De Friesche Volksalmanak voor het jaar 1847 besteedt aandacht aan houten halsbanden en lage deuren zoals die bij respectievelijk kerkgangers en kerken voor zijn gekomen, of hier en daar zelfs nog steeds in Nederland zijn te zien, met name in Groningerland:

 

De kerk de Huizinge.
Foto boven: Het dichtgemetselde noormannenpoortje is
hier goed te zien en bevindt zich ook hier
aan de zuidzijde van de kerk.

‘Er zijn er, die dit willen toeschrijven aan den tocht, welke zij met Karel de Groote naar Rome zouden hebben gemaakt, bij welke gelenheid zij, zoo men zegt, het voornaamste aandeel aan het bemeesteren van die stad gehad hebben, ten gevolge van welke, Karel hun die vrijheden zouden gegeven en hun tevens de houten halsbanden van den hals hebben genomen. Zij beroepen zich hoofdzakelijk op de daaromtrent bestaande Bulle van Karel de Groote van 802, op de bestaande sagen, en op zeven keuren van Magnus [Forteman].’ [...] Nog een punt, voor en aleer ik tot het tweede gedeelte mijner verhandeling overga, mag ik niet voorbijgaan: het bevat de vrijheid, of liever de gunst, welke Karel de Friesen zoude hebben gegeven, door hen de houten halbanden af te nemen. [...] Onze geschiedschrijvers, die in een ander punt ook al wederom zeer dichterlijk zijn geweest, verhalen ons, dat de Friesen onder de Noorsche heerschappij zijnde, (als men de regering van de Vorsten, Hertogen en Koningen bij Hamconnius vermeld nagaat, dan zijn zij er nimmer onder geweest) hunne deuren naar het noorden moesten hebben, en dat zij zo laag moesten zijn, dat zij niet, dan zich buigende, daardoor konden gaan. In de eerste plaats moet ik hier opmerken, dat de Noormannen oostelijk van ons woonden en ik niet weet, dat zij sindsdien verplaatst zijn. Maar ik zal u meer zeggen. Leo, in zijn Rectitudines singulatrum personarum, licht ons hier voor. Ook in het Noorden, of liever bij de Noormannen waren er drie standen. De Edelen hadden hunne deuren naar het zuiden gekeerd, terwijl de andere beide standen dezelve in een andere hemelstreek moesten hebben; en vermoedelijk naar het noorden, omdat zij niet waardig gerekend werden, dat zij de zon zagen opkomen.’

 

De kerk van Marsum.
Foto boven: De kerk van Marsum. Juist achter het hekwerk links, beneden het midden van de meest linkse en middelste raam bevindt zich hier een dichtgemetseld
Noormannenpoortje op het zuiden.

De auteur spreekt zich niet uit over de lage deuren, maar wellicht impliceert hetgeen hij zegt over de richting van de huizen ook een verschil tussen hoge deuren en lage deuren.

 

Dat deze poortjes volgens andere oude bronnen oorspronkelijk bedoeld waren als strafmaatregel, wordt vervangen door andere motieven zoals vluchtpoortjes, vrouwenpoortjes en dergelijke, maar er wordt ook gezegd, dat de poortjes zo laag zijn, omdat het omliggende terrein is opgehoogd, zoals dit bij restauraties is gebleken. Ook de relatie met de Noormannen wordt ter discussie gesteld, omdat de bouw van stenen kerken pas na de tijd van de invallen van de Noormannen is begonnen. Dit is echter geen sterk argument omdat aanvankelijk houten bouwwerken in steen zijn geïmiteerd. En immers, als de vrouwen door deze poortjes de kerk betreden, moeten zij door de laagte automatische buigen naar het noorden ... daar waar de Noormannen wonen. Ook deze legende is niet kloppend te maken, omdat de vrouwen aan de noordkant in de kerk zitten, waar ze ook binnen komen. Bij de mannen is dat aan de zuidkant het geval..

 

Horst Arians Remels, een bekende restaurateur en antiquair uit Oost-Friesland en lid van de Stichting Vrienden Nederlands Tegelmuseum schrijft hierover:

 

'Die Sage knüpft an die vermauerte Nordtür der Remelser Kirche an, die für heutige Menschen zu niedrig ist. Ihre Einfassung besteht aus Granitsteinen. In der Mitte des Rundbogens findet man ein eingemeißeltes lateinisches Kreuz. Die Normannen sollen befohlen haben, diese niedrige Tür einzubauen, damit jeder Kirchgänger beim Verlassen der Kirche gezwungen sei, sich nach Norden hin - also in Richtung der Heimat der Normannen - zu verbeugen. Dazu ist anzumerken, daß zu der Zeit der Normanneneinfälle in Ostfriesland in Remels bestenfalls eine kleine Holzkirche gestanden haben kann. Zur Zeit der Erbauung der Kirche im 13. Jh. war die Normannenzeit längst vergessen. Dennoch kann nicht ganz ausgeschlossen werden, daß die Bezeichnung "Normannendör" zu Recht bestanden haben könnte, nämlich wenn man es wörtlich als "nördliche Männertür" übersetzt. Auf der Südseite findet man die Spuren von zwei zugesetzten Türen. Darunter dürfte auch eine Frauentür gewesen sein. Der Grund für die geringe Höhe der Tür ist darin zu suchen, daß der Boden um die Kirche im Laufe der Jahrhunderte angewachsen ist, da er als Friedhof diente. Gleich neben der vermauerten Tür finden wir ein Halseisen an einer Kette, das als Pranger für die niedere Gerichtsbarkeit diente (seit neuestem durch eine lebensgroße Holzpuppe veranschaulicht). Dieses Portal muß schon im Mittelalter vermauert worden sein. Vor Errichtung des jetzigen Westturmes betrat man die Kirche ebenfalls an der Nordseite weiter westlich etwa dort, wo heute innen die Orgelempore endet. Wer sich das Mauerwerk genau ansieht, kann erkennen, daß hier ein Portal zugesetzt wurde.’

