Dit prachtige schilderij van een sobere uitvaartmaaltijd op het erf is van Léon Fréderic uit 1886 en is te zien in het ‘Museum van schone kunsten’ in Gent. Daaronder een gedeelte van de lijst waarop staat aangetekend wat er zoal is ingeslagen voor de 'uitvaartmaaltijd' (zie onder in de tekst). Bij de pijl staat aangegeven wat de dode heeft meegekregen in de 'dootkist'.

 

 

De kosten van een uitvaart in de 18e eeuw

Soms is een begrafenis afgesloten met een broodmaaltijd en soms zelfs met een diner. Dat zou je een soort utigst[1] kunnen noemen, een uitvaartmaaltijd zoals die ook al van de oude Germanen bekend is. In het Oldambt is die traditie, om familie, vrienden en bekenden na afloop te onthalen op een goede maaltijd al sedert de Middeleeuwen in zwang geweest. Tegenwoordig wordt dit afgedaan met twee koppen koffie en een plak cake. Sommigen hebben zich diep in de schulden gestoken om de gasten royaal op vlees en bier te kunnen onthalen en dus doet de kerk er alles aan om die verdorven, heidense traditie de kop in te drukken. 

Nog in 1663 klaagt men: „dat meer en meer bij de uijtvaartmaaltijden de daarop volgen drinkerijen tot de late nacht en volgende dagh werden uitgestrekt; tot vergrotinge van droefheijt van de weduwen of wesen…”.

 

Het kan dus aardig uit de hand lopen met de drank in die tijd. Niettemin blijft de utigst, de uitvaarmaaltijd, in zwang, zo getuigen enkele boedelinventarissen waarin melding wordt gemaakt van de kosten die worden gemaakt voor de utigst. Ze geven een inkijk in een oeroude traditie die vooral bij welgestelde boerenfamilies in vroegere tijden erg op prijs wordt opgesteld.

 

Meteen na het overlijden begint men met de voorbereidingen. De boerenschuur of bij goed weer, het erf wordt opgeschoond, met schragen en tafelbladen worden lange tafels gemaakt en stoelen geregeld. Bij de bakker wordt brood besteld of thuis gebakken. De plaatselijke brouwer levert een flinke hoeveelheid bier. Bier en een flink stuk vlees zijn de hoofdbestanddelen geweest van de utigst, zoals ze ook worden aangetroffen in Beerta, Nieuw Beerta en Scheemda.

 

De uitvaart van Willem Leffers

Allereerste de uitvaart van Willem Leffers, een welgestelde landbouwer in Nieuw Beerta. De kledinglijst laat zien dat Willem bij leven heeft rondgelopen in een zwarte rock en broek en een kalmikken hemd bezet met zilveren knopen. In 1713 overlijdt hij en vinden we in de boedel onder de kop ‘Doots Costen’ al de gemaakte kosten voor zijn uitvaart opgesomd.

 

De doodskist van 15 gulden, de schroeven en handgrepen van de smid en de uitgaven voor de utigst. Ter waarde van 95 gulden wordt een os gekocht en geslacht, twee brouwers leveren 7 tonnen bier en voor 26 gulden wordt ‘grof en klein brood’ aangekocht en daarnaast 4 kroes jenever en maar liefst een gros (144) goudse pijpen.

Verbazingwekkend is ook de enorme uitgave aan rouwkleding ter waarde van 172 gulden.

De uiteindelijke rekening laat een bedrag zien van 415 gulden en daar heb je in die tijd een mooi arbeidershuisje voor. Alles wijst erop, dat de utigst van Willem door heel veel personen is bijgewoond en vrij zeker meerdere dagen heeft geduurd.

 

De uitvaart van Eltjo Hillenius

Een andere utigst is die van Eltie (Eltjo) Hillenius. Eltie Hillenius, een rijke boer met 9 paarden en 4 boerenwagens woont in Beerta en overlijdt in 1710. Deze Eltjo is een zoon van Hillenius (Hiltio) Eppens (ca 1625-1684) en Remke Elleri (1635-ca 1678). Hij huwt de eerste keer op 30 juli 1696 te Beerta met Elisabeth Egberts Swijckens (1676-1699) en op 20 november 1705 te Blijham met Luckjen Coenes geboren ca 1687. Eltjo is dan 36 jaar. Uit zijn eerste huwelijk wordt een zoon geboren en uit zijn tweede huwelijk vier zoons en één dochter.

