Geert Sterringa, Communistisch voorman in Groningen (30 december 1876, Firdgum - 19 januari 1944, Buchenwald).


‘Arbeiders van Groningen. Ook op U rust de plicht met de moedige arbeiders van Amsterdam en omstreken uw kracht en wil van afweer en strijd gereed te houden en te versterken. […] Uw strijd gaat voor vrijheid, recht, brood en vrede.’

 

Dit zijn twee zinnen uit het manifest dat Geert Sterringa heeft geschreven over de Februaristaking die in Amsterdam is begonnen. Dit manifest, dat illegaal wordt verspreid in de stad Groningen, is aanleiding voor de arrestatie en uiteindelijke deportatie van de communistische voorman in Groningen.


Geboren uit een geslacht van onderwijzers op 30 december 1876 in het Friese Firdgum, als zoon van Hermannus Sterringa, onderwijzer en verzekeringsagent en Maria Klaverboer, handwerkonderwijzeres, treedt hij op 25 april 1907 in het huwelijk met Anna Martha Gonda Winterwerp, naaister, met wie hij een dochter en twee zoons krijgen. Later bezoekt Sterringa de rijkskweekschool te Groningen. In 1895 slaagt hij voor de opleiding voor onderwijzer, in 1897 voor de hoofdakte en in 1899 voor de lagere akte Frans. Het eerste jaar is hij onderwijzer in Zuidlaren. Daarna gaat hij werken op een school in Groningen, waar hij op vier maanden na veertig jaar heeft gewerkt. Schoolhoofd wil hij uit principe niet worden. Vele generaties arbeiderskinderen hebben op de armenschool in het Noorderplantsoen les van hem gekregen.

De Volksstem


Muziek, daar houdt Sterringa van. Bij de oprichting in 1899 van de naaistervakbond ‘Eenheid’ te Groningen, willen de negen vrouwen een koortje oprichten met hem als dirigent. Twee keer wordt er een poging gedaan om een naaistersbond op te richten, beide keren met als secretaris Martha Winterwerp, de latere vrouw van Sterringa. Vergaderd en geoefend wordt er in het nieuwe gebouw van De Toekomst (1888) in Groningen. In 1900 wordt er tijdens een afdelingsvergadering van de SDAP het voorstel gedaan om een mannenkoor op te richten. Dat is het moment dat de ‘Volksstem’ de geschiedenis instapt met als eerste dirigent: Geert Sterringa.

 

Sterringa wordt lid van de Bond van Nederlandse Onderwijzers (BvNO) en richt met anderen een afdeling in Groningen van deze bond op. Vanuit de BvNO, die weldra aangeduid wordt als de Sociaal Democratische Onderwijzers Bond, is Sterringa in 1901 nauw betrokken bij het initiatief van J.H.A. Schaper (lid tweede kamer 1899 – 1934) en E. Rugge (lid gemeenteraad 1901 – 1941 en wethouder 1924 – 1943 ) om de Groninger Bestuurdersbond (GBB) op te richten, de samenwerking van de plaatselijke vakbonden. Sterringa is de eerste secretaris van deze organisatie van 1901 tot 1905. Dat dit tot reacties leidt van het toenmalige NAS (Nationaal Arbeidssecretariaat) lijkt vanzelfsprekend. In het ‘Nieuwsblad van het Noorden’ van 21 januari 1902 wordt een artikel van Sterringa gepubliceerd waarin deze de GBB aan het publiek voorstelt. Al op 25 januari en 1 februari 1902 volgt de reactie van het PAS (Plaatselijk Arbeidssecretariaat) in het blad ‘De Arbeider’ waarin de GBB  scheurmakerij wordt verweten vanuit de Sociaal Democratisch hoek. Tevens gaat het volgens het PAS om de baantjes


Bureau voor Arbeidsrecht


In december 1902 richten de kersverse voorzitter Rugge en secretaris Sterringa van de GBB het ‘Bureau voor Arbeidsrecht’ op. Dit bureau wordt geopend in het gebouw van de ‘Toekomst’ aan de toenmalige Zuidersingel te Groningen. Het bureau is twee avonden per week geopend. Na de start van het GBB vindt er in Groningen een Paascongres plaats. Op dit congres wordt de Groninger schoolmotie aangenomen: gelijke financiering van het openbaar en bijzonder onderwijs. Sterringa is met de stad Groninger delegatie tegen.

