De naam Beerta
Beerta (Gronings: Beert(e)) is tegenwoordig een dorp in de Nederlandse provincie Groningen in de gemeente Oldambt. Het dorp ligt in de streek Reiderland en telt volgens gegevens van het CBS in 2008 2.460 inwoners, waarvan ongeveer 400 in de verspreide huizen eromheen wonen. De plaats ligt volgens Google Earth op 53°10 26 N, 7°5 42° E.

 

 

Geschiedenis
Beerta is in de middeleeuwen een veenontginningsnederzetting geweest, mogelijk vanuit Ulsda. De plaats Beerta wordt voor het eerst in schriftelijke bronnen genoemd in het verdrag met het jaartal 1391. Als we uitgaan van dat jaartal is Beerta dus al zo'n 622 jaar oud! Zo wordt Liwert Hayens er hoofdeling te ’Berda’ genoemd. In hetzelfde verdrag wordt de grens beschreven tussen de landschappen Reiderland en Oldambt, waarbij de Tjamme de grens vormt. Dit water vormt ook de grens tussen de bisdommen Münster en Osnabrück, zodat aan de hand van deze beschrijving geconstateerd mag worden dat Beerta in zowel Reiderland als Osnabrück heeft gelegen. De naam zou een vorm zijn van ’buurt’, waar buren / boeren (etymologisch gezien hetzelfde) wonen. De naam van Beerta wordt in wetenschappelijke geschriften nogal eens verward met Utbeerte (een voormalig eiland in de Dollard), Uiterburen (onder Zuidbroek) en Berethe (in Oost-Friesland).


 

Kadasterkaartje boerderij en erf Kloostergare anno 1832.
Boerderij Kloostergare op de kadasterkaart van 1832. (Bron: HisGis).

De mythe van een klooster en Kloostergare

Er zou volgens verschillende verhalen op internet in de middeleeuwen in Beerta een klooster op 'de Zandhoogte' hebben gestaan. Deze mythe berust echter op een hardnekkig misverstand. Zo is er wel het klooster ‘Berethe’ of 'Barthe', maar dat heeft in Oost-Friesland gelegen. De ontdekking van fundamenten in Ulsda en Beerta in de 19e eeuw leidt tot wilde speculaties van twee kloosters in beide dorpen. In 1855 wordt de mythe alweer ongedaan gemaakt, maar desondanks komt men deze tot op heden steeds weer tegen. De enige verbintenis met een klooster is de boerderij Kloostergare, een voorwerk van het klooster van Heiligerlee. Deze uit 1797 stammende boerderij is rond 1975 steen voor steen afgebroken en weer opgebouwd in het Ned. Openluchtmuseum van Arnhem. Het is een zogenaamde Oldambster boerderij.

 

De boerderij is eigendom geweest van een klooster en is in 1797 gebouwd. Het is een zogenaamd ‘voorwerk’ van dat klooster geweest. Op een 'voorwerk' werken in die tijd meestal géén kloosterlingen, maar arbeiders die voor het klooster het werk verrichten. De laatste bewoners in Beerta zijn het echtpaar Koopman-Olsder. Na hun vertrek omstreeks 1975 is het de bedoeling om de boerderij te slopen. Het 'Nederlands Openluchtmuseum' in Arnhem krijgt echter interesse in het bouwwerk en daarom wordt deze de jaren daarop op het museumterrein herbouwd. Bij de overplaatsing worden behalve de boerderij ook de bijbehorende schuren verhuisd. Helaas gaat bij een brand in 1996 een groot deel van de boerderij en interieur verloren. Men heeft het daarna zo veel mogelijk in de oorspronkelijke staat hersteld. De schuur van de boerderij wordt op het museumterrein gebruikt voor tentoonstellingen.

 

Boerderij Kloostergare in het Openluchtmuseum van Arnhem.
Boerderij Kloostergare in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. (Foto: 2006. Bron: Eigen verzameling).

 

 

 

Van kapel tot kerk, de Kroon- en Stadspolder
In het dorp Beerta heeft tot aan het eind van de 15e eeuw mogelijk niet meer dan een kapel gestaan. In oude schriftelijke bronnen is hier sprake van, echter zonder nauwkeurige datering en plaats. In de 15e eeuw is de oostelijke arm van de Dollard ontstaan en moeten verschillende nederzettingen naar hoger gelegen plaatsen verplaatst worden.

