De Hoofdstraat van Oterdum in 1909. Midden achter, het kerkje van Oterdum tegen de dijk. Bron: Wikipedia Commons.

 

Oterdum is een dorp geweest in de gemeente Delfzijl. Het heeft tussen Delfzijl en Termunten in de historische Oosterhoek gelegen.. Het is in de jaren zeventig van de 20e eeuw volledig afgebroken om plaats te maken voor een verbreding van de zeedijk van de Eemsmonding, die dan op deltahoogte gebracht moet worden. Ook het industriegebied Oosterhorn loopt door tot hier, maar het terrein ligt, anno 2017, nog steeds braak. Het is zeer onwaarschijnlijk dat hier ooit nog eens industrie zal komen.

 

Over de geschiedenis van Oterdum
De naam Oterdum is mogelijk te verklaren als 'otterheem'. In dit verband wordt wel gewezen op het toponiem Otttarfliaton ('ottervliet') dat rond het jaar 1000 in de goederenregisters van de Abdij van Werden voorkomt. Hier komen ook andere dierennamen voor, die wijzen op de nog onontgonnen en wilde status van het binnenland. De plaats wordt genoemd na Farmsum en voor Wildonha (Wilderhof?), Diurardasrip (Duurswold?) en Schildwolde. Of hiermee werkelijk Oterdum is bedoeld, is onzeker.

Dorp met kerk en kerkhof zijn gebouwd tegen de dijk. De kerk zelf steekt boven de dijk uit. Soms raast de storm terwijl de kerkdienst bezig is. En het schijnt gebeurd te zijn, dat de dominee op de kansel, uitkijkend over zee, ziet dat een schip in nood is. Midden in de preek roept hij uit: "Het is goed dat we hier zijn, broeders, want daarginds vergaat een schip." Geen reden voor het kerkvolk het gebouw te verlaten en zich te wijden aan reddingswerkzaamheden. Ze weten: de resten spoelen straks vanzelf wel aan en dan eerst is er werk aan de winkel. Want jutten doen ze stuk voor stuk.

 

Gevechten rond Oterdum
In de late middeleeuwen is Oterdum een plaats van enig belang. De stad Groningen, die de jurisdictie over het Oldambt voert, stelt in 1450 een drost aan die zijn intrek neemt in het ‘Huis te Oterdum’.
In de 15e en 16e eeuw vinden regelmatig veldslagen plaats tussen de ridders van Oost-Friesland en die van de stad Groningen, die elkaar de zeggenschap over het gebied betwisten. In 1427 weet de Oost-Fries Focko Ukena de strategisch belangrijke vesting Oterdum te veroveren, maar daarvoor moet hij wel de dijken laten doorsteken. In 1450 is het gezag over het Oldambt, inclusief de Oosterhoek, in handen van een Stad-Groninger drost die zetelt in het ‘Huis te Oterdum’. Daarmee is de strijd met de Oost-Friezen nog niet gestreden. Edzard I van Oost-Friesland voert in de Oosterhoek oorlog tegen de Saksische hertogen Albrecht de Kloekmoedige en Georg "met de baard" en bouwt daartoe een schans bij Oterdum. In 1514 moet hij het afleggen tegen de Groningers die zich verbonden hebben met Karel van Gelre en daarmee komt definitief een einde aan zijn aspiraties in de Groninger Ommelanden.

 

Tachtigjarige Oorlog
Het strategisch doorsteken van de dijken in de Oosterhoek gebeurt opnieuw in 1583 tijdens de Tachtigjarige Oorlog, door Wigbold van Ewsum en Asinge Entens. Daardoor kan Oterdum als enige bruggenhoofd van het Staatse leger langs de Groninger kust stand houden tegen de Spaanse troepen van Francisco Verdugo. Al houdt men hierdoor de vijand op afstand, in de acht jaar waarin deze situatie voortduurt (tot aan de Inname van Delfzijl door prins Maurits van Oranje in 1591) veroorzaakt het zoute water grote schade aan de landerijen en boerderijen. De protestantse Staatsen plunderen daarbij ook het katholieke klooster Oosterwierum. In 1586 valt dit aan brand ten prooi en de resten van het complex werden in 1610 gesloopt. Op deze plek verrijzen vier grote boerderijen, waarvan er een in juni 1806 door brandstichting wordt verwoest. De fundamenten van de kloosterkerk en de bijbehorende kerktoren worden omstreeks 1980 teruggevonden bij opgravingen.

 

De voormalige kerk met toren van Oterdum gezien vanaf het noorden. Bron: Wikipedia.