 

Spoorwegstaking


In januari 1903 maakt Sterringa deel uit van het plaatselijk comité betreffende de spoorwegstaking. Deze zaak krijgt in Groningen minder aandacht dan haar toekomt, omdat hier ter plaatse een ander groot conflict wordt uitgevochten: de kleermakersstaking. De januaristaking bij het spoor in Groningen is geen groot succes. Drie maanden later, als het kabinet-Kuyper dreigt met de invoering van de Worgwetten waarin o.a. een stakingsverbod voor ambtenaren wordt opgelegd, komt de actie beter uit de verf. Als secretaris van de Bestuurdersbond is Sterringa actief zowel in het stakingscomité als in het Comité van verweer tegen de worgwetten.

 

In 1903 wordt er ook gestaakt in de textiel: de kleermakersstaking. Ondanks een verschuiving naar industrialisatie binnen de textiel, is er in Groningen een groot aantal ‘ouderwetse’ kleermakers die thuis werken, samen met vrouw en kinderen. Deze thuiswerkende kleermakers maken vele uren om een behoorlijk (stuk)loon te verdienen. Ze worden door de confectionairs tegen elkaar uitgespeeld. In 1902 is de maat vol, de in 1883 opgerichte Kleermakersbond ‘Vooruitgang door Broederschap’ wil een vaste loonstandaard voor de thuiswerkers, naast vaste tarieven per product. Er ontstaan ook Christelijke en Katholieke Kleermakersbonden die mee doen in de strijd. In februari 1903 gaan 250 zelfstandige kleermakers en 50 knechten (in loondienst) in staking. Er komt een stakingscomité, een weerstandskas en financiële steun van drieëntwintig lokale vakbonden. Ook de landelijke kleermakersbond steunt de staking. Roosje Vos, voorzitster van de landelijke naaistersbond, doet een oproep tot solidariteit in het landelijk blad van haar bond. De kranten ‘De Volksstrijd’, ‘De Arbeider’ en de ‘Nieuwe Provinciale Courant’ hebben een open oor voor de noden van de stakende kleermakers. De net opgerichte ‘Kamer van Arbeid’, een bemiddelingsorgaan werknemers en werkgevers, en de politiek doen een oproep voor het oplossen van het conflict. Mede dankzij de gunstige publieke opinie komt het tot een acceptabel compromis.


Evert Kupers


Kleermaker en actief vakbondslid Evert Kupers ontwikkelt zich in deze strijd tot een vakbondsleider. De kleermakersbond ‘Vooruitgang door Broederschap’ fuseert met de landelijke kleermakersbond en de naaistersbond van Roosje Vos tot één organisatie. Door zijn inbreng wordt zijn naam gevestigd en wordt hij lid van het landelijke bestuur. Groningen is met de vestiging van het hoofdkantoor van de nieuwe bond voor één jaar even de landelijke hoofdstad voor de ‘Nederlandsche Bond van mannelijke en vrouwelijke arbeiders in de Kledingindustrie en aanverwante vakken’. In de gang bij de FNV te Groningen hangt nog een vaandel van de oude Kleermakersbond die als eerste lid in 1906 toetreedt tot het dan opgerichte NVV. Voor de jonge voorzitter Rugge en zijn secretaris Sterringa van de GBB is het jaar 1903 een vuurdoop geweest, hun leerperiode is in ieder geval voorbij!


Coöperatie De Toekomst


In 1902 wordt Sterringa, samen met twee partijgenoten van de SDAP verkozen in het bestuur van de Coöperatie De Toekomst. Er zitten vanaf dat moment meer sociaaldemocraten dan de oorspronkelijke oprichters, de vrije socialisten, in het bestuur. Er begint een einde te komen aan jarenlange chicanes binnen ‘De Toekomst’ tussen ‘modernen’ en de ‘vrijen’. Ook komt er een einde aan de schulden, er ontstaat een positief saldo bij ‘De Toekomst’. In 1905 stapt de laatste vrije socialist uit het bestuur van de Coöperatie.

 

In 1903 wordt er een provinciaal comité opgericht door het ‘Nederlandsch Comité voor Algemeen kiesrecht’ (NCA). Sterringa neemt hier in plaats namens de SDAP. Toch vindt er naast de gewone landelijke en provinciale evenementen niet veel plaats. Pas in 1906 ontstaat er beweging. Het pas opgerichte NVV vindt het een taak van de SDAP om hierin het initiatief te nemen. En zo gebeurt het, de lokale en provinciale comités worden ontbonden en de organisatie en financiën worden naar de SDAP overgeheveld.

