Gerechtspaal (geselpaal, De Kaak) in Farmsum. Hardstenen gerechtspaal uit 1737. Helaas wordt dit momunent uit het verre verleden sterk ontsierd door een verkeersbord. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, nr. 12323), foto: hardscarf (wiki), Licentie: CC-BY-SA-3.0.

Het is maar goed dat we tegenwoordig enkel in figuurlijke zin medemensen aan de schandpaal kunnen nagelen en dat we de veel toegepaste vergeldingsstraf van weleer sinds de afschaffing van de kaak in 1854 uitsluitend nog maar in het spraakgebruik hanteren om uiting te geven aan spot en hoon. Immers zou de kaak nog in stad en dorp in functie zijn, er zouden lange wachtlijsten bestaan om alle misdaden te wreken die per schandpaal vergolden moeten worden.


Aan de kaak stellen is de meest verbreide erestraf in het oude strafrecht. Ze bestaat hierin dat de misdadiger op een ton (kaak), later op een daartoe in steen of hout ingerichte hoogte tot zijn schande te kijk wordt gesteld Hij moet dan op dat platform met een ijzeren band om de hals aan een paal bevestigd te pronk staan.

 

De straf is veel toegepast wegens meineed, valsheid In geschrifte, echtbreuk. koppelarij, bedrog, openbreken van sloten, diefstal, smokkelen, belediging, godslastering en andere zaken. Misdragingen, die ook tegenwoordig nog schering en inslag zijn, maar de kaak is al meer dan een eeuw buiten werking en die enkele schandpalen die er nog zijn, bewaren we als interessante historische monumentjes. Zo zijn er in Groningen nog schandpalen bewaard gebleven In Farmsum en bij Leens

 

Een schandpaal zoals de meesten van ons die nog wel kennen uit de geschiedenisboeken. Door de gaten worden de armen en het hoofd gestoken en vervolgens kan men bekogeld worden met rot fruit. Een oneervolle vernedering voor een misdaad. Wie goed kijkt, ziet duidelijk dat het hier om een replica gaat. Licentie: Public Domain.

De schandpaal heeft deel uitgemaakt van een hele reeks strafmaatregelen en daaronder is het gewoon gevangen zetten slechts van weinig belang. Waar men tegenwoordig rekening houdt met een zo goed mogelijk terugkeren in de maatschappij van de veroordeelde en het reclasseren van de gevangene, is er in vroegere dagen het accent helemaal ge­legd op vergelding en afschrikking.


Er zijn overigens in Groningen wel enkele gevangenissen geweest, waar straffen zijn uitgevoerd. Zo zijn in de stad Groningen gevangenen opgesloten in de Boteringepoort, de Oosterpoort, de A-poort en in het ‘Geweldiger hoff’. In o.a. Zuidbroek en Beerta zijn gevangenen opgesloten in de kerk­toren.

 

Ook in enkele borgen hebben ze gevangenen kunnen opbergen. In Middelstum bijvoorbeeld is de kelder van de voormalige borg Ewsum voor dit doel gebruikt. In de 18e eeuw is hier de bovenkamer in de toren als arrestantenlokaal ingericht. De beruchte grietman De Mepsche van Faan heeft de koestallen van zijn schathuis gebruikt, waar in de zomer, wanneer de koeien in de wei lopen, gevangenen zijn opgesloten.


Maar naast het gevangen zetten als vrijheidsstraf, bestaan er ook allerlei andere, in de regel weinig menslievende straffen. Zo zijn er doodstraffen (o.a. radbraken), vredeloosheid (afzwering uit de stad), lijfstraffen (van geseling tot brandmerken, of af­houwen van ledematen), onterende straffen (zoals bijvoorbeeld de schandpaal), boetedoeningen (offeren van kaarsen, doen van strafbedevaarten) en ten slotte vermogensstraffen (verbeurdverklaring, geldboeten).

