Hoogwatum, deel 4.

 

 

Panorama Hoogwatum. Foto: ©Jur Kuipers, april 2022.

Panorama Hoogwatum. Foto: ©Jur Kuipers, april 2022.

 

 

Inleiding
Op zaterdag 31 mei 1969 vindt een draglinemachinist in het buurtschap Hoogwatum in de destijds gemeente Bierum menselijke skeletresten. De rijkspolitie groep Appingedam die onmiddellijk wordt gealarmeerd, waarschuwt direct de officier van justitie in Groningen, waarna in onderling overleg besloten wordt de Gravendienst Duitse Gesneuvelden te Venray in te schakelen. Men vermoedt namelijk te maken te hebben met de stoffelijke resten van in de gevechten van april 1945 aldaar gevallen Duitse militairen.

 

Na op 3 juni ter plaatse een onderzoek te hebben ingesteld, concludeert de Gravendienst onder leiding van de kapitein L. Timmermans dat het hier in elk geval geen militairen betreft. De opgedolven skeletdelen worden naar het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium van de directie politie van het ministerie van justitie, patholoog-anatoom dr. J. Zeldenrust, overgebracht en aldaar gedetermineerd als de stoffelijke resten van vijf menselijke individuen, namelijk vier volwassen personen — drie mannen en één vrouw  en één onvolwassene. Over het tijdstip van begraven wordt voorlopig nog geen uitspraak  gedaan.

 

Wat er verder gebeurt

Inmiddels gaat hardnekkig het gerucht dat het hier om tijdens de oorlogsjaren vermoorde Joodse Nederlanders zou gaan. De in de bezettingstijd minder vaderlandslievende houding van de familie die op de vindplaats heeft gewoond, heeft dit geruchtmakend vuurtje aangewakkerd. Het justitieel onderzoek brengt echter geen feiten aan het licht die deze vermoedens rechtvaardigen. Toch sijpelt het gerucht door, ook in de dagbladen met als gevolg dat twee leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal zich op 23 juni schriftelijk over deze kwestie tot de minister van justitie wenden[1] en ook het Nederlands Auschwitz Comité zich tot de minister richt.

 

Als een journalist van het geïllustreerde weekblad Panorama[2] op 8 juli bij graverijen op eigen houtje ter plaatse opnieuw een menselijke schedel vindt en deze de politie ter hand stelt, richt de commandant der rijkspolitie in het district Groningen, de dir. off. 3e klas J. H. G. C. Elzinga, zich op 9 juli tot het Biologisch-Archeologisch Instituut der Rijksuniversiteit Groningen met het verzoek de vindplaats te willen inspecteren omdat hij graag de mogelijkheid van een niet recente ouderdom van het gevondene gecontroleerd wenst te zien. Deze inspectie wordt nog dezelfde dag uitgevoerd door dr. W. van Zeist, H. Praamstra en K. Klaassens die daarbij door enkele politiefunctionarissen worden vergezeld.

Figuur 1. Hoogwatum. Duidelijk zichtbaar zijn de 'Bocht van Watum', het 'Beppega' en boerderij Hoogwatum. Situatietekeningen. Onder naar topografische kaart 1 : 10.000 verkend in 1959. Tekeningen B.A.I. (G. Delger).
Figuur 1. Hoogwatum. Duidelijk zichtbaar zijn de 'Bocht van Watum', het 'Beppega' en boerderij Hoogwatum. Situatietekeningen. Onder naar topografische kaart 1 :  10.000 verkend in 1959. Tekeningen B.A.I. (G. Delger).

Het Beppegat bij Hoogwatum. Door de voormalige gemeente Bierum is hier een strandje aangelegd om te genieten van de zon. Foto: ©Jur Kuipers, april 2022.

Het Beppegat bij Hoogwatum. Door de voormalige gemeente Bierum is hier een strandje aangelegd om te genieten van de zon. Foto: ©Jur Kuipers, april 2022.

 

Situering

(Figuur 1). De vindplaats ligt op een wierde aan de voet van de zeedijk aan de zuidzijde van het Beppegat[3].