 

We zullen zijn lijst, met allerlei wetenswaardigheden eens langslopen en kijken wat de kosten voor zijn uitvaart zijn geweest.

 

Een vijfjarige kweenet[2] gekoft en geslachtet voor 66-0-0.
Volgens qwitansij an Andrie Holst voor geleverde winckelwaeren betaelt  49-4-0.
Volgens qwitansij an Tiacke Jans Brouwer voor gelevert Beer tot de uitighst en ½ mudde hoppe in de dootkist  25-4-0.
Voor de dootskiste an Haeije Juriens betaelt  16-0-0.
Volgens qwitansij an Tebbe Harmes smit voor het iserwerck tot de doot kiste betaelt 4-0-0.
An de weduwe van Focko Boelens voor gehaelde winckelwaer betaelt 6-14.
An Egbert Tammes van drie mudde kleen en grof te backen 2-6-0.
Tot de uijtighst gedaen 3 mudde rogge voor 27-0-0.
De impost van het beer soo ten besten als anders 6-8-0.
De impost van de drie muddde rogge betaelt is 3-0-0.
Acht schincken en schulders tot de uijtighst het stuck gerekent op 2 gl 10 st is 20-0-0.
Tiacko Bartels voor de uijtighst te bedienen 3-0-0.
Berent Hindrikcks voor de uijtighst te bedienen 3-0-0.
Hindrick Wijndels vrouw voor het koken op de uijtighst 3-0-0.
Voor het arme tin tot huire betaelt   3-0-0.
Noch uijt gedaen tot de armen inhhet becken 5-15-0.
An Rientko Reensts vrouw voor rouwgoet van Groningen mede gebracht  13-12-0.
Noch wegens het angeven van het beest an de coleckter betaelt  8-5-0.

 

Allereerst valt de enorme partij vlees op; een beest (een kween) wordt geslacht en bovendien nog acht schenken en schouders gekocht.

 

We zien dat Berend Hindricks en Tiacko Bartels voor de bediening worden aangetrokken en de vrouw van Hindrick Wijndels in de keuken staat te koken.

 

Met de winkelwaren ter waarde van 55 gulden zal koffie, suiker, rozijnen, kaneel en rijst zijn bedoeld. We weten dat behalve brood en vlees grauwe erwten met rozijnen op het menu hebben gestaan en rijstebrij met suiker en kaneel.

Dat wordt weggespoeld met leedbier, een licht biertje als vervanging van putwater dat vaak onhygiënisch is geweest. Tiacke Jans, de brouwer levert voor 25 gulden bier, en hoppe in de doodskist.

 

We vinden verder de leverantie van 3 mud rogge en graan voor het bakken van klein en grof brood. Dat wordt kennelijk op de boerderij zelf gedaan. Ook is het krentenbrood in die tijd al bekend.

 

Opvallend is tot slot de huur van het ‘arme tin’, waarvan vermoed wordt dat het tinnen borden, bekers en lepels zijn geweest die eigendom zijn van de diaconie en speciaal voor zulke gelegenheden kunnen worden gehuurd.

In dit geval hoeven geen tafels worden gehuurd, de inventaris laat namelijk zien dat er in de boerderij 14 tafelbladen voor dit soort doelen aanwezig zijn.

 

Zilversmid Tonnis Brongers

Het derde voorbeeld van een utigst komt uit Scheemda en betreft de uitvaart van zilversmid Tonnis Brongers in 1747. Brongers is zeer welgesteld met z’n 2 hemdrocken met ieder 36 zilveren knopen en 14 knopen aan z’n broek.

Hier zien we hetzelfde beeld; graan om brood te bakken, de aankoop van boter en melk, en  ruim 25 kilo kalfsvlees dat wordt geleverd door ‘Mosis de Jode’.

Jantje is in de schuur als kok aangetrokken en Albert Menses bedient de gasten.

Ook hier wordt voor ruim 100 gulden ‘rouwgoed’ aangeschaft, maar wat ook hier het geval is, is, dat de plaatselijke brouwer het bier levert en daarnaast, ‘hoppe in de doodkiste’.