 

Voorzitter Groninger SDAP


Schaper vertrekt in 1905 naar het westen vanwege zijn lidmaatschap van de Tweede Kamer. Sterringa wordt dan voorzitter van de Groningse afdeling van de SDAP en redacteur van ‘De Volksstrijd’. De Volksstrijd is een socialistisch blad voor het gehele noorden, opgericht in 1900, eerst als ‘De Strijd’ en daarna als ‘Volksstrijd’. Sterringa gaat als aankomend nieuw redacteur een belangrijke rol spelen in de redactie van dit blad. Hij bestrijdt de positie van Eltjo Rugge als leider van de sociaal democratische beweging te Groningen. Eltjo Rugge, tot 1905 voorzitter van de GBB, wordt voorzitter van de SDAP fractie in de Groninger Gemeenteraad. De controverse tussen de twee mannen wordt verlegd naar de directe politiek. De strijd binnen de SDAP gaat zich manifesteren in de stromingen van het marxisme en revisionisme. In 1909 dient Eltjo Rugge (reformist) een motie in tijdens het SDAP congres te Deventer. In deze motie wordt uitgesproken dat de Tribunisten (marxisten) geroyeerd moeten worden als lid van de SDAP. Deze motie wordt aangenomen. Rugge splitst hiermee de Groninger partijafdeling in twee kampen en dwingt Sterringa een keuze te maken. In 1909 wordt Sterringa (marxist) lid van de Sociaal-Democratische Partij (SDP) en richt in Groningen een SDP-afdeling op. Later zal de naam SDP veranderen in CPN (Communistische Partij Nederland).

 

Andere werkzaamheden


Als lid van de Provinciale Staten van Groningen en als lid van de Groninger gemeenteraad komt Sterringa op voor de belangen van de arbeiders en werklozen. Vooral het verzet tegen de lage lonen en slechte omstandigheden in de werkverschaffingsprojecten in de jaren dertig waren hem een doorn in het oog. Overal wordt er door hem en de SDP geageerd tegen deze onrechtvaardige situatie in Westerwolde en in de ‘Slikken’. ‘De hel van Jipsingbourtange’ is het absolute dieptepunt van de werkverschaffing in Groningen.

 

Vanaf circa 1925 is Sterringa vaak ziek en langdurig afwezig van zijn werk. In een brief aan zijn vriend David Wijnkoop geeft hij aan dat hij last heeft van neuro-chemische verschijnselen, drukking op de hersenen, duizelingen, sterke bevingen en benauwingen met als gevolg zwaarmoedigheid, moedeloosheid en machteloosheid. Op de Noorderhulpschool geeft hij les aan klassen van rond de vijftig kinderen. Dit is natuurlijk een geweldige opgave. Op het laatst worden al zijn werkzaamheden hem te veel en heeft hij zijn ontslag genomen uit de Provinciale Staten. Hierna maakt hij nog enkele jaren, tot 1939, deel uit van de gemeenteraad van Groningen.
Geert Sterringa is sterk tegen het fascisme. In een toespraak die hij houdt in 1937 roept hij de mensen van Groningen op om bij de komende verkiezingen tegen de NSB te stemmen.

 

Strookjestypen

 

Bij de Duitse bezetting in 1940 besluit de landelijke leiding van de CPN om op korte termijn, naast de oude organisatie, een nieuwe, illegale organisatie op te bouwen. Het eerste wat deze groep doet is ‘strookjestypen’. Op kleine strookjes papier worden anti-Duitse teksten geschreven. Deze worden daarna onder de bevolking verspreid.


Later gaan ze in Groningen over op het maken van de illegale krant ‘Noorderlicht’. Sterringa is betrokken bij de redactie. Op de zolderkamer van een pand aan de Ganzevoortsingel wordt de communistische krant geschreven door drie jonge vrouwen die kunnen typen. Ze hebben geen sleutel, maar kunnen naar binnen door aan een touwtje te trekken. Ze komen dan aan op de lege zolderkamer, waar in een kast de typmachines en de teksten liggen. Zodra ze klaar zijn leggen ze alles terug in de kast en vertrekken ze weer, zonder enig contact met anderen te hebben. Zodoende kunnen ze niet weten wie de spullen brengt en later weer ophaalt.
Bij de Februaristaking in 1941 in ons land schrijft Sterringa een manifest, waarin hij de arbeiders in Groningen oproept om ook deel te nemen. De pamfletten met het manifest worden gedurende tien dagen op meerdere manieren door de stad verspreid. Maar op 3 maart 1941 wordt bij Grietje Aarts, een partijlid, een inval gedaan. Hier wordt een stapel van de pamfletten gevonden en Aarts wordt opgepakt. Hoe ze aan haar adres zijn gekomen is nooit achterhaald.