Deze wierde komt niet voor op de terpenatlas[4] en is evenmin opgevoerd op de lijst van (beschermde) archeologische monumenten in de gemeente Bierum. Het dijklichaam en eventueel de Eems die ter plaatse Bocht van Watum heet, heeft deze oude woonplaats waarschijnlijk voor ca. 2/3 deel opgeslokt. De stafkaart 3H Bierum, verkend in 1959 en uitgegeven in 1961, geeft ter plaatse bebouwing aan die een boerderijtje zal voorstellen dat omstreeks 1963 moet zijn afgebroken.

 

Pl. 1 Rechts boven wíerde Hoogwatum anno 1727 met daarnaast de toevoeging 'Huys ran Haje Mindels wort genoempt Hoog Waatrum'. Uit deze kaart blijkt eveneens dat Claas Bartels - de eerste naam van boven, westelijk van de slaperdijk - zijn land van de provincie huurt. Ook de localisering van de naam wijst deze persoon als bewoner van de boerderij Hoogwatum aan (zie noot 9). RAG, blad 72 van de Prov. Atlas).
Pl. 1 Rechts boven wíerde Hoogwatum anno 1727 met daarnaast de toevoeging 'Huys ran Haje Mindels wort genoempt Hoog Waatrum'. Uit deze kaart blijkt eveneens dat Claas Bartels - de eerste naam van boven, westelijk van de slaperdijk - zijn land van de provincie huurt. Ook de localisering van de naam wijst deze persoon als bewoner van de boerderij Hoogwatum aan (zie noot 9). RAG, blad 72 van de Prov. Atlas).

Onderzoek

(Figuur 2-4) Bij eerste controle is reeds gebleken dat waarschijnlijk een laatmiddeleeuws grafveldje is aangesneden. Bij zorgvuldig afschaven van de wanden van de kuil waarin de vijf eerder genoemde geraamten zijn aangetroffen, wordt opnieuw een skeletdeel zichtbaar. De kuil wordt daarop in westelijke richting verdiept, waarbij de beschadigde bovenhelft van een menselijk skelet inclusief schedel wordt blootgelegd. De ligging van het skelet is west(schedel)-oost.

 

(Figuur 4). De wand van een andere kuil blijkt ongeveer loodrecht een wervelkom te hebben doorsneden. Hierbij zijn na enig schaafwerk nog twee ribben gevonden. Grafkuilen of resten van kisten kunnen niet worden vastgesteld. De grond in de omgeving van de kuil geeft niet de indruk betrekkelijk recent te zijn gestoord. Vlakbij de skeletten worden enkele scherven kogelpottenaardewerk opgeraapt.

 

Besloten wordt de volgende dag, 10 juli 1969, een klein onderzoek in te stellen waartoe uiterlijk t/m 25 juli nog gelegenheid bestaat. Vanwege de ter plaatse in uitvoering zijnde werkzaamheden ter verhoging en verzwaring van de zeewering, zal na die datum gedurende de bouwvakantie een zandbed worden opgespoten. Het onderzoek start met vier arbeiders die door bemiddeling van de Provinciale Waterstaat van Groningen door het N.V. Aannemingsbedrijf Visser-Werkendam te Werkendam beschikbaar worden gesteld. De technische leiding berust bij H. Praamstra en K. Klaassens, de wetenschappelijke leiding bij dr. W. van Zeist en schrijver dezes, J.W. Boersma†. Voorts werkt aan het onderzoek mee de student P. B. Kooi.

 

Bij het onderzoek in 1969 voert de B.A.I. de werkzaamheden uit. Slechts één graf is omsloten dor een bakstenen muurtje. De Rijkspolitie volgt het een en ander. Foto: 1969, van een negatief, RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Bij het onderzoek in 1969 voert de B.A.I. de werkzaamheden uit. Slechts één graf is omsloten dor een bakstenen muurtje. De Rijkspolitie volgt het een en ander. Foto: 1969, van een negatief, RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

De opgravingsput die parallel aan de zeedijk wordt uitgezet, is uiteindelijk ongeveer 16 meter lang en 9 meter breed. Er worden twee vlakken gemaakt, waarbij het laatste plaatselijk in twee stroken wordt verdiept. De gegevens uit deze stroken zijn in vlak 1 en 2 verwerkt (fig. 2 en 3). De hoogte van de vlakken varieert van plaatselijk ca. 2.90-2.20 m + N.A.P.