 

Hop in de 'dootkist'

Over de hop in de dootkist’ valt nog wel iets meer te zeggen. Je zou er zo over heen lezen, maar het staat er echt. Als je dit voor het eerst leest, denk je, waar heb ik daarover ook eens iets gelezen?  Het luikje gaat na dagen van denken niet open, maar een bevriende historicus, aan wie ik de vraag voorleg, weet mijn hersens weer te activeren. Ja, inderdaad. In een verslag over de opgraving, enkele jaren geleden, van het gebied waar nu in Groningen de nieuwe Vindicat staat, daarin komt het hop in de kist ook voor. De opgraving legt een deel van het oude kerkhof rond de Martinikerk bloot met graven van honderden jaren oud. Minutieus worden de skeletten blootgelegd, waarbij speciaal ook wordt gelet op bijzondere aanwijzingen omtrent de wijze van begraven.

 

In een van de kisten wordt een grote hoeveelheid plantaardig materiaal aangetroffen. Het blijkt te gaan om bladeren en vruchtkegels van hop, zogenaamde hopbellen. De plaats waar de hopbellen worden aangetroffen wijst op het gebruik als vulling van een hoofdkussen.

 

Eerder al, in 1987 en 2015 zijn daar bij opgegraven skeletten ook al hopbellen gesignaleerd. Dat er inderdaad hopbellen als kussenvulling is gebruikt wordt  bevestigd door onze twee waarnemingen uit Beerta en Scheemda.

Wat zou daarvan de functie kunnen zijn geweest? Onderzoekers denken dat het misschien een manier is geweest om onprettige geuren te verdoezelen. Hop staat bekend als zijn aromatisch karakter en wordt soms met andere geurige kruiden vermengd, zoals in het geval in Groningen waar sporen van de vlierbes, melkdistel, bosaardbei en zilte rus zijn aangetroffen. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn, dat men de overledene op een bedje van hopbellen heeft gelegd om zo lichaamsvocht op te vangen.

 

Met dank aan Jan P. Koers, Scheemda.

 

Noten, bronnen en referenties:

 


Noot:

1. Utigst, rouwgebruiken, uitrvaartmaaltijd. Tussen 1500-1600 is het gebruikelijk bij de begrafenis van iemand een uitvaartmaaltijd of utigst te gebruiken. Een gebruik dat zijn oorsprong heeft in het heidendom. De Germanen hebben de gewoonte om na afloop van een begrafenis een grote maaltijd aan te richten en daarbij een stevige borrel te drinken, vooral bier. De overledene krijgt zelfs een deel daarvan mee op zijn of haar reis naar het 'zielenland'. Deze gewoonte is tussen 1500 en 1600 hier te lande ook nog volop in zwang. Het bier dat bij dergelijke gelegenheden wordt gedronken, is niet anders dan het normale kluunbier dat vanwege de gelegenheid waarbij het wordt gedronken, leedbier (of troostelbier, dodenbier, doodenbier, lijkbier of groevebier) wordt genoemd. Het leedbier vormt in het eentonige landleven van die tijd een welkome afwisseling. Een dergelijke uitvaartmaaltijd, waarbij een keur aan spijzen wordt opgedist en met veel bier wordt overgoten vormt een kostenpost die iedereen lang niet kan betalen.
2. Een kween of kwee is een onvruchtbaar dier dat geslachtskenmerken van beide geslachten bezit. Kwenen komen voor bij hoefdieren zoals: runderen, varkens, schapen en geiten. Iedere kween is genetisch een vrouwelijk dier, waarbij in meer of mindere mate geslachtskenmerken van mannelijke dieren aanwezig zijn. Dergelijke afwijkingen ontstaan door geslachtsverandering tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder. Deze verandering kan veroorzaakt worden tijdens een twee- of drielingdracht, waarbij beide geslachten aanwezig zijn. De hormonen van beide embryo's kunnen via het bloed het andere embryo bereiken. De geslachtshormonen afkomstig van het mannelijk embryo overheersen dan de hormonen van het vrouwelijke embryo. De vrouwelijke geslachtskenmerken blijven onvoltooid en de mannelijke geslachtskenmerken ontwikkelen zich onvolkomen.

 

Bron:
Jan P. Koers, Scheemda, 25 maart 2021.
Met toestemming gedeeltelijk overgenomen van Facebook.

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 20 augtustus 2022.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top