Hoewel de Koude Oorlog voorbij is, het Ijzeren Gordijn definitief Is weggeschoven en stukjes Berlijnse Muur als souvenir voor veel geld te koop zijn, kennen we nog enkele sporen van een uit de hand gelopen bureaucratisch systeem: de luchtwachttorens. In Noord-Nederland zijn er nog zeven, waarvan er een paar op de provinciale monumentenlijst staat, en dat is te weinig.

 

De luchtwachttoren van Oudemirdum: binnenkant.

De Koude Oorlog is niet aan Nederland voorbij gegaan. Het zijn spannende tijden na de Tweede Wereldoorlog. Vooral in Oost-Europa als de Sovjetunie beschikking krijgt over de atoombom. Voor de mensen in het Vrije Westen betekent dit dat de Russen binnen korte tijd in hun achtertuintje kunnen staan. Om op alles degelijk voorbereid te zijn besluit de Nederlandse regering een waarnemingsnetwerk op te zetten. Daarvoor wordt op 1 mei 1950 het Korps Luchtwacht Dienst (KLD) opgericht dat tot taak heeft vijandelijke laagvliegers op te sporen, landingen van Russische parachutisten door te geven, evenals verdachte scheepsbewegingen en explosies van atoombommen. De radar is nog niet gevoelig genoeg om laagvliegende vliegtuigen op te sporen. Niets zal de waakzamen voorbij gaan Het werven voor de KLD is geen sinecure, want veel belangstelling is er niet onder de burgerbevolking, hoewel er nadrukkelijk op gewezen wordt dat er vanuit militaire zijde niet geringschattend op het werk van de aangeworven burgers neergekeken zal worden. De luchtwachters worden benaderd en behandeld als militairen. Er worden in totaal 276 waarnemingsposten uitgezet over heel Nederland. De posten zijn verdeeld over negen luchtwachtcentra.

De waarnemingsposten worden gevestigd op torens, molens en hoge gebouwen. Daarnaast zijn tussen 1950 en 1960 zo'n 140 luchtwachttorens gebouwd, waarvan de geprefabriceerde betonnen raatbouw-elementen geleverd worden door Schokbeton in Kampen, tegenwoordig te Zwijndrecht. De hoogte van de torens varieert van 2,5 tot 31 meter. Noord-Nederland kent twee luchtwachtcentra: Leeuwarden, waar ook de Noordoostpolder en de Kop van Overijssel onder vallen, en Groningen dat de provincies Groningen en Drenthe omvat. In beide centra zijn vijftig speciale torens gebouwd, waarvan vijf in de Noordoostpolder en de Kop van Overijssel, op een onderlinge afstand van zestien kilometer. De reden daarvoor is dat het auditieve waarnemingsvermogen als fundamenteel wordt beschouwd, omdat dit destijds bij nacht en bij slecht weer de enige waarnemingsmethode is. De torens worden op een bijzonder zware betonnen fundament geplaatst. In 1951 bedragen de kosten ƒ 9.500,- voor een toren van vijftien meter en ƒ12.200,- voor een toren van twintig meter. Daar komen de kosten van fundering bij die varieren van ƒ 1.500,- tot ƒ 4.000,-.

Op de fundering wordt de toren geplaatst, bestaande uit vier elementaire verticale betonnen balken. Om de twee meter worden de verticale balken verbonden met horizontale balken, Hiertussen worden raatbouw-elementen met gegalvaniseerde bouten gemonteerd. Het trappenhuis bestaat uit houten trappen die in het vierkant omhoog lopen. De kop van de toren wordt gevormd door een open observatieruimte van zo'n 5 bij 3,5 meter. In het midden van deze open ruimte bevindt zich een ronde tafel met daarop een kaart van de omgeving, in het midden van de kaart -de locatie van de toren- bevindt zich een statief met vizierkijker en aanwijsnaald. De toren wordt bezet door twee mannen -vrouwen mogen dit werk niet doen- waarvan de één via een koptelefoon constant in verbinding staat met de andere posten en de centrale. Boven op de toren bevindt zich ook een schuilnis van twee meter hoog, drie meter lang en één meter diep, waarin twee vaste banken en een klaptafel staan om alle vijandelijke laagvllegers te administreren.'Niets zal de waakzamen voorbij gaan' luidt de wapenspreuk van het Korps Luchtwacht Dienst, maar wat er ook voorbij vliegt, de honderden luchtwachters hebben nimmer een sovjetvliegtulg waargenomen. Vele miljoenen guldens zijn aan dit systeem besteed, maar het heeft nooit als zodanig gewerkt. De snelheid van de moderne straaljagers maakt het systeem hopeloos ouderwets en In 1964 wordt de KLD opgeheven. Ook als de BB (Bescherming Burgebevolking) een groot deel van de torens overneemt om de atoombom te lokaliseren zijn de torens nooit functioneel geweest. De oude Churchill heeft gelijk als hij zijn bekende uitspraak doet en vertelt dat generaals alleen maar bezig zijn de vorige oorlog voor te bereiden. De krijgsgeschiedenis leert dat vrijwel iedere oorlog anders is. Voorspellingen komen dan ook vrijwel nooit uit: oorlogen lopen altijd anders dan is gepland.