 

 

De straf van ‘te pronk stelling’ aan de kaak valt derhalve onder de onterende straffen, evenals het dragen van de schandstenen en het moeten zitten op een houten paard. Je kent ongetwijfeld de aloude afbeelding op het pakje pijptabak ‘Van Rossem’s Troost’.

 

 

Het plaatje toont een man, die aan de schandpaal is geplaatst en door een welgesteld medeburger een trekje uit een Goudse pijp krijgt aangeboden.

 

De schandpaal op dit plaatje is de meest bekende vorm; een paal met daar boven op twee houten planken, die door middel van een scharnier met elkaar zijn verbonden en zodanig zijn uitgehold, dat de aldus ontstane gaten plaats bieden voor het hoofd en de beide handen, wanneer men de planken op elkaar zet.

 

Reclame van weleer. 'Van Rossem's troost' tabak.

 


Voormalige grenspaal gemeenten Leens-Ulrum (daarvoor kaak op de kruising Wilhelminastraat-Hoofdstraat in Leens) in Ulrum | Door: Willemjans (wiki) | Licentie: CC-BY-SA-3.0,2.5,2.0,1.0

 

 

Foto boven: De schandpaal van Culemborg zit vast aan het gemeentehuis ofwel raadhuis van Culemborg op de Vismarkt. Het is een plek waar vroeger mensen zijn vastgemaakt om ze te straffen, omdat ze bijvoorbeeld iets gestolen hebben of als ze gevochten hebben. Toeschouwers mogen dan met rotte eieren, bedorven brood, enz. naar hen gooien. Nu is het slechts een bezienswaardigheid. Deze schandpaal zit al aan het stadhuis vast sinds 1534. Halverwege de 19de eeuw in 1840 is voor het laatst iemand vast gezet aan de schandpaal . In de jaren veertig heeft er een restauratie plaatsgevonden. De schandpaal is toen blijven staan uit ere. Het spreekwoord “aan de kaak stellen” komt daar ook vandaan. Het woord kaak heeft in die tijd meerdere betekenissen. Een van die betekenissen is een soort schandpaal. Wanneer iemand aan de kaak wordt gesteld betekent het dat hij in het openbaar moet boeten voor iets wat hij heeft gedaan. Dus dan wordt die vast gebonden aan de schandpaal en dat betekent dus ‘aan de kaak stellen’. Door de schandpaal wordt de stad ook verdedigd, omdat mensen die onrust zaaien gestraft worden. Zo leren ze dus een lesje. De middeleeuwse straf is in heel Europa gebruikt, ze gebruiken het in die tijd omdat er nog geen normale'gevangenisstraffen zijn.

Maar er hebben andere vormen van schandpalen bestaan. Zo zijn er schandpalen van hout geweest, die er uit hebben gezien als gewone ronde palen, en van steen. Aan het stadhuis in Kuilenburg hangt zelfs een soort stenen uitbouwsel, dat voor dit doel gebruikt is. Een dergelijke paal is ook nog te vinden aan het voormalige stadhuis van Appingedam.

 

In veel plaatsen wordt de schandpaal gezien als een vervelend en ontsierend geval. Om hier de straf van tentoonstelling of te pronkstolling toch te kunnen uitvoeren, heeft men bijvoorbeeld in de muur van het stadhuis een ijzeren beugel bevestigd, waaraan de betrokkene kan worden vastgeklonken. Het voor­deel van de houten kaak is, dat deze van de straat kan worden verwijderd wanneer hij niet nodig is.


Ook in de provincie Groningen hebben kaken gestaan, waarvan er in ieder geval nog twee bekend zijn. De eerste is een stenen kaak op het plein tegenover de kerk in Farmsum. Het bovenste stuk van deze kaak is versierd met attributen van vrouwe Justitia, de blinddoek, de weegschaal en het zwaard.

 

De andere kaak is te vinden op de grens van de dorpen Ulrum en Leens (zie foto hierboven). De voormalige schandpaal is hier nu in gebruik als grenspaal tussen beide plaatsen. Een opschrift op die paal maakt dit duidelijk: ‘..'k ben hier geplaatst. Aanschouw mij niet als straf paal, maar als oen limiet..’.