Rond 1500 ontstaat de huidige kerk van Beerta, als de stenen van de ingestorte kerk van Ulsda naar Beerta worden overgebracht.

Lodewijk Napoleon Bonaparte.
Lodewijk Napoleon Bonaparte. Koninkrijk Holland 1806-1810. Bron: Wikipedia.

Hierna wordt nog lange tijd het zegel van Ulsda in Beerta gebruikt. De pastor noemt zich dan ook pastor van Ulsda en vicaris van Beerta. De in de tijd gebouwde kerk staat er nog steeds. De patroonheilige van de kerk van Ulsda, de heilige St. Laurentius, is vervolgens in het kerspelzegel van Beerta opgenomen en daarna in het gemeentewapen van Beerta. Na de eerste overstromingen wordt geleidelijk aan het land weer ingepolderd en draagt het gebied tot in de 20e eeuw een hoofdzakelijk agrarisch karakter. Op internet dwalen nog steeds verhalen rond dat de kerk van Beerta aan St. Laurentius is genoemd. De kerk heet daar St. Laurentius kerk. Dit is echter geheel onjuist. De kerk van Beerta is aan de St. Bartholomeus gewijd (zie: De grote kerk van Beerta).


In de 16e eeuw heeft Beerta ernstig te lijden gehad bij de inval van troepen van de bisschop van Münster onder leiding van Bernard van Galen die zijn priestergewaad voor harnas en zwaard verwisselt. Langs Ter Apel, Winschoten en Rouveen in Drenthe komen te troepen tot de burg in Foxhol, zodat de Oldambten en de Ommelanden in de greep van de bisschoppelijke macht dreigen te raken. In Beerta worden molens in brand gestoken, huizen verwoest, om de vijand 'de kans op brood te ontnemen'. Ook schuren moeten eraan geloven en worden in brand gestoken. Paarden, koeien en graan, maar ook huisraad en 'winckelwaer ende and. waere' worden weggevoerd (07). Ik hoop hier later in een afzonderlijk artikel nog op terug te komen.


Bij de gemeentelijke indelingen van het napoleontische Koninkrijk Holland van 31 mei 1808 worden de dorpen Beerta, Nieuw-Beerta en Finsterwolde samengevoegd tot de gemeente Beerta, als uitvloeisel van de eerste Nederlandse Gemeentewet van 1807. Nadat Holland is geannexeerd in 1810, wordt Finsterwolde in 1811 een afzonderlijke gemeente. De gehele 19e eeuw en het grootste deel van de 20e eeuw is in Beerta de landbouw overheersend geweest (3).
De Zeeuw Antonius van Kruin staat aan het begin van welvaart voor het gebied. Op eigen kosten zorgt hij voor de indijking van de Kroonpolder. Hij komt met de Stad overeen dat hij als tegenprestatie negentig jaar lang het vruchtgebruik zal krijgen over het vruchtbare uitgestrekte gebied achter de dijk. Daarna, in 1756 gaat de polder over in eigendom van de Stad. Al in 1740 is de Stad al overgegaan tot het indijken van de Stadspolder.

 

 

Gemeente Beerta
Tot 1 januari 1990 is Beerta een zelfstandige gemeente, waarin naast de hoofdplaats Beerta ook onder andere de dorpen Drieborg, Nieuw-Beerta, Nieuwe Statenzijl, Oudezijl, Oude Statenzijl, Ulsda en Winschoterzijl liggen. De zelfstandige gemeente Beerta bestaat dan uit 8.199 ha en heeft in 1960 3.430 inwoners, van wie 53% Nederlands-hervormd en 43% zonder kerkelijke gezindte. In 1960 is 36% werkzaam in de landbouw en 35% in de industrie. In 1990 worden de gemeenten Beerta, Finsterwolde en Nieuweschans (nu Bad Nieuweschans) samengevoegd tot de nieuwe gemeente Beerta, die op 1 juli 1991 de nieuwe naam krijgt van gemeente Reiderland. Per 1 januari 2010 wordt Reiderland een onderdeel van de nieuwe gemeente Oldambt.


