De kerk, de toren en het bijgebouw te Ezinge. Bron: Wikipedia Commons.

 

De kerk van Ezinge is gewijd aan Petrus en dateert uit het begin van de 13e eeuw. Ook de vrijstaande toren stamt uit dezelfde periode. Kerk en toren liggen op een deels afgegraven wierde die door de Groninger hoogleraar Albert van Giffen voor archeologisch onderzoek is onderzocht in de jaren dertig van de 20e eeuw. Hierdoor wordt de hoge ligging van kerk en toren nog extra geaccentueerd. Veel van de materiële verhoging in het door prielen doorsneden kwelderlandschap is destijds tevoorschijn gekomen. Vanaf de vierde eeuw voor Christus tot de twaalfde eeuw van onze jaartelling breidde de nederzetting zich in omvang en hoogte uit.

Foto: Wikipedia Commons.

De sobere romaanse baksteenkerk ligt aan het einde van de Torenstraat op de noordwestrand van de steil afgegraven wierde van Ezinge. Vanuit dat punt heb je een prachtig uitzicht over de uitgestrekte graslanden. De toren heeft een zadeldak en staat los van de kerk. De kerk heeft een uitwendig vijfzijdig gesloten eenbeukige zaalkerk, inwendig is de koorsluiting halfrond. De overgang van schip naar koor wordt door lisenen gemarkeerd. Erg interessant is de plaatsing van de portalen in beide lange gevels, dat teruggaat op Germaanse heidense tradities (4).
Vanuit het westen gezien hebben beide gevels eerst een spitsbogig portaal dat in de tijd van de gotiek is ingebroken en vervolgens een oorspronkelijke romaanse rondbogige ingang heeft gekregen. In het oostelijk deel van de zuidwand bevindt zich nog een rondboogportaal, de vrij smalle priesteringang, met daar tegenover in de noordgevel een laag rechthoekig venstertje, aan de buitenzijde gevat in een brede rondbogige knielnis. Ook de zuidoostzijde van de koorsluiting heeft een laag venster, maar groter en hoger in de muur aangebracht.
De halfronde koorsluiting heeft aan de zuidoostzijde een kepernisje voor de plaatsing van liturgisch vaatwerk en/of lichtjes en aan de noordoostzijde een rechthoekig nisje en het restant van de sakramentsnis (4).
Vóór 1638 is binnen een rechthoekige omlijsting de tekst van psalm 27 vers 4 geschilderd die uiting geeft aan de vreugde bij de samenkomst in het huis des Heren. Deze tekst komt uit de Deux Aes Bijbel, die in 1562 is uitgegeven te Emden (4).
De kerk bezit een bescheiden uit messing vervaardigde offerbus, ook wel armenbus genoemd, waarin de diaconie gaven verzamelde bedoeld tot ondersteuning van de behoeftigen. Binnen het doophek staat een zwaar met ijzer beslagen offerblok, waarin diaconiegaven werden bewaard (4).

De oorspronkelijke ingangen van de kerk zijn geheel dichtgemetseld. Aan de zuidzijde heeft zich de ingang voor mannen bevonden en aan de noordzijde de ingang voor vrouwen. De afzonderlijke ingang voor priesters is oorspronkelijk ook aan de zuidzijde gelegen en is eveneens dichtgemetseld. Aan de westzijde bevinden zich twee gotisch gevormde, weer dichtgemaakte, ingangen [1] .


De rijkgesneden eikenhouten kansel met baretknop en klankbord en een doophek tegen de zuidwand, zijn gedateerd uit 1721. De zesdelige kuip heeft hoekpilasters met bloem- en bladranken en panelen die zijn voorzien van snijwerk van de hand van de beroemde beeldsnijder Jan de Rijk. Het middelpaneel heeft een vanitasvoorstelling, die de ijdelheid en eindigheid van het menselijk leven verbeeldt met onder meer een schedel en een zandloper. Op de andere panelen zien we de vier evangelisten met hun symbolen. De lezenaar op de kroonlijst dateert van later tijd. Oorspronkelijk was er alleen een lezenaar gemonteerd op het doophek. Daar stond de koster om uit de Bijbel te lezen. Het fraaie doophek heeft opengewerkte panelen met dubbele engelenfiguren die verweven zijn met bladranken (4).

