Boven: De Onstaborg op een tekening van Andries Schoemaker (atlas Schoemaker) van ca. 1725. De tekening is waarschijnlijk gebaseerd op een verloren gegane tekening van de tekenaar van de borgen op de Coenderskaart (ofwel Joris Camp of Frederik Coenders) uit 1672 of eerder. De Onstaborg is tussen 1725 en 1728 ofwel van Schoemaker of van een van deze eerdere schetsen nagetekend door Jacobus Stellingwerff.

 

De Onstaborg is een borg geweest aan westzijde van het dorp Sauwerd. Het is het stamslot van de familie Onsta. Het gebouw ontstaat vanuit een zeer sterk steenhuis, dat in de loop der tijd meerdere malen wordt verwoest. Begin 17e eeuw wordt het gebouw herbouwd als borg, maar begin 18e eeuw is het gebouw definitief afgebroken. Tegenwoordig resteert alleen nog de borgstee. Het terrein vormt tegenwoordig een weiland.
Het gebouw dient niet te worden verward met de later gebouwde Onstaborg, die ook wel Nieuw Onsta wordt genoemd. Deze borg heeft zich in Wetsinge bevonden.


Boringen in 1997


Uit boringen in 1997 is gebleken dat de borg op een kwelderwal is gebouwd. Deze kwelderwal is verhoogd met klei die waarschijnlijk uit de grachten is gekomen die eromheen zijn gegraven en vormt onderdeel van de wierde van Sauwerd. De gebouwen bevinden zich blijkens de boringen op het zuidoostelijke deel van de huidige borgstee. Dit deel vormt oorspronkelijk een klein eiland, waar zich waarschijnlijk het steenhuis heeft bevonden. Ernaast heeft een groter L-vormig eiland gelegen, waarop zich waarschijnlijk de bijgebouwen hebben bevonden. Deze indeling is niet zeker, maar een dergelijke opzet is ook bekend van bijvoorbeeld het Huis te Farmsum, de borg Reitsema bij Grijpskerk, de Tammingaborg bij Hornhuizen en de borg Jensema bij Oldehove. De borgstee wordt waarschijnlijk in de 17e eeuw vergroot tot de huidige borgstee van 80 bij 100 meter. In het noordwestelijke deel van de huidige borgstee worden bij de boringen geen resten aangetroffen van puin en dit deel heeft dan ook mogelijk een andere functie gehad. Mogelijk heeft hier de houten schuur gestaan met paardenstal die in 1415 wordt genoemd. Aan noordoostzijde heeft zich een brug bevonden naar het terrein waar vroeger de kerk van Sauwerd heeft gestaan. Van deze brug resteren nog enkele resten van de bruggenhoofden [1].


Ontstaan en eerste bewoners


De eerste verwijzingen naar het gebouw dateren uit de 14e eeuw. De eerste eeuw van het geslacht Onsta is in nevelen gehuld. In 1248 sneuvelt er een Meinoldus Onsta bij de belegering van Aken {2}, maar een verband met Sauwerd is niet bekend. In 1325 [3] en 1326 [4] komt een Folcmar of Folckermarus Onsatha of Onstitha voor als vertegenwoordiger van Hunsingo. Later komt in 1364 een Folcmari Onsatha voor als hoofdeling in Sauwerd [5]. In 1371, 1384 en 1386 komt vervolgens een Onno Onsta Ferhildema voor in Sauwerd, die sterft in 1398 en mogelijk een zoon is van de eerstgenoemde Folcmar. Onno heeft zeven zonen (Abeke of Abele, Eijlko, Menolt, Johan, Folcmer, Edseke en Abeke) en een dochter genaamd Everdeh (Evert).


In het genoemde jaar 1398 komt in diverse oorkonden de tweede zoon Aylko, Eijlko, Aeylike of Eylko voor met de achternaam Onstra Ferhildema. Hij is hoogstwaarschijnlijk dezelfde als de Aylko Onsta die wordt genoemd tussen 1405 en 1420. Ergens daarvoor lijkt er dus sprake te moeten zijn geweest van een huwelijk tussen beide families. [6] De familie Onsta wordt vervolgens ook verbonden met de borg Verhildersum, maar het is niet bekend of zij daar ook gewoond hebben. Wel hebben ze land in de buurt van deze borg. [7]


Verwoesting van de burcht Onsta in 1399


De oorkonden met betrekking tot Aylko uit 1398 handelen over het feit dat hij en Reyner Eysinga van Zandeweer het landschap Hunsingo opdragen aan hertog Albrecht van Beieren. Zij kiezen daarmee net als diverse andere grote heersers in De Ommelanden voor de partij van de vetkopers. De betreffende akte wordt opgemaakt op de Onstaborg zelf. [8] Hun tegenspelers de schieringers hebben echter de stad Groningen als bondgenoot. De stad ziet Hunsingo en Fivelingo als zijn eigen achterland en wenst geen inmenging van buitenaf. Nadat de Hollanders zich terugtrekken uit Friesland en de stad een verbond heeft weten te sluiten met Jan van Beieren en met een aantal schieringsgezinde heersers in de Ommelanden, trekt zij op naar het slot van de Onsta's. In 1400 weet de stad Groningen het steenhuis van de Onsta's daarbij in te nemen. In de kroniek van Johan van Lemego, die is opgenomen in de kroniek van Sicke Benninghe, staat over deze verovering onder leiding van Albart Wigboldus het volgende geschreven:


