Fiemel als plaats

 

Fiemel is een gehucht dat ten oosten van Termunten ligt, direct aan de Dollard aan de zuidkant van de Punt van Reide.

In de Tweede Wereldoorlog bouwen de Duitse bezetters bij Fiemel een aantal bunkers. Deze maken deel uit van de Atlantikwall en dienen tevens ter verdediging van de stad Emden, die tegenover Fiemel aan de Eemsmonding ligt. Bij de bevrijding van dit deel van de provincie Groningen wordt vanuit die bunkers zwaar verzet geboden. Het naburige Nieuwolda is daarbij zwaar beschadigd. Een aantal van de bunkers is bewaard gebleven.

 

Bij het gehucht staat een gelijknamig gemaal, de Fiemel. Verder is er een bezoekerscentrum van Het Groninger Landschap. Deze natuurorganisatie beheert zowel de nabijgelegen Breebaartpolder als de Punt van Reide.

 

De geschiedenis van Fiemel

 

Oorspronkelijk is Fiemel een wierdedorp geweest, dat omstreeks het jaar 1000 Fimelon is genoemd. De naam is mogelijk verwant aan Fivel, dat 'zeemonster' betekent. In 1441 wordt het dorp vermeld als Fijmolen, in 1445 als Fimela. Hier mondt het riviertje Fiemel Ae (Ffimell Ee, Fymele Ae, Fijmelinger Æ, Finser Ae) in zee, dat in die tijd tussen Oostwold en Finsterwolde in het hoogveen ontspringt. De monding is al rond 1400 afgedamd, waardoor men in het stroomgebied van de Munter Ae te maken krijgt met wateroverlast. Dit riviertje vormt tevens de grens tussen het de beide landschappen Oldambt en het Reiderland.

 

Volgens Johan Rengers van Ten Post hebben ‘Fimelinge unde noch een ander dorp, elck van 7 of 8 husen up een weerde’ en zijn het vanouds grote schone dorpen. Deze dorpen moeten omstreeks het jaar 1500 zijn verdronken. Het dorp heeft tevens tot halverwege de  15e eeuw een eigen rechtstoel. Fiemel en Fiemelerhamrik zijn omstreeks 1520 nog zo'n 780 grazen (330 hectare) groot. Kort daarna wordt een zomerdijk gelegd richting Woldendorp (de Dallingeweersterdijk), die later is uitgebouwd tot zeedijk, waardoor het gebied rond de Punt van Reide buitendijks komt te liggen en grotendeels verloren gaat.

 

Nog bestaande bunkers bij Fiemel. Foto: 9 september 2012. Bron: Creative Commons.
This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported license.

 

Fiemel in de Tweede Wereldoorlog

 

In het jaar 1940 komen de eerste twaalf Duitse militairen naar de Punt van Reide. Als eerste handeling plaatsen ze een zoeklicht op het voorste puntje van de Punt. Later wordt dit zoeklicht verplaatst naar een stenen gebouwtje, dat er nu nog altijd staat. Ook worden vier funderingen gelegd voor luchtafweergeschut. Deze betonplaten liggen er nog. Het zoeklicht is ervoor bedoeld om de Eems en Dollard af te zoeken naar vijandige vaartuigen. Bootjes met drinkwater vanuit de tegenover liggende Duitse stad Emden leggen aan bij een pier, die er nu nog ligt. Destijds is de pier voorzien van een plankpad. Dit is inmiddels geheel verdwenen door verrotting en ijsgang in de Eems.

 

Naast en onder het zoeklicht wordt een bunker gebouwd voor ondergrondse opslag van drinkwater en proviand. In de buurt van het zoeklicht wordt tevens een brandvijver gegraven. Ernaast wordt een stenen brandspuitschuurtje gebouwd, zodat men in geval van brand de spuit bij de hand heeft.

 

Rond dit stenen gebouwtje loopt een gracht, waarvan de contouren soms nog te zien zijn. Aan de zuidkant van de Dollard heeft een gat van 10 meter in doorsnee gelegen en in het midden ervan heeft een zogenaamde ‘wel’ bevonden. Hieruit heeft men zoet water kunnen halen, dat als drinkwater heeft gediend voor het vee.