 

Hamer en sikkel
Hamer en sikkel. Bron: Wikipedia.

Het communisme in Beerta

De opkomst van het communisme in Beerta is te verklaren door de vergrote economische afstand die aan het eind van de 19e ontstaat tussen landbouwers en boerenarbeiders. Deze afstand leidt uiteindelijk tot verharde tegenstellingen, gevoed door de ideologie van socialisme en anarchisme. In 1918 worden de ontwikkelingen gevolgd door de gebeurtenissen in Duitsland, waar de rode vlaggen al aan de grens zijn gehesen. Later is er de oriëntatie op de Sovjet-Unie, die na 1941 aan de kant van Geallieerden is gekomen, maar na 1947 in een ander daglicht komt te staan. In de jaren vijftig van de vorige eeuw is er een communistische meerderheid in de gemeenteraad, evenals in de gemeente Finsterwolde, maar al in de jaren dertig heeft de Communistische Partij van Nederland in Beerta een sterke positie veroverd. Dit is dan voor de regering aanleiding om de gemeenteraad buiten werking te stellen en te vervangen door een ‘regeringscommissaris’, zoals de Grondwet dat mogelijk maakt bij ‘ernstige verwaarlozing van de autonomie’. De aanleiding is dat de gemeenteraad een niet-sluitende begroting heeft opgesteld en voordelen heeft toegekend aan werklozen. De burgemeester (toen nog een niet-communist) neemt de taken van de gemeenteraad en het college van B & W waar. Die situatie blijft anderhalf jaar bestaan, van januari 1934 tot september 1935 en eindigt met de installatie van een nieuw verkozen gemeenteraad. In 1951 krijgt Finsterwolde een regeringscommissaris. In de jaren tachtig is Beerta de enige gemeente in Nederland met een communistische en tevens vrouwelijke burgemeester, namelijk Hanneke Jagersma die bij de bevolking goed in de smaak valt (3).


 

De burgemeesters van Beerta
In 1832 is Jan Hendriks Geertsema burgemeester van Beerta. Geertsema is tevens een van de grootse landbouwers in het centrum van het dorp. Hij wordt opgevolgd door A. Post. Daarna, rond 1842 is Johannes Berghuis van Woortman burgemeester van Beerta. Deze wordt opgevolgd door Christiaan George Plaat die dat tot 1863 blijft. Zijn opvolger is Hendrik Jan Onnes OJz die het ambt een flinke periode uitzit, namelijk tot 1916. Midden in de Eerste Wereldoorlog wordt Onnes opgevolgd door de liberaal Edzo Hommo Ebels.

Edzo Hommes Ebels
Edzo Hommes Ebels. Bron: Wikipedia.

Edzo Ebels wordt op 20 juni 1889 geboren in de Kroonpolder te Beerta en overlijdt op 4 februari 1970. Na zijn opleiding aan de HBS te Winschoten wordt hij landbouwer op de boerderij van zijn ouders. Van 1923 tot 1941 wordt hij lid van de Provinciale Staten van Groningen en van 1932 tot 1941 is hij bovendien lid van Gedeputeerde Staten. Als Linthorst Homan in 1941 door de Duitsers wordt ontslagen, wordt Ebels benoemd als Commissaris van de Koningin. Hij blijft echter plaatsvervanger tot er een NSB´er wordt benoemd. Na de oorlog wordt Ebels zelf Commissaris, van 1945 tot 1954. Hij krijgt verschillende nevenfuncties, zoals curator van de Rijksuniversiteit Groningen (1946-1960), waarvan hij ook enkele jaren president wordt. Op 30 augustus 1930 wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en op 2 juni 1954 wordt hij Grootofficier in de Orde van Oranje Nassau. In 1953 krijgt hij de Eredoctoraat in de rechtsgeleerdheid (1).