In elk dorp een kerk
Elk van de drie dorpen in de Oosterhoek (Oterdum, Heveskes en Weiwerd) heeft sinds de middeleeuwen een kleine kerk. Oorspronkelijk rooms-katholiek, worden ze hervormd na de reductie van Groningen in 1594. Alleen die van Heveskes, die na de beschadigingen van de Tachtigjarige oorlog grotendeels opnieuw moet worden opgebouwd, staat nu nog overeind in een ontvolkte omgeving.

 

Overstromingen
In de periode 1678-1717 maakt de Oosterhoek opnieuw vijf grote overstromingsrampen mee, zoals de Sint-Maartensvloed van 1686 en de Kerstvloed van 1717, waarbij onder zowel de bevolking als de veestapel veel slachtoffers vallen. Aanvankelijk is er in het gebied veel veeteelt, maar na massale uitbraak van de runderpest in de jaren 1710, 1715 en 1717 stappen de geruïneerde boeren, die dit niet nog eens willen meemaken, over op akkerbouw.

 

Beleg van Delfzijl
Bij het beleg van Delfzijl (1813-1814), aan het eind van de Franse tijd, strijdt een coalitie van Hollanders, Pruisen en Kozakken, aangevoerd door Marcus Busch, kolonel van de schutterij, tegen de Franse troepen van kolonel Pierre Maufroy. In de Oosterhoek staan batterijen in Weiwerd en Oterdum, waarvan de eerstgenoemde door de Fransen wordt vernietigd.

 

Volkstelling
Bij de volkstelling van 1960 heeft het dorp 102 inwoners. Inclusief het buitengebied Oterdumerwarven zijn er in totaal 168 inwoners. Kort daarna begint de neergang als gevolg van dijkverhoging en industrialisatie. Voordat het lot van Oterdum wordt bezegeld is het een levendig dorp.

 

 
De preekstoel in de voormalige kerk van Oterdum. Bron: Wikipedia Commons. Het interieur naar het westen van de voormalige kerk van Oterdum. Bron: Wikipedia Commons.    

 

Oterdum moet verdwijnen en wordt afgebroken
De ligging, vlak bij Delfzijl en aan de zeedijk van de Eemsmonding, maakt dat er veel scheepslui hebben gewoond. Daarnaast is het ook een agrarisch dorp. Als de dijk verhoogd wordt om deze op deltahoogte te brengen, moet het uit 1877 daterende kerkje verdwijnen. Het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem toont belangstelling, maar de kerk wordt toch gesloopt. Het kerkorgel verhuist naar Heinenoord, de preekstoel naar de Marktpleinkerk in Winschoten. De grafstenen op het kerkhof worden zorgvuldig verwijderd en naderhand op de nieuwe dijk teruggeplaatst. Niet veel later moet het hele dorp er aan geloven om plaats te maken voor de industriële toekomst. Naar de toenmalige inzichten van rijksoverheid en provincie is er geen aanleiding naar alternatieven te zoeken. In 1975 heeft Oterdum geen inwoners meer. Ook de boerderijen in Oterdumerwarven worden afgebroken.

 

Op de plek waar het dorp heeft gelegen wordt in 1978 een bronzen monument geplaatst, dat wordt gemaakt door de Groninger kunstenaar Thees Rijkhold Meesters. Dit beeld wordt in de nacht van 7 op 8 februari 2011 gestolen door bronsdieven. Op 31 mei 2013 plaatst men een replica van plastic op de sokkel, ter waarde van 13.000 euro [1]. Het oorspronkelijke kunstwerk heeft veel meer gekost.

 

Bij de sloop van de kerk treft men de grafsteen aan van één der predikanten:
Ds. Johannes Toxopeus. Hij is zoon van een predikant uit het Duitse Larrelt, studeert in Groningen en wordt op 21 november 1634 beroepen te Oterdum. Slachtoffer van een in die tijd heersende pestepidemie, sterft hij in 1666 en wordt begraven voor de preekstoel in de kerk van Oterdum. Johannes Toxopeus is de stamvader van het geslacht Toxopeus, waarvan o.a. bekend zijn Mees Toxopeus, schipper bij de KNZHRM en de vroegere commissaris van de Koningin in Groningen Mr. E.H. Toxopeus.

 

Zijn grafschrift luidt:

 

ANNO 1666 DEN 3 OCTOBER
IS DEN GODSALIGE EN WEL
GELEERDEN JOHANNES TOX
OPOEUS PASTOR TOT OTER
DUM SIJNES OLDERDOOMS
ONGEVEER 60 EN SIJNES PRE
DIGAMTS 32 JAER SEER
CHRISTELICK GESTORVEN
EN LEIT ALHIER B'GRAVEN

 

Onder het familiewapen, een rechtopstaande niet gespannen kruisboog zonder pijlen, treffen we de Griekse tekst van 1 Corinthe 15:53, welke vertaald luidt:
"Dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen."