 

Uit het grote aantal menselijke skeletten en skeletdelen, hun verspreide ligging en uit twee proefsleuven die vondst loos blijken te zijn, mag worden opgemaakt dat de zuidwesthoek van de begraafplaats is aangesneden. Slechts eenmaal worden resten van een doodkist geconstateerd (bij skelet nr. 11.1). De andere zullen volledig zijn vergaan. In enkele gevallen is nog iets bewaard gebleven van rechthoekige bakstenen grafkeldertjes (steenformaat ca. 30 x 14,5 x 8,5 cm) of anderszins rond een graf geplaatste bakstenen. Behalve een achttal subrecente gaten hebben twee kuilen het aspect zeer recentelijk te zijn gespit (activiteiten journalist Panorama?).

 

Bij verlenging van de opgravingsput in noordwestelijke richting wordt een klein gedeelte van een funderingssleuf voor een stenen gebouw zichtbaar. De onderkant van deze sleuf ligt op 2.20 meter, de bovenkant op ca. 3.50 meter F N.A.P. De vulling is gelaagd (profiel A vak 3 4) (fig. 4). Op deze sleuf ligt een ca. 0.50 m dik pakket baksteenpuin dat ter weerszijden geleidelijk in dikte afneemt en alleen maar afkomstig kan zijn van een daar eens gestaan hebbend stenen kerkgebouw. De enkele paalgaten in vlak 1 zijn relatief jong, in vlak 2 komen zij al niet meer voor. De paalkuil in profiel A vak 6/7 kan een reminiscentie zijn aan de erfscheiding van waarschijnlijk de voormalige boerderij waarvan de bakstenen waterput nog aanwezig is.

 

Pl. 1. Rechts boven wierde Hoogwatum anno 1727 met daarnaast de toevoeging 'Huys van Haje Mindels wort genoempt Hoogh Waatum'. Uit deze kaart blijkt eveneens dat Claas Bartels — de eerste naam van boven, westelijk van de slaperdijk — zijn land van de provincie huurt. Ook de lokalisering van de naam wijst deze persoon als bewoner van de boerderij Hoogwatum aan (zie noot 10). RAG, blad 72 van de Prov. Atlas).

 

Meerdere skeletten liggen op elkaar en soms door elkaar als gevolg van begraving telkens op ongeveer dezelfde plaats. Soms worden, waarschijnlijk als gevolg van het rooien van graven, enkel slechts skeletdelen b.v. schedels teruggevonden. Daarom kan een opgave van het aantal opgegraven individuen slechts globaal zijn: ca 120. De oriëntering van de skeletten is steeds west(schedel)-oost en parallel aan de funderingssleuf die, voor zover waarneembaar, niet door graven wordt gesneden.

 

Profiel B (fig. 4) toont duidelijk dat het hier een wierde betreft. In de vakken 4 en 5, resp. 10 en 13, zijn op ca. 1.50 m + N.A.P. zodenwallen met daartussen mest- en kleilagen te herkennen die resten van huizen met wanden van zoden voorstellen. Niet nader te definiëren kuilen zijn vanaf verschillende niveaus waarneembaar. Het oude oppervlak golft licht (ca. 0.75-1.40 m + N.A.P.) en in de ondergrond tekent zich plaatselijk een eveneens golvend ca. 10 cm dik humeus[5] laagje af (ca. 0.20-0.55 m + N.A.P.).

 

Mobilia
De andere archeologische mobilia[6] zijn laatmiddeleeuws of van jongere datum. Zij bestaan uit scherven kogelpottenaardewerk (in één geval voorzien van graatversiering), rood geheel of ten dele geglazuurd volksaardewerk, steengoed, Friese majolica, een fragment van een rechthoekig slijpsteentje, een spinschijfje etc.