Rondje restanten


Op zoek naar deze curieuze landschapselementen in Noord-Nederland vinden we er nog vijf. De torens in Oudemirdum en Winschoten zien er zeer gaaf uit, die in Warfhuizen en Schoonebeek zijn in en deplorabele toestand en tenslotte is er nog een halve in Bedum. Een rondje industrieel erfgoed uit de Koude Oorlog.

 

Luchtwachttoren Oudemirdum.

Foto boven: Luchtwachttoren Oudemirdum

Luchtwachttoren Oudewirdum.

Foto boven: Luchtwachttoren Oudemirdum

Oudemirdum

 

De in 1953 gebouwde toren van Oudemirdum is sinds 1991 eigendom van de gebroeders Douwe, Feite en Sjerp Jaarsma die de toren kopen uit een soort nostalgisch gevoel. De eerste eigenaar is Pieter Buwalda, die de toren in 1985 overdoet aan Douwe Muizelaar. Er zijn dan plannen om bij de toren een kiosk te bouwen en een parkeerterreintje aan te leggen om de toren zo in het toeristisch pakket van Gaasterland op te nemen. De jongste van de broers, Sjerp, overdag werkzaam in de grasdrogerij van Gaasterland en in het weekend discjockey te Balk, begeleidt de bezoeker naar de perfect uitziende toren gelegen aan het Huningspaed langs het Jolderenbos van Staatsbosbeheer. De graffitispreuk 'Love you' op de toren doet weldadig aan. Tegenover de toren is een schilderijlijst geplaatst door de Initiatiefgroep Verontruste Gaasterlanders die hiermee protesteren tegen de plannen om dit boerenland tot natuurgebied te maken. De houten deur is nog origineel en als die open zwaait zien we een grote vrieskist met ijs en frisdranken die te koop zijn voor de bezoekers van de toren. Boven aangekomen vertelt Sjerp laarsma dat in spannende tijden, zoals tijdens de Hongarije- kwestie, de toren dag en nacht bemand is geweest.

Buwalda schijnt de toren voor een gulden gekocht te hebben. Hij vindt het zonde dat die toren wordt afgebroken en stelt de toren open voor bezoek. Sjerp laarsma: 'Als jongen heb ik de sleutel wel bij hem gehaald en dan moest je wat geld in een busje voor de zending stoppen en kon je vervolgens de toren beklimmen.' Muizelaar krijgt geen vergunning van de gemeente om de toren open te stellen, want die vindt het gevaarte niet veilig genoeg. 'Toen wij de toren kochten was onze bedoeling alleen maar om de toren te behouden, want de gemeente wou de toren liever slopen. Wij hebben de toren opgeknapt voor een paar duizend gulden. De houten trappen zijn vernieuwd en bovenin is een stalen trap vervangen door een nieuwe. We hebben veel moeite gedaan om de originele tegels terug te vinden. Ik heb geprobeerd onderdelen van de toren in Ried bij Menaldum te bemachtigen, maar ik was te laat want hij was al afgebroken. Boven was ook een speciale verrekijker, maar we hebben een andere kijker gekocht, die alles 45 keer dichter bij kan halen.' Op de toren heeft men een magnifiek uitzicht over het IJsselmeer. De toren staat op het hoogste punt van Gaasterland, 12,7 meter, en de toren is zeventien meter hoog. Je ziet Urk, de Flevocentrale, en bij mooi weer zelfs de weg van Enkhuizen naar Lelystad en de flats van Heerenveen. Het Jolderenbos, het oudste bos van Gaasterland, beneemt het uitzicht in de richting van Staveren. Kennelijk is het bos in 1953 lager. Er is wel eens gepraat over een verhoging van de toren om zo over het bos uit te kijken. Er is, volgens Jaarsma, zelfs gedacht om hem te verplaatsen.