 

Het eenklaviers orgel is volgens Karst Karel in 1793 in de kerk geplaatst door Heinrich Hermann Freytag, een leerling van Hinsz. Volgens Plas dateert het orgel uit het midden van de 18e eeuw en is het in 1868 gerestaureerd en in de kerk geplaatst door de orgelbouwer Petrus van Oeckelen en Zonen [2]. Oorspronkelijk was dit een viervoets balustradeorgel met een speeltafel aan de achterzijde. Het orgel staat op een door twee gemarmerde houten zuilen gedragen tribune, waaronder zich de kerkenraadskamer en de opgang naar het orgel bevinden. Na de kerkrestauratie is het orgel in 1958 door J. v.d. Bliek herplaatst en uitgebreid met een Terts 1 3/5 voet, korte tijd later is dit register verbouwd tot een Flageolet. Het instrument telt tien stemmen op één klavier (4).

 

Het monumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed volgt de opvatting van Karst Karel en voegt daaraan toe dat het orgel in 1868 door Van Oeckelen is hersteld [3].

 

De dubbele herenbank in de abis met daarboven de psalmtekst van psalm 27 vers 4. Foto: Harm Hofman.

De kerk is in 1959 uitgebreid gerestaureerd en is erkend als een rijksmonument. Ook de vrijstaande toren en de tegen de toren aan gebouwde woning bezitten de status van rijksmonument.

Bij de grondige restauratie in de jaren 1957-58 is er naar gestreefd het oorspronkelijke aanzien zoveel mogelijk te herstellen. Verder is het koor als liturgisch centrum ingericht. Daartoe zijn de banken verwijderd. Het liturgisch centrum ligt nu tegenover de kansel, waardoor de dubbele herenbank naar de absis is verhuisd. In het achterste gedeelte van deze bank namen de kerkvoogden plaats en in het voorste de ouderlingen en diakenen. De 18e-eeuwse herenbank is gemaakt in opdracht van de Groninger burgemeester Albert Hendrik van Swinderen vervaardigd , maar het gebruik eindigde bij het uitsterven van de familie in 1899. Het achterschot draagt de wapens De Marees en Van Gesseler met als schildhouders een omziende griffoen met opgeheven vlucht en een omziende leeuw (4).
In het koor herinneren zandstenen zerken met wapens aan Luwe to Hardeweer, overleden in 1539 en Allo to Hardeweer, overleden in 1552. De 17e eeuwse grafzerken herinneren hoofdzakelijk aan bewoners van de Allersmaborg. Zij bekleedden erfelijke ambten in het Aduarder Zijlvest en hadden bestuursfuncties in Langewolt Westerdeel of waren gecommitteerde of gedeputeerde van Stad en Lande (4).


Het achterschot van de herenbank draagt de wapens De Marees en Van Gesseler met als schildhouders een omziende griffoen met opgeheven vlucht en een omziende leeuw. Foto: Harm Hofman.

Het gebouwtje bij de toren is oorspronkelijk een kosterij annex schooltje geweest. Het gebouw doet nu dienst als vergaderruimte. In 2011-2013 zijn kerk en orgel opnieuw gerestaureerd.

 

De gebouwen gelegen op de wierde. Foto: Wikipedia Commons. Het orgel in de kerk. Foto: Wikipedia Commons.

 

 

De kerk gezien vanaf het oosten (vooorjaar). Foto: Harm Hofman.

 

Noten, bronnen en referenties:

1. Karstkarel, blz.371
2. Karstkarel, blz. 371 en Plas, blz. 79
3. Beschrijving van de kerk van Ezinge in het Monumentenregister
4. Kees Reinders, Stichting Oude Groninger Kerken, 'Over de kerk van Ezinge',2014.

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 07 mei 2018.
Revsie: 28 mei 2018.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top