‘ende op den binnesten hoffsteede stondt een steen hues dat dicke was van mueren XII olde muersteenen, ende op die uterste hoffstede stonden V starcke steenhuesen die elcke dicke weren VIII olde muersteenen. Ende als dit eene hues seer toe schoeten was mit bussen, soe liep Abeke, die die olde broeder was unde em hadde beleggen laeten op die huesen, unde quam op die uterste hoffsteede daer V stenen husen stonden; soe leeten die borgers van Gronnigen eenen groeten grafft graeven uut Wetsinger siel rijt ende uut een diep gelegen an Onsten manne borch graven; doe weeren die borgers van der stadt voerscreven mijt hoeren scheepen in Onsten borchgraffte. Ende die borgers wonnen t hues mit groeter macht ende arbeijt, ende nemen die lueden gevangen. Ende Abeke Onsten worde gesloeten in die stadt op die Botteringhe poerte, daer hie langhe tiedt op sadt’


Op de binnenste hofstede staat een steenhuis met muren met een dikte van 12 oude muurstenen. En op de buitenste hofstede staan 5 sterke steenhuizen die elk muren hebben met een dikte van 8 oude muurstenen. Als het ene huis [op de binnenste hofstede] zwaar is beschoten met bussen [9] vlucht de oudste broer Abeke, die beleg heeft laten leggen op de huizen naar de buitenste hofstede met de 5 huizen. De burgers van Groningen laten daarop een grote gracht graven vanaf de Wetsingerzijlriet (Wetsingermaar) en vanaf een diep aan oostzijde van de Onstaburcht. Zo kunnen de hiervoor beschreven burgers met hun schepen de slotgracht van de Onsta's opvaren. En de burgers winnen het huis door hun grote macht en arbeid, waarbij ze de lieden (de Onsta's) gevangen nemen. Abeke Onsta wordt opgesloten op de Boteringepoort in de stad, waar hij lange tijd vastzit.


Dat de burcht Onsta een omvangrijke versterking vormt en de bewoners dus zeer rijk en machtig moeten zijn geweest, blijkt onder ander uit het feit dat de gebouwen op het zuidoostelijke deel van de huidige borgstee volgens opgravingen in 1997 een totale omvang van 70 bij 40 meter hebben gehad. Ervan uitgaande dat de bedoelde 'olde muurstenen' van het steenhuis in de lengterichting bedoeld zijn, heeft de hoofdburcht waarschijnlijk muren van ongeveer 1,75 meter dik. [12] De 5 genoemde steenhuizen op de buitenhof (uterste hoffsteede) vormen mogelijk gezamenlijk een voorburcht met 5 stenen torens, die door palissaden of muren met elkaar verbonden zijn geweest. [13] Deze steenhuizen of torens hebben muren van ongeveer 1,2 meter dik. [14] Beide diktes zijn groter dan de gangbare maat in Groningen. [14] [15] De huidige sloten die het terrein omgeven zijn waarschijnlijk oorspronkelijk 10 tot 15 meter breed geweest. [1] In een spionagerapport van rond 1468 in opdracht van de hertog van Bourgondië schrijft Willem Salomonszoon dat Onsta net als Ewsum en twee andere steenhuizen een zeer sterk 'slot' vormt. [16] De gracht die de Groningers groeven vanuit de Wetsingermaar is nog steeds aanwezig aan noordwestzijde van de borgstee en is mogelijk later ook door de bewoners gebruikt voor de bevoorrading over water.


Het slot wordt volgens het Nobilarium van van Wilhelmus Coenders van Helpen 'onder voeten' geworpen [17] en dus op zijn minst tot een ruïne gemaakt. Abekes jongere broer Johan(nes) wordt gedwongen om het zegel van Hunsingo dat zich op de borg bevindt terug te geven. Naast Abeke zitten ook zijn broer Aylko Onsta en Reyner van Harssens gedurende 7 jaren gevangen op de Boteringepoort. Aylko beklaagt zich erover dat de Groningers tijdens deze periode de renten op hun bezittingen vangen en dat ze hun verblijf in de gevangenis bovendien zelf moeten betalen.

 

Tekening/kaart van Haubois uit 1641. Deze is hier en kwartslag gedraaid. Rechts een tekening van het kadastrale minuut uit 1828. Afb. bron: Wikimedia Commons.

 


15e eeuw


In 1405 wordt een vredesverdrag getekend tussen Groningen, De Ommelanden en Frederik van Blankenheim, waardoor de Onsta's weer vrijkomen. In de jaren erop blijft het onrustig in het gebied. Zo veroveren de schieringers de stad Groningen in 1413, waarna ze de vetkopers in de Ommelanden het leven zuur maken. In 1415 heroveren de vetkopers de stad en kunnen de Onsta's een begin maken met het herstel van hun eigendommen.