Na de restauratie is de toren op 4 juli 1992 met enig ceremonieel vertoon geopend door kolonel Willem J. Sneek, commandant van de luchtmachtbasis Leeuwarden. Bij deze opening is ook aanwezig de in Sloten wonende zoon van architect Zwaagstra die de torens heeft ontworpen. De toren is verzekerd tegen calamiteiten als storm en brand, maar ook tegen ongelukken op of in de toren. Jaarsma: 'Met de Open Monumentendag Is de toren altijd geopend en dan Is het erg druk, dat komt misschien wel omdat de toegang dan gratis is.' De eerste twee seizoenen is de toren toegankelijk geweest voor het publiek, maar de bezoekersaantallen vielen tegen. Er kunnen tegelijkertijd vijftien mensen op. Sjerp laarsma heeft er onlangs met vrienden gebarbecued. 'Wij zouden graag zien dat er een mogelijkheid was om hier te parkeren en een bord te plaatsen waarop de historie van het gebouw vermeld Is, maar de gemeente wil daarvoor geen geld uittrekken.' Het trio Jaarsma heeft een stichting opgericht met als doel de toren in stand te houden. Inmiddels zien zowel de gemeente als de provincie in dat het een belangrijk gebouw is. 'Vroeger gebeurden er ook regelmatig vogeltellingen', vertelt Sjerp over andere gebruiksmogelijkheden van de toren. 'Verder hebben kunstenaars er een project gedaan en oefent de ME wel eens op de toren. Kinderen hebben veel belangstelling voor de toren, laatst heeft een leerling een spreekbeurt gehouden en dan komt de hele klas kijken..' Wijzend naar de Rinia state mijmert Sjerp voor zich uit: 'Het is het mooiste plekje van Friesland, misschien wel van Nederland.'


Deze toren kent nog een bijzonderheid: hij heeft een eigen website.

 

 

Luchtwachttoren Winschoten.

Foto boven: Luchtwachttoren Winschoten.

Luchtwachttoren Winschoten

Foto boven: Luchtwachttoren Winschoten.

Winschoten

De tweede gave luchtwachttoren staat in Winschoten op de grens met de gemeente Scheemda aan de Meidoornlaan die langs de spoorlijn Groningen-Nieuweschans loopt. Eigenaar is Jan W. van Hoorn. In 1979 heeft de familie Van Hoorn een huis gehuurd van de familie lager aan de Meidoornlaan. De vijftien meter hoge toren staat op het erf en in 1984 koopt Jan van Hoorn het huis. De toren koopt hij voor een pakje sigaretten. Hij heeft de toren van het ministerie gekocht van een kolonel. Uit het verhaal van Van Hoorn blijkt dat de kolonel de toren graag kwijt wil en bepaald geen uitgekookte handelaar is geweest. Van Hoorn:' Hij vroeg er 8500 gulden voor, maar toen Jager dat niet wilde betalen, was 85 gulden ook goed.'

Uiteindelijk heeft Jager een bedrag genoemd van 45 gulden en daar ging de kolonel mee akkoord. Jager heeft nooit iets met de toren gedaan. Jan van Hoorn heeft de toren steeds onderhouden ook toen hij nog geen eigenaar was. Later heeft hij plannen gehad om in de toren kippen of duiven te houden en er een windmolen op te plaatsen, maar dat bleek niet haalbaar, 'ik heb in de toren ook zenders uitgeprobeerd die ik gemaakt had voor amateurzenders in de omgeving.' Op de vraag of hij wel eens in de toren geslapen heeft, antwoordt Van Hoorn: 'Nee, ik heb wel eens gedacht: als ik ruzie met mijn vrouw krijg dan heb ik een prachtig alternatief in de schuilnis, maar we hebben nooit ruzie gehad'.

'Toen mijn vrouw moest studeren en rustig wilde werken ging ik met een grammofoon en 78-toeren platen naar boven en dan zat ik in de schuilnis platen te draaien. 'De toren is perfect onderhouden en is niet voor het publiek toegankelijk. Hij is niet ten prooi gevallen aan vandalisme en dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat de toren in de bebouwde kom staat en vlak bij het huis waar Jan van Hoorn tot voor kort woonde. 'Ik heb de toren gekocht uit nostalgische overwegingen. Vroeger stonden er hoge populieren rond de toren en die staken wel vijf tot tien meter boven de toren uit. Ik heb de bomen verwijderd want ze waren ziek.' Rondom kan men vrij rond kijken. Winschoten ligt aan je voeten en Veendam, Scheemda zijn prachtig te observeren. De windstreken staan nog aangegeven op de zijkant van de observatieruimte.

De standaard van de tafel staat er ook nog. lan van Hoorn: 'Bij heel helder vriezend weer in januari 1982 heb ik met een verrekijker naar de Martinitoren in Groningen gekeken en kon ik zien dat het vijf voor half vier was. Er is een architect uit Groningen geweest die de toren wilde kopen en er in wonen. Maar ik wilde de toren niet kwijt.' Van Hoorn herinnert zich ook het kunstenaarsproject dat in 1981 wordt uitgevoerd door architect Ebel Laanstra uit Groningen, beeldhouwer Joost Albronda en Erna Jansen uit Kantens, samen vormend de Stichting OOK (Onderzoeken en Ontwikkelen van Kreatieve processen). Tijdens een beklimming van de toren, bijgelicht door schijnwerpers verklaart Laanstra de torens tot 'upjekt'. Deze ludieke acties worden gedaan op de torens van Oudemirdum, Winschoten, Warfhuizen en Ried.