 

Het kerkje van Marum.
Foto boven: De kerk van Marum. Een dichtgemetseld Noormannenpoortje bevindt zich hier tussen de beide meest rechtse ramen.

Hier wordt dus beweerd, dat de deur tegenwoordig zo laag is, omdat de grond van het kerkhof is opgehoogd en dat er naast een mannendeur ook een vrouwendeur zou zijn geweest. In een website over kerken in Dantumadeel wordt eveneens de theorie van de vrouwendeur verkozen:

 

'Veel kerken hebben in de noordmuur een lage, vaak dichtgemetselde, deur zitten. Die deuren in de noordmuur worden wel 'Noormannenpoortjes' genoemd. Volgens oude verhalen moesten de mensen via die deur de kerk verlaten, zodat ze dan elke keer even voor de Noormannen bogen. Een aardig verhaal, alleen klopt het niet, want toen de Noormannen hier kwamen stonden hier nog geen stenen kerken. Deze deuren waren voor de vrouwen. De vrouwen gingen vroeger via de deur aan de noordkant de kerk binnen. Binnen in de kerk moesten de meisjes en de vrouwen ook aan de noordkant zitten. Het noorden werd gezien als de kant van het kwaad en het zuiden met de zon als de kant van het goede. Door Eva, die van de appel at, kwam het kwaad in de wereld en daarom was dat de kant van de vrouwen. Toen er later verwarming in de kerk kwam, was het niet handig om twee deuren tegenover elkaar open te zetten. Dan vliegt de warmte de kerk naar buiten. De meeste deuren in de noordmuur werden toen dichtgemetseld.'

 

In het Overijsselse plaatsje Paaslo, op enkele kilometers van Oldemarkt staat het oudste kerkje van Overijssel, gebouwd in 1336. De oorspronkelijke ‘schuurkerk’ wordt in het begin van de 16de eeuw uitgebreid. Er is een zogeheten ‘noormannendeur’ te zien, die daar beschouwd wordt als een vluchtdeur. Het kerkje dankt echter zijn bekendheid aan het graf van de dichter J.C. Bloem (1887-1966). Ook in onze eigen omgeving in Groningerland zijn er veel van dergelijke noormannendeuren te vinden.

 

De kerk van Siddeburen.
Foto boven: De kerk van Siddeburen.

In een website over Wieringen (in pago Wirense) heet het:

 

‘Een ander fraai verhaal gaat over de bijzonder lage zij-ingang in de Michaelskerk, die bekend stond als het Noormannenpoortje. De afgebroken kerk op Stroe moet ook zo'n poortje hebben gehad. Naar verluid is deze deur met opzet zo laag om de Noormannen te verplichten te buigen voor het altaar.’ Ook dit gaat niet op, want het altaar staat niet in het westerlijk deel van de kerk maar in het oosterlijk deel.

 

En elders:

 

'De Oosterlander kerk, en naar verluid ook de Willibrordskerk op Stroe, hadden een aparte lage zij ingang aan de noordkant. De reden voor deze ingang was onduidelijk, maar het verhaal luidt dat de betekenis van deze poortjes was om toegang te bieden aan de Noormannen. De heidense Noormannen zouden doordat ze moesten bukken om door het poortje de kerk te betreden gedwongen worden te buigen voor het altaar. Een veelgehoorde andere verklaring is dat de kerkgangers hierdoor verplicht waren te buigen voor de Noorse hoofdman, dan wel naar het noorden.'

 

De kerk van Ulrum.
Foto boven: De kerk van Ulrum.

In een website over Bierum:

 

'In de Groninger kerken zien we aan de noordzijde vaak een dichtgemetseld poortje, een Noormannenpoortje. Deze zijn genoemd naar de overheersers die ze lieten aanbrengen. De Noormannen waren hardvochtig en lieten, naar men zegt, onze voorouders doorlopend met een strop om de hals door het leven gaan. Zo konden ze hen direct ophangen als ze dat nodig vonden. Om de mensen te dwingen de nodige eerbied voor hun land te tonen werden er poortjes aan de noordzijde van de kerk als ingang van het godshuis aangebracht. De poortjes werden zo laag gehouden dat men moest buigen als men de kerk uit ging.

Onze voorouders gehoorzaamden omdat anders het touw om hun hals werd aangetrokken. Maar ze zeiden wel tegen elkaar:

,,Bij het uitgaan van de kerk buigen we naar het noorden maar als we de kerk ingaan laten we duidelijk onze achterste zien. Als we dat nadrukkelijk doen is dat een bewijs van minachting. Toen de heersers het tweeslachtig gebruik van de poortjes ook inzagen, metselden zij die dicht.'

 

De waarheid rond de poortjes ligt zoals meestal in het midden ....

 

Bronnen:
1. Deels in de tekst opgenomen.
2. Drs R. Steensma, Langs de oude Groninger kerken, Bosch & Keuning N.V. Baarn.
3. Drs. R. Steensma, Vroomheid in hout en steen, Middeneeuwse kerken in Noord-Nederland, Bosch & Keuning N.V. Baarn, 1966.
4. Het Friesche Volksalmanak 1847.

 

 


Deze pagina maakt onderdeel uit van de site www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best foutenvoorkomen.Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

 

Hoogeveen, 12 mei 2010
Revisie: 25 juli 2012
Verhaal: © Harm Hillinga

Terug naar menu Artikels en Columns HomePage