Abeke leeft waarschijnlijk nog in 1445. [18] Het is niet precies duidelijk hoe de opvolging van de leiding van het steenhuis vervolgens is verlopen. Halverwege de 15e eeuw wordt Abel Onsta genoemd als borgheer. Hij is een zoon van Hidde Onsta, de zoon van de eerder genoemde Aylko Onsta. In 1456 en 1475 sluit hij overeenkomsten met de stad Groningen over goederen van de borg Herathema bij Eenrum. Hij is net als eerdere Onsta's een tegenstander van de stad en is bevriend met de Bourgondiërs, die in navolging van de Hollanders blijven streven naar invloed in de Friese gebieden. Na zijn dood in 1483 [19] worden zijn zonen Hiddo en Eylco hoofdelingen op het steenhuis.


Saksische Vete en tweede verwoesting in 1514


Hiddo overlijdt in 1491, waarna Eylco het overneemt. Hij is net als zijn voorouders anti-Gronings en raakt vanaf 1498 betrokken in de Saksische Vete. Dat jaar kiezen de Onsta's voor Albrecht van Saksen. [20] In 1500 landt Albrecht met zijn troepen bij Warffumerzijl en trekt op naar de stad om deze tevergeefs te belegeren. Tijdens zijn verblijf in het nabijgelegen klooster Selwerd wordt hij aldaar gehuldigd door onder andere Eylco Onsta.


In 1514 doen troepen vanuit de stad een uitval naar Winsum om de Saksische troepen aldaar te verjagen. Op de terugtocht verwoesten zij het huis bij Sauwerd. Volgens het Nobilarium wordt het huis 'geheel geplundert en verbrand'. [17] Eilco Onsta schrijft waarschijnlijk in 1518 [21] een brief aan graaf Edzard I van Oost-Friesland over de verwoestingen die de Groningers hebben aangericht aan de Onstaborg en Verhildersum [22], waarin hij spreekt over:


Dat huys to Sawert, daer waeren 4 goeder steynhuser toe, die twee met leiden gedecket, unde die anderen mit dubbelde pannen, unde twee goede steynkameren daerby getimmert, desgelyke een kamer beneden und boven. Alle deze husen waren wall gezieret en gestoffiert mit alle dingen daer zu behoerdende, unde wall beschoten mit wagenschutte, alle de kameren beneden und boven. Daer waeren 10 slaepkameren mit beddesteden, daer waren 25 beschoten beddesteden, unde 13 schoernesteynen op den husen, unde alle die huyse eyne solder boven die kaemeren, unde eine deyl twee solderen. Alle die vensters mit dikke iseren traliën, unde kelders oock mit ondervensters. Alle dat iseren werck, dat daer an was, hebben die Groningers mit ijere hulpers to Groningen gevoert. Daer by eyn goet steynhuys daer men in bruwet, 21 gebint lanck, alle die balken niet so klein, hy was 5 vierendeel voet kant aan den einde unde dat huis 3 solderen hoge boeven die balken, unde alle van gueden gekanten eycken holt daer na hoge und wytt. Noch eyn guede schuyre van gueden holte, daerby eynen gueden peerdestalle, die stall mit de schuyre byna so lanck als dat bruwehuys, dit hebben sy alle verbrant mit bruggen unde poorten unde eyn deyll bomen affgehouwen in den hoeven, also dat sulxs niet gemaeckt en was met 808 goitgulden, als zy daer gebrant en afgebrocken hebben [23]

 

Lees hier de tekst van de volledige tekst van de brief.


Het huis in Sauwerd


Daar bevinden zich vier in goede staat verkerende steenhuizen, waarvan twee gedekt met leien daken en de beide andere met dubbele dakpannen en met daarin (daarbij) twee betimmerde en in goede staat verkerende (stenen) kamers; een kamer beneden en een evengrote kamer boven. Alle huizen zijn goed gezierd (afgewerkt) en gestoffeerd met alle dingen die daartoe behoren en goed beschoten met wagenschotten, zowel de kamers beneden als boven. Er zijn 10 slaapkamers met bedsteden. Er zijn 25 bedsteden met beschot, 13 schoorstenen op de huizen, alle huizen bezitten een zolder boven de kamers en een deel twee zolders. Alle vensters hebben dikke ijzeren tralies en kelders met ondervensters. Al het ijzerwerk dat zich daaraan bevindt hebben de Groningers met hun helpers naar Groningen gevoerd. Er is hierbij ook een in goede staat verkerend steenhuis waarin wordt gebrouwen: Een huis van 21 gebinten lang en met flinke balken. Deze is 5 vierendeel voet (vijf kwartsvoet) dik aan het einde. [24] Het huis zoldert hoog boven deze balken. Deze zijn allen van goed gekant eikenhout, zowel naar hoogte als naar breedte. Daarbij nog een schuur van goed hout met een goede paardenstal, die tezamen bijna net zo lang zijn als het brouwhuis. Deze hebben ze allemaal verbrand met de bruggen en de poorten. Ook hebben zij een deel van de bomen in de hoven afgehouwen. Om dit alles dat zij verbrand en afgebroken hebben te herstellen is 808 gulden nog niet genoeg.