 

 

Bedum

25 jaar geleden koopt de in Bedum geboren Jan Klooster het huis aan de Oudedijk 1 te Bedum en daarbij wordt hij eigenaar van de luchtwachttoren die dan. nog geheel intact is. De vorige eigenaar van het huis heeft de toren voor een symbolisch bedrag overgenomen van het ministerie. Klooster herinnert zich nog dat de toren gebouwd wordt. 'Er zit net zoveel beton onder de grond ais dat er boven de grond aanwezig is.' De toren was twintig meter hoog en daarmee de hoogste van Noord- Nederland. Torens die hoger waren dan negentien meter werden voorzien van steunberen, die ook uit raatbouw-elementen bestonden.

Het bovenste stuk van de toren heeft Klooster, die werkzaam is bij de gemeente Groningen en daarnaast hobbyboer, verwijderd omdat hij er niet met auto's en machines langs kon. Door het verwijderen van de steunberen is de toren niet meer stabiel en heeft Jan Klooster zo'n tien meter van de toren afgehaald. In het restant van de toren heeft Klooster ramen gemaakt, die precies in de raatbouw-elementen passen, omdat hij de toren als recreatieverblijf wilde gebruiken. 'Ik had zelfs plannen om er een lift in te bouwen', vertelt jan Klooster. 'Af en toe klim ik naar boven. Dat wil ik op mijn oude dag ook doen om een beetje naar vogels te kijken en met een verrekijker het landschap observeren. Ik ben zeer tevreden met mijn toren, want er zijn maar weinig mensen die kunnen zeggen dat ze een toren achter het huis hebben.'

 

 

Schoonebeek

 

Luchtwachttoren aan het Schoonebeker Diep.

Foto boven: Luchtwachttoren Schoonebeek.



Foto boven: Luchtwachttoren Schoonebeek.

De ruim elf meter hoge en bijna 40.000 kilo wegende toren van Schoonebeek staat geheel verscholen tussen zeer hoge populieren en staat langs het Schoonebekerdiep, dat hier de grens vormt met Duitsland. Hij is ook het beste zichtbaar vanaf de Duitse kant. Sinds 1988 is de NAM eigenaar van de grond en van de weg die langs de toren loopt en daarmee ook van de toren. Hoewel de toren evenals de weg er naar toe niet voor publiek toegankelijk zijn, is het op de zonovergoten middag dat ik hier je hier toch auto's en fietsers kunt tegenkomen. Theo Kerkman, hoofd bouw- en woningtoezicht van de gemeente Schoonebeek, vertelt dat de bouwaanvraag van de toren is verleend op 12 april 1954.

Bij de luchtwachters van Schoonebeek zitten ook vogelliefhebbers en de toren is daarna overgegaan naar de plaatselijke vogelwacht. Theo Kerkman; 'Volgens overlevering is hij aan de vogelwacht geschonken voor een symbolisch bedrag, maar dat staat nergens zwart op wit. De secretaris-penningmeester Is inmiddels overleden. 'Aan de voet van de toren liggen een paar volkstuintjes op een vroegere vuilnisbelt van de gemeente. De door betonrot aangetaste toren ziet er allerbelabberst uit. Tuinier T. Habing ergert zich aan het feit dat de jongelui de toren nogal ruïneren. Het waterschap klaagt steen en been dat het Schoonebekerdiep op die plek vol puin ligt. De NAM wil dan ook wel van de toren af en heeft in januari 1993 een sloopvergunning aangevraagd.

In dezelfde tijd blijkt de consulent Monumentenzorg geïnteresseerd te zijn in de toren, Johan Kruiger van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe stelt dat er nog maar één exemplaar is en dat de toren goed past in de reeks verdedigingswerken van de provincie, evenals de schansen, delen van Coevorden en het garnizoensgebouwen van Assen. Op de vraag of een monument niet 50 jaar moet zijn om in het kader van de monumentenwet geplaatst te worden, antwoordt Kruiger: 'Als het een Rijksmonument is, is dat inderdaad een voorwaarde, maar de provincie Drenthe heeft als enige een eigen lijst van monumenten en daar hebben we met de toren in Schoonebeek duidelijk niet de grens van vijftig jaar gehanteerd. De provinciale lijst is overigens gekoppeld aan de gemeentelijke lijsten, die ook zelfstandig weer objecten kunnen toewijzen.