Halfronde dakpannen en brokken pleisterwerk zijn ongetwijfeld van het kerkgebouw afkomstig. Al dit materiaal ligt in de bovengrond en moet als 'los' worden beschouwd. In de kerkfundering heeft zich een klein ijzeren haakvormig voorwerp bevonden (vondstnr. 136). De vooral bij skelet nr. 18 en 25 maar ook los gevonden ijzeren bouten wijzen op gebruik van kisten. Behalve bij skelet nr. III waar nog enig hout resteert, zijn deze volledig vergaan. Op skelet nr. 95 worden op heuphoogte twee gelijke ronde bronzen gespen met iets spits toelopende doorn gevonden (vondstnr. 95a + b). Vondstnummer 77 betreft een bijna vierkante bronzen gesp waarvan de doorn verdwenen is. Dit stuk is helaas niet in combinatie aangetroffen.

 

In de mestlaag van een zodenhuis (profiel B vak I I) ligt een stukje hout (vondstnr. 35) waardoorheen houten pinnen zijn gestoken.

 

Bij het onderzoek in 1969 voert de B.A.I. de werkzaamheden uit. Slechts één graf is omsloten dor een bakstenen muurtje. De Rijkspolitie volgt het een en ander. Foto: 1969, van een negatief, RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Bij het onderzoek in 1969 voert de B.A.I. de werkzaamheden uit. Slechts één graf is omsloten dor een bakstenen muurtje. De Rijkspolitie volgt het een en ander. Foto: 1969, van een negatief, RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

Identificatie
De naam Hoogwatum gecombineerd met een laatmiddeleeuwse begraafplaats waarbij uiteindelijk ook nog een stenen kerkgebouw blijkt te behoren, kan alleen maar betekenen dat de standplaats van de historisch bekende kapel van Watum is ontdekt. De naam Watum komt o.a. voor in een als tweede helft van de 15e eeuws gedateerd registrum curarum[7] . De plaats op deze lijst, in de proosdij Farmsum en voorafgegaan door ‘Conventus in Solwert’ — bedoeld wordt het Oldenklooster bij den Dam alias Feldwerd — en gevolgd door Holwerde (Holwierde), toont aan dat het hier het huidige buurtschap Hoogwatum betreft. Een soortgelijke lijst van 1559 geeft de naam Watum in dezelfde volgorde, echter met de toevoeging 'capella in Oldenkloster '[8].

 

Niet zo heel lang geleden is iets meer bekend geworden over deze kapel. Uit enige brieven die de officiaal en archidiaken[9] Gerhardus Werninck of Warning, pastoor te Middelstum, in 1568 aan de bisschop van Munster schrijft, en die Formsma[10] in het Staatsarchiv in Münster heeft aangetroffen, blijkt dat de kapel de twistappel is geworden van het Oldenklooster en de kerk van Holwierde, voornamelijk om het bezit van 32 grazen land dat haar behoort. Uit deze correspondentie is voor ons van belang dat van de kapel gezegd wordt dat deze in het kerspel Holwierde bij het voorwerk van het klooster Feldwerd is gelegen wat een nadere verduidelijking vormt van de toevoeging in het registrum van 1559. Verder wordt verhaald dat de kerk die aan Sint Nicolaas gewijd is geweest[11], in een zeer slechte staat verkeert en in letterlijke zin tot een beestenstal is gedegradeerd, terwijl zij er vroeger juist zeer goed heeft uitgezien en met een besloten kerkhof is omringd geweest. Dit met name noemen van het kerkhof komt thans wel zeer gelegen, want het mogen hebben van een begraafplaats is een recht dat een kapel niet automatisch behoort, maar haar apart moet zijn verleend.

 

In tegenstelling tot deze informatie blijkt Watum volgens de kaart der kerspelgrenzen[12] — overigens ook volgens de rekeningen van de voormalige kloostergoederen wanneer deze kerspelsgewijs gerubriceerd zijn — niet te liggen in het kerspel Holwierde, maar in dat van Bierum, wat toevallig ook betekent in het dekenaat Loppersum en niet in de proosdij Farmsum. De dekenaat/kerspelgrens ligt ongeveer 500 m zuidelijk van de wierde. Op dit verschil tussen beide registra en genoemde kaart, die zoveel mogelijk vervaardigd is naar de kerkelijke grenzen van vóór de invoering van het bisdom Groningen in 1559, zal niet nader worden ingegaan omdat dit hier van secundair belang is.