Wapen:  Een voetboog met een niet gespannen pees, de trekker rechts. Helmteken een voetboog met een niet gespannen pees, de trekker rechts. (Uit ,,Groninger gedenkwaardig heden”  van A. Pathuis). Ook deze steen krijgt aanvankelijk een plaats op de dijk (5).


Verplaatsen grafsteen van Ds. Johannes Toxopeus (1606-1666)

 

Doordat de grafsteen  veel te lijden heeft van de zilte zeelucht, en die ook nog eens
wordt aangetast door de chemische industrie in de buurt, heeft de stichting ,,Gerrit
Alje Toxopeus 1852”, die zich inzet voor het behoud van de graven  van de
Toxopeussen, na toestemming van verschillende instanties, de verplaatsing van de
grafzerk uitgevoerd en geplaatst in de Ned. Herv. Kerk van Woldendorp.
In deze kerk heeft de steen van Toxopeus een nieuwe plek gekregen in een nis, staande naast
de zerk van zijn vrouw Tiaeckjen Toxopeus-Abels (1614-1676) (5).

 

In het boek ,,Groninger gedenkwaardigheden” van A.Pathuis, staan een zevental  grafzerken vermeld.
Deze stenen zijn voor  1973 nog aanwezig, waarschijnlijk liggen ze onder het maaiveld.
Drie stenen met onderstaande tekst zijn niet op het kerkhof terug te vinden.

 

Op blz. 574, van het boek ,,Groninger Gedenkwaardigheden” Grafzerken Oterdum, staan de teksten van de niet meer aanwezige grafzerken.  


[3168]
ANNO 1670, DEN 8 MARTIUS, IS DEN EERBAREN TIDDO REDMERS DIE SONE VAN REDMER TIDDES, CHRISTELYCKEN IN DEN HEERE GERUST, ZYNS OUDERDOMS... VERWACHTEN DIE ZALIGE OPSTANDING IN CHRISTO JESU. Huismerk, vergezeld van de letters T.R.  

[3168a] ANNO 1673,DEN 20ste MAIO.IS DE EERBAARE CLAS JANS....TSTER 90 I CHRISTELICK IN DEN HERE ONTSLAEPEN,VORWACHTENDE EEN FROLYKE OPSTANDING, ...JUNGESTEN DAEGE DORCH CHRISTUM UNSEN HEREN. Wapen; Gedeeld; I een halve adelaar; II doorsneden; a. huismerk ; b. drie klaverbladen, 1 en 2.  

[3169a]
 Wapens; rechts; Een omgewende leeuw, Links; Onherkenbaar.


Oterdumerwarven

Oterdumerwarven of De Warven is een streekje in de gemeente Delfzijl in de historische Oosterhoek. Het ligt tussen de weg van Delfzijl naar Woldendorp en de Oosterhornhaven, direct ten oosten van het industriegebied van Delfzijl. De naam verwijst naar warf, een opgeworpen hoogte, bij Oterdum. Net als in Oterdum zelf is de bebouwing in Oterdumerwarven verdwenen.
In Oterdumerwarven is vroeger een voorwerk geweest van de commanderij Oosterwierum te Heveskesklooster, dat in 1598 als ‘Woltersweer ofte Up de Werven’ wordt vermeld. Volgens een notitie van de schoolmeester van Oterdum uit 1828 heeft het dorp zo geheten omdat het 'uit onderscheidene verspreide woningen was opgebouwd'.

   

 

 

Bronnen, noten en referenties:
1. Hand van Oterdum weer terug op de dijk geplaatst Bericht op de site van RTV Noord geplaatst op zaterdag 1 juni 2013 om 12:10
2. C.A. de Groot-van der Meulen e.a.: Weiwerd, Heveskes, Oterdum - de verdwenen dorpen van de Oosterhoek. Profiel, Bedum, 1991, 413 p. ISBN 9052940231
3. Wikipedia (o.a. alle foto's)

4. Website over Oterdum.

5. Website: www.dodenakkers.nl

 

Meer lezen:
* C.A. de Groot-van der Meulen e.a.: Weiwerd, Heveskes, Oterdum - de verdwenen dorpen van de Oosterhoek. Profiel, Bedum, 1991, 413 p. ISBN 9052940231

 

Filmpjes over Oterdum op You Tube:

Oterdum wordt gesloopt: 17 maart 2013. Klik hier.

Het verdwenen dorp Oterdum, 6 febr. 2014. Klik hier.

Weiwerd, Heveskes en Oterdum, 16 dec. 2012. Klik hier.

Verdwenen grafstenen Toxopeus teruggevonden in Heveskes, 20 febr. 2011.. Klik hier.

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 29 juli 2017.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top