Onze bedoeling is om onderhoud en restauratie te stimuleren vanuit gemeente en provincie. Om de toren te behouden moet er veel energie in gestoken worden, want het is bepaald niet gemakkelijk. De kosten van restauratie zijn nog niet bekend. Ik wil een aantal partijen interesseren voor deze restauratie, zoals het bedrijf Schokbeton, die de torens gemaakt heeft, een technische school, en mogelijk ook provinciale en gemeentelijke werkgelegenheidsprojecten. Ook de onlangs opgerichte afdeling Groningen/Drenthe van de Stichting Industrieel Erfgoed heeft belangstelling voor de toren.' Volgens E. Rotman, hoofd grondzaken van de NAM, is zijn bedrijf bereid de toren te verkopen voor het symbolisch bedrag van één gulden. De NAM wil van de verantwoordelijkheid af, zeker omdat er regelmatig jongetjes in spelen, die onlangs een vuurtje in de toren stookten. De sloopkosten bedragen volgens Rotman naar schatting zo'n ƒ 40.000 tot ƒ 50.000,-. Voor de restauratie is veel meer geld nodig. Maar het is volgens hem bespreekbaar dat het geld dat nodig is voor het slopen gestort wordt in een fonds voor de restauratie. Theo Kerkman: 'Als we middelen hebben willen we de toren graag bewaren. Hij is uniek in Drenthe en staat op een aardige plaats: historisch en strategisch is het een leuke locatie. Hij zou opgenomen kunnen worden in een recreatief plan, zowel bij de provincie als bij de gemeente. Als uitkijktoren zou hij een functie kunnen vervullen om te kijken naar de honderden ja-knikkers in het Nederlandse en vooral in het Duitse gebied. De bomen moeten dan wel stevig gesnoeid worden.'

 

 

De oude 'luchtwachttoren' staat langs de N983, even buiten het dorp. Tijdens de 'Koude Oorlog' stonden leden van het Korps Luchtwacht Dienst (KLD) om beurten op deze betonnen torens om te controleren of er geen vliegtuigen uit het oosten naderden. De Sovjet Unie werd in die tijd gezien als een ernstig gevaar voor de vrede. Van de vele tientallen torens die destijds werden gebouwd zijn er nog maar enkele over. In de provincie Groningen staan alleen nog van deze torens bij Warfhuizen en op de grens van Winschoten en Tranendal. De toren is 15 meter hoog en opgetrokken uit transparante 'prefab' betonelementen volgens het 'raatsysteem', bedacht door architect Marten Zwaagstra (1895-1988) uit Den Haag, die er in 1950 de NV Raatbouw voor had opgericht. Vroeger stond de toren in het open land, de bomen en struiken zijn er later omheen gegroeid.


Foto boven: Luchtwachttoren Warfhuizen.

Luchtwachttoren te Warfhuizen.

Foto boven: Luchtwachttoren Warfhuizen.

 

Warfhuizen

Rijdend van Warfhuizen naar Wehe-Den Hoorn passeert men op de Baron Van Asbeckweg in een scherpe bocht de zeer fraai gelegen bijna veertien meter hoge luchtwachttoren, die eigendom is van Pek van Andel uit Feerwerd. In 1974 koopt Van Andel voor honderd gulden de toren van Piet Dijkhuis die op een boerderij woont vlak bij de toren. Later koopt hij voor ƒ 5.000,- nog een langwerpige strook grond rond de toren van 11,20 are om bij de toren bosschages aan te leggen in de vorm van het portret van Leonardo da Vinci, en om te voorkomen dat de gemeente zonder zijn toestemming de toren zal slopen.

Met zijn zoon Albert bezoeken we de van drie kanten met populieren omgeven toren en dan blijkt dat boer Dijkhuis het land van Pek van Andel mee geploegd heeft bij zijn eigen land. 'Vroeger heb ik daar nog wel eens pacht voor gekregen', vertelt de praatgrage Van Andel. 'De toren is onbeschrijflijk mooi als symbool van militaire domheid en zinnebeeld van het onverwachte.' De bosschages rond de toren liggen op een voormalige vuilnisbelt. De trap zat er nog in toen Van Andel de toren kocht. 'Om pragmatische redenen heb ik de deur nooit afgesloten om zo iedereen de kans te geven van de toren en het uitzicht te genieten. Later heb ik de deur om pragmatische redenen open gelaten want anders werd hij wel opengebroken. Maar dat was allebei niet verstandig; het heeft de 'ruïnisering' in de hand gewerkt.'

Plannen om met de toren iets te doen zijn er genoeg geweest, maar ze zijn nooit gerealiseerd. Van Andel wilde er zelf graag in wonen en via zonne-energie elektriciteit en verwarming realiseren. Maar ook anderen hebben ideeën gehad. Het zijn studenten, padvinders, artiesten, zendamateurs en vogelwachters geweest die op de toren afkwamen. Een Groninger architect heeft tekeningen gemaakt voor een kantoor. Van Andel: 'Ik ben nog nooit van officiële zijde, noch door de provincie, noch door de gemeente benaderd met de opmerking: 'Goh wat leuk Van Andel, jij hebt dat ding gekocht, zullen we jou eens helpen'. Omgekeerd heb ik de gemeente regelmatig verzocht of ik er mocht wonen, maar de (vroegere) gemeente Leens heeft het gepresteerd om mij nooit te antwoorden.