Fig. 2. Hoogwatum. Vlak 1. (Voor legenda zie fig. 3). Tekening: B.A.I. (G. Delger)
Fig. 2. Hoogwatum. Vlak 1. (Voor legenda zie fig. 3). Tekening: B.A.I. (G. Delger)
Fig. 3 Hoogwatum. Vlak 2. Legenda geldt eveneens voor vlak 1 (fig. 2). Tekening: B.A.I. (G. Delger).
Fig. 3 Hoogwatum. Vlak 2. Legenda geldt eveneens voor vlak 1 (fig. 2). Tekening: B.A.I. (G. Delger).
Legenda Fig. 3 en fig. 2Legenda Fig. 3 en fig. 2
Fig. 4 Hoogwatum. Profiel A en B. Tekening: B.A.I. (G.D. Delger). 
Klik op de afbeelding voor een vergroting. Deze wordt geopend in een nieuw venster/tabblad.
Fig. 4 Hoogwatum. Profiel A en B. Tekening: B.A.I. (G.D. Delger).
Klik op de afbeelding voor een vergroting. Deze wordt geopend in een nieuw venster/tabblad.
Legenda Fig. 4

 

Voorwerk van klooster Feldwerd
Primair is het lokaliseren van de plaats van het voormalige voorwerk van het klooster Feldwerd (Oldeklooster). De kapel wordt in de correspondentie immers bij dit voorwerk gesitueerd. De grote, omgrachte en van singels voorziene boerderij Hoogwatum ongeveer 400 m westelijk van de wierde komt eigenlijk als enige in aanmerking om als deze voormalige uithof te worden geïdentificeerd.

 

Na enig onderzoek blijkt al snel dat genoemde boerderij inderdaad teruggaat op een voorwerk van het klooster Feldwerd. De kaart van het grondbezit van de voormalige kloosters [13] rekent de boerderij tot het domein van het klooster Feldwerd. De kapel heeft daarentegen op gebied dat tot het Nijenklooster zou behoren gelegen. Uit een kaart van 1727 (pl. 1) en 1738[14] blijkt dat de boerderij eigendom van de provincie is en door Claas Bartels wordt gebruikt. Het Staatboek van Spanheim[15] dat de periode 1632-1719 bestrijkt, noemt deze persoon eveneens als meier zodat de plaats, die ook hier als afkomstig van het klooster Feldwerd staat geregistreerd, met haar diverse huurders gemakkelijk tot 1632 kan worden terug vervolgd. Vanaf dat jaar tot 1595, als de administratie van de voormalige kloostergoederen een aanvang neemt, kan de boerderij in de rekeningen van de voormalige kloosterbezittingen worden teruggelopen[16].

 

In dit verband is vooral de rekening van het jaar 1595 interessant wegens de bewoordingen waarin deze staat gesteld[17]. In dat jaar wordt namelijk van de meier Pieter Harmens gezegd dat hij woont in 'den behuijsinge daer de susteren plagen te wonen', waaruit mag worden afgeleid dat het hier inderdaad om het voorwerk van het klooster Feldwerd gaat. Wanneer men daarnaast ook bij zijn beschouwingen betrekt de rekeningen van de twee meiers die in de administratie volgen, dan blijkt dat de goederen van het voorwerk in drie gelijke delen zijn verdeeld. De derde pachter, een zekere Coop Wuninck, huurt landerijen die zelfs als 'd andere landen vant voorwarck' worden omschreven. Hiermee is het bewijs dat de huidige boerderij Hoog Watum teruggaat op het voormalige voorwerk van het klooster Feldwerd geleverd en is de identiteit van het gevondene als zijnde de overblijfselen van de kapel van Watum. Deze is immers, zoals boven is gebleken, bij het voorwerk gesitueerd vastgesteld.