De totale schade bedraagt volgens Eilco het voor die tijd gigantische bedrag van 13.415 goudguldens aan de Onstaborg (buiten de schade die zijn pachter heeft geleden) en 1250 goudguldens aan Verhildersum. [17] Het valt te betwijfelen of hij hiervoor een vergoeding heeft ontvangen.


Uit de beschrijving kan niet worden opgemaakt hoe het gebouw er uit heeft gezien. Mogelijk betreft het een hoofdgebouw met 15e eeuwse uitbreidingen en een stenen huis en houten schuur op de plek van de voorburcht. Ook is het goed mogelijk dat de structuur van 1400 nog steeds min of meer heeft bestaan uit een steenhuis op de borgstee en een aantal stenen en houten bijgebouwen op de voorburcht.


Na Eilco's dood in 1521 worden achtereenvolgens zijn zonen Hidde (overleden in 1543) en Abel (overleden in 1558) genoemd als hoofdelingen van Sauwerd. Het huis is dusdanig beschadigd dat de schade lange tijd niet wordt hersteld. Rond 1540 laat Aepke Onsta in plaats daarvan een nieuwe Onstaborg (Nieuw Onsta) bouwen bij Wetsinge, ongeveer een kwartier ten noorden van de oude Onstaborg. Onder Abel Onsta herstelt de financiële positie van de Onsta's zich echter weer enigszins en mogelijk wordt er dan ook een begin gemaakt met het herstel. Vervolgens wordt Abels' zoon Aepke hoofdeling van Sauwerd, maar hij overlijdt al in 1564. Wie het eigendom van het huis te Sauwerd bezit in die tijd is niet bekend. Er is alleen bekend dat bij de dood van Hidde Onsta (die als redger op Verhildersum woon) in 1563 het eigendom overgaat op zijn zoon Eylco Onsta.


Doodslag van Regnerus Papinck


Eylco Onsta wordt ook wel 'de Oude' genoemd ter onderscheiding van zijn gelijknamige neef, een zoon van Hidde's broer Abel. In 1570 heeft waarschijnlijk deze Eylco Onsta de Oude een conflict met de pastoor van Bedum, Regnerus Papinck over een stuk grond. In een herberg aldaar vermoordt hij deze pastoor door hem te doorsteken met zijn zwaard op zo'n manier 'dattet achter weder uuthgegaen is'. Caspar de Robles stuurt hem vervolgens naar de rechtbank van Alva in Brussel, die hem echter weer terugstuurt naar Groningen, waar hij in 1572 gevangen gezet wordt op de Oosterpoort in Groningen. Tijdens zijn gevangenschap is hij wegens geldgebrek genoodzaakt om de landerijen van de Onsta's rond Lutkehuizen te verkopen en in 1573 laat zijn vrouw Elisabeth van der Eze zich van hem scheiden. Eylco overlijdt in 1575 in de gevangenis aan de pest.

 

Afbeelding van de borg te Sauwerd door Jacobus Stellingwerff. Tekening waarschijnlijk gebaseerd op een verloren gegane tekening van de tekenaar van de borgen op de Coenderskaart. Bron: Wikimedia Commons.

 


Verval tot ruïne tijdens de Tachtigjarige Oorlog


Het echtpaar heeft geen kinderen en daarom vererft het huis op zijn zussen Ida en Adda. Ida, die getrouwd is met Roelof van Munster krijgt bij de boedelscheiding het huis te Sauwerd en alle erbij behorende rechten. Zij verkopen het goed echter in een onbekend jaar door aan Oede Onsta en haar man Caspar van der Wenge. Oede is een dochter van Aepke Onsta van de Wetsinger Onstaborg. Zij is in 1582 getrouwd. Tijdens de daaropvolgende Tachtigjarige Oorlog wordt het huis opnieuw zwaar beschadigd. De graaf van Oost-Friesland schrijft in 1587 in een brief aan het Groningse stadsbestuur uit naam van Caspar van der Wenge dat het huis door Spaanse soldaten is 'destruert und nedergelecht, das nur ein geringes ausserhalb ein hoff oder gartte davon ubrigh'. Hij dringt erop aan dat de Spaanse soldaten die zich in het gebouw hebben gehuisvest het moeten verlaten. Rond 1628 verkeert het gebouw nog steeds in ruïneuze toestand. Er woont dan een arbeider.


Verschillende eigenaren


Het eigendom van het huis is ondertussen overgegaan op Caspars' zoon Boiocko (of Boyo Ocko) van der Wenge, die zelf waarschijnlijk heeft gewoond op de Onstaborg in Wetsinge, waar hij later ook begraven wordt. De namen van hem en zijn vrouw worden genoemd in 1609 als in Sauwerd een klok wordt gegoten. Boiocko is ritmeester in het Staatse leger. Hij sneuvelt in 1640 bij de Slag bij Hulst. Zijn erfgenamen besluiten vervolgens om de borg te verkopen.