Ook de huidige burgemeester Bruins Slot van gemeente De Marne heeft geen oog voor cultuurhistorische monumenten. Er Is hier een structureel gebrek aan gevoel voor schoonheid. Ik zou het buitengewoon op prijs stellen als de gedeputeerde van cultuur mij zou bellen -mijn telefoonnummer is 05941-1683 - om de toren eens te bekijken. De overheid heeft de expertise in huis, zowel technisch als cultuurhistorisch, om te voorkomen dat dit gebouw over tweehonderd jaar verdwenen is. Hij ziet er uit als een geslachtsorgaan in het schaamhaar. Ik wil graag dat het een provinciaal en rijksmonument wordt. Het is momenteel een object van vandalisme. Aan de ene kant word ik niet geholpen en mag ik niets doen, en aan de andere kant krijg ik het verwijt dat ik de toren verwaarloos. Ik koester deze toren. Het doet me wat. Ik sta voor alles open. Het past in het cultuurtoerisme. Mijn zegen hebben ze. Het sluiswachtershuis in Zoutkamp en de watertoren in Groningen zijn door mijn toedoen behouden gebleven: het zijn nu monumenten. Als romanticus zeg ik hoe minder er met die toren gebeurt hoe beter. Als je hem overlaat aan de tand des tijds is 'ie eigenlijk het mooist. Maar ook daarin ben ik nooit door de overheid gesteund, ook door de Bond Heemschut niet want die zit te freaken op kerken en molens. Van Andel, wijzend op een uitspraak in een interview uit 1989 in de Volkskrant dat hij van die toren af wil, zegt 'Kijk, als er Inderdaad iemand een serieus plan heeft en hij kan aantonen dat hij daarvoor een vergunning krijgt, dan is hij beschikbaar. Maar waar ik bang voor ben is dat ik een brief krijg van de overheid dat de toren een gevaar dreigt te worden voor de omgeving en dus gesloopt moet worden. Dat is ook gebeurd met de zakkenschuur in Mensingeweer, waar ik een paar jaar gewoond heb; maar door allerlei instanties te benaderen heb ik dat kunnen voorkomen; het is nu een monument.'

Tot slot zegt de op het Laboratorium van celbiologie en elektronenmicroscopie van de Rijksuniversiteit Groningen werkende Van Andel dat hij geobsedeerd is door prachtige gebouwen sinds hij als vierjarige de ouderlijke boerderij in brand heeft gestoken. 'De liefde voor torens heb ik als kleine jongen meegekregen van mijn grootouders. Mijn moeder was namelijk de jongste dochter van echtpaar Kröller Muller. Als kind ben ik in de toren van Sint Hubertus geweest.' Behoud luchtwachttorens Van de vijftig iuchtwachttorens die in Noord-Nederland hebben gestaan is het alleszins de moeite waard de vijf overgebleven monumenten van de moderne krijgsgeschiedenis te behouden. Niet iedereen is gecharmeerd van de torens. Bij de plaatsing werden duidelijke protesten gehoord. Zo schreef de Provinciale Zeeuwse Schoonheidscommissie dat 'de bouwsels estetisch oogpunt het landschap zouden detoneren.' Nu echter gaan naast architectonische kwaliteiten ook zeldzaamheid en de informatiefunctie een rol spelen in de waardering. Het is duidelijk dat de in het open veld staande torens van Warfhuizen en Schoonebeek alleen behouden kunnen worden door er een nieuwe functie aan te geven. Die van Schoonebeek staat gelukkig op de provinciale monumentenlijst en die status zou die van Warfhuizen ook moeten krijgen. In het beleid van het cultuurtoerisme dat met name de provincie Groningen voorstaat, past de toren van Warfhuizen naadloos. Gedeputeerde voor Cultuur Mirjam de Meijer van de provincie Groningen stelt dat het belangrijk is dat unieke zaken als zo'n luchtwachttoren behouden blijven. 'Wij hebben niet, zoals Drenthe, een eigen provinciale monumentenlijst, maar wel het fonds 'Cultuurhistorisch erfgoed', dat speciaal voor dit soort gebouwen en cultuurhistorische landschapselementen in het leven is geroepen.'

 

De toren van Warfhuizen nu (sept. 2018).

 

De toren heeft te lijden gehad aan vandalisme waardoor de oorspronkelijke toegangsdeur is verdwenen. De toren is regelmatig beklommen. De trap die er in 1974 nog staat is uit veiligheidsoverwegingen verwijderd. De enige bezoekers bestaan uit studenten, padvinders, artiesten, zendamateurs en vogelwachters. De toren valt ondertussen ten prooi aan betonrot. In 1989 verklaart van Andel dat hij van de toren af wil, maar kopers blijven uit ondanks de regelmatige media-aandacht voor de toren. Ruim 20 jaar later, in 2011, wordt de Stichting Luchtwachttoren 7O1 opgericht die zich tot doel stelt de toren voor het nageslacht te behouden. Om de toren minder tegen de omgeving te laten afsteken is destijds rond de toren een bosschage van snelgroeiende wilgen en populieren geplant. De in slechte staat verkerende bomen die inmiddels hoger zijn geworden dan de toren zelf zijn in 2012 gekapt en zijn herplant. In 2016 besluit Pek van Andel in overleg met de stichting om de toren over te dragen aan de stichting Het Groninger Landschap. Deze heeft de toren in 2017 gerestaureerd met behulp van een gift van 100.000 euro uit het Prins Bernhard Cultuurfonds.