 

Het adjectief ‘Hoog’ bij de plaatsnaam ‘Watum’ heeft uiteraard betrekking op de wierde (pl. l) wat op den duur kennelijk niet meer als zodanig wordt gevoeld, zodat ook de boerderij en zelfs het buurtschap Hoog Watum gaat heten welke naam men thans samengesteld schrijft als Hoogwatum.

 

 

Epiloog
Het komt niet zo dikwijls voor dat archeologische en historische gegevens elkaar zo goed en zo duidelijk dekken als hier het geval is. Aan het verzoek van de officier van justitie de bevindingen spoedig kenbaar te maken, kan dan ook reeds op 18 juli 1969 door midden van een tussentijds en voorlopig rapport worden voldaan. Onze opvattingen inzake een niet recente ouderdom van de skeletten zijn overigens ook de majoor Elzinga en dr. Zeldenrust reeds medegedeeld als zij in gezelschap van een aantal andere personen op 15 juli de opgraving bezoeken. Daarbij is ook aanwezig drs. G. N. van Vark die verbonden aan het Laboratorium voor Anatomie en Embryologie R. U. Groningen, in samenwerking met het B.A.I. het anthropologisch[18] onderzoek op zich heeft genomen. En als de minister van justitie, prof. mr. C. H. F. Polak, op 8 september op de hem gestelde vragen schriftelijk antwoordt dat er geen aanleiding bestaat tot voortzetting van het justitieel onderzoek, komt deze geruchtmakende affaire ook officieel tot een (gelukkig) eind[19].

 

Noten, bronnen en referenties:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Noten, bronnen en referenties:

 


 

Noten:

1. Aanhangsel tot het Verslag van de }landrelingcn der Tweede Kamer 1968-1969. p. 1939
nr. 967 .

2. Een journalistiek verslag van de gebeurtenissen vindt men in panorama nr. 30-l9-25.iuli 1969, pp. 17-19, onder de kop 'Het raadsel van Bierums doden'.

3. Het Beppegat is een inham van de Eems ten westen van de Bocht van Watum nabij Hoogwatum. De inham ontstaat nadat na de Kerstvloed van 1717 hier de nieuwe zeedijk deels over het oude dijklichaam wordt gelegd, zodat de dijk hier iets naar binnen ligt ten opzichte van de omringende zeedijk. Mogelijk is dit gebeurd omdat hier een kolk is ontstaan. In 1985 wordt een strandje aangelegd door de toenmalige gemeente Bierum, waarvan de restanten nog steeds zichtbaar zijn. Volgens Ter Laan verwijst 'beppe' naar het Friese woord voor grootmoeder.

4. ll. Halbertsma, Terpen lussen VIie en Eems. I Atias, II tekst. Groningen, 1963.

5. Humeus: humusachtig. Humus of teelaarde is het traag afbreekbare deel van organische stof in de bodem. Het gaat hierbij om dood materiaal, van plantaardige en in mindere mate van dierlijke oorsprong, waarbij de specifieke celstructuur van de oorspronkelijke bestanddelen door eerdere biologische afbraak reeds verloren is gegaan. Dit gehomogeniseerde karakter onderscheidt humus van de strooisellaag.
'Humus' wordt ook wel abusievelijk als synoniem gebruikt voor compost. Compost is echter het eindproduct van een door mensen gecontroleerd biologisch afbraakproces. Humus kan in soorten worden onderverdeeld op grond van meerdere criteria: chemisch karakter; mate van afbreekbaarheid; structuur in samenhang met het milieu waarin een bepaalde humuslaag zich heeft gevormd.

6. Mobilia: voorwerpen.

7. Registrum curarum terrae Frisiae Monasteriensis dioecesis, in: L. von Ledebur, Die fiinf Miinsterschen Gaue und die sieben Seelande Friesland's. Berlin 1836, p.24 en 106. Hier is gekozen voor de volgorde zoals aangegeven op p. 106.

