De inrichting is bij de restauratie ingrijpend veranderd. De kansel uit circa 1650 met latere trap en achterschot is verhuisd van de koorafscheiding naar de zuidwand. Vermoedelijk is dat zijn oorspronkelijke plaats. Fragmenten van de kerkenraadbanken, die aan weerskanten van de preekstoel hebben gestaan, zijn verwerkt in de bank, die nu tegen de noordzijde staat.
.jpg)
18e-eeuwse herenbank met de familiewapens van Aldringa-De Sighers en Canter-De Sighers (1644). Foto: Hardscarf, 6 april 2019. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license.
De kaarsenhouders komen van de in die tijd opgeruimde doopafscheiding. Het 18e eeuwse opzetstuk van deze bank is identiek met het stuk dat nu gehavend tegen de zuidmuur hangt. Hoewel ze van banken afkomstig moeten zijn, hebben ze vóór de restauratie op schotten links en rechts van de kansel gestaan. Onder het orgel staat sindsdien aan de zuidkant een bank uit 1644. Aan de noordzijde staat een 18e eeuwse herenbank, maar nu zonder zijstukken. De rest van het meubilair, grotendeels stammend uit de 19e eeuw, is opgeruimd, evenals enkele mooi gesneden 17e eeuwse stijlen.
.jpg)
17e-eeuwse herenbank met de familiewapens van Wiltet Louwens en Remke Jelmers (1644). Foto: Hardscarf, 6 april 2019. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license.
In de kerk liggen de grafstenen van leden van de familie Froma, bewoners van de Fromaborg. Eén van hen Ballo Froma was de voogd van de 16e eeuwse Groninger kroniekschrijver Abel Eppens. In 1981 is de kerk overgedragen aan de (SOGK) Stichting Oude Groninger Kerken.

Oksaal met het Van Oeckelen-orgel. Foto: Paul van Galen en Kris Roderburg, 2006. Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
Orgel
In 1879 bouwen de gebroeders Van Oeckelen uit Glimmen het orgel, dat in 1962 door D. Mulder uit Uithuizen is gerestaureerd. De typische Van Oeckelen-bekroningen zijn bij de restauratie helaas verwijderd. In de dienstruimte onder het orgel zit aan de noordzijde een raampje waar de ingang is dichtgemaakt. Op het koor ligt een aantal zerken van de 16e tot de 19e eeuw. Tegen de zuidgevel is een 13e eeuwse zerk opgesteld, die, zo blijkt uit de kruisstaf en de twee kromstaven, bestemd is geweest voor een geestelijke.
Details banken
1. Wapens, waarbij: ANNO 1644: Rechts: Gedeeld: I in blauw een halve zwarte adelaar, uitgaand van de deellijn; II in zilver een blauwe dwarsbalk, beladen met een zilveren ster. Links: Gedeeld: I in zwart een gouden aanziende geharnaste man, houdend een opgeheven zwaard; II doorsneden: a. in goud twee uitkomende zwarte leeuwen;768 b. effen rood. Helmteken: een vlucht, waartussen een zilveren ster, de rechtervleugel schuinlinks doorsneden van blauw en zilver, de linkervleugel schuinrechts doorsneden van zilver en blauw. Dekkleden: rechts: zilver en blauw; links: goud en zwart.
|
2. Wapens: Rechts: Doorsneden: A. Aldringa; B. De Sighers. Schildhouders: twee omziende leeuwen. Links: Doorsneden: A. Canter [1]; B. De Sighers. Schildhouders: twee omziende leeuwen.
|
3. Wapen: In rood een bruinachtig geharnaste man met gepluimde helm, zwaaiend met een gouden zwaard [Van Halsema].
|
Grafzerken
| [489] | ANNO 51, DEN IXDEN DACH JUNY, STRFF DE ERBER FROW OEDE FFROMA, DE GOT GNEDICH SI.
|
| [490] | 1556, DEN 11 OCTOBRIS, STARF DE ERBARE FROWE MELDE FROMA, DE GODT GENAEDICH SI.
|
| [491] | ANNO 1576, DEN 7 MAY, STARF DE EDELVESTE UND VIELDUCHTIGE FROUWE BAWE IN DEN HAM ANDERS FROMA, DER GOT GENEDICH SY, UND LICHT UNDER DESSEN STEEN BEGR. BEGRAVEN.
|
| [492] | A° 1576, DEN 29 AUGUSTI, STORF DEN EDELVESTEN UNDE ERB. BALLO FROMA, THO WIRDUM, SLOCHT[E]R[EN], TEN BUER, OP DE MIDDELRUGEWART HOEVELINCK.
|
Noten:
a. Hagioscoop. Een hagioscoop of laag venster is een opening die lager is geplaatst dan de overige vensters in een kerk of kathedraal. Het is enigszins vergelijkbaar met de squint (schuine kijkspleet in koorboog of doksaal). Door de hagioscoop kan licht toetreden, maar het venster kan ook bedoeld zijn om de kerkbezoekers zicht te geven op voorwerpen, handelingen of het sacrale binnen de kerk. Mensen die niet in de kerk wensten te komen (bijvoorbeeld monniken of nonnen; vanuit hun verblijfsruimten) of er niet mochten komen (zoals bijvoorbeeld misdadigers, overspeligen en lepralijders) konden zo toch de mis volgen zonder zich onder de kerkgangers te begeven.
b. Arcade. Een gaanderij of arcade (afgeleid uit het Frans) is een bogengalerij, elk van de achtereenvolgende bogen die rusten op kolommen. Een arcade van kleine bogen wordt een arcatuur genoemd en wordt vaak gebruikt als versieringsmotief. Men maakt het onderscheid tussen een werkelijke arcade of een blinde arcade, al naargelang zij een opening of doorgang vormt of niet. Een blinde arcade rust tegen een muur die de opening vult en bestaat uit blinde bogen. Een arcade kan zowel enkelvoudig als meervoudig zijn, maar als vakterm wordt de arcade enkel in het meervoud gebruikt ter onderscheid van de boog. c. Een piscina is een ondiep bekken naast het altaar of in de sacristie van een kerk dat wordt gebruikt voor het wassen en afvoeren van het water waarmee men het altaarlinnen en het purificatorium wast. Een sacrarium of heilig putje is de afvoer zelf, maar wordt soms ook als synoniem van piscina gebruikt voor het hele bekken. Ook wordt soms het woord lavabo gebruikt. Piscina's worden gebruikt in Anglicaanse, katholieke en Lutherse kerken. In de Oosters-orthodoxe Kerk wordt een soortgelijk element gebruikt. Piscina's zijn vaak gemaakt van steen en uitgerust met een afvoerpijp die rechtstreeks naar de grond loopt. Wanneer resten van de geconsacreerde hostie dan werden weggespoeld stroomde het op het kerkhof, zodat ook de doden op het kerkhof (gewijde grond) deel aan het sacrament zouden krijgen.
Bronnen:
- Stichting Oude Groninger Kerken, redactie: Eelco Bruinsma, 2006.
- Wikipedia, geraadpleegd 25 novembe 2013.
- Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
![]()
|
||||||||

.jpg)