 

In het fotoalbum van Aduard naar Lauwersoog staan nieuwe foto's van de toren zoals deze er heden ten dage uitziet.

 

Foto boven: De oude luchtwachttoren bij de Enser Ramspolbrug is gesloten:
de trap is stuk. En het gebouw is aan groot onderhoud toe. Foto Gerald Meijer

Op 2 nov. 2011 mailt Johannus Winius mij dat hij op 13 aug. 2011 de luchtwachttoren
bij de Enser Ramspolbrug heeft bezocht. De sleutel werd gehaald bij de brugwachter
en de toren is beklommen. Hij meldt dat het geheel er weer netjes uitziet.

 

Op de site http://www.kazematten.info kun je recente foto's van de toren bekijken.

Uitkijktoren onder handen

Door Nadine Willemsen. zaterdag 19 april 2008 | 03:09 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 19 april 2008 | 08:07.

 

ENS - Luchtwachttoren Ramspol wordt opgeknapt. De uitkijktoren bij de Ramspolbrug in Ens was toe aan groot onderhoud.

Aan de buitenkant valt het niet zo op en ziet de toren er nog behoorlijk goed uit. Binnen blijkt wel degelijk dat er nodig iets moest gebeuren. De trap moet vernieuwd worden, het beton wordt gerepareerd en er wordt nieuw hekwerk geplaatst.

De luchtwachttoren is een monument van de Koude Oorlog, zo valt te lezen op een bordje bij de toren. Een van de weinige bewaard gebleven torens overigens. De luchtwachttoren maakt deel uit van een netwerk van uitkijkposten door heel Nederland. Vanaf de toren wordt gespeurd naar vijandelijke vliegtuigen die -laagvliegend- buiten het bereik van de radar blijven. Als halverwege de jaren zestig de vliegtuigen steeds sneller worden en radartechniek verbetert, worden de torens overbodig.

De meeste luchtwachttorens worden niet meer onderhouden en worden gesloopt. Die bij de Ramspolbrug blijft behouden als uitkijktoren en trekt nu voornamelijk in de zomermaanden nog de nodige bezoekers. Vanaf de toren heb je een prachtig uitzicht over de rietlanden aan de Kamper kant van het Zwartemeer. En het natuurgebied aan de Ketelmeerkant van de Balgstuw. Naar verwachting zijn de werkzaamheden in juni 2008 afgerond. Tot die tijd is de toren gesloten voor publiek.


Er moet dan wel een plan bestaan om deze toren te behouden of het moet passen in de werkgelegenheidssfeer. Zo hebben we bijvoorbeeld de sluizen bij Aduarderzljl gerestaureerd uit dat fonds.' De toren van Oudemirdum vervult een uitstekende rol dat is te danken aan de gebroeders Jaarsma. De gave toren te Winschoten van Jan van Hoorn moet zeker behouden worden. De mogelijkheid om een toren te bewaren door die over te plaatsen naar het Museum voor de Luchtvaart in Soesterberg is volgens overste M. Botma, directeur van het museum, praktisch onmogelijk. 'We zijn nog steeds geïnteresseerd, maar financieel is het niet haalbaar en intussen loopt de tijd ons door de vingers.' Niettemin is het voor de noordelijke bestuurderen alleszins de moeite waard zich in te spannen voor het behoud van deze curieuze landschapselementen die belangwekkend zijn vanuit cultuur- en militair-historisch perspectief en vanuit het oogpunt van de geschiedenis van de bouwkunde en van de constructietechniek.

Hoogeveen, jan. 2010

De bovenstaande tekst is inmiddels al weer deels gedateerd. Inmiddels zijn er al weer vele jaren verstreken. Onbekend is of er mogelijk nog één of meerdere van bovenstaande torens fier overeind staan. Heb je informatie, laat het dan even weten.

 

Echten, Ruinerweg

Hoogeveen, 28 jan. 2010 - Annemieke Blokzijl uit Hoogeveen maakt mij erop attent dat er ook nog een exemplaar staat aan de Ruinerweg te Echten. Zo op de foto's te zien, gaat het hier om een vrij gaaf exemplaar. Ook heb ik van haar een kopie van een artikel uit Noorderbreedte ontvangen, waarvan de tekst is overgenomen onder de foto's.

 

Luchtwachttoren te Echten. Luchtwachttoren te Echten.  
     
Luchtwachttoren te Echten.
 