Het doel van de straf is de te pronk stelling van de misdadiger ‘tot hairluder bescaemtheit; tot haeren oneeron ende schandael’. De duur van de te pronk stelling is bij de wet of in het vonnis bepaald of hangt af van de aard van het gepleegde delict. Meestal is de straf uitgevoerd op een tijdstip, dat zich veel mensen op straat bevinden.

De kaak staat daarom ook vaak op een centraal punt opgesteld (op een plein, bij het stadhuis). In de regel is het gerechtelijke vonnis boven het hoofd van de misdadiger aan de kaak vast­gespijkerd.

 

De ‘Code Penal’  [1] van Napoleon (1811) bepaalt in artikel 22 zelfs dat bepaalde misdadigers, die tot een andere straf veroordeeld zijn, als bijstraf ook nog een uurtje aan de kaak worden gesteld, met een bord boven hun hoofd, waarop met grote duidelijke letters staat vermeld: de naam, het beroep, de woonplaats, de straf en het gepleegde misdrijf.

 

 

 

Artikel 22 van de Code de Pénal luidt:

'Al wie, hetzij tot eeuwigen dwangarbeid, hetzij tot dwangarbeid voor een tijd, hetzij tot het tuchthuis veroordeel zal zijn, zal alvorens zijne straf te ondergaan, openlijk aan de kaak gesteld worden, en dus een uur lang ten toon staan, met een bord boven zijn hoofd waarop met groote leesbare letters zijne namen, beroep, woonplaats, straf en misdaad vermeld staat'.

 

Het voorblad van de oorspronkelijke Franse Code Pénal uit 1810. A Paris De L'Imprimerie Impériale.

En alsof dat nog niet genoeg is, wordt de te pronk gestelde vaak met van alles ‘bekogeld".

 

Volgens een rekening van een rentmeester uit 1521 levert het gezag daarvoor zelf het materiaal: ‘Noch voer een rotte mande appelen, dair een stomme delinquant, die up de kake ghestelt was, mede gheworpen was, 4 grooten[4].


Aan wie wordt de kaakstraf opgelegd? De ‘Code Pènal’ noemt de volgende gevallen: ambtenaren, die geld of geschenken hebben aangenomen, in ruil voor een bepaalde gunst. Deze ambtenaren krijgen bovendien een geldboete, die gelijk is aan het dubbele van wat ze hebben aangenomen; iemand, die een rechter in de rechtszaal, of een predikant in het gezicht heeft geslagen. Meestal volgt na deze straf nog ook nog de gevangenis.
De kaakstraf kan ook worden opgelegd aan dieven en en ander gespuis.


Verder bij vervalsing van stembriefjes, bij vervalsing van zegels, stempels of keurmerken van de Staat. Ten slotte kan een persoon tentoongesteld worden bij meineed, trouw- en echtbreuk, koppelarij, bedrog, godslastering en het aanzetten tot desertie.

 

Oorspronkelijk betekende ‘kaak’ een platte ijzeren kooi, een stellage of steiger. Hierop zijn executeurs de misdadigers vastgebonden om hen te geselen of te brandmerken.

En als de betreffende zondaar al dood is, wordt diens lijk aan de kaak vastgemaakt en ritueel verminkt, met teer ingesmeerd en/of ontleed. Daarna blijven de restanten nog enige tijd hangen ter afschrikking van wannebe-criminelen, om vervolgens weg te rotten of ten prooi te vallen aan hongerige kraaien.


De schandpaal (Kaak) in Appingedam. De foto is gemaakt op 23 april 2008 door Gerardus, een maand na de dood van zijn vrouw Katja. Licentie: Public Domain.

In Kröddeburen heeft eerder ook een kaak gestaan waar mensen zijn tentoongesteld als ze een misdrijf hebben begaan. De kaak is op last van Lucas Hamminck verwijderd. Oostbroek is een buitenhuis geweest waar hij voor de rust komt. Als de kaak in mei 1769 omgezaagd op de grond ligt weet iedereen wie daar achter zit. De gerichtswedman heeft de daders snel gevonden. Frederik Koelman uit Groningen, de tuinman van Hamminck, heeft van Hamminck de opdracht gekregen mensen te regelen die de kaak kunnen omzagen.


Koelman heeft hiervoor Otte Ottens geregeld, ook hovenier, de glazenkoper Joseph Knie en de herbergier Hindrik Borgert uit Helpman. De daadwerkelijke dader blijft buiten schot. Noch de plaatselijke rechter, noch de hoofdmannenkamer kan iets tegen Hamminck uitrichten, aangezien hij stadsburger is. Uiteindelijk wordt de zaak geseponeerd, maar de kaak niet meer terug in Kröddeburen
[2].


Bij de Groninger Archieven komen we een akte tegen waarin Hans Hendrichs Bartels, Aeltje Antonij en Janneke Berents verklaren dan Jan Bleeker, ook genoemd Jan Meints uit Emden wegens diefstal aan de schandpaal is gezet in het midden van de 18e eeuw
[3].

 

 

 

De schandpaal is tot ver in de 18e eeuw veelvuldig gebruikt. Halverwege de 19e eeuw wordt hij in Nederland officieel als strafmaatregel afgeschaft. De uitdrukking ‘voor paal staan’ komt echter nog altijd in onze taal voor en wordt vooral gebruikt wanneer iemand een blunder begaat waar men zich erg voor schaamt.

 

Een tekening van de schandpaal zoals die in de stad Groningen heeft gestaan. Het is mij niet bekend op welke plaats deze zich heeft bevonden.

 

 

 

Meer lezen over dit onderwerp? Zie voor meerder voorbeelden van personen die aan de schandpaal zijn terecht gekomen in Groningen het artikel 'Criminele sententies (vonnissen) van civiele personen'. Of kijk in het menu 'Artikelen' op deze website onder het hoofdstuk 'Recht, straffen en strafrecht'.

 

 

 

Noten:
1.Code Pénal. De Code pénal (C.P.), in Nederland ook wel ‘Wetboek van Strafregt’, is een oorspronkelijk Franse strafwet die op 1 januari 1811 in het Eerste Franse Keizerrijk in werking is getreden. Na de inlijving van het Koninkrijk Holland wordt Willem Bilderdijk gevraagd de Code pénal in het Nederlands te vertalen, zodat het in de Hollandse departementen kan worden ingevoerd. Nadat de vertaling voltooid is, treedt de Code op 1 maart 1811 aldaar in werking. Het Wetboek wordt na het uiteenvallen van het Franse Keizerrijk provisorisch door het ‘Gesel- en worgbesluit’ in het Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden (en het latere Koninkrijk der Nederlanden) gehandhaafd. De Code wordt in België vervangen door het ‘Strafwetboek’ van 1867. In Nederland duurt het tot 1886 voordat de Code wordt vervangen werd door het ‘Nederlandse Wetboek van Strafrecht’.
2.Formsma e.a. 1990 en 2001. Verder bij de RHC GA, stukken van he Eesterrecht. 733 Gerechten in Fivelingo, 1560 – 1811: 136 Register van stukken betreffende het onderzoek naar het verwijderen van de kaak te Croddeburen door Otte Ottens, Hindrik Borgert en Joseph Knie op instigatie van de raadsheer dr. L. Hamminck, 1769 – 1770
3. RHC GA nr. 592. 1109. Archief van de familie van Iddekinge, 1387 – 1968
4. Een groot is ongeveer 2 1/2 cent).

 

 

 

Bronnen:
1.Historiek
2.RHC GA
3.Nieuwsblad van het Noorden, 18 augustus 1982
4.Historische Vereniging Ten Post en Omstreken

 

 


Deze pagina maakt deel uit van de website © www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 24 november 2019
Samenstelling: © Harm Hillinga
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top