 

Arrestaties


Er volgen meerdere arrestaties. In de nacht van 10 op 11 maart 1941 wordt Geert Sterringa thuis gearresteerd en om 00:40 afgeleverd bij het hoofdbureau van de politie. De morgen daarop wordt hij om 08:50 opgehaald door SS-luitenant Schwarting, die van het begin af aan al is betrokken bij de communistenvervolging. Sterringa komt terecht in het Huis van Bewaring te Groningen en wordt meerdere malen verhoord.


Nadat ze klaar zijn met verhoren worden de meeste gevangenen op transport gezet naar de strafgevangenis in Scheveningen, in afwachting van een proces. Zo ook Sterringa. Na Scheveningen wordt hij naar Kamp Amersfoort getransporteerd. Hier zijn de omstandigheden erg slecht. Sommige gevangenen hebben aangegeven dat ze het later in het Duitse kamp Buchenwald beter hebben gehad dan in kamp Amersfoort. Sterringa heeft enkele maanden in kamp Amersfoort gezeten. Daarna, in maart 1942, gaat hij op transport naar Duitsland. Hij moet samen met andere gevangenen van kamp Amersfoort naar het treinstation lopen. Deze tocht gaat gepaard met veel mishandelingen.


Op 28 maart 1942 komen ze in Buchenwald aan. Anders dan de meeste Groningers blijft Sterringa hier tot het einde. Als hij in Buchenwald aankomt is hij 66 jaar. Hij wordt natuurlijk niet ontzien, maar toch komt hij in de wat lichtere commando’s terecht. Als hij bijvoorbeeld direct in het steengroeve-commando terecht was gekomen, zou hij de eerste weken niet overleefd hebben. Later wordt Sterringa blokoudste (Blockälteste). Als blokoudste is hij tegenover de blokleider verantwoording verschuldigd voor alles wat in het woonblok gebeurt. Het komt in de Duitse kampen regelmatig voor dat criminele gevangenen blokoudste worden. Deze zijn vaak agressief tegenover de gevangenen in hun blok, maar over Sterringa kan juist het tegenovergestelde gezegd worden. Een medegevangene heeft een gedicht geschreven voor ‘Oom Geert’, zoals ze hem noemen. Hierin bedankt hij Sterringa voor zijn optreden in het kamp.


Twee kameraden hebben het einde van Sterringa meegemaakt. Dit zijn Frederik Houtman en Johan Hut. Geert Sterringa krijgt longontsteking. Op 30 december 1943 feliciteren Houtman en Hut hem op de appèlplaats nog met zijn 67ste verjaardag. Maar op 19 januari 1944, om vier uur in de ochtend sterft hij in de Krankenbau (ziekenbarak). In zijn blok wordt een pauze van vijf minuten gehouden, zodat de gevangenen hun kameraad Geert Sterringa kunnen herdenken. Later is in de stad Groningen een straat naar hem vernoemd.

 

Systeemkaart van Geert Sterringa. Bron: Systeemkaarten van verzetsbetrokkenen (OVCG), 2183. RHC GA (Groninger Archieven).

 

 

 

Postuum ereburger van de stad Groningen


De gemeenteraad van Groningen heeft op woensdag 19 april 2017 besloten Geert Sterringa, lid van het communistisch verzet tijdens de Duitse bezetting, lid van Provinciale Staten van Groningen en lid van de gemeenteraad van de stad Groningen postuum in te schrijven in het ‘Gulden Boek’ van de stad. Sterringa ontvangt het Ereburgerschap van de gemeente Groningen als blijk van waardering voor en erkenning van zijn grote betekenis voor de Groninger samenleving. Al in 1933 heeft de onderwijzer voor het opkomende fascisme gewaarschuwd. Later dat jaar neemt hij de eerste ontsnapte gevangenen uit de concentratiekampen uit het Emsland in huis.

 

 

 

Bronnen:

- Het verhaal van Geert Sterringa is onderdeel van de documentaireserie “Verhalen uit het Groninger Verzet” van OVCG.
- Biografisch woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA)
- Geert Sterringa Stichting. www.geertsterringastichting.nl
- Het geheugen van de vakbeweging. www.vakbondshistorie.nl
- Oorlogsgravenstichting. www.oorlogsgravenstichting.nl.



Foto:
Geert Sterringa Stichting

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 12 mei 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top