 

De eerste kwartiermakende militairen worden gehuisvest in een salonwagen. Van de ene naar de andere wierde wordt een verhoogd plankpad aangelegd van zogenaamde ‘props’. Dit zijn ronde boomstammetjes van ongeveer 2 meter lang en 12 cm rond. De palen worden met schepen vanuit Zweden aangevoerd in Delfzijl. Om de palen bij elkaar te houden worden ze onderling verbonden met ijzerdraad en vastgemaakt aan in de grond geslagen dikkere palen. Over de boomstammetjes heeft men een dikke laag ‘sintel’ (slakken) gelegd. Hierover rijden auto's en karren om het bouwmateriaal naar de Punt te brengen.

 

In 1941 wordt de volgende lichting Duitsers overgebracht naar de Punt. In eerste instantie gaat het om ongeveer honderd soldaten; zij worden gehuisvest in een twintigtal ‘Wohnwagen’ die op de voorste wierde worden gezet. De ‘Wohnwagen’ worden op palen geplaatst, om te voorkomen dat met hoogwater het Dollardwater naar binnen zal lopen. Voor het opwekken van elektriciteit wordt voor op de punt een aggregaat geplaatst. Naast de barakken wordt een groot vierkant gat gegraven, nu soms ook nog te zien, voor de opvang van regenwater. Dat water kan zo nodig ook gebruikt worden als er brand uitbreekt terwijl het laagwater is. Het zeewater staat dan namelijk ver weg in een wadgeul, waardoor het niet bereikbaar is.

 

De Duitse soldaten zwemmen af en toe in deze vijver, waardoor deze lokaal beter bekend is als ‘het zwembad’. De klei die uit het ‘zwembad’ komt wordt naar de voorste punt gebracht om de geschutsstelling op te hogen. Ook worden er twee dubbele batterijen (1) geschut en diverse munitiegebouwtjes geplaatst.

 

Geschutsokkel met uitzicht op de Punt van Reide. Foto: 9 september 2012. Bron: Creative Commons.
This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported license.

 

Om het geheel goed te camoufleren is het ‘bewoonde’ gedeelte van de Punt afgeschermd met stroken kippengaas met daardoorheen gevlochten bosjes heide. Achter deze afscherming wordt een kleirug aangebracht, die weer wordt afgedekt met graszoden om wegspoelen tegen te gaan. Zelfs de gebouwen en woonwagens worden zwart, groen en bruin geschilderd, zodat het vanaf een afstand en vanuit de lucht op een dorp met een bosgebied lijkt. Tijdens die werkzaamheden vinden de werklieden skeletten, die in zee worden gegooid.

 

Nog tijdens de bouw van de verdedigingswerken op de Punt, fluisteren enkele inwoners van Termunten al: "de Duitsers begaan een grote fout, laten ze de winter maar even afwachten." Ze krijgen gelijk. Door de af en toe erg hoge waterstand moeten de Duitsers zich tegen het eind van 1941 terugtrekken naar een hoger gelegen gedeelte van de Punt. Tijdens de winter van 1942/43 neemt drijfijs bezit van de Punt, waardoor verblijf daar onmogelijk is geworden. De Punt wordt ontruimd en alles wordt naar Fiemel gebracht, waar een enorme bunkercomplex wordt neergezet. In 1943 vestigen de Duitsers zich definitief op Fiemel. Na de verhuizing wordt het originele geschut op de Punt vervangen door houten kanonlopen en luchtafweergeschut. In deze periode is er geen bom of granaat gevallen op de Punt.

 

Het gebied tussen Delfzijl en Nieuwe Statenzijl is een van de laatste stukjes Nederland dat in 1945 wordt bevrijd van de Duitse bezetting. Op 15 april 1945 denken de bewoners van Termunten en Woldendorp dat ze bijna bevrijd zijn, enkele gedemoraliseerde Duitse eenheden trekken in wanorde weg naar Duitsland. De teleurstelling onder bevolking is echter groot als ze de volgende dag zien dat er nieuwe, verse en fanatieke bezetters terugkomen. Ze leggen verdedigingslinies aan in de polders tussen Termunten en Woldendorp. Het geschut bij Fiemel en in de Carel Coenraadpolder bombardeert Nieuwolda. Enkele geallieerde tanks bereiken weliswaar de Binnen Ae (bij Woldendorp), maar die moeten zich weer terugtrekken.