Op de kaart van Egbert Haubois uit 1641 [27] is op een groter eiland een gebouw zichtbaar met de benaming 'borch'. Een een kleiner omgracht stuk grond ten oosten daarvan, waar in 2007 veel steenresten zijn gevonden, is echter onbebouwd. Immerseel denkt dat het gebouw geen borg betreft, daar deze op het kleine eiland zal moeten hebben gestaan en het dus (onderdeel van) de voorburcht moet zijn geweest. Het steenhuis zal dan dus al niet meer bestaan. Dit past ook bij het zogenoemde 'geringes ausserhalb' dat als overblijfsel wordt genoemd in 1587. Het grote eiland is aan twee zijden met de buitenwereld verbonden, maar het kleine eiland niet. Op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw zijn de beide eilanden samengevoegd tot 1 perceel. Op de kaart van Haubois zijn ook een boerderij aan noordoostzijde van het borgterrein en een boerderij aan zuidzijde (de latere Onstaheerd of 'Schathuis') te zien. Deze worden ook genoemd in het kohier van verpondingen op huizen te Sauwerd van 1628 en behoren als schathuizen bij de borg.
Volgens een aantekening op de kaart uit 1641 wordt deze gebruikt voor de verkoop van de borg met bijbehorende gronden aan Berend Coenders van Helpen. Bij het huis horen dan 122 grazen en 40 roeden grond (ruim 60 hectare). Coenders van Helpen verkoopt het huis in 1658 voor de som van 40.600 gulden door aan kapitein Henrick Ruse. Bij het goed horen dan (inclusief borgstee) 97 grazen land en 15,25 grazen en 31 jukken prebendeland, staande hoge jurisdictie en andere rechten, het halve zijl- en dijkrecht met jacht en visserij, het recht van unicus collator in de pastorie en kosterij van Sauwerd, gestoelten (herenbanken) en graven in de kerk van Sauwerd.


Bouw van de Onstaborg


Van de Onstaborg is onbekend wat de situatie is geweest tussen 1628 en ca. 1678 [28], maar ergens in deze periode heeft de toenmalige eigenaar de ruïnes van het huis Onsta geslecht en er een borg gebouwd. Het goed wordt bij de verkoop aan Ruse aangeduid als een 'oud adellijk huis' en er woont een oude weduwe van een zekere Geert Lamberts. Er woont dus dan geen familie van Coenders van Helpen. Deze familie steekt veel geld in de borg Fraam en het lijkt onwaarschijnlijk dat ze tegelijkertijd ook geld in Onsta hebben gestoken. Het lijkt veel meer voor de hand te liggen dat Ruse (Lees hier een artikel over Henric Ruse), die zelf ook architect en ingenieur is, de Onstaborg laat bouwen. Vermoedelijk laat hij daarbij ook de grachten opnieuw aanleggen in een vierkant patroon. Gezien de kadastrale minuut van 1828 wordt daarbij waarschijnlijk een binnen- en een buitengracht aangelegd, die van elkaar gescheiden worden door een brede singel. Uit latere bronnen blijkt dat de buitensingels hebben bestaan uit essen en iepen. Ook de Singelweg eromheen wordt dan ook aangelegd, waarvoor de oorspronkelijke weg rond de wierde moet wijken. [29] De borg staat afgebeeld op een tekening van Schoemaker van rond 1730 die waarschijnlijk gebaseerd is op een niet overgeleverde tekening van de tekenaar die ook de borgen in de rand van de Coenderskaart heeft getekend. [30] [31] De afbeelding toont een driebeukig gebouw (vergelijkbaar met de huidige Menkemaborg) met verschillende soorten gevels en staat als miniatuur ook op de Coenderskaart zelf.

 

[31]. Er bestaat ook een andere tekening van de Onstaborg met 4 torentjes. Deze is door schoolmeester Jan Gerrits Rijkens 'nauwkeurig' overgetekend van een beschilderde glasruit uit 1669, die hij aantrof bij landbouwer Jakob Willems Schuringa uit Hekkum, die het weer had bemachtigd 'uit een huis in de nabijheid van de burgstede Onsta, te Sauwert'. Deze tekening komt echter niet overeen met de tekening op de Coenderskaart en het is onduidelijk of dit wel een afbeelding van de borg is. Het zou mogelijk ook een tekening kunnen zijn van de vroegere voorburcht, zoals deze er begin 17e eeuw uitzag. Het is nagetekend van een glas uit 1669. De originele afbeelding bevindt zich in de Rijksuniversiteit van Leiden, vergezeld met het opschrift: Notitie Bodel Nijenhuis: "Op de bouwvallen van 't oude kasteel van dien naam gebouwd. Had 1669 dit uiterlijk, op eene glas.. Afgebeeld. 1723 afgebroken. Zie J. G. Rijkens, eckh. Verh. Over het slot later kasteel onsta, te Lauwert. In Alm t bev. V. kennis en goeden smaak, .. , 1832. 12."; "Is een ander dan het hiervolgende Onstaborgh te Westsinghe (Zie 't stukje van Rijkens)." De afbeelding is bewerkt met Photoshop en is 14.0 x 8.8 cm groot. Als zodanig is het afkomstig van Wikipedia Commons.


