Foto: De kokersluis van Aduarderzijl.

 

Over Aduarderzijl

 

Aduarderzijl is een gehucht in de gemeente Winsum (straks Westerkwartier), het ligt aan het Reitdiep en telt nog ongeveer 20 huizen en 50 inwoners. Het gehucht ligt ten oosten van het gebied Allersma en ten noordoosten van Ezinge, ten noorden van Feerwerd en ten noordwesten van de wierde Antum en het dorp Garnwerd. Aduarderzijl wordt in het Gronings Auwerderziel genoemd.

 

Ontstaan

 

Het gehucht ontstaat volgens de meest recente inzichten kort na 1285 als monniken van het klooster van Aduard het Aduarderdiep laten graven naar het Reitdiep en hier de gelijknamige zijl (c) (spuisluis) aanleggen. Deze zijl dient onder andere voor de afwatering van gebieden nabij de stad Groningen op het Reitdiep, dat tot eind 19e eeuw in open verbinding met de zee heeft gestaan. Voor het beheer wordt het Aduarderzijlvest opgericht. Oorspronkelijk vindt de afwatering van het gebied plaats via de Feerwerdertocht, die via de Hunze bij Kloosterburen in de Waddenzee heeft uitgemond.

 

Aduarderzijl is door haar positie vroeger van strategisch belang geweest. In 1501, tijdens de twisten tussen de Schieringers en Vetkopers, wordt door de Saksen een blokhuis (verdedigingswerk) van 5 roeden (20 meter) breed gebouwd bij de zijl in opdracht van de stadhouder van Friesland om zo de stad te dwarsbomen. Om dit blokhuis wordt een staket (d) geplaatst en rondom wordt een gracht gegraven. Ook wordt een houten brug over het Reitdiep gelegd naar Schilligeham. Voor het graafwerk worden de inwoners van het Westerkwartier opgeroepen.


Het blokhuis wordt 'Stuir Groningen' of 'Waert Groningen' genoemd. De stad sluit echter een alliantie met de Geldersen en zet in 1514 troepen van Karel van Gelre in om het blokhuis te veroveren, waarna het wordt afgebroken. Het hout van de brug wordt aan de inwoners van Schilligeham gegeven, daar deze veel te lijden hebben gehad van brandschade.

 

Rond 1554 poogt Vredewold (een streek) haar afwatering van het dichtgeslibde 'Ipegat', ook 'De Kolk', genoemd, ten noorden van Okswerd te verplaatsen naar de Aduarderzijl, waartoe een verdrag met het zijlvest wordt getekend. De stad en het stadshamrik komen hier echter tegen in het verweer en uiteindelijk laat Vredewold dan maar in 1561 de Nieuwe Sloterzijl bouwen bij Niezijl.

 

 

Foto genomen vanaf de kokersluis. Het witte gebouw rechtsboven is het Waarhuis.

 

 

De Tachtigjarige Oorlog

 

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog wordt in 1580 in opdracht van de Ommelander heren door de Staatse legeraanvoerder Willem Lodewijk een schans gebouwd op het stuk tussen de beide huidige zijlen. Drie maanden later, in augustus 1580, wordt de schans echter door Spaanse troepen veroverd. In 1581 wordt de schans heroverd door Wigbold van Ewsum, maar kort daarna heroveren de Spanjaarden de schans weer. In 1590 wordt de schans versterkt door de Spanjaarden. Kort daarna trekt de Spaanse legerleider Verdugo zich terug in de stad en wordt de schans weer bezet door de Staatsen. Op 17 september 1593 keert Verdugo terug om de schans te heroveren. De eerste en tweede aanval worden afgeslagen door de ruim 30 man sterke bezetting van de Staatse vaandrig Herman Ophof, maar de derde aanval van de veel sterkere aanvallende macht lukt wel. De weinige Staatse mannen en vrouwen die niet reeds bij de aanval sneuvelen, worden vervolgens gewurgd en enkele kinderen worden in de gracht verdronken. In mei 1594 komen 12 vaandels troepen van Willem Lodewijk naar de schans om deze te heroveren. Uit woedde over de moorden door de Spanjaarden het jaar ervoor, wachten ze niet op het bevel van Willem Lodewijk en vallen de door 140 Spanjaarden verdedigde schans meteen aan. Slechts 8 Spaanse soldaten die zich verstopt hebben en enkele vrouwen en kinderen, weten het te overleven. De Staatsen tellen 50 doden. Bij de aanval is het kruitmagazijn ontploft, zodat de schans vervolgens onbruikbaar is geworden. Niet lang daarna geeft de Stad zich over bij de Reductie van Groningen (1).