 

Als burgemeester geeft Ebels in 1923 het roer over aan (ook weer een liberaal), J.H. Nannenga. Hij wordt in de periode 1934-1935 regeringscommissaris. Van 1940 tot 1955 is Chr. P. van Essen burgemeester van Beerta. In 1955 vertrekt hij om burgemeester te worden van Goor.
Zijn opvolger in Beerta wordt Ekke de Haan, voorheen, al vóór de oorlog, wethouder in Heerenveen, een PvdA aanhanger die op 1 september 1955 burgemeester van Beerta wordt
(08) en dat tot 1971 blijft. Ekke de Haan is van 1956 tot 1957 tevens waarnemend burgemeester van Finsterwolde. Hem heb ik nog gekend en ik herinner hem als een gewone man, groot, grijs haar en spraakzaam naar iedereen. Als ik met mijn ouders tijdens een koude winter mijn rondjes heb geschaatst op de ijsbaan aan de Oudeweg loopt hij met ons terug en vertel ik hem hoe geweldig het is geweest op de ijsbaan, hoeveel rondjes ik wel niet heb geschaatst en dat de chocolademelk er zo lekker is. Mijn moeder vraag me daarna of ik wel weet wie die aardige meneer eigenlijk is. Nou nee, dat weet ik niet. Als ze me dan vertelt dat het de burgemeester is, schrik ik hevig, want ik heb deze voorname man in het Gronings van alles en nog wat verteld. Dat kun je toch niet doen tegen een burgemeester….

Tussen 1971 en 1982 wordt Johannes (J.G.) Voslamber burgervader. Ook hij is partijloos en is tevens van 1963 tot 1982 waarnemend burgemeester van Finsterwolde. Zijn opvolger is de communistische Johanna Jagersma. Als deze zwanger raakt is de bekende Ivo Opstelten van december 1983 tot maart 1984 waarnemend burgemeester.

Hanneke Jagersma.
Hanneke Jagersma.

Johanna (Hanneke) Jagersma wordt geboren in een politiek bewust CHU-gezin. Zij volgt de opleiding aan de sociale academie, de ASCA, in Groningen. Tijdens haar studietijd wordt ze politiek actief en in 1974 lid van de CPN. Na haar opleiding is zij werkzaam als projectleider gecoördineerd ouderenwerk in Beerta. Als CPN-lid wordt ze in 1978 gekozen in de Provinciale Staten van Groningen. Vier jaar later benoemt minister van Binnenlandse Zaken Ed van Thijn haar tot burgemeester van Beerta, waar zij op 1 april 1982 geïnstalleerd wordt. Ze wordt daarmee de eerste en achteraf bezien ook laatste CPN-burgemeester. Tijdens haar ambtstermijn wordt zij, zoals eerder vermeld, vanwege zwangerschapsverlof, vanaf december 1983, gedurende drie maanden vervangen door de toenmalige VVD-burgemeester van Delfzijl, Ivo Opstelten. Jagersma is één van de Oost-Groningse leden van de CPN, die zich verzet tegen de vorming van GroenLinks. Als de gemeente Beerta op 1 januari 1990 wordt opgeheven, verdwijnt haar functie. In 2005 treedt zij in dienst bij de Vereniging Humanitas als districtsmanager (2).

 

W.M. Cornelis
Wim M. Cornelis. Bron: Wikipedia.

Vanaf 1 juli 1991 maakt Beerta dan onderdeel uit van de gemeente Reiderland, met Beerta als ´hoofdplaats´ en tussen 1990 en 1997 is Wim (W.M.) Cornelis, een PvdA aanhanger, er burgemeester. Wim M. Cornelis, geboren te Groningen, 25 april 1949, is een Nederlands politicus voor de Partij van de Arbeid. Tot juli 2012 is hij burgemeester van de gemeente Gouda. Cornelis is geboren als zoon van een broodbezorger. Hij is aanvankelijk werkzaam binnen het basis- en het voortgezet onderwijs.

Zijn politieke loopbaan begint in de Groningse gemeente Ten Boer als fractievoorzitter van de PvdA. Vervolgens wordt hij in deze gemeente wethouder. Op 1 januari 1990 wordt hij benoemd tot burgemeester van Reiderland (tot 1 juli 1991 nog genaamd gemeente Beerta). In 1997 wordt hij burgemeester van het Friese Opsterland en in 2001 van de gemeente Gouda in Zuid-Holland. Hij wordt in 2007 herbenoemd als burgemeester van Gouda voor een tweede (en laatste) termijn, die in 2013 afloopt. Op 25 april 2008 wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Op 29 juni 2011 maakte hij bekend een jaar voor het einde van zijn ambtstermijn zijn functie neer te leggen. Dat is in juli 2012. Op 28 september 2011 komt hij onder vuur te liggen omdat hij in 3.5 jaar tijd 16 reizen naar Ghana heeft gemaakt waar hij ook een vakantiewoning bezit. Tevens zou hij zich niet gehouden hebben aan de regels bij de bouw van zijn vakantiewoning aldus het onderzoeksbureau KPMG. Op deze dag moet hij zich tevens verantwoorden voor de gemeenteraad.

