeld, terwijl die ten oosten van het Reitdiep (Wierumerschouw) bij Adorp werden gevoegd. De klokkestoel en klok werden in de winter van 1829 over het ijs naar Dorkwerd gebracht, alwaar deze weer werd opgesteld bij de kerk van Dorkwerd (vanaf 1869 in de toren). Rond 1840 stonden er op en rond de wierde alleen nog de oude pastorie en vijf huizen, waar 30 mensen woonden, tegen 190 in Wierumerschouw. De pastorie werd echter ook afgebroken en herbouwd bij Dorkwerd. De predikant schreef daar destijds het volgende over:


'Den 11 Januarij 1829.
De dagen van heden en van den 4 dezer waren voor dezen gemeente dagen van blijde herinnering en duurzaam aandenken, want wij mogten het geluk genieten dat onzen geliefden Koning bij hoogst dezelfts besluit van den 12 Mei 1828 nr. 1 de combinatie der Hervormde Gemeente van Wierum en Dorkwerd (die tot dusver alhier bestond en alleszins ongevoeglijk en bezwarend was door de afscheiding des Reitdieps, aan welks oostelijke oever de Pastorij en de Kerk van Wierum was geplaatst terwijl bijna de geheele beide gemeentens op eenige weinigen na aan de westelijke oever woonden) deed ophouden; Wierum vereenigde met Dorkwerd, bepaalde dat de Kerk van de Pastorij zou worden afgebroken en ons toestond om eene nieuwe predikantswoning bij de Kerk van Dorkwerd te bouwen ’t welk dan ook in het aanstaande voorjaar zal bewerkstelligd worden waartoe Zijne Majesteit ons de som van f 3300,00 verleende.
Daar nu de kerk te Wierum den 5 dezer zou worden afgebroken hield onze leeraar Ds. S.A. de Jonge op den 4 dato aldaar eene laatste toepasselijke leerrede onder een toevloed van eenen aanzienlijke schaar toehoorders naar aanleiding van Joh. 3: 20-24 ten betoge dat geen plaats nog gebouw iets afdoet tot den waren Dienst aan Gode toe te brengende, terwijl hij heden in de Kerk Van Dorkwerd hun opwekkende tot lof en dank aan God voor de gunstige verandering die daardoor in onze gemeente zal worden te weeg gebragt. Naar aanleiding van Esra 7.27a gedenkende daarbij met dankzegging aan onzen beminden Koning en aan hen die daarbij het hunne hadden toegebragt als onzen hoogstverdienstelijken Staatsraad Gouveneur dezer Provincie als president van het Kollege van Toezigt op de Kerkelijke Aministratie bij de Hervormden in deze Provincie met deszelfs Secretaris den Hoogwelgeboren Heer O.J. Quintus zoodat deze gemeente thans is de Gemeente Van Dorkwerd.
Deze beide leerreden werden met belangstelling gehoord zoodat deze dagen in duurzame en zegenrijke aandenking zullen blijven voor deze gemeente
.
S.A. de Jonge Predikant' [6]

 

Artikel uit cournant.
Advertentie in de Provinciale Groninger Courant 9 december 1828.

 

 

Afgraving en 'herstel’
De wierde had voor de afgravingen een omvang van 5 tot 6 hectare. Tussen 1912 en 1916 werd ongeveer driekwart van de wierde afgegraven voor gebruik als terpaarde op schrale zandgronden. Alleen rond de gebouwen, het kerkhof en de weg bleef de wierde intact. In de jaren 1960 brak het besef door dat wierden archeologisch van grote waarde waren en werd de wierde net als andere wierden aangewezen tot rijksmonument. De steilwanden staken echter op sommige plekken tot 4 meter uit boven het omringende landschap en begonnen op plekken te verzakken. De grond van de wierde was ook tot vlak rond het kerkhof afgegraven. Mogelijk lagen aan de randen de van het kerkhof de niet-gelovigen, die niet op het kerkhof zelf mochten worden begraven. Rond 2000 kwamen door de verzakkingen daar namelijk botten tevoorschijn uit de verzakte wierde. Dit was een van de redenen waarom de wierde in aanmerking kwam voor het wierdenherstelprogramma van de provincie Groningen.[3] Tussen 2006 en 2008 is het grootste deel van de wierde hersteld met gebruikmaking van 80.000 kubieke meter klei; baggerspecie uit het Van Starkenborghkanaal. Een bewoner wilde echter niet meewerken, waardoor een deel van de wierde nog altijd lager ligt.[4]

 

Gedeeltelijk werd de wierde niet hersteld.
Een bewoner wilde niet meewerken, waardoor een gedeelte van de wierde nog altijd lager ligt.

 


Bronnen, noten en/of referenties

  1. 1. Miedema (1983) dateert de wierde op ongeveer 600 v.Chr. (vroege ijzertijd), maar Taayke (1996) dateert de wierde op grond van eigen aardewerkonderzoek op ongeveer 400 v.Chr. tot 200 v.Chr. (midden-ijzertijd).
  2. 2. Jacob van Leeuwen. It aade Friesche terp; of, Kronyk der geschiedenissen van de Vrye Friesen p. 155-156 (noot) (1834)
  3. 3. Greta Riemersma. Knekels rollen uit zijkanten van verzakte wierde. Volkskrant (7 november 2003)
  1. 4. Chaja Zeegers. Wierdenlandschap. Trouw (28 augustus 2010)
  2. 5. Wikipedia
  3. 6. Provinciale Groninger Courant 9 december 1828.

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

 

Hoogeveen, 30 juni 2015.
Verhaal: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top