Het is niet geheel duidelijk wie het huis in de tijd van Ruse heeft bewoond. Volgens de overlevering woont hij er alleen in de zomer, samen met zijn vrouw. Zijn moeder overlijdt ook in Sauwerd en het wordt dan ook voor mogelijk gehouden dat de borg eigenlijk voor haar is aangekocht door Ruse. [29] Na zijn terugkeer in Holland in 1677 gaat hij er in elk geval zelf wonen.

 

De vroegere gracht die vanuit de Wetsingermaar naar de borg liep is tegenwoordig niet meer dan een sloot. Oorspronkelijk is deze 10 tot 15 meter breed geweest. Afb. bron: Wikimedia Commons.


Verkoop, verval en afbraak


In 1679 overlijdt Ruse en wordt net als zijn moeder en vrouw bijgezet in de kerk van Sauwerd. Het huis vererft op zijn enige dochter Johanna Maria Ruse. Zij woont echter samen met haar man in Denemarken, waar zij in 1712 overlijdt. [32] Haar zoon Ove Henrik Juel verkoopt daarop de borg in hetzelfde jaar aan gedeputeerde van Stad en Lande en lid van de Staten Generaal Johan Harmen Keizer. Na zijn dood in 1718 duurt het nog tot 1725 alvorens zijn erfgenamen Aleid Keiser en Tjaard Adriaan Gerlacius (Gerlatius) een besluit nemen over de dan al sterk vervallen borg: het 'Huys off de Borgh van Sauwert' met alle daarbij behorende stallingen, de beide schathuizen aan weerszijden van de borg, grachten, singels, bomen en plantages (totaal 11,5 grazen), de staande collatie en staande jurisdictie van Wetsinge en Sauwerd, alsook de halve schepperij van beide plaatsen [33], de staande zijlrechten van Sauwerd en Tijum en verschillende andere rechten wordt dan middels een erfwissel overgedaan aan Allegonda Maria Clant van Juckema, douairière Tjarda van Starkenborgh, die dan woont op de Onstaborg in Wetsinge. Het gaat haar om de rechten en dit betekent daarop het einde van de Onstaborg in Sauwerd. Kort daarop worden de borg en een van de beide schathuizen geslecht.


Later gebruik


Haar dochter Margaretha Bouwina Tjarda van Starkenborgh, douarière Rengers, verkoopt in 1766 de borgstee ('Campshoff') met het overgebleven schathuis (de Onstaheerd) aan zuidzijde samen met de Onstaborg in Wetsinge aan Ary de Graaf. In de omschrijving van het goed wordt gesproken over 'het muurwerk tot aan het water', wat de suggestie wekt dat er toen nog delen van de muren van de borg aanwezig zijn geweest.


Op de schetskaart (ca. 1748-1767) en wandkaart (1777) van Beckeringh staat op de plek van Onsta met de naam Oud Onsta een vestingwerk met vier bolwerken op de hoeken getekend. Deze vorm is van geen enkele andere kaart bekend. Immerseel denkt dat het mogelijk korte tijd onderdeel heeft gevormd van een (zeer) tijdelijke linie ter bescherming van de Wetsingerzijl. [34] Het bestaan hiervan is echter uit geen enkele andere bron bekend.


In 1823 wordt een huis gebouwd op het zuidoostelijke deel van de borgstee. [35] De rest van de borgstee is volgens de oorspronkelijke aanwijzende tafel van het kadastraal minuutplan uit 1828 in gebruik als boomgaard. Het schathuis is dan al afgebroken. Mogelijk heeft de bouw van het huis hiermee te maken. In het huis woont een arme weduwe genaamd Alle Michiels van der Veen. Volgens Rijkens bevatten in 1832 'de zware en zoo diep gelegde fondamenten nog voor handen, [...] zoo veel steen, dat men, daarvan meer zoodanige woningen zoude kunnen optrekken'. [35] De brug is dan al wel verdwenen, want Rijkens geeft aan dat er in plaats daarvan een smal voetpad naar de woning heeft gelopen.


Tussen 1880 en 1910 wordt tijdens meerdere campagnes een groot deel van de wierde van Sauwerd afgegraven, waaronder gezien de topografische kaart van 1905 ook de borgstee. Waarschijnlijk worden de fundamenten van de borg dan wel grondig gesloopt, waarbij ook het grootste deel van de funderingsresten worden verwijderd. Bij archeologisch onderzoek in 1997 werden veel uitbraaksleuven aangetroffen en kunnen de contouren slechts gedeeltelijk worden teruggevonden. In dezelfde periode wordt ook het huis op de borgstee afgebroken en in 1888 wordt ten zuidoosten van het terrein, grofweg op dezelfde plek waar het schathuis heeft gestaan (Burchtweg 13), een nieuwe boerderij gebouwd met de naam 'Schathuis' of Onstaheerd. Mogelijk hangen afbraak, bouw en afgravingen hier met elkaar samen. In 1894 wordt de grafkelder van de Onsta's op het oude kerkhof geruimd, nadat deze deels is ingestort. [36]


Tussen 1918 en 1919 wordt nog een deel de borgstee afgegraven om te worden verkocht als wierdegrond. Door al deze afgravingen ontstaat een duidelijke stijlrand bij de aangrenzende wierde, waar de kerk zich tot 1840 op heeft bevonden.
In 1997 worden archeologische opgravingen verricht op het terrein om de contouren te achterhalen van de vroegere borg.