Tijdens deze raadsvergadering geeft hij aan zijn Ghana-portefeuille ter beschikking te stellen. De raad, afgezien van Trots op Nederland en de SP, neemt hier genoegen mee.
Per 1 juli 1997 zijn er alleen maar meer aanhangers van de PvdA burgemeester in Reiderland. Tot 1 januari 1998 is dat waarnemend burgemeester John te Loo (geboren in Harlingen), vervolgens tot 1 april 2001 Ab Meyerman, opgevolgd tot 1 januari 2007 door Bart Horseling en als laatste Lo Kats die dat blijft tot het opgaan in de gemeente Oldambt op 31 december 2009
(2).


 

Buurtschappen
Beerta is ongeveer 200 jaar geleden verdeeld in meerdere buurtschappen, namelijk Beerta zelf, De Zandhoogte, Beersterhogen en het voormalige eiland Ulsda. In die tijd kunnen we er nog van uitgaan dat de verbindingen tussen deze buurtschappen erg slecht geweest zijn. Beerta zelf bestaat behalve uit de kern, uit het Westeinde en het Oosteinde. Ouderen in het dorp kennen deze termen nog steeds en we komen ze ook tegen op oude kaarten. Zoals eerder vermeldt staat er op de Zandhoogte een boerderij genaamd Kloostergave, die zoals aangenomen wordt heeft toebehoord aan een klooster, dat is volgens een Schoolmeestersrapport nog het geval in 1828 (4).
Het tegenwoordige gehucht Ulsda ligt op een loopafstand van ongeveer een half uur ten zuidoosten van Beerta en Beersterhoogen, dat in de volksmond ook wel Beersterhoven wordt genoemd, ligt op een loopafstand van vijftien minuten ten noordoosten van de Grote Kerk (Hervormde Kerk) in Beerta. Op de maandag na Sint Marcus wordt in 1506 de eerste steen gelegd.

 

 

De kerk bevindt zich hier nog in de originele staat, met raam en de klok in het midden. Rechts staat het café, dat later is gesloopt. (Bron: eigen verzameling).

Gelovig en werkzaam volkje
De Beertsers zijn al lang niet meer zo’n gelovig volk als in 1828. In die tijd wordt er nog geschreven dat zij er een 'bezadigde denkwijs' op nahoudt die bij enkelen leidt tot dweepzucht en 'stijve regtzinnigheid' en slechts in een enkel geval ruimte laat tot vrijdenken. Ze stoppen graag geld in het onderwijs van de jeugd en geven privé lessen in zang en muziek. Er is geld bij de vele boeren in het gebied. Zo is er ook het hele jaar door gelegenheid de 'Avondschool' te volgen. Het dorp kent drie kerken en twee scholen, terwijl er in de Kroonpolder nog een bijschooltje staat. Er zijn twee zangkoren en drie leesgezelschappen (4).
Volgens het Schoolmeesterrapport uit 1828 keurt meester Molema de omgang tussen boer en arbeider niet goed. In zijn rapport schrijft hij dat de boer dat deze 'niet vrij te pleiten is van soms teveel diensten van de handwerksman te verlangen.’ Dat is bijvoorbeeld het geval bij het dorsen van zaad en bij de overige werkzaamheden tijdens de oogst. De boer heeft er ‘een handje van’ op een  gebiedende toon tot zijn werkvolk te spreken, aldus het rapport (4).

