De Steekproef heeft een archeologisch proefsleuvenonderzoek en een archeologische begeleiding uitgevoerd aan de Kloosterlaan 2, te Farmsum, gemeente Delfzijl, provincie Groningen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van de bedrijfsgebouwen van KBM Master Alloys bv ten behoeve van een aluminiumsmeltoven. Het onderzoek heeft plaatsgevonden aan de rand van de reeds bekende vindplaats te Heveskesklooster, waar het toenmalige Biologisch Archaeologisch Instituut van 1982 tot en met 1988 opgravingen heeft verricht.

 

Doel van het onderzoek is vast te stellen of in de onmiddellijke omgeving van deze opgraving binnen het plangebied nog verdere archeologische resten aanwezig zijn. Uit vooronderzoek is gebleken dat het plangebied op de noordflank van een wierde ligt. Deze wierde geniet gemeentelijke bescherming. Uit een inventariserend archeologisch veldonderzoek middels grondboringen is gebleken dat binnen de geplande verstoringsdiepte van de aan te leggen nieuwe oven sprake is van twee archeologische niveaus.

 

Het eerste is een wierdepakket waarin veel baksteenpuin is gevonden. Daaronder ligt een grotendeels intacte podzolbodem in dekzand, waarin bij opgravingen in de jaren 1982 - 1988 op geringe afstand van het plangebied een hunebed en een steenkist van de trechterbekercultuur zijn gevonden. In het terrein van deze opgravingen is een nieuwe perceelsloot aangelegd, waarbij het westelijke deel van deze sloot eveneens door beide archeologische niveaus liep. De graafwerkzaamheden ten behoeve van deze sloot zijn archeologisch begeleid. Verder is voorafgaand aan de werkzaamheden voor de bouw van de ovenhal in het plangebied (zie Figuur 2) een waarderend archeologisch veldonderzoek middels proefsleuven uitgevoerd waarbij een doorstart naar definitief archeologisch onderzoek mogelijk was.

 

In de proefsleuf (werkput 1) zijn enkel natuurlijke verkleuringen aangetroffen. Antropogene sporen ontbreken in het geheel. In de nieuw aangelegde perceelsloot (werkput 2) zijn sporen gevonden van oude waterlopen en een verstoring ten gevolge van de opgravingen in de jaren 1982 - 1988. Het gaat hierbij om oude perceelsloten, die pas zijn verdwenen nadat de buurtschap Heveskesklooster gedurende de jaren '70 van de twintigste eeuw werd verlaten als gevolg van de voortschrijdende industrialisering van het gebied.

 

Behalve sporen van oude waterlopen in het kleipakket is in werkput 2 een restant van een kleine tonput gevonden. Er is één stuk verbrand vuursteen gevonden, dat duidt op de aanwezigheid van prehistorische bewoning. Verder zijn uit de stort van de opgravingen van het BAI enkele scherven gebruikskeramiek en enkele stukken bouwkeramiek uit de late middeleeuwen gevonden. Het overige vondstmateriaal dateert uit de nieuwe tijd of is (sub)recent en is eveneens uit secundaire context afkomstig. Tijdens het voorgaande booronderzoek is vastgesteld, dat in het plangebied twee archeologische niveaus aanwezig zijn. Het gaat hierbij om een wierdelaag en om het dekzand, dat op grotere diepte onder een afdekkende laag veen ligt.

 

In de wierdelaag zijn fragmenten aardewerk uit de prehistorie of middeleeuwen gevonden. Ook zijn verbrande graankorrels gevonden in de boorkernen. Tijdens de archeologische begeleiding is gebleken dat de bodemopbouw overeenstemt met de waarnemingen op basis van het booronderzoek. Tijdens dedbegeleiding werd vastgesteld dat de nieuwe perceelsloot gedeeltelijk door de oude opgravingsputten van het BAI loopt. Het vondstmateriaal dat is geborgen is, met uitzondering van de tonput die werd gevonden, afkomstig uit de stort van die opgravingen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden geen archeologische sporen gevonden. De vondsten die werden gedaan zijn afkomstig uit secundaire context, met uitzondering van een stuk verbrand vuursteen dat uit het dekzand afkomstig is.

 

Op basis van deze gegevens is een waardestelling voor de vindplaats opgesteld. Uit deze waardestelling komt naar voren, dat binnen het deel van het terrein waar de uitbreiding van de ovenhal is voorzien geen behoudenswaardige archeologische resten (meer) worden verwacht. Daarom wordt geadviseerd om binnen dat deel van het terrein af te zien van verder archeologisch onderzoek. Voor de overige delen van het plangebied geldt dat archeologische resten, behorend bij de reeds eerder opgegraven vindplaats, nog altijd aanwezig kunnen zijn. Daarom wordt geadviseerd om bij verdere bodemingrepen in het plangebied in de toekomst alsnog een archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven te laten uitvoeren, met als doel om de vindplaats nader te begrenzen.

 

Bron:

016-03-29Dijk, D.A. (De Steekproef)10.17026/dans-zfa-dzvu.

Dijk, D.A. (De Steekproef) (2016): Farmsum, Kloosterlaan 2, Gemeente Delfzijl (Gr.).
Inventariserend Veldonderzoek Proefsleuven en Archeologische Begeleiding.

DANS. https://doi.org/10.17026/dans-zfa-dzvu


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 1 augustus 2018.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top