 

Het borgterrein (op de achtergrond) met rechtsachter het terrein van de vroegere kerk van Sauwerd. Afb. bron: Wikimedia Commons.


 

Noten:

    1. Exaltus, R.P. & P.J. Orbons, Archeologisch onderzoek naar der resten van de borg Onstaborg p. 11, 15. Raap Archeologisch Adviesbureau / gemeente Winsum (juni 1997).

    2. Deze persoon wordt door Wilhelm Coenders van Helpen vermeld in zijn Nobilarium (Acker Stratingh et al., 1868, pp. 310-311, noot 1).

    3. De rechters van Reiderland verklaren met afgevaardigden van Fivelgo, Hunsingo en Groningen een schikking te hebben tot stand gebracht in het geschil tussen Hessel, proost van Farmsum, en zijn broeders eenerzijds en de ingezetenen van Oldambt en Holwierderzijlvest anderzijds (Farmsumer zeendbrief).. Oorkondenboek Groningen en Drenthe, nr. 288. Cartago (6 juli 1325).

    4. De abt van Aduard en enige anderen regelen de opvolging in het redgerschap van Huizinge.. Oorkondenboek Groningen en Drenthe, nr. 300. Cartago (11 juli 1326).

    5. Everardus Wijcboldi, Johannes Maurissinc, Hermannus Catere, Fredericus Cote, Gherardus Lewe & Lutbertus Sickinc (burgemeesters van Groningen), De burgemeesters van Groningen doen uitspraak in het geschil tussen het klooster van Aduard aan de ene en de ingezetenen van Osterwolt en Go en die van de Acht Zijlvesten aan de andere zijde betreffende verschillende waterstaatsbelangen.. Oorkondenboek Groningen en Drenthe, nr. 527. Cartago (1364).

    6. In de 14e eeuw komt ook een Eduarda Verhilde voor, die volgens sommigen in of rond 1295 zou zijn gehuwd met de eerstgenoemde Folcmar en de moeder zou zijn van de genoemde Onno Onsta en van Bawe Bouwe Eduarda Onsta, die later trouwde met Ewo Tammena von Jemgum, de stamvader van het geslacht Jemgum. Andere bronnen speculeren weer dat Yde, de vrouw van Onno, Ferhilderma van achternaam zou hebben geheten.

    7. Abel Onsta bezat in 1477 bijvoorbeeld 8,5 van de 12 redschappen van de rechtstoel van Leens.

    8. Gozewijn Acker Stratingh, Verheffing van de Hoofdelingen eensdeels tot Heeren en hunne verlaging anderdeels tot onedelen. Bijdragen tot de geschiedenis en oudheidkunde, deel 1 p. 38 (1864).

    9. Waarschijnlijk ofwel handbussen of haakbussen. Donderbussen waren toen in elk geval nog niet in gebruik.

    10. Hombergh, F.A.H. van den, E.O. van der Werff & A.J. Rinzema, Deel II-A: 13b: Verovering Onstaborg door Groningen. Sicke Benninge Croniken der Vrescher Landen mijtten Zoeven Seelanden ende der stadt Groningen p. 37 (F. pp. 56-57) (2012).

    11. In het Nobilarium van Wilhelmus Coenders van Helpen waarin een enigszins vrije vertaling van deze tekst wordt gegeven, wordt ook een alternatieve verklaring genoemd: Volgens sommigen was het huis pas ingenomen nadat de verdedigers waren uitgehongerd. Deze verklaring wordt door Coenders van Helpen echter als minder waarschijnlijk genoemd omdat er velen waren die onderschreven dat het vooral was toe te schrijven aan de 'groeter macht ende arbeijt' van de Groningers (Acker Stratingh, 1868, p. 308).

    12. In de breedte gemetseld zou het om muren met een onwaarschijnlijke dikte van 3,5 meter gaan (12 × ca. 30 cm). Het nobilarium van Willem Coenders van Helpen maakt overigens melding 12 voet, wat op ongeveer dezelfde dikte komt.

    13. Van der Aa maakte er in zijn artikel over de Onsta-burg (Aardrijkskundig Woordenboek, pp. 455-456) nog weer iets anders van. Volgens hem liep er een tweede muur rond de gracht, waarop zich 5 torens bevonden, waarvan een dienstdeed als poortgebouw.

    14. Hermans, D.B.M., Hoofdstuk 12: Verwante objecten en andere benamingen. Middeleeuwse woontorens in Nederland : de bouwhistorische benadering van een kasteelvorm pp. 160-161. Universiteit van Leiden (2013).