 

De meester vertelt verder dat het voor het arbeidersvolk wel erg vroeg dag is omdat men om vier uur ’s morgens al met werken moet worden begonnen. Zo tegen zevenen gaat men ontbijten en daarna moet men weer stevig tot tien uur aan het werk, voordat er een half uurtje rust mag worden genomen. De middagpauze is van twaalf tot half twee en daarna moet men doorwerken tot vier uur in de middag om wederom een half uurtje rust te krijgen. Dat dag zit er echter nog niet op en de werkzaamheden worden weer hervat tot zes uur, waarna men aan het avondeten kan beginnen.
Tijdens het dorsseizoen gaat het er nog veel anders aan toe. Er moet dan de hele dag worden doorgewerkt. In de winter kan men twee uurtjes langer doorslapen en staat de arbeider om zes uur op. In die periode eet men ’s avonds later, meestal rond zeven uur.
Meester Molema schrijft in zijn Schoolmeestersrapport ook het een en ander over  ‘de gebezigde platte taal' van de Beertser bevolking en vertelt dat hij verplicht is hierover te schrijven, waarop een van de inwoners zegt: 'Dor heb en z'joe wat te doun mokt, meester.' (4)
De verraderlijke Dollard ligt in 1828 dichtbij en men heeft regelmatig te maken met de verraderlijke omstandigheden van het weer in de invloed daarvan op de bevolking. Gedurende de natte en koude dagen hebben nogal wat inwoners te lijden onder koortsen en Molema noemt daarbij vooral de galkoorts. Deze komt erg vaak voor
(4).

 

 

Kuiper.
Een kuiper aan het werk. Bron: Wikpedia.

Bedrijvigheid

Volgens het schoolmeestersrapport bezit Beerta in die tijd 2 roggemolens, een daarvan is met een pelwerk uitgerust en 1 met een boekweitmolen. Er zijn 3 linnenweverijen, 4 ijzersmeden, 4 stelmakers, 1 verver en 2 kuipers actief.

Verder heeft men er 3 broodbakkers, 6 schoenmakers, 8 kleermakers en 4 wol- en linnennaaisters.

De Beertser boer is met hart en ziel bij zijn landbouwbedrijf betrokken. Zijn eten bestaat meer uit stevige kost dan uit lekkernijen (4).

Afhankelijk van de te behalen prijs wordt bepaald welk gewas het meest wordt verbouwd. Over het algemeen is dit voornamelijk gerst en daarna haver en tarwe en rogge. Van de zaden wordt hoofdzakelijk koolzaad gezaaid. Voor het paard in de stal heeft men de 'roode of Brabantsche klaver’ ingezaaid. Het voer dat hierdoor van het land kan worden gehaald, is drie keer zo goed als het gemaaide gras van de gewone grasweide. Vruchtbomen bezit men ook. Zo hebben veel boeren appelbomen, peren-, pruimen- en kersenbomen en struiken.

Als laatste worden in het schoolmeesterrapport trouwens de aalbes en de kruisbes aangeduid als ‘boomen’. De schoolmeester wil ook een beetje verstand van de landbouw naar voren brengen en denkt zelf dat de boeren ‘teveel gunstige gelegenheid laat ontglippen’ omdat ze geen wijnstokken hebben en geen perziken en abrikozen (4).

 

 

Dagelijks leven
De inwoners leggen regelmatig bezoekjes aan elkaar af die zich vooral kenmerken door zuinigheid. In de boerenkringen is er een grote lust voor het lezen. Vooral reisbeschrijvingen worden gretig doorgenomen, terwijl het lezen van een roman wat op de achtergrond staat. Nee, de boer houdt meer van serieuze onderwerpen zoals godsdienst, geschiedenis en algemene kennis over zeden en gewoonten, de ‘etiquette’. Als het op de kleding aankomt, kiest de het boerenvolk voor de duurzaamheid daarvan. In dat geval mag de stof ook best wat meer kosten. Van ondergeschikt belang is het ‘uiterlijk’ van de kleding. De kleding hoeft niet echt op te vallen of uit ‘de toon te springen’ (4).

 

 

Oude kerkhof te Bellingwolde.
Oude kerkhof te Bellingwolde.

