HET PEERD VAN OME LOEKS

Een oude foto van het peerd van Ome Loeks voor het station te Groningen.In 1959 plaatst de gemeente Groningen een nieuw beeld voor het hoofdstation. Het liedje over het peerd van Ome Loeks is al ouder, maar na de plaatsing van het beeld wordt dit paard pas echt een bekend symbool voor alle Groningers. Op 7 juni 2007 komt het paard weer terug voor het station nadat het een poosje op stal heeft gestaan.

Over Ome Loeks en zijn paard
Het is nog de vraag wat er eerder was: het lied of het paard. Het lied wordt vanaf ongeveer 1900 in Groningen gezongen en is een vertaling van een ouder duits studentenliedje. Waarschijnlijk is het lied ouder dan het dode paard. Het lijkt er op, dat telkens als er paard doodging, dat van een man was die Lukas (Loeks) heette, het lied weer bekender werd in Groningen. Er zijn in de loop der tijd zeker drie Loeksen aangewezen als dé Ome Loeks. De meest bekende is Lukas van Hemmen, pikeur en eigenaar van café met stalhouderij 'de Slingerij' aan de A-weg. Zijn paard Appelon stief plotseling in het begin van de 20e eeuw.

 



Het peerd van Ome Loeks.Beeld van een paard
Al in 1952 doet de heer Steeman het voorstel om het paard van ome Loeks te gebruiken voor souvenirs. Getuige zijn briefpapier had hij al een ontwerp!

In 1955 gaan B&W van Groningen akkoord met het voorstel van de Raad voor de Kunst om Jan de Baat een beeld van het paard te laten maken 'mits het geheel op geestige wijze wordt uitgevoerd'.

In de jaren daarna volgt discussie over het beeld, over de kunstenaar, over de plaats, de gemeente moet uitgaven beperken en de gemeenteraad vreest bij de bespreking van het voorstel in 1957 het slachtoffer te worden van een grap...

Maar in 1959 is het dan toch zover: het beeld is klaar en de leden van de gemeentelijke kunstraad oordelen positief. Eén van hen, W. Jos de Gruyter, directeur van het Groninger Museum, verklaart dat het beeld hem is meegevallen. Hij hoopt, dat 'alle Groningers genoeg zin voor humor en zelfironie kunnen opbrengen om dit oude liedje te genieten en genoeg begrip voor moderne kunst om het beeld te waarderen'.

In augustus 1959 krijgt 't Peerd zijn plaats voor het hoofdstation. Een feestelijke onthulling komt er niet, 'omdat het college dat als ongepast beschouwde, waar het dier blijkens het befaamde lied op zo tragische wijze aan zijn eind gekomen is', aldus wethouder mevrouw Aarsen-Janssen tijdens een raadsvergadering. Maar het is een mythe, dat het beeld in de nacht geplaatst zou zijn.

 


Het paard leeft nog!
De kunstcommissie wilde een paard dat er gezond uitzag, zodat het beeld geen smet zou werpen op de Groninger liefde voor paarden. Dit beeld ziet er niet uit of het voedsel te kort komt en zwaait lustig met zijn staart.

Het peerd van Ome Loeks in de steigers.Wel zijn er regelmatig kosten wegens reparaties, maar de gemeenteraad besluit het beeld te handhaven. Het beeld wordt een bekend symbool voor Groningen. Krantenkoppen berichten regelmatig over de lotgevallen van het paard: 'raadslid meldt ziekte Peerd van Ome Loeks, Peerd van ome Loeks en Us Mem; een LAT-relatie', 't peerd moet een eindje opschuiven' en tenslotte: 't Peerd gaat uit logeren'. Ook tijdens dat verblijf bij een betonrenovatiebedrijf was er nog een bijna-ongeluk.Maar vanaf 7 juni 2007 staat het paard dus weer op het Stationsplein, al is het zonder gras en zwaait het nog steeds lustig met zijn staart. Het nu bekende standbeeld op het Stationsplein, was niet het eerste beeld dat Peerd van Ome Loeks werd genoemd. Beeldhouwer Wladimir de Vries maakte in 1951 zijn Veulen, dat aan de Radesingel bij de Sint-Jozefkathedraal werd geplaatst. Het werd in de volksmond al snel omgedoopt tot Peerd van Ome Loeks. Loeks van Hemmen meldde desgevraagd dat het veulen niet op zijn paard leek. Later werd het Veulen ook wel Lutje Loeks (Kleine Loeks) genoemd.
In 1955 deed Groningen mee aan de Nationale Energie Manifestatie 1955. Voor het paviljoen "Groei en Bloei van Stad en Land" maakte
Peerd van Ome Loeks.De Vries een ca. 3 meter hoog gipsen paardenhoofd. In de tentoonstellingscatalogus staat hierover: "... en 'het peerd van Ome Loeks' waarschuwt, wanneer men bij de expositie van Groningen is aangekomen, waarin zowel de stad Groningen als de provincie aandacht vragen voor activiteit op het gebied van kunst, wetenschap, handel en nijverheid." Het Nieuwsblad van het Noorden wist te melden dat er een bronzen exemplaar van het beeld in de stad zou worden geplaatst. Dit beeld is er echter nooit gekomen.