    15. In 1514 vaardigde de stad Groningen een verbod uit om (weerbare) huizen te bouwen van meer dan 3 stenen dik.

    16. Algra, N.E. & W. Salomonszoon (1967), Een spionagerapport van omstreeks 1468. Fryske Akademy. p. 18.

    17. Acker Stratingh, G, O. Feith & W.B.S. Boeles, Schade door de Groningers in 1514 aan het huis te Sauwert en deszelfs bezitter toegebragt. Bijdragen tot de Geschiedenis en Oudheidkunde inzonderheid van de provincie Groningen, vijfde deel pp. 308-312 (1868).

    18. Aangenomen dat de Abeke die in 1445 wordt genoemd dezelfde is als hij.

    19. Zijn grafsteen lag vroeger in de kerk van Sauwerd, maar werd na de afbraak van de grafkelder van de Onsta's in 1894 geschonken aan het Groninger Museum.

    20. Volgens Bakker stuurde de stad daarop in 1499 een leger onder leiding van Ulrich von Dornum naar Sauwerd en veroverde en vernielde het huis van de Onsta's opnieuw. Eylco zou daarop naar het buitenland zijn gevlucht. In andere bronnen wordt echter niet gesproken over een verwoesting in 1499. Bakker, J.G. e.a. (1973), De geschiedenis van Sauwerd en Omstreken. 2e dr. pp. 16-17.

    21. Volgens een bron dateert de brief uit 1518. In de brief wordt door Eylco geklaagd 'Item daer to moest ick sijn van de mijnen butenlande 3 jaer unde in ander lude huijsen woenen, unde groet gelt verteren'. Een andere bron vermeld dat de brief al in 1514 werd geschreven, maar dat lijkt gezien bovenstaande (3 jaar later) niet te kloppen (Acker Stratingh et al., 1868, pp. 309, 311).

    22. Bewaard gebleven in het boek Nobiliarium van Coenders, dat in 1886 werd uitgegeven door H.O. Feith

    23. Jacob Tilbusscher, [De Onstaborg te Wetsinge]. Nieuwsblad van het Noorden p. 13 (17 september 1926).

    24. Vertaald naar Rijnlandse voet zou dit ongeveer 0,3140 × 1,25 = ca. 39 cm zijn en naar Groningse voet 0,292 × 1,25 = ca. 37 cm.

    25. De bisschop van Munster had de proosdij voor het leven geschonken aan deze Gerlach. Voor de pacht betaalde Hidde 21 Hoornse guldens.

    26. .In 1538 geboren als oudste zoon uit het huwelijk met zijn tweede vrouw Johanna Spaen van Camphuijsen.

    27. Borch. Hiem. Graft. Cingel ende hof. Mitsgaders desselfs toegevoegde landerijen tot Sawert.

    28. Het vermoedelijke jaar dat de Coenderskaart werd uitgegeven, waarop de borg in miniatuur staat weergegeven.

    29. Gerta Boonstra, Henric Ruse - Heer van Sawert. Diepgang: een kroniek van drie dorpen langs het Reitdiep p. 6. Historische Kring Ubbega (6 november 2014).

    30. Formsma, p. 25. Deze tekenaar was waarschijnlijk ofwel ene Joris Camp, die in 1672 geld ontving voor het tekenen van onder andere enkele 'edellieden'-huizen, of Frederik Coenders, een van de tekenaars van de Coenderskaart van ca. 1677-78, die tekenles had gevolgd en interesse had voor architectuur.

    31. Er bestaat ook een andere tekening van de Onstaborg met 4 torentjes. Deze werd door schoolmeester Jan Gerrits Rijkens 'nauwkeurig' overgetekend van een beschilderde glasruit uit 1669, die hij aantrof bij landbouwer Jakob Willems Schuringa uit Hekkum, die het weer had bemachtigd 'uit een huis in de nabijheid van de burgstede Onsta, te Sauwert'. Deze tekening komt echter niet overeen met de tekening op de Coenderskaart en het is onduidelijk of dit wel een afbeelding van de borg is. Het zou mogelijk ook een tekening kunnen zijn van de vroegere voorburcht, zoals deze er begin 17e eeuw uitzag.

    32. Beiden werden begraven in de Dom van Viborg.

    33. De andere helft was reeds in handen van Allegonda Maria.

    34. Immerseel, p. 21

    35. Rijkens, s.p.

    36. Volgens Rijkens heeft deze grafkelder van binnen het aanzien van een kruiskerk gehad.

     

 

Literatuur:

1. Formsma W.J., R.A. Luitjens-Dijkveld Stol & A. Pathuis (1987), De Ommelander Borgen en Steenhuizen, pp. 143-144

2. Immerseel, R.H.M. van & B. Jonker (2007), De Onstaborg te Sauwerd. Stichting Particuliere Historische Buitenplaatsen.

3. Rijkens, J.G. "Beknopt geschiedkundig verhaal van het kasteel, naderhand het slot Onsta te Sauwert", Almanak ter bevordering van kennis en goeden smaak 1832 [s.p.]. Uitgegeven door het departement Leens der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.
4. Algemene bron: Wikipedia, De Onstaborg van Sauwerd.

 

De brief van Eijlcke Onsta.

Henric Ruse, heer van Sawert en vestingbouwer.
De ingestorte grafkelder te Sauwerd in 1884.

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 21 augustus 2018.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top