Sterven en begraven
Bij een sterfgeval worden de buren aan weerszijden meestal uitgenodigd voor ‘een etentje’, maar er wordt wel een limiet gestel aan het aantal bezoekers. Dat zijn meestal niet meer dan twee per gezien. Als de overledene nog erg jong is, krijgt de halve gilde ook een uitnodiging voor de plechtigheid; bij een oudere dode, wordt de hele gilde uitgenodigd (4).
In de 19e eeuw is het gebruikelijk in Beerta dat vrijwel iedereen uit de familie de overledene de laatste eer komt bewijzen; zelfs de halve neven en nichten komen langs en als de heer of de vrouw des huizes uit het leven raakt, komen ook alle vrienden van zowel de vrouw als de man op de plechtigheid langs. De onderwijzer komt ook (4).
De plechtigheid bestaat eruit dat de hele groep de dode naar het kerkhof begeleidt en bij een oudere persoon is het gebruikelijk dat de kist eerst tweemaal rond het kerkhof wordt gedragen, voordat hij of zij aan de aarde wordt toegevoegd. Dat is ook de reden dat er bij sommige kerkhoven nog steeds een pad rond de begraafplaats ligt
(4).

 

 

Op kraamvisite in de 17e eeuw. Bron: eigen verzameling.

Op kraamvisite
Een eeuw eerder, zo rond 1720, is het gebruikelijk dat de ‘Beerster Hammeriken’ ter gelegenheid van de kraamvisites een lied komen zingen. Een deel van de tekst daarvan luidt: ‘Wie Beerster Hammeriken, maar hebben wie ons geliken' (4).

Uit dit lied blijkt een bepaalde trots die de Beersters uitstralen. Waar de naam Hamrikken vandaan komt? Wel ‘hamrik’ betekent inham en ‘rik’ wellicht is afgeleid van ‘rijk’. Zo wordt Nieuwolda of Midwolder-hamrik zelfs ‘het golden hamrik’ genoemd (4).

 


Ten huwelijk vragen
Als in de 19e eeuw de zoon van een boer een boerendochter heeft gevonden, geeft hij een zogenaamde ‘maagdsman’, die ook wel  ‘pleegsman’ wordt genoemd, de opdracht om uit te zoeken of het boerenmeisje in kwestie inderdaad wel met hem wil trouwen. Op het moment dat het meisje vervolgens haar ja-woord geeft, is dat de aanleiding op met de trouwplechtigheid te beginnen.

Het feest wordt beurtelings gevierd in of bij het huis van de bruid én van de bruidegom, dat gepaard gaat met een glas wijn en een feest en doorgaat tot in de late uurtjes. Soms is het zelfs zo dat ook de maagdsman eraan moet geloven en dat ook daar het feest nog een keer wordt gevierd. Bij de feesten zijn ook de eventuele ‘kalfzusters’ en ‘kalfsbroers’ aanwezig, dat zijn de kinderen uit een eventueel eerste huwelijk. Tegenwoordig hebben we het dan over halfbroers en halfzusters. Meester Molema heeft het in zijn rapport over:  'Al luidt het slot wat kalverachtig, de zaak is niet te min waarachtig.' (4).

 

 

 

Bronnen en literatuur:


01. Rijksuniversiteit Groningen. Overzicht Eredoctoraten.
02. Wikpedia.
03. ‘Gain diek, gain laand, gain leev’n’: een onderzoek naar de oorzaken van moderne armoede in Oost-Groningen tegen de achtergrond van het bijstandsbeleid van de Communistische Partij van Nederland, specifiek in de voormalige gemeenten Beerta en Finsterwolde (1965-1989), doctoraalscriptie 2005, door Bjorn Hanssen.
04. RHC GA: `Schoolmeesterrapporten van 1828`.
05. ´De iezeren kette van d’armoude: aspecten van de sociaal-economische geschiedenis van Beerta, 1800-1870´. Priester, Peter en Harm de Raad, Groningen 1982.
06. ´Honderd jaren landbouworganisatie, 1842-1942: schets van de geschiedenis der afdeling Beerta van de Groninger Maatschappij van Landbouw´, F.E.H. Ebels, Winschoten 1948.
07. RHC GA. SA. Inv.nr. 456.
08. Nieuwsblad van het Noorden, 15 aug. 1955, jaargang 11, nummer 286.

 

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.ae.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 15 jan. 2012.
Update: 26 augustus 2020.
Verhaal: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top