 

In de 17e en de 18e eeuw

 

Tijdens het Rampjaar 1672 vormt de zijl onderdeel van de waterlinie ten noordwesten van Groningen. Bij de aanval van Bommen Berend worden alle 17 zeesluizen opengezet om het hele Reitdiepgebied onder water te zetten, zodat de stad niet vanuit het westen kan worden aangevallen. Het zoute water betekent wel een ramp voor de landbouw in het gebied.

 

In de 17e eeuw wordt er een nieuwe houten sluis gebouwd, waarvan de deuren echter in 1686 worden weggeslagen door de Martinusvloed. De huidige stenen Westelijke of Oude Sluis wordt in 1706 door het zijlvest gebouwd en heeft oorspronkelijk 3 deuren: ebdeuren voor het binnenhouden van het water voor de landbouw en scheepvaart bij laagwater; vloeddeuren voor het keren van zeewater bij vloed (worden door de druk dichtgedrukt); en stormdeuren die bij stormvloed worden gesloten ter extra veiligheid.

 

In de 19e en de 20e eeuw

 

Als de oude zijl te klein wordt, wordt ter bevordering van de waterdoorvoer uit het achterland in 1867 naast de Aduarderzijl de Kokersluis (ook Nieuwe of Oostelijke Sluis) aangelegd, een dubbele uitwateringsluis, maar zonder stormdeuren. In die tijd kan de sluiswachter met gietijzeren lieren de sluisdeuren bedienen. Om op de middelste pijler te komen is een trap gemonteerd in een nis in de sluis. De lieren zijn later verdwenen en de nis wordt dichtgemetseld.

 

In 1877 wordt het Reitdiep afgesloten bij Zoutkamp, waardoor de zeewerende functie van de Aduarderzijl vervalt. In 1895 wordt de Kokersluis hersteld en vernieuwd. In 1914 wordt de bakstenen boogbrug over de Aduarderzijl vervangen door de huidige betonnen liggerbrug (a) om zo hoge schepen die vierkant met stro zijn beladen ook onder de brug door te kunnen laten varen. In 1969 wordt de Lauwerszee bedijkt, waarop de zuidelijke Reitdiepdijk bij de dijkverordening van 1974 officieel zijn zeewerende functie verliest. De sluizen hebben dan geen functie meer en worden niet meer onderhouden, zodat ze langzaam vervallen. De deuren verrotten en zijn vervolgens verwijderd. Niet iedereen wil dit met lede ogen aanzien en in 1989 wordt daarop de Stichting Herstel Aduarderzijlen opgericht, die haar plan voorlegt aan het verantwoordelijke waterschap Westerkwartier. Deze steunt de plannen, maar heeft echter geen geld voor het herstel, evenmin als de provincie Groningen waarbij vervolgens wordt aangeklopt. De Europese Unie zegt daarop 1,5 miljoen gulden toe, mits het in de vorm van een waterbouwkundig leerproject voor jongeren wordt gegoten. De verantwoordelijke gemeente Winsum heeft de sluizen in dezelfde tijd op de monumentenlijst geplaatst en zegt daarom ook geld toe. Daarop worden de sluizen hersteld, voorzien van nieuwe eb- en stormvloeddeuren en, de aanzet van de vroegere boogbrug (b) zichtbaar gemaakt en de oorspronkelijke sluitsteen met het jaartal 1706 ingemetseld.

 

In de loop de jaren vervalt het sluizencomplex. In 1994 wordt een stichting in het leven geroepen tot eerherstel van de sluizen. Waterschap en Provincie zeggen daarvoor geen geld te hebben, maar de Europese Unie stelt een flink bedrag beschikbaar. De gemeente Winsum passt bij en de restauratie wordt in 1994 afgerond. (1).

 

Foto: De bebouwing van Aduarderzijl.

 

 

Het waarhuis

 

Naast de sluis staat een witgepleisterd 'waarhuis' (waren = bewaren, bewaken) uit deels 1680, voorhuis uit 1706, de voormalige sluiswachterswoning. Rond 1880 staan er (zoals boven omschreven) 4 tapperijen in deze buurtschap (1 op elke 5 huizen!), waaronder het waarhuis, waar de sluiswachter ook borrels schenkt. Dit grote aantal hield verband met het feit dat schippers en scheepsjagers hier vaak een tijd moesten wachten alvorens ze door de sluis hebben kunnen varen, omdat het water binnen en buiten de sluizen even hoog moet staan. In de tussentijd hebben ze dan de tijd kunnen doden in een van de uitspanningen. Het waarhuis is enkele jaren geleden omgetoverd tot een klein cultuurparadijsje, 't Waarhuis, waar exposities, concerten, diners en kleinkunst voorstellingen plaatsvinden. In 't Waarhuis is ook een maquette te vinden van de schans die in Aduarderzijl heeft gelegen (2).