8. L. Schmitz-Kallenberg, Zur Geschichte des friesischen Offizialats und Archidiakonats der miinsterischen Diözese im 16. Jahrhunderr. Zeitschrift fiir vaterlàndische Geschichte und Aitertumskunde (Westfalens) 75, 1917, pp. 281-296, hier p. 291.

9. Archidiaconus is de naam van een kerkelijke waardigheid, die reeds vermeld wordt in de 4de eeuw. De archidiakenen zijn aanvankelijk de eersten of voornaamsten onder de diakenen en verkrijgen die rang gewoonlijk door een lange diensttijd. Men belast hen met vele en moeilijke bezigheden, en zowel hierdoor als door hun innige betrekking met de bisschop verkrijgen zij een groot aanzien, zodat zij langzamerhand de presbyters of ouderlingen overvleugelen.

10. W. J. Formsma, De kapel te Watum. GVA 1960, pp. 59-63.

11. Dat de kapel aan St.-Nicolaas gewiid was blijkt ook uit een zoenbrief van 1510 (Carlularium Feldwerd nr. 34, RAC, hss. in-4" nr. 71). Het geschil heeft betrekking op 8 roeden dijk met daarbij behorende aanwas in het kerspel Holwierde westwaarts van ‘Sancter Clawes'. In de tekst staat dat deze 8 roeden dijk gelegen zijn te Watum.

12. B.W. Siemens, Historische Atlas van de provincie Groningen. Atlas + Toelichting. Groningen 1962.

13. B.W. Siemens, Historische Atlas van de provincie Groningen. Atlas + Toelichting. Groningen 1962.

14. RAG, resp. Getekende kaarten 1 – Prov. Atlas – blad 72 (= getekende kaarten nr. 171) en Getekende kaarten nr. 64. Prov. Atlas blad 72 uit 1727 (pl. 1) die overigens niet de boerderij Hoog Watum tot onderwerp heeft, maar een meer zuidelijk gelegen plaats, vermeldt echter wel de namen van de gebruikers van de landen die aan het opgemeten gebied grenzen en wel ter hoogte van hun bezittingen. De eerste naam van boven westelijk van de slaperdijk betreft Claas Bartels, die op de daar gelegen boerderij Hoog Watum heeft gewoond. Op kaart nr. 64 uit 1738 staat de boerderij Hoogwatum met de vermelding ‘Klaas Bartels Huis’ wel afgebeeld. De wierde met daarbij de naam Hoog Watum komt op beide kaarten voor, in 1727 met één boerderij, in 1738 met twee.

15. Statenarchieven, inv. nr. 719, fol. 117, art. 4.

16. Statenarchieven, inv. nr. 719, fol. 117, art. 4: 1632 Jacob Pieters toe Watum en Aaltje.

17. Statenarchieven inv. nr. 2323.p. 190v/191: Jacob Peters toe Watum.
Idem, nr. 2317, p 184v:1614 Jacob Peters toe Watum.
Idem, nr. 2316, p. 163v: 1613: de weduwe van zal. Peter Harmens toe Watum.
Idem, nr. 2306, p. 48v/49, 1605, Peter Harmens toe Watum.
Idem, nr. 2300, p. 19: 1595 Peter Harmens.

18. Antropologie (menskunde of mensleer) is een wetenschap die de mens in al zijn aspecten, zowel fysiek als cultureel, bestudeert. Antropologie wordt tot de gedragswetenschap en de sociale wetenschappen gerekend. Doordat antropologie zo'n breed veld bestrijkt wordt vanaf midden 20e eeuw een opdeling gemaakt in verschillende specialistische studiegebieden.

19. Aanhangsel tot het verslag van de Handelingen der Tweede Kamer 1968-1969, p 1939 nr. 967 (vragen ingezonden 23 juni, antwoord 4 juli), resp. p. 2401 nr. 1193 (nader antwoord ingezonden 8 september).

 

 

 

 

Bronnen en referenties:
- Naar Drs. J.W. Boersma†, B.A.I. Groninger Volksalmanak, Het kerkhof van Hoogwatum en de kapel van Watum,  1974/1975, 198-208.

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 5 mei 2022.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top