Luchtwachttoren, Ruinen

 

In Noorderbreedte 1995-5 is uitgebreid ingegaan op de luchtwachttorens in Noord-Nederland. Henk van Lochem uit Zeist, die een onderzoek doet naar luchtwachttorens in Nederland, attendeerde de redactie er evenwel op dat daarbij de luchtwachttoren van Ruinen over het hoofd is gezien.

 

Foto boven: Henk Vaessen in de luchtwachttoren bij Ruinen, foto's Jan Abrahamse.

Deze toren is in vergelijking met andere torens, nog zeer gaaf. Van Lochem heeft om die reden Johan Kruiger van de afdeling Monumentenzorg van Drenthe verzocht de toren te plaatsen op de provinciale monumentenlijst, waarop overigens ook al de in erbarmelijke staat verkerende toren in Schoonebeek staat. Volgens de bouwtekening die bij de bouwvergunning hoort die de gemeente Ruinen op 4 december 1953 verleende, bedraagt de hoogte 21 meter en heeft de toren ƒ17.400,- gekost. Vanuit de toren kan men met enige moeite over het bos uitkijken. Volgens Van Lochem is deze toren de op één na hoogste die nog in Nederland staat.

 

Steunzender


De toren is eigendom van Staatsbosbeheer en staat ten noordwesten van Echten, verscholen in de boswachterij Ruinen, aan de Ruinerweg 7. Bosopzichter Henk Vaessen woont in een woning naast de toren en kan in de archieven van Staatsbosbeheer niets anders vinden dan de opmerking: 'In de zomer van 1954 is een luchtwachttoren gebouwd die men tevens als brandtoren mag gebruiken.'

 


De toren doet overigens al jaren als zodanig geen dienst meer. Wel wordt hij een aantal jaren gebruikt als steunzender voor het mobilofoonnet tussen drie locaties van Staatsbosbeheer in Drenthe. 'Na iedere onweersbui kijk ik naar de installatie op de toren, want de aardlekschakelaar is dan vaak afgeslagen. Dat komt vier of vijf keer per jaar voor', aldus Vaessen. De toren is niet toegankelijk voor het publiek. In de negen jaar dat Vaessen in Ruinen werkt is de toren één keer gebruikt tijdens een ME-oefening van de politie uit Hoogeveen. 'Als het mobiele telefoonnet in deze omgeving beter ontsloten wordt, zullen we de mobilofoon wel afschaffen, maar wellicht wil PTT Telecom ofLibertel hem dan huren ah steunzender', vertelt Vaessen. Boven in de toren bevindt zich nog het restant van een draaischijf, waarmee men vijandelijke vliegende objecten en (later) branden kon lokaliseren.

Foto boven: Henk Vaessen bij de draaischijf op de toren

 

Betonrot

 

De toren, die voorzien is van steunberen, is vergeleken met de andere luchtwachttorens in Noord- Nederland in goede staat. De originele trappen zitten er nog in, maar Vaessen vindt de toren nogal gammel: Betonrot manifesteert zich, waardoor de bewapening bloot komt te liggen en het beton afbrokkelt.

Aan het onderhoud van de toren wordt niets gedaan. We weten eigenlijk ook niet goed wat we ermee moeten, behalve dan als steunzender. We slopen hem niet. Ik denk dat onze dienst geen bezwaar zal maken als de provincie Drenthe de toren op de monumentenlijst wil zetten. Het past wel in het beleid van Staatsbosbeheer om de toren in te zetten als uitkijkpost, maar Vaessen is er niet enthousiast over omdat hij ernaast woont.

Johannes Winius, 18 nov. 2010

 

 

Vandaag (22 januari 2010) meldt Johannes Winius dat hij vrij recent de luchtwachttorens van Groningen heeft bezocht en dat deze nog in dezelfde staat zijn als boven omschreven. Verder verwijst hij naar zijn website www.kazematten.info.


Bronnen:
1. Ongewijzigd overgenomen: Verdedigingslinies in Groningen en Friesland. Lucas Koops, NoorderBreedte. Noorderbreedte-redacteur Lukas Koops sprak met Dr. J.J. Huizinga en Drs. F. Lenselink over het verloop van de strijd tussen Duitsers en geallieerden in de twee noordelijke provincies.
2. De foto's komen uit eigen collectie. Alle foto's van bunkers vind je in het Fotoalbum, WO II (bunkers).
3. Hans Sakkers, johan den Hollander, Luchtwachttorens in Nederland, industrieel erfgoed uit de Koude Oorlog. Middelburg, z.j.
4. Annemieke Blokzijl, Hoogeveen (28 jan. 2008) en om dat te onderstrepen stuurde ze ook de locatie, gegevens en foto's.
5. Het gedeelte over de toren van Ruinen is geschreven door Jan Abrahamse en is oorsponkelijk gepubliceerd in Noorderbreedte.

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

Hoogeveen, 22 januari 2010
Bewerkt: 20-08-2018

Samenstelling: © Harm Hillinga.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top