Iets zuidwestelijker van het waarhuis ligt de eigenlijke kern van het gehucht, die bestaat uit twee straten met een aantal huizen en een minicamping met jachthaventje ten zuiden daarvan.
Het waarhuis van Aduarderzijl is waarschijnlijk de opvolger van het Sybrantshuis, dat voorkomt in een oorkonde uit 1489 (3).

 

Foto: Het jachthaventje van Aduarderzijl.

 

 

Reitdiepveer

 

Het Reitdiep vormt de natuurlijke scheiding tussen Nationaal Landschap Middag-Humsterland en het Hogeland. Een aantal jaren geleden is het idee ontstaan om beide historische landschappen via een veerdienst met elkaar te verbinden. In augustus 2014 is dat plan werkelijkheid geworden en kun je je per boot over laten zetten.

 

Je wordt getrakteerd op een rustgevend vaartochtje van een kwartier op de ‘Reitdiepveer’ tussen de twee aanlegplaatsen bij de eeuwenoude sluizen van Aduarderzijl en Schaphalsterzijl. Deze nieuwe optie opent veel nieuwe mogelijkheden voor fietsers, scootmobielers en wandelaars. Fiets- en wandelroutes op het Hogeland en in Middag-Humsterland kunnen voortaan op uiterst vriendelijke manier met elkaar worden gecombineerd (4). Wil je een overtocht als wandelaar of fietser maken, kijk dan eerst goed op de site van de Rietdiepveer voor de dienstregeling en de mogelijkheden. Je auto kan niet mee.

 

 

Foto boven: Het Waarhuis te Aduarderzijl.

 


Bronnen:

1. Wikipedia

2. Plaatsengids.nl

3. Jan van den Broek, Aduarderdiep en Aduarderzijl(en), febr. 2015

4. www.reitdiepveer.nl

 

Voetnoten:

a. Een liggerbrug is een brugtype dat gebruikmaakt van liggers die de hele overspanning vormen. Op de liggers wordt het dek van de brug aangebracht. In vroegere tijden gebruikt men een boomstam die aan beide oevers wordt vastgemaakt. De boomstam is inmiddels vervangen door balken van staal, gewapend beton of voorgespannen beton, waarop het brugdek wordt gelegd. Doordat massieve balken bij grote overspanningen te zwaar zijn, worden balken met een profiel gebruikt. Die profielen zijn er in verschillende vormen. De meeste bruggen die gebouwd worden zijn liggerbruggen; ze zijn namelijk goedkoop en snel te maken.

b. De boogbrug (als stenen variant soms welfbrug) is het oudste niet-triviale ontwerp voor een brug, bedacht in Mesopotamië en verfijnd door de oude Grieken en Romeinen. Eerst wordt er slechts één bouwmateriaal gebruikt, namelijk steen. De Romeinen hebben het ontwerp ook veelvuldig toegepast voor hun aquaducten. Zij hebben een soort cement gebruikt om de stenen beter op elkaar te laten aansluiten. Een stenen boogbrug wordt wel een welfbrug genoemd. Tegenwoordig worden boogbruggen zowel van staal als van beton gebouwd. Ook gelamineerd hout wordt wel toegepast.

c. Zijl is een ander woord voor spuisluis, dat vanouds vooral in Friesland, Groningen, Oost-Friesland, Oldenburg en Sleeswijk-Holstein gebruikt wordt. In het Fries spreekt men van syl, in het Gronings van ziel en in het Nederduits van Siel. Het woord komt ook voor in de vorm zijlvest of Sielacht, dat 'waterschap' of 'uitwateringsorganisatie' betekent. Een kanaal dat naar een zijl leidt, wordt doorgaans zijldiep of Sieltief (soms ook zijlroede, zijltocht, zijlmaar, zijlsloot, Sielgraben, Sielwetterung of Sielzug) genoemd. De waterschapsbelasting voor onderhoud van een zijl wordt in vroegere tijden zijlschot genoemd; de sluiswachter heet dan zijlwaarder of waarman.
d. Een staket is een omheining van puntige palen. Het wordt ook wel staketsel genoemd, meervoud: staketsels.

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 26 juni 2009.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top