In dezelfde periode besprak de Groninger gemeenteraad het voorstel van een zekere heer Steeman. Hij had al eerder -na de onthulling van het Veulen- in 1951 een brief gestuurd, maar daarop geen gehoor gekregen. Steeman zag wel handel in de verkoop van kleine beeldjes van het 'peerd van ome Loeks' als souvenirs. In april 1954 ging de gemeenteraad alsnog akkoord met het voorstel, met als voorwaarde dat het geheel op een geestige wijze zou worden uitgevoerd.

De Amsterdamse kunstenaar Jan de Baat werd gevraagd een ontwerp te maken. In zijn eerste ontwerp had hij Ome Loeks óp het paard gepland, in het latere ontwerp werd hij ernaast geplaatst. Het was de bedoeling van de gemeente het beeld te plaatsen op het oostelijk deel van de Vismarkt, maar dat leidde tot veel bezwaren van markthandelaren en kermisexploitanten. Het beeld zou teveel ruimte innemen, waardoor er derving van baten zou kunnen optreden. De Baat maakte zijn beeld van kwartsbeton. In maart 1959 was het klaar en werd het tijdelijk geplaatst in het magazijn van de dienst Openbare Werken aan de Wilhelminakade. In dezelfde maand schreef B&W een brief aan de Nederlandse Spoorwegen met de vraag of het op het Stationsplein geplaatst kon worden. De NS gingen een maand later akkoord, waarbij zij lieten weten dat ze de voorkeur gaven aan een plaatsing waarbij de mannenfiguur naar het water kijkt. Mogelijk om te voorkomen dat alle reizigers die uit de trein stapten direct onder de staart van het paard zouden kijken. Uiteindelijk het beeld werd in augustus 1959 voor het hoofdstation geplaatst. Het werd niet officieel onthuld, omdat men dat niet vond passen bij de tragische wijze waarop het dier aan zijn einde is gekomen...

Met de diverse herinrichtingen van het Stationsplein is het beeld een aantal keren verplaatst. Ingevolge het verzoek van de NS is er altijd voor gezorgd dat het paard niet met z'n billen naar het station kwam te staan. In verband met de grootschalige renovatie van het plein voor het hoofdstation, en in het bijzonder de bouw van het zogenaamde stadsbalkon, werd het beeld in 2003 verwijderd. Op 7 juni 2007, tijdens de feestelijke opening van het stadsbalkon, is het beeld weer op zijn originele plaats onthuld. In de tussentijd heeft het een grondige opknapbeurt ondergaan.

De rechten van het beeld zijn sinds 1974 in handen van de Stichting Peerd van Ome Loeks. De Groninger beroepsbrandweer was in de jaren zestig en zeventig in het bezit van twee kraanwagens van het merk Ward La France die 'Ome Loeks I' en 'Ome Loeks II' waren genaamd.

 

 

Tekst en muziek van 't Peerd van Ome Loeks.

 

 

Peerd van Ome Loeks

't Peerd van Ome Loeks is dood
Loeks is dood, Loeks is dood.
't Peerd van Oome Loeks is dood,
hailemoal dood.

Guster nog goud gezond,
zwaaide mit steert ien t rond.
't Peerd van Ome Loeks is dood,
hailemoal dood

Haren we hom mor schillen geven
was e wel ien t leven bleven.
't Peerd van Ome Loeks is dood,
hailemoal dood...

 

 

 

PEERD VAN OME LOEKS WAS BIJNA DE BENEN KWIJT

'tPeerd en de flits. Foto: Enna N.

Peerd van Ome Loeks met Hangoor.Het scheelde niet veel, of 't Peerd van ome Loeks, na de Martinitoren hèt symbool van Groningen, was van achter aangereden, in de stormnacht van 6 jan. 2007. Een auto van een beveiligingsbedrijf reed met een beste vaart langs de Stavangerweg, waar opeens ijzeren platen lagen. De chauffeur gaf een zwiep aan zijn stuur en zijn wagen doorploegde de berm voor garage Mast, nam een hoekje van de omheining om dat bedrijf mee, en kwam vlakbij de kont van het peerd tot stilstand tegen de voorpui van de NBK, waar nog een flinke streep lange tijd aan het eenzijdige ongeval herinnert. Als het beeld geraakt was, dan zou er niet veel over zijn geweest van het fragiele onderstel. En had de NBK, een betonrenovatiebedrijf, andermaal kunnen beginnen aan een grote opknapbeurt. Overigens heeft het peerd tijdens de verplaatsing aldaar een tijdlang gezelschap gehad van een hangoor, een konijn dat helaas niet mee mocht verhuizen naar het stadsbalkon voor het station. 'tPeerd raakte zijn vriendje kwijt en als je goed kijkt zie je dat ze allebei erg droevig uit hun oogjes krijken.

 

 

Bronnen:
1. Auteur: Jona van Keulen, Groninger Archieven,
2. Het Verhaal van Groningen;
3. Eigen archief;
4. Jaarboek Groningen 1984;
5. Enna N.
6. Wikipedia

 



Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten

voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

 


Hoogeveen, 16 jan. 2009
Samenstelling: © Harm Hillinga

 

 


Menu Artikels.Homepage