 

Op 17 april wordt Woldendorp ontruimd, de volgende dag het gebied rond Fiemel. Tijdens de gevechten komen Wagenborgen en Nieuwolda enkele keren in andere handen; de geallieerden komen overdag, maar moeten zich enkele keren tegen de avond weer terugtrekken. Woldendorp, Termunterzijl, Termunten en Fiemel liggen in de laatste week van april vrijwel constant onder vuur. Op verschillende plaatsen slaan voltreffers in, verscheidene mensen verliezen in de laatste dagen van de oorlog het leven.

 

Op 27 en 28 april steken terugtrekkende Duitse soldaten alle boerderijen in de Carel Coenraadpolder en Joh. Kerkhovenpolder in brand. Op 28 april bereiken de Canadese bevrijders Borgsweer. De bezetters trekken zich steeds meer terug op de stellingen Fiemel en Carel Coenraadpolder. Op 29 april worden Borgsweer en Termunterzijl bevrijd. In de ochtend van 30 april omstreeks 5 uur bevrijden Canadese militairen Termunten en in de voormiddag trekken deze troepen via Woldendorp naar bevrijd gebied rond Oostwold en Midwolda. Op 1 1945 mei wordt de stelling Fiemel door de geallieerden ingenomen door Poolse en Canadese militairen. Een weekje later kunnen de geëvacueerde bewoners van Woldendorp en Termunten naar hun dorpen terug, althans wat daar nog van over is.

 

Noot:
(1) Een batterij is een militaire term voor een eenheid artillerie-wapens (zoals kanonnen, houwitsers, mortieren en raketwapens), vaak opgesteld in een rij. Batterijen kunnen ingezet worden voor zowel offensieve doeleinden (bijvoorbeeld als onderdeel van de veldartillerie) als defensieve doeleinden (bijvoorbeeld als kustbatterij of luchtafweerbatterij). In het Belgische en Nederlandse leger wordt een compagnie in de artillerie een batterij genoemd. Een batterij in een modern leger bestaan meestal uit 6 tot 8 houwitsers en 100 tot 200 manschappen. De houwitsers zijn meestal gemechaniseerd (rijdend), zogenaamde pantserhouwitsers. In Nederland werden in de periode 2005-2007 alle M-109 A2/90 pantserhouwitsers vervangen door de Panzerhaubitze 2000. Een traditorebatterij is een batterij die in de flank of rug van de vijand vuurt. Plek voor het geschut om aan de keelzijde de fortgracht onder vuur te nemen. Vanuit het terrein vóór het fort (langs de vijandzijde) niet zichtbaar en moeilijk trefbaar. Het is afgeleid van het Italiaanse 'traditore' of verrader. Een kustbatterij is een defensieve artillerie-eenheid die aan de kust is opgesteld om oorlogsschepen en andere doelen op zee te beschieten. Kustbatterijen werden doorgaans opgesteld om haven- en riviermondingen te verdedigen, zee-engtes te beheersen, een vijandelijke aanval op de kust af te weren of eigen scheepvaartverkeer vlak voor de kust te beschermen. In de 16e eeuw werden kustbatterijen populair na de ontwikkeling van sneller vurende kanonnen. Om zelf beter beschermd te zijn tegen vuur van oorlogsschepen werd het steeds meer de gewoonte de kustartillerie in forten onder te brengen. Desalniettemin bleven open geschutsopstellingen bestaan vanwege de lage kosten. Kustforten worden tegenwoordig nauwelijks meer gebruikt. Naast dit soort vaste locaties, wordt tijdens een invasiedreiging de kustlinie vaak versterkt met tijdelijk opgestelde batterijen, zoals het Iraakse leger nog deed toen het ten onrechte veronderstelde dat het Amerikaanse United States Marine Corps een landing wilde uitvoeren op de kust van Koeweit tijdens de Tweede Golfoorlog.

 

Bron:
Naar een verhaal onder licentie van Creative Commons, Attribution 4.0 International (CC BY 4.0), Mountain View.

 

 

Lees ook/zie ook: Fotoalbum: Bunkers en meer.

